KPMG dreigt via verjaring de dans te ontspringen in tuchtzaak-Weyl

    KPMG gaat zich weer beroepen op de verjaringstermijn bij de tuchtklacht over hun handtekening onder de zwaar opgeblazen jaarcijfers (+45 miljoen euro) van rundveeslachterij Weyl. De kans op verjaring is groter dan een inhoudelijke behandeling zonder kleerscheuren. 'De fraudepatronen zijn niet moeilijk te ontdekken: het betreft eerstejaars lesstof.'

    De juridische afdeling van KPMG kan dit jaar weer een tuchtzaak voorbereiden, ditmaal vanwege de handtekeningen onder de jaarverslagen van Weyl. Deze rundveeslachterij ging in mei 2010 failliet en nadien constateerden de curatoren een negatieve afwijking van 45 miljoen euro in de boekhouding. Conclusie: er was al jarenlang sprake van een technisch faillissement, maar door middel van cooking the books bleef het eigen vermogen positief. De controlerend accountant van KPMG prikte er nooit doorheen waarop de curatoren Jacques Daniels en Jeroen Stekelenburg bijna vijf jaar na dato, op 20 januari 2015, een klaagschrift indienden bij de Accountantskamer Zwolle. Dat bleek vorige week uit hun 15e faillissementsverslag. De grote vraag: is er sprake van verjaring?

    Déjà vu bij PwC en ESJ

    Zoals de geschiedenis leert bij eerdere tuchtklachten, is het een standaardprocedure voor een accountantsbureau om een beroep te doen op de verjaringstermijn van drie jaar zodat er geen inhoudelijke behandeling plaatsvindt. KPMG vormt geen uitzondering. ‘KPMG zal zich zowel inhoudelijk verweren tegen de klacht als een beroep doen op de wettelijke vervaltermijn,’ zegt KPMG-woordvoerder Andy Bellm desgevraagd.
    'KPMG zal zich zowel inhoudelijk verweren tegen de klacht als een beroep doen op de wettelijke vervaltermijn'
    De immer terugkerende vraag bij verjaringstermijn-kwesties is wannéér precies de 'teller' wordt gestart voor die termijn. De tuchtrechter schepte daar vorig jaar enige duidelijkheid in bij een tuchtklacht tegen twee PwC-accountants die in het jaarverslag van het duurzame energiebedrijf Econcern akkoord gingen met een opgeklopte winst van 100 miljoen euro. Het accountantskantoor wilde de inhoudelijke behandeling voorkomen door te rekenen vanaf het moment dat de curatoren werden aangesteld en de dossiers ontvingen. Hetgeen verjaring zou betekenen. De curatoren probeerde de verjaring van tafel te vegen door de klok vooruit te zetten, want ze claimden na hun aanstelling vooral bezig te zijn geweest met het verkopen van alle bezittingen. Pas na twee jaar – dus binnen de verjaringstermijn – konden ze een onderbouwde conclusie trekken dat de accountants verzaakt hadden. De tuchtrechter gaf in het tussenvonnis de curatoren gelijk door te stellen dat ‘de driejaarstermijn pas aanvangt nadat uit onderzoek iets relevants ter zake is gebleken.’ Dit tot opluchting van curator Louis Deterink die sprak van 'een buitengewoon belangrijke uitspraak voor curatoren.’

    Verjaring blijf discussiepunt

    Desondanks blijft de verjaringstermijn ter discussie staan. Dat bleek uit de nasleep van het megafaillissement van het internationale transportbedrijf Rynart. De dienstdoende curatoren stuitten op een papieren omzetverhoging van bijna 56 miljoen euro in een tijdsbestek van drie jaar waarna ze een tuchtklacht indienden tegen de ESJ-accountant Jan van Wijngaarden. In 2012 kreeg hij een relatief zware straf opgelegd, een schorsing van twee maanden. Hij ging echter met succes in beroep tegen die beslissing. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde afgelopen december dat hij ten onrechte is geschorst, vanwege verjaring. De curatoren beschikten weliswaar nog niet over alle noodzakelijke informatie, maar er was volgens het College wel al eerder sprake van een ‘constatering van handelen of nalaten’. Wannéér er precies sprake is van constatering, is voor meerdere interpretaties vatbaar: ‘Zodra er zodanige feiten [zijn] geconstateerd dat daarop redelijkerwijs een vermoeden kon worden gebaseerd dat [naam] tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld’.

    Verjaring Weyl-zaak?

    De discussie over de verjaringstermijn zal weer oplaaien bij de Weyl-zaak. KPMG stelt nu tegen Follow The Money dat er sprake is van verjaring. ‘Het faillissement dateert immers al van medio 2010, terwijl de curatoren pas in januari 2015 de klacht hebben ingediend,’ aldus woordvoerder Bellm. De vraag is echter wanneer er sprake kan zijn van een ‘constatering’. Voor een tuchtklacht dienen de feiten zich binnen zes jaar zich te hebben voorgedaan. Dat lijkt geen probleem te zijn, want de goedkeuring van de Weyl-jaarrekening 2009 valt binnen deze zes jaar. Marcel Pheijffer, hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteit Leiden en Nyenrode, twijfelt over een andere restrictie. 'Je moet klagen binnen drie jaar nadat je van het klachtwaardig gedrag op de hoogte bent. Het zal mede afhangen van de datering van het rapport van EY. Daar zit mogelijk wel een probleem voor de curatoren.’
    'Onze tuchtklacht hebben we ingediend op basis van het twééde forensische onderzoek van EY en dat is pas dit jaar uitgekomen. Van verjaring is geen sprake'
    Pheijffer doelt op een forensisch rapport dat accountantskantoor EY als externe partij heeft uitgevoerd. Dit rapport is gebruikt in de civiele rechtszaak tegen ceo Frank Weyl en financieel directeur Harro Geerdink waar het duo persoonlijk aansprakelijk werd gesteld voor het boedeltekort. Dit ‘Rapport van feitelijke bevindingen’ van Ernst & Young is gedateerd op 2 maart 2011, hetgeen verjaring zou inhouden. Wat ook niet helpt is dat de curatoren ter zitting concludeerden dat: ‘De administratie van de gefailleerde vennootschappen kwam niet overeen met de werkelijke financiële stand van zaken van de ondernemingen. De debiteurenposities en de voorraden werden hoger weergegeven dan zij in werkelijkheid waren, terwijl de crediteurenpositie lager werd voorgesteld dan in werkelijkheid het geval was. De boekhouding is zo onbetrouwbaar dat de rechten en verplichtingen van de failliete vennootschappen niet kunnen worden vastgesteld.’ Was er toen niet al sprake van een ‘constatering’? Volgens Anne Terpstra, kantoorgenoot van Weyl-curator Daniels, draaide dat eerste rapport enkel om de frauduleuze handelingen van de Weyl-bestuurders. ‘Onze tuchtklacht hebben we ingediend op basis van het twééde forensische onderzoek van EY en dat is pas dit jaar uitgekomen. Van verjaring is dus geen sprake.’  

    tijdlijn 2 verjaring kpmg weyl Tijdlijn verjaring tuchtklacht curatoren (klik voor vergroten)

     

    Vijf jaar nodig

    Het wordt waarschijnlijk een klassieke strijd tussen curatoren en een accountantskantoor dat via verjaring onder zijn accountability wil uitkomen. Of via een schikking. In het 15e faillissementsverslag valt te lezen dat er door de curatoren nog is onderhandeld met KPMG, maar ‘dat niet heeft geleid tot een oplossing.’ Pieter Lakeman, voorzitter van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie, had meer succes. Hij diende eind februari 2014 al namens twee Weyl-gedupeerden een tuchtklacht in. Er werd door KPMG vergeefs verjaring aangevoerd, want de gedupeerden hadden geen inzage in alle rapporten. Lakeman trok echter vorig jaar zomer zijn klacht weer in vanwege een schikking met KPMG. De Accountantskamer wilde vervolgens de klacht doorzetten, de AFM zou dan de klacht overnemen, maar daar is volgens een AFM-woordvoerder nog geen beslissing over genomen. En nu hebben de curatoren dus een klacht ingediend. Lakeman denkt echter dat de curatoren te lang gewacht hebben. 'De kans op verjaring is groot, want ondanks de rapporten en inzage in het controledossier [in april 2012 moest KPMG op last van de rechter haar controledossier overhandigen aan de curatoren, DM] hebben de curatoren 5 jaar nodig gehad om tot een klacht te komen, dat is veel te lang.'

    Blame game

    Mocht de klacht van de curatoren daadwerkelijk verjaard blijken te zijn, dan bestaat er altijd de kans dat iemand anders – een willekeurige partij bij wie de ‘constatering’ later pas kon plaatsvinden – een soort steunklacht indient. KPMG is in de media al bezig met het voorsorteren op een inhoudelijke behandeling. Het accountantskantoor zei vorige week tegen het Financieele Dagblad dat de Weyl-bestuurders 'moedwillig foute informatie' hadden aangeleverd en dat dan 'de kans bestaat dat accountant wordt misleid.' En de aangeklaagde KPMG-partner Edwin Slutter gaf in 2012 tegen Quote al aan dat hij ‘machteloos’ staat als er verkeerde cijfers door de klant worden aangeleverd. ‘Het is een zwak en algemeen verweer dat KPMG hier voert. Zónder ook maar enigszins in te gaan op de feiten in de concrete casus,’ zegt Pheijffer. ‘Hun reactie zegt me, wegens het obligate en algemene karakter daarvan, dan ook weinig.’
    'alle onjuistheden in de jaarrekening kunnen één op één verklaard worden door de foutieve informatie afkomstig van de Weyl-bestuurders'
    Op de vraag van Follow The Money in hoeverre de volledige 45 miljoen euro (de later geconstateerde afwijking op de balans) valt toe te schrijven aan de valse informatie van de Weyl-bestuurders, zegt KPMG: ‘Het door de curatoren genoemde bedrag van 45 miljoen is gebaseerd op informatie van direct betrokkenen. KPMG laat dit bedrag dan ook voor rekening van de curatoren. Los daarvan geldt dat alle onjuistheden in de jaarrekening één op één verklaard kunnen worden door de foutieve informatie afkomstig van de Weyl-bestuurders.’
    'De beschreven fraudepatronen zijn in zijn algemeenheid niet moeilijk te ontdekken; het betreft standaardcontroles en eerstejaars lesstof'
    Pheijffer plaatst een vraagteken: ‘De beschreven fraudepatronen zijn in zijn algemeenheid niet moeilijk te ontdekken: het betreft standaardcontroles en eerstejaars lesstof. De objectivering dat het niet moeilijk is, volgt uit het feit dat het voor EY ook makkelijk was te ontdekken en op te schrijven. Er is meer informatie nodig om stellig te kunnen zeggen dat KPMG het in deze casus geheel fout heeft gedaan, maar ze hebben heel wat uit te leggen.’

    cooking the books Het Weyl-recept voor cooking the books waar KPMG geen zure smaak van in de mond kreeg [bron: uitspraak rechtbank Almelo (8 feb 2012) in civiele zaak tegen Weyl-bestuurders]

       [Update] KPMG is een dag na deze FTM-publicatie nog met een uitgebreidere reactie gekomen waarin ze benadrukt dat de Weyl-bestuurders niet enkel valse informatie doorgaven maar ook de 'bijbehorende controlesystemen daarop aanpasten'.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 957 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren