De innige band tussen politiek en private belangen wordt vaak geïllustreerd met bekende namen van jobhoppende politici. Met enige regelmaat halen oud-ministers en Kamerleden het nieuws wanneer ze overstappen naar de private sector. Uit een loopbaananalyse van meer dan 300 (oud-)Kamerleden blijkt dat die bekende voorbeelden bepaald geen uitzonderingen zijn.

    De Europese Commissie had vorig jaar in haar eerste anti-corruptierapport lovende woorden voor Nederland. Ons land was een lichtend voorbeeld voor Europa. Toch had de Commissie op één puntje nog wel wat aan te merken. Het viel de Commissie op dat er nogal wat bewindslieden kort na hun aftreden aan de bak gingen in een sector waar zij eerder politiek verantwoordelijk voor waren. De kans op belangenverstrengeling was aanwezig, volgens de Commissie.

    Draaideur

    Politici die door de draaideur stappen vormen dus een corruptierisico. De term draaideur of revolving door slaat op het fenomeen waarbij personen vanuit hun politieke of ambtelijke (top)functie overstappen naar de private sector of omgekeerd. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) kan het draaideurfenomeen schadelijk zijn. Het risico bestaat dat dergelijke politici en ambtenaren te veel sympathie hebben voor een specifiek belang. Belangenverstrengeling ligt op de loer. Tijdens de financiële crisis waarschuwde de organisatie voor de risico’s van het draaideurfenomeen in de financiële wereld: 'tackling the revolving door is an indispensable part of the process of restoring confidence in both the political system and the financial markets more generally', aldus de OESO. Nederland mag zich aangesproken voelen door de OESO. Begin 2007, kort voor het uitbreken van de financiële crisis, viel het kabinet Balkenende-III. Drie kabinetsleden stapten daarna in korte tijd over naar de bancaire sector. Gerrit Zalm, die eind 2006 een Kamerbrede motie verwierp over het aan banden leggen van reclame-inspanningen van kredietbedijven als DSB, werd vier maanden na zijn ministerschap hoofdeconoom bij de bank van Dirk Scheringa. Zijn collega-minister, van Economische Zaken, de CDA’er Joop Wijn, trad eveneens na vier maanden in dienst bij de Rabobank. Hij is nu lid van de raad van bestuur van ABN Amro waar Zalm aan het hoofd staat. Wijns partijgenoot en collega op het departement, staatssecretaris Karin van Gennip, werd nog even Kamerlid maar stapte in 2008 een maand voordat ING werd gered over naar de bank.

    Schijn van belangenverstrengeling

    Minister Dijsselbloem pleitte eerder dit jaar in Vrij Nederland voor een afkoelingsperiode van ‘een paar jaar’ voor politici. Met zo’n afkoelingsperiode mogen politici na hun actieve politieke carrière voor een bepaalde periode niet werkzaam zijn in een sector waarbij zij direct betrokken zijn geweest. Volgens Dijsselbloem maken politici als Zalm zich kwetsbaar: ‘Je wekt in zulke gevallen onmiddellijk de schijn van belangenverstrengeling, zelfs als je dat keurig gescheiden hebt tot de laatste dag van je ministerschap.’  
    Volgens Dijsselbloem maken politici als Zalm zich kwetsbaar
    Nederland is een van de weinige Europese landen zonder algemene afkoelingsperiode. Zalm, Wijn en Van Gennip zouden in veel landen dus niet bij hun nieuwe werkgever aan de slag mogen. Hier kent alleen het ministerie van Defensie de gedragsregel dat oud-bewindspersonen twee jaar niet mogen lobbyen bij het ministerie. Jack de Vries mocht, op het moment dat hij in dienst trad bij lobbykantoor Hill+Knowlton, dus niet lobbyen voor de JSF.  Het is twijfelachtig hoe streng Defensie dit heeft gehandhaafd. Toen NRC.Next het ministerie hierover benaderde, bleek Defensie de regel in eerste instantie niet te kennen.

    De Nederlandse carrousel

    In Nederland ontbreekt het aan noemenswaardige regelgeving die het jobhoppen van (oud-)politici reguleert. Dat komt niet doordat er zo weinig politici door de draaideur gaan. Tal van oud-ministers maakten zich de afgelopen jaren ‘kwetsbaar’. Camiel Eurlings, minister voor Verkeer en Waterstaat, stapte over naar KLM en werd na anderhalf jaar als CEO weer op straat gezet. Minister voor Volksgezondheid Ab Klink was bij consultancybureau Booz Company verantwoordelijk voor het zorgdossier en ging later bij zorgverzekeraar VGZ aan de slag. Wouter Bos werd ook zorglobbyist en later zorgbestuurder, nadat hij eerder als partijvoorzitter het zorgstelsel bekritiseerde. Om de bouwsector uit het slop te trekken pleitte Maxime Verhagen voor het permanent maken van de Crisis- en herstelwet. Na zijn ministerschap bij Economische Zaken werd Verhagen voorzitter van Bouwend Nederland. Balkenende is partner bij adviesbureau Ernst & Young en is het gezicht van duurzaamheidsproject Dutch Sustainable Growth Coalition geïnitieerd vanuit VNO-NCW. Bovengenoemden zijn alleen nog maar de ministers. Ook staatssecretarissen maken geregeld gebruik van de draaideur. Jack de Vries kwam al aan bod, maar er zijn er meer. Neem bijvoorbeeld Joop Atsma en Pieter van Geel. Atsma is staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu geweest en nu voorzitter van Votob, de vereniging voor Nederlandse tankopslagbedrijven. Een van de zeventien leden daarvan is Odfjell, een bedrijf waar veel problemen waren in de ambtsperiode van Atsma. Atsma is nog altijd voorzitter en combineert dit met zijn functie als senator. Van Geel was al eerder verantwoordelijk voor het milieubeleid als staatssecretaris. Opmerkelijk was dan ook dat hij als voorzitter van de brancheorganisatie voor de Nederlandse frisdranken-, water- en sappenindustrie lobbyde tegen het statiegeldsysteem.

    Hé, jij ook hier?!

    Voormalig bewindslieden die banen aannemen in de sector waar zij politiek verantwoordelijk voor waren, het zijn bepaald geen uitzonderingen. Maar hoe hard draait de draaideur voor Kamerleden? Uit eerder onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat oud-parlementariërs maar moeilijk aan de bak komen na hun politieke carrière. Toch toont een snelle blik op de carrièrepaden van Kamerleden die sinds 2006 in de Kamer hebben gezeten aan dat voormalig volksvertegenwoordigers zich ook vaak committeren aan specifieke belangen.
    De bestuurlijke bovenlaag van Nederland verzamelt zich graag bij de de Nederlandse Bachvereniging
    Prominente Kamerleden of zij die het niveau van backbencher zijn ontstegen mogen zich nogal eens verheugen op een commissariaat. In die hoedanigheid komen de oud-collega’s elkaar ook voortdurend tegen. Neem bijvoorbeeld Jolande Sap. Zij is lid van de raad van commissarissen van KPN en KPMG. Bij het laatste bedrijf is ze een collega van VVD’er Laetitia Griffith. Op haar beurt komt Griffith oud-Kamervoorzitter Gerdie Verbeet regelmatig tegen. Allereerst zijn beiden betrokken bij de Nederlandse Bachvereniging. Dat mag onbeduidend lijken, maar het is een vereniging waar de bestuurlijke bovenlaag van Nederland zich graag verzamelt. Van de negen personen die zitting hebben in het dagelijks of algemeen bestuur staan er vijf in de Top 200 invloedrijkste Nederlanders van de Volkskrant (en daar hoort voormalig Rabo-topman Piet Moerland nog niet eens bij). Een van die vijf is Ab van der Touw, CEO van Siemens Nederland. Samen met Verbeet zit hij in het dagelijks bestuur van de vereniging, en laat Verbeet nu ook commissaris zijn bij Siemens Nederland. Verbeet en Griffith delen niet alleen de liefde voor Bach. Beiden hebben ook een commissariaat in de loterijwereld. Ook daar zijn meerdere prominente politici betrokken en de lijn van aan elkaar verbonden politici kan zo nog wel even doorgetrokken worden. Om het overzicht te bewaren blijven we voor het gemak maar bij de Kamerleden die sinds 2006 in de Kamer hebben gezeten. Zo was het Gerard Schouw die Kamervragen stelde over het laatstgenoemde commissariaat van Griffith. Volgens hem was er namelijk een schijn van belangenverstrengeling vanwege Griffiths werk bij de Raad van State. De Raad moest namelijk adviseren over nieuwe wetgeving met betrekking tot online kansspelen. Deze wetgeving raakte sterk de belangen van de goededoelenloterijen, waar Griffith een betaalde functie had. In reactie hierop ontkende Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken dat er staatsraden met nevenfuncties in loterijorganisaties betrokken waren bij het advies over de nieuwe wetgeving.

    Zetel opgeven

    Het was dezelfde Gerard Schouw die dit jaar de Tweede Kamer verliet om voorzitter de worden van Nefarma, de brancheorganisatie van farmaceutische bedrijven die innovatieve medicijnen onderzoeken en ontwikkelen. In de Kamer was hij niet verantwoordelijk voor het terrein waarop Nefarma actief is. Schouw volgde het voorbeeld van André Rouvoet, die uit de Kamer stapte om voorzitter te worden van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland. Het zich inlaten met specifieke belangen hoeft overigens niet meteen het opgeven van de zetel te betekenen. Zo werd CDA’er Ger Koopmans tijdens zijn periode in de Tweede Kamer lid van de Raad van Commissarissen van vervoerder Arriva. Hij gaf daarvoor niet zijn zetel, maar wel zijn woordvoerderschap op het dossier Infrastructuur & Milieu binnen zijn fractie op. Zo kon hij nog altijd invloed uitoefenen op het fractiestandpunt.
    Schouw en Rouvoet zijn als voorzitter van een belangenorganisatie geen uitzondering
    Schouw en Rouvoet zijn beiden voorzitter geworden van een belangenorganisatie en zijn daarmee geen uitzondering. Kamerleden komen geregeld terecht bij verenigingen en organisaties van uiteenlopende grootte: van de FNV tot de Diabetesvereniging en van Stichting Vluchteling tot Veilig Verkeer Nederland.    

    Lobbyisten uit de Kamer

    Lid worden van een raad van commissarissen of toezicht en voorzitter worden van een belangenvereniging, het zijn voor Kamerleden dus twee voorname manieren om bij private belangen betrokken te raken. Een derde veel gekozen weg is om zelf lobbyist te worden. Meerdere Kamerleden hebben na hun politieke carrière hun geluk beproefd in de Haagse lobbywereld. Jack de Vries is als lobbyist bij lobbykantoor Hill+Knowlton een prominent voorbeeld, maar er zijn ook minder bekende politici actief in het wereldje. De Vries’ partijgenoot Jan Schinkelshoek ging na zijn Kamerlidmaatschap in 2010 werken bij lobbykantoor Pauw Sanders Zeilstra en Van Spaendonck. Daarna begon hij een eigen communicatie- en public affairs-bureau. Zijn fractiegenoot Roland Kortenhorst is eveneens voor zichzelf begonnen in 2008 en nog altijd actief. Zelfs VVD’er René Leegte beoordeelde zichzelf als voldoende capabel voor een eigen lobbykantoortje. Het Kamerlid beging eerder een kapitale communicatieblunder: in de trein had hij het VVD-standpunt over de gaswinning in Groningen weinig subtiel door de telefoon getoeterd. Wie ook de Kamer verliet in deze kabinetsperiode was Myrthe Hilkens. Nu is ze vooral bekend als tafeldame bij De Wereld Draait Door, maar ze is ook enkele maanden associate partner geweest bij lobbykantoor Dietz, Dröge & Van Loo. Bij hetzelfde kantoor ging trouwens ook Bruno Braakhuis van GroenLinks aan de slag.

    Lobbyisten draaien een rondje

    De draaideur draait zelden zo hard dat een Kamerlid zowel voor als na zijn of haar Kamerlidmaatschap nauw betrokken is bij specifiek belang, al komt het voor. Neem bijvoorbeeld VVD-backbencher Afke Schaart en PvdA’er Eeke van der Veen. Voordat zij in 2010 in de Kamer kwam als woordvoerder op onder andere ICT en telecommunicatie, was Schaart directeur public affairs bij KPN. In 2012 verliet ze de Kamer en werd senior directeur EU International Relations bij Microsoft. Ze leidt daar het team dat lobbyt bij de Europese instellingen. Tevens is ze vicepresident van GSMA, de internationale belangenbehartiger voor telecomaanbieders. Van der Veen was voorzitter van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar Agis tot hij in 2006 in de Kamer kwam en het woord ging voeren over de zorg. Vier maanden nadat hij in 2012 het parlement verliet, werd hij voorzitter van Zorgbelang Nederland. Het rondje hoeft niet te beginnen en eindigen bij een private partij. Ook in de andere richting kan gedraaid worden, zo laat PvdA-Kamerlid Roos Vermeij zien. Vermeij was eerder politiek adviseur voor minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat. Nadat zij in 2002 niet werd verkozen, maakte ze de overstap naar Trans Link Systems, het bedrijf achter de OV-chipkaart, waar het ministerie al innig mee samenwerkte. Vermeij was verantwoordelijk voor de contacten bij de overheid, voor de lobby dus. In tegenstelling tot vier jaar ervoor stond ze in 2006 wel op een verkiesbare plek. Sindsdien zit ze voor de PvdA in de Kamer.

    Lobbyisten in de Kamer

    Kamerleden kunnen dus niet alleen na hun Kamerlidmaatschap nauw verbonden zijn aan een specifiek belang, maar ook daarvoor. Hoe zit dat bij onze huidige parlementariërs? Ook in de huidige fracties zijn enkele oud-voorzitters van belangenverenigingen te vinden. Het is echter een ander feit dat vooral opvalt.
    Het aantal VVD’ers met een professionele lobbyachtergrond is bijzonder hoog
    Het aantal VVD’ers met een professionele lobbyachtergrond is bijzonder hoog. Huidige fractieleden die werkzaam zijn geweest in public affairs zijn: Han ten Broeke (lobbykantoor Weber Shadwick en directeur public affairs KPN), Anne Mulder (lobbykantoor Pauw Sanders Zeilstra en Van Spaendonck), Anne-Wil Lucas-Smeerdijk (lobbyist Natuurmonumenten), Ingrid de Caluwé (lobbykantoor Burson-Marsteller), Jeroen van Wijngaarden (manager public affairs PwC), Mark Harbers en Bart de Liefde (beide lobbykantoor Dröge & van Drimmelen) en Leendert de Lange (lobbyist Gemeente Den Haag).

    De deur draait door

    Al deze voorbeelden zijn slechts een greep uit de grote groep van politici die betrokken zijn (geweest) bij een specifiek belang. Het mag misschien de indruk wekken dat Kamerleden zich een slag in de rondte draaien. Dat is echter een verkeerde conclusie. De meeste oud-Kamerleden bekleden geen functie waarin ze particuliere belangen verdedigen. Toch tonen de vele voorbeelden aan dat een debat over regels rondom draaideurpolitici noodzakelijk is. Dijsselbloem gaf daartoe in mei aanzet en vorige week herhaalde hij zijn pleidooi voor een afkoelingsperiode tijdens een lezing in Den Haag. De laatste keer stierf het een stille dood en dat zal het nu ook wel doen. Het is aan de politiek om het tegendeel te bewijzen. Het onderzoek naar lobbyende Kamerleden gaat in ieder geval verder. Om meer te kunnen zeggen over de verstrengeling tussen politiek en private sector blijven we werken aan de lijst met Kamerleden die de overstap maken naar de (semi-)private sector. Eerder toonden we op basis van data-onderzoek al aan dat ondersteunend personeel van Tweede Kamerfracties vaak lobbyist wordt. De komende tijd blijven we zoeken naar andere voorbeelden van de innige band tussen lobby en politiek.     Wanneer je aanwijzingen, opmerkingen of tips hebt, schroom dan niet om pieter.van.der.lugt@ftm.nl te mailen. 
    Over de auteur

    Anne ter Rele

    Anne ter Rele studeert Politics, Psychology, Law & Economics (PPLE) aan de Universiteit van Amsterdam. In een ver verlede...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Over de auteur

    Pieter van der Lugt

    Gevolgd door 166 leden

    Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 268 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid