Hoe circulaire architectuur onze kijk op bouwen verandert (en huizen goedkoper maakt)

    Van de 163 miljoen ton grondstoffen die Nederland jaarlijks gebruikt, wordt bijna 40 procent gebruikt in de bouw. Dat gaat drastisch veranderen – en veel sneller dan je denkt. Hoogste tijd voor een gesprek met drie experts over het fenomeen circulair bouwen. In het hol van de leeuw: de Amsterdamse Zuidas.

    Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. Althans, dat heeft de overheid in 2017 samen met 180 partijen in het Nationaal Grondstoffenakkoord afgesproken. 'Volledig circulair' wil zeggen dat we dan helemaal geen nieuwe grondstoffen meer nodig hebben om de economie draaiende te houden, we gebruiken enkel nog fossiele materialen, mineralen en metalen die al in de samenleving in omloop zijn. In 2030, over twaalf jaar dus al, moet de economie draaien op de helft minder nieuwe grondstoffen.

    Op dit moment slokt de Nederlandse economie jaarlijks nog 163 miljoen ton grondstoffen op. Het leeuwendeel daarvan wordt gebruikt in de bouw: liefst 60 miljoen ton wordt gebruikt bij de aanleg van gebouwen en infrastructuur. Tegelijk leveren wegen en woningen die afgebroken worden een gigantische stroom restmateriaal op. Ieder jaar komt 25 miljoen ton sloopafval vrij, waarvan momenteel nog maar een fractie wordt hergebruikt.

    Duidelijk is dus dat de manier waarop in Nederland gebouwd en afgebroken wordt ingrijpend gaat veranderen. Om daarover van gedachten te wisselen organiseerde Follow the Money in Circl, het paviljoen van ABN Amro dat in 2017 zoveel mogelijk volgens circulaire principes werd neergezet, een rondetafelgesprek over de toekomst van bouwen in Nederland. Het gebouw staat middenin de Amsterdamse Zuidas, het financiële centrum van Nederland.

     

    Dit zijn de sprekers

    Hans Hammink, architect van de Architekten Cie. Meer over Hans >

     

    "Metselaars zijn zo duur geworden, dat een gemetselde bakstenen muur evenveel kost als een natuurstenen muur."

     

     

     


     

    Petran van Heel, sector banker Bouw bij ABN AMRO. Meer over Petran >

     

    "Over twaalf jaar krijg je gewoon geen vergunning meer wanneer je niet minimaal 50 procent circulair bent."

     

     

     


     

    Jan Jongert, oprichter van SuperUse Studios. Meer over Jan >

     

    "De rol van de architect in het bouwproces moet helemaal anders."

     

     

     

     

     

    Lees verder Inklappen

    Onder een plafond (gemaakt van oude spijkerbroeken), kijken vanaf een bank (gemaakt van oude matrassen) drie experts uit over het dakterras van Circl (gemaakt van oude Belgische kasseien): Hans Hammink, architect van de Architekten Cie en ontwerper van Circl. Tegenover hem zit Petran van Heel, die als sector banker Bouw bij ABN AMRO werkt en in die hoedanigheid intensief betrokken was bij de totstandkoming van Circl. Tot slot schuift Jan Jongert aan, oprichter van SuperUse Studios, een duurzaam designbureau dat onder meer de transformatie van het voormalige Tropicana-zwembad in Rotterdam leidt. Ook is hij bedenker van de 'Oogstkaart', waarmee architecten en aannemers in één oogopslag kunnen zien welke afvalmaterialen er in de buurt beschikbaar zijn om nieuwe gebouwen mee te maken.

    Laten we bij het begin beginnen: ABN Amro heeft toch al een groot hoofdkantoor? Waarom moest er iets nieuws komen?

    Petran van Heel (PH): Het hoofdkantoor hierachter was ooit bedoeld voor 2800 mensen. Maar ABN Amro heeft flink wat lokale kantoren gesloten en mensen hier naartoe gehaald. Nu werken er 6.000 mensen. Die vergaderen veel, en daarvoor hadden we te weinig ruimte. We huurden overal vergaderplekken op de Zuidas, maar dat is niet zo efficiënt. Al jaren bestond daarom de wens voor een vergadercentrum.

    Is dat de opdracht die jij als architect kreeg? Bouw een vergadercentrum?

    Hans Hammink (HH): Ja. Met daarnaast de opdracht: maak dat zo circulair mogelijk. Ik houd van uitdagende projecten, dus ik vond dat een geweldig vertrekpunt. Maar het was wel lastig. Er zijn in Nederland nauwelijks voorbeelden van circulaire gebouwen, we konden ons nergens aan optrekken. We hebben alles daarom zelf moeten uitvinden. Dit is het geworden.

    Dit is dus een volledig circulair gebouw geworden?

    HH: Nou, we hebben onze uiterste best gedaan het te bouwen volgens circulaire principes. Alles is ontworpen om het weer goed uit elkaar te kunnen halen, zodat de materialen weer een volgend leven kunnen krijgen.

    PH: Circulariteit betekent volgens mij dat je materialen op een zo hoogwaardige manier weer opnieuw kunt gebruiken. Wij vonden het niet voldoende als onze ramen weer teruggesmolten kunnen worden tot een bundel aluminium, glas en een beetje rubber. Veel waardevoller is het als je de ramen als geheel kunt hergebruiken. Dan houdt je de geïnvesteerde energie en ontwerpkracht bij elkaar. De circulariteit van dit gebouw zit hem daarom vooral in wat je niet ziet: de verbindingen. Die zijn allemaal droog in plaats van nat. Dat wil zeggen dat ze aan elkaar geschroefd zijn en niet aan elkaar gekit, gepurd of geplakt. Zo kan je het gebouw weer makkelijk uit elkaar halen.

    'Bouwen met gevonden voorwerpen' kun je dat noemen

    Ik ben benieuwd wat Jan ervan vindt, hij is toch een soort circulaire pionier.

    Jan Jongert (JJ): Volgens mij hebben jullie met dit gebouw de circulaire economie een soort startpunt willen geven. Jullie hebben allemaal grondstoffen gebruikt om componenten te maken die in een volgend leven weer makkelijk uit elkaar te halen zijn. Dat is mooi. Maar in de benadering die wij ontworpen hebben, zou je ervoor kiezen om geen nieuw gebouw of nieuwe onderdelen van een gebouw te ontwerpen, maar om gebruik te maken van onderdelen die bij jou in de buurt beschikbaar zijn. Liefst haal je een kozijn uit het gebouw van de buurman die van zijn gebouw afwil en gebruik je dát in je nieuwe gebouw. Want zijn kozijn kan zeker nog 30 jaar mee.

    PH: Dat hebben wij uitentreuren geprobeerd. Aan het begin van het ontwerpproces hebben we zoveel mogelijk die filosofie aangehouden. ‘Bouwen met gevonden voorwerpen’ kun je dat noemen.

    HH: Op een gegeven moment werd ik gebeld door een leverancier, New Horizon. Die vertelde me dat ik direct naar een hal in Brabant moest komen, want hij had daar wat puien liggen. Ik ben daarheen gegaan en zag daar een stapel vieze lelijke puien liggen, maar ik dacht: weet je, dat gaan we gewoon doen! Ik ga zorgen dat ze goed in het gebouw komen. Die staan nu beneden, onbeschilderd, net niet sluitend. In de oude maakindustrie had je hem op maat getekend, was-ie zo uit de fabriek gekomen en had hij er precies ingepast.

    Dus jullie hebben nu eigenlijk een pui die niet goed past?

    HH: Nee! We hebben een pui die veel mooier is dan we van tevoren hadden kunnen bedenken. Je hebt iets met een geschiedenis, met een betekenis, dat krijg je er allemaal gratis bij. Tot mijn verbazing krijg ik van bezoekers de reactie dat ze die pui juist mooi vinden.

    PH: Niettemin is dit op grote schaal nog heel moeilijk toepasbaar.

    JJ: Dat snap ik. Dat komen wij iedere dag tegen.

    HH: Telkens was onze eerste vraag aan een leverancier of ze ook gebruikt materiaal leveren. Maar dat kan gewoon niet altijd. Neem de houtconstructie. Er zijn in Nederland vijf bedrijven die dat kunnen leveren. Alle vijf hebben we gevraagd of ze dit ook van gebruikt hout konden maken. Ik kreeg een enorme lijst met praktische bezwaren. Er zitten spijkers in, de constructeur kan er niet mee rekenen. Kijk, voor een woning lukt het wel om een paar balken bij elkaar te kopen op Marktplaats. Maar voor een gebouw van 3000 vierkante meter is dat moeilijker. Dat is er dus helaas niet van gekomen.

    Wat trouwens leuk is om te vermelden: laatst stond ik met één van die leveranciers op een podium. Hij vertelde over het moment dat wij vroegen om een constructie van gebruikt hout  te maken. Toen kon hij dat helaas niet leveren. Maar nú kan hij het wel! Hij is dus wakker geworden.

    JJ: Toch denk ik dat wij op zo’n moment een andere keuze gemaakt zouden hebben. Wij kiezen namelijk voor een vorm van circulair bouwen waarin de rol van de architect helemaal anders wordt. Dat noemen we ‘dynamisch-definitief ontwerpen’, wat wil zeggen dat de vorm vooraf niet vaststaat, maar dat je werkt met wat er voorhanden is. Niet dat wat wij doen beter is, maar waarschijnlijk hadden wij het ontwerp op zo’n moment aangepast naar een vorm die wel met circulair materiaal gebouwd kan worden.

    Kijk, voor een bedrijfsverzamelgebouw als Blue City hadden we vooraf natuurlijk nooit een zwembad ontworpen. Maar dat moet je accepteren. Vervolgens moet je kijken hoe je zo’n gebouw zo goed mogelijk zijn nieuwe, gewenste functie geeft.

    HH: Ik ben het met je eens dat de essentie van circulariteit zit in een herbestemming vinden voor bestaande gebouwen. Maar ook bij nieuwbouw moet je circulaire principes toepassen. Dan moet je ervoor zorgen dat je het kan aanpassen, met zo weinig mogelijk gedoe en vermindering van waarde. Dat hebben wij hier gedaan. Bovendien is het gebruik van hout volgens mij nou juist niet zo’n probleem, omdat hout een hernieuwbare grondstof is.

    Is het nu duurder om zo te bouwen en te ontwerpen? Hebben de keuzes die hier zijn gemaakt een meerprijs?

    PH: Ja, dit gebouw heeft extra gekost. Maar ik vind het veel te plat om alleen daarnaar te kijken. Want in vijftien jaar exploiteren verdienen we dat ook weer terug. Veel van die kosten zijn namelijk investeringen, bijvoorbeeld in zonnepanelen. Ja, dat is duurder dan alleen dakbedekking erop leggen. Maar deze ‘extra kosten’ gaan wel geld opleveren.

    Hetzelfde geldt voor het remontabel ontwerpen. Dat is niet in alle gevallen voordeliger. Maar wij verwachten dat de circulaire economie in 2030 zover is, dat er een veel grotere behoefte zal zijn aan tweedehands materiaal. Sterker nog: de overheid verplicht dan om minimaal vijftig procent minder primaire grondstoffen te gebruiken. In zo’n systeem zal de prijs van tweedehands materialen logischerwijs dus toenemen. Bovendien kost het in Circl relatief weinig arbeid om de grondstoffen weer uit dit gebouw te oogsten. Zo blijft er dus meer waarde over als je die componenten op een andere plek weer in elkaar zet. Dat moet je dus meerekenen.

    Sowieso vind ik dat je een life cycle analyse moet maken. De kosten, opbrengsten en eindwaarden van het gebruik moet je meenemen om tot een totaalbeeld te komen. We hebben bijvoorbeeld voor materialen gekozen die weliswaar duurder zijn in aanschaf, maar lagere onderhoudskosten hebben. Dat scheelt over twintig, dertig jaar gebruik enorm.

    Waarom worden deze principes niet bij álle 62.000 nieuwe woningen in Nederland toegepast, als het uiteindelijk goedkoper is?

    PH: Omdat je het ook maar moet willen als consument. Je kan je euro maar één keer uitgeven. We zijn natuurlijk ook verslaafd geraakt aan productie en industrialisatie: we kennen niet anders dan het gemak van telkens nieuwe dingen kopen.

    HH: Daarnaast zijn ook de gespleten belangen belangrijk. Bij de reguliere woningbouw heb je een ontwikkelaar, een bouwer en een belegger. Voor een ontwikkelaar telt maar één moment. Die kijkt niet naar de kosten over de levensduur van honderd jaar ofzo, maar naar de kosten op het moment dat-ie het verkoopt aan een belegger. Minimale eisen worden hierdoor vaak ook de maximale eisen.

    Snappen jullie dit?

    JJ/PH: Absoluut!

    Ik niet.

    PH: Simpel gezegd werkt de keten als volgt: de vastgoedontwikkelaar leent zijn projectfinanciering bij een bank. Daarmee betaalt hij de adviseurs, de aannemer en de producenten die voor hem bouwen. Zodra het gebouw af is, levert de aannemer het gebouw aan de nieuwe eigenaar, die de vastgoedontwikkelaar een koopsom betaalt. Daarmee lost die ontwikkelaar zijn financiering bij de bank af. Al die schakels in de keten streven naar hun eigen winstmaximalisatie, niet naar een zo lang mogelijke levensduur van het gebouw.

    HH: Voor de ontwikkelaar spelen de kosten voor beheer en onderhoud totaal niet. Goedkoop materiaal, maar met meer onderhoudskosten: prima, succes, volgende project. De aannemer denkt ook maar aan één ding: tijdens de bouw wil ik zo min mogelijk risico lopen en kosten maken. Ingewikkelde details van de architect of extra aandacht voor circulariteit zijn moeilijk en wil hij er dus uit hebben.

    Het systeem kan er zo dus voor zorgen dat de aannemer en ontwikkelaar uiteindelijk de belegger op kosten jagen?

    PH: Dat kan, en van dan die 62.000 nieuwbouwwoningen zullen er circa 40.000 aangekocht worden door particulieren. Die zijn dan de belegger. Die moet zich dus afvragen: hoeveel ben ik bereid meer te betalen voor lagere energie- en onderhoudskosten op de langere termijn?


    Petran van Heel, ABN Amro

    "Ook de bank moet meedenken in circulaire oplossingen. Dat is één van experimenten in dit circulaire project"

    Maar daar zou een bank toch slimme financieringsoplossingen voor kunnen verzinnen?

    PH: Klopt, ook de bank moet meedenken in circulaire oplossingen. Dat is één van experimenten in dit circulaire project. Eén van de oplossingen die wij onderzoeken is hoe je producenten langer verantwoordelijk kunt maken voor de kwaliteit van hun producten. Dat kan in een Product as a Service-systeem. In Circl hebben we bijvoorbeeld een lift geïnstalleerd die geen eigendom van ons is. Die is van Mitsubishi gebleven. Ik heb vaker gebouwen gemaakt met meerdere verdiepingen, en daar kwam de lift van Mitsubishi nooit als winnaar uit het aanbestedingstraject. Want die lift was qua bouwkosten altijd duurder dan zijn concurrenten. Maar ze hebben wel hele lage onderhoudskosten, lage energielasten, amper storingen en ze geloven zo enorm in de kwaliteit van hun product, dat ze een hogere eindwaarde garanderen. Als Circl over bijvoorbeeld twintig jaar gedemonteerd wordt, nemen zij die lift weer terug. Als je dat allemaal incalculeert, dan kunnen de investeringskosten dus wel hoger zijn, maar over de hele levensduur is Mitsubishi dan toch goedkoper. En omdat ze die eindwaarde garanderen, kun je samen een andere financieringsconstructie maken. Elke keer dat bij ons iemand met de lift gaat, betalen we daarvoor aan Mitsubishi. Eenzelfde constructie hebben we voor onze beamers. Telkens als iemand een beamer gebruikt, betalen we daarvoor aan de fabrikant. Die heeft nu dus een extra incentive om te zorgen dat ze het lang en foutloos blijven doen.

    Hebben jullie zo de business case hier berekend, en wel die hele life cycle van het gebouw doorgerekend?

    PH: Ja. Maar dat is lastig. We hebben ook aan de houten-spantenleverancier gevraagd: kun je ons een bepaald bedrag garanderen dat je weer voor die houten spanten wilt betalen wanneer wij dit gebouw afbreken? Maar dat is niet gelukt – nog niet.

    JJ: Je raakt hier wel een belangrijk probleem. Voor relatief kort-cyclische producten, zoals beamers, laptops en telefoons, weet je dat ze over ongeveer vijf jaar weer terugkomen. Dan kun je dus in redelijke mate de grondstofwaarde voorspellen en de risico’s inschatten. Voor de bouw ben ik echter sceptischer. Je weet gewoon niet wanneer een gebouw zal vrijkomen. Is dat over tien jaar, vijftig, jaar, een eeuw? Circl kan zonder problemen tachtig jaar mee.

    HH: O ja. Daar sta ik voor in.

    JJ: Maar die eindwaarde is dan dus moeilijk van te voren vast te leggen. Daarom geloof ik meer in een open source benadering, waarbij je op ieder moment weet welk materiaal waar beschikbaar is, zodat je op dat moment kunt beslissen welk materiaal het best bij je past. Je moet niet geforceerd proberen kringlopen te sluiten die tachtig jaar omvatten, want dat red je niet.

    Jij ziet meer in een soort glazenpuien.nl, waarop je in real time kunt zien waar in de buurt glazen puien beschikbaar zijn?

    JJ: Ja, maar dan tweedehandsglazenpuien.nl. En zorg je er als ontwerper maar voor dat je het aangeboden materiaal passend krijgt.

    HH: Dat wil je, ja, dat wil je echt.

    PH: Dat is wat wij als bank ook zien gebeuren. De overheid heeft gezegd dat we in 2030 nog maar 50 procent primaire grondstoffen mogen gebruiken. Denk je eens in dat je over 12 jaar door een gebouw loopt dat in aanbouw is? Daar moet dan dus of 50 procent minder materiaal gebruikt worden, of 50 procent tweedehands spullen, of een combinatie van beide.

    HH: Dat zie je al terug in de regelgeving. Nu al moet je in de vergunningsaanvraag noemen hoeveel secundair materiaal je gebruikt. Die eis is nog heel laag, maar zal natuurlijk snel opgeschroefd worden.

    PH: Over twaalf jaar krijg je gewoon geen vergunning meer wanneer je niet voor minimaal 50 procent circulair bent. Daar zul je als branche dus wel in meemoeten, of je nu wilt of niet.

    'Een gemetselde bakstenen muur kost evenveel als een natuurstenen muur: metselaars zijn schreeuwend duur geworden'

    Aan welke knoppen kan de overheid nog meer draaien om deze transitie te versnellen?

    JJ: Ik denk direct aan het fiscale systeem: de overheid kan arbeid bijvoorbeeld minder belasten. Een pui iets aanpassen omdat-ie niet helemaal past, gebeurt nu niet omdat het te duur is en een nieuwe pui op maat bestellen goedkoper is. Tweederde van de kosten die een aannemer maakt, zijn op een of andere manier arbeidskosten. Slechts eenderde zijn kosten voor grondstoffen. Inmiddels is dat trouwens misschien wel 75-25. Iets wat minder grondstoffen kost, maar meer arbeid, is dus al snel duurder.

    HH: Het is nu al zo erg, dat een gemetselde bakstenen muur evenveel kost als een natuurstenen muur. Metselaars zijn schreeuwend duur geworden.

    JJ: Het maakt bijna niet meer uit voor welk materiaal je kiest. De arbeidskosten zijn zo hoog, dat de materiaalkeuze er bijna niet meer toe doet. Daardoor wordt vaker gekozen voor luxere materialen, met misschien nog wel meer negatieve impact. Als je voor een verlaging van arbeidskosten zorgt, wordt de materiaalkeuze en eventueel de keuze voor hergebruik een belangrijker financieel argument.

    PH: Kun je een gevel in de fabriek laten maken, of moet je een metselaar op een steiger laten staan? De optie met de minste arbeid is de aantrekkelijkste.

    JJ: Dat speelt enorm in op de mogelijkheden van circulair. Een gebouw als dit demontabel maken, daar gaan arbeidsuren in zitten. Dat is de grootste kostenpost. Dan is de sloopkogel goedkoper.

    PH: Klopt, maar het belastingstelsel is meer dan alleen belasting op grondstoffen en arbeid. Neem bijvoorbeeld de btw. Waarom moet ik twee keer btw betalen over een product dat hergebruikt wordt? Als ik een kozijn uit een gebouw haal en verbrand kost dat weinig arbeid en geen btw, maar als ik het schoonmaak en hergebruik, moet de koper er opnieuw 21 procent belasting over betalen.

    JJ: Klopt, dat komen wij constant tegen.

    HH: Toen-ie gemaakt werd is er al BTW over betaald.

    JJ: Voor de overheid zou dit dus een belangrijke knop zijn om aan te draaien om de circulaire economie mogelijk te maken.

    Over twaalf jaar voor de helft circulair, dat lijkt bijna onmogelijk. Denken jullie dat we dat gaan redden?

    HH: Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar toch ben ik hoopvol. Kijk bijvoorbeeld naar een ontwikkeling als ‘van het gas los’. Ik denk dat we nog geen twee jaar geleden allemaal dachten dat we voorlopig nog lekker gebruik zouden maken van het gas uit Groningen. Nu is iedereen ineens wakker en zegt de minister: we stoppen er gewoon mee. Ik woon in een huurhuis uit de jaren ’30, de huisbaas weet nog van niks, het dakoppervlak is te klein voor zonnepanelen. Ik heb nog geen idee hoe ik dat zal oplossen. Maar het gaat wel gebeuren! Dat móét gewoon. Dat geldt voor circulair ook. Ik weet nog niet hoe het gaat gebeuren. Het zal met pijn, met moeite, met schokgolven gaan. Maar het gaat gebeuren, we kunnen niet anders.

    PH: Wat ik hoopgevend vind, is dat er steeds meer bedrijven zijn die van reststromen kasstromen weten te maken. Die 25 miljoen ton bouwafval, daar gaan bedrijven nog allemaal kansen in zien om er iets van te maken. Innovatie zal daarin een belangrijke rol spelen. Ook dat zal bijdragen aan die 50 procent in 2030. Dan kunnen we meer dan we nu denken.

    Kom ook en praat mee

    Follow The Money is mediapartner van twee evenementen die in het Rotterdamse Blue City (2 juli, meld je hier aan) en het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger (10 juli, meld je hier aan) georganiseerd worden. Centraal staat daarbij de vraag hoe een herinrichting van ons fiscale stelsel deze circulaire transitie kan versnellen. Aanmelden kan via de links.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ties Joosten

    Gevolgd door 1155 leden

    Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

    Volg Ties Joosten
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren