© Michiel Wijnbergh

De prijs van een groen Europa

De komende jaren investeert de EU honderden miljarden in verduurzaming. In dit dossier leggen we de belangen bloot. Lees meer

In 2019 presenteerde de Europese Commissie een ambitieus plan om de economie van de Europese Unie in een rap tempo te vergroenen. Een van de doelstellingen: in 2050 moet de EU volledig klimaatneutraal zijn. De plannen zullen onze economie ingrijpend veranderen.

In dit dossier analyseren we de belangen erachter, de strijd om het geld en zoeken we uit wie er aan het langste en kortste eind trekken.

11 Artikelen

Duitse energiereus RWE probeert verliezen kolencentrale bij Nederlandse belastingbetaler neer te leggen

De Duitse energiereus RWE claimt 1,4 miljard van de Nederlandse overheid voor misgelopen inkomsten bij een kolencentrale in Eemshaven. Maar het sommetje klopt niet, blijkt uit een vandaag verschenen rapport. Het energiebedrijf probeert verliezen uit verleden, heden en toekomst te verhalen op de Nederlandse belastingbetaler.

Dit stuk in 1 minuut
  • De Duitse energiebedrijven RWE en Uniper claimen respectievelijk 1,4 miljard euro en 850 miljoen euro schadevergoeding voor het sluiten van hun kolencentrales.
  • Uit een vandaag gepubliceerd rapport blijkt dat de centrales de afgelopen jaren verlies leden en ook in de toekomst niet winstgevend zullen zijn.
  • Het verdrag dat de energiebedrijven gebruiken voor hun claim, het Energy Charter Treaty, is volgens onderzoekers een bom onder het Europese klimaatbeleid en zal wereldwijd tot miljardenclaims leiden.
  • RWE wil inzetten op vergroening, maar vraagt ook daarvoor geld van de staat.
Lees verder

De Nederlandse overheid moet een ‘energierekening’ van rond 5 miljard euro betalen aan energiebedrijf RWE. Als het aan de Duitse energiereus ligt, tenminste. Daar zullen de aandeelhouders die vandaag vergaderen het wel over eens worden. 930 miljoen daarvan krijgt het bedrijf als subsidie voor biomassa als bijstook in zijn Groninger kolencentrale in de Eemshaven. Daar moet in de toekomst nog 2,5 miljard euro aan investeringen in een nieuwe waterstofcentrale bijkomen. Plus een claim van 1,4 miljard voor het gedwongen sluiten van de kolencentrales en de daarmee misgelopen inkomsten. Alleen: de rekensom van deze claim klopt niet. Zo blijkt uit een vandaag verschenen rapport van de drie onafhankelijke onderzoeksorganisaties SOMO, IEEFA en Ember.

Op het eerste gezicht lijkt de claim van RWE redelijk. In 2015 opende het bedrijf zijn kolencentrale in de Eemshaven. De transitie naar fossielvrije energie was toen al ingezet, maar zeven jaar eerder, rond 2008, toen er tot de bouw van deze centrale werd besloten, waaide er in de Nederlandse politiek nog een andere wind. Onder leiding van toenmalig minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken vroeg de regering vanaf 2003 om de bouw van kolencentrales. Dit blijkt uit reconstructies van journalistiek platform PAJ voor FTM en NRC. Vergroten van het aanbod moest de hoge stroomprijzen omlaag krijgen waar de industrie onder gebukt ging. Drie van de vijf Nederlandse kolencentrales zijn dan ook amper vijf jaar oud.

De onderzoekers ontdekten: er zijn helemaal geen misgelopen winsten. De kolencentrales waren de afgelopen jaren al verlieslijdend

RWE voldeed dus alleen maar aan de vraag vanuit de Nederlandse overheid, redeneert het bedrijf nu. Door de in 2019 aangenomen Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie kan het bedrijf de centrale niet zoals gepland veertig jaar laten draaien en daardoor de gedane investeringen niet terugverdienen. De energiegigant wil daarvoor compensatie.

Dat klinkt logisch, ware het niet dat de claim van 1,4 miljard euro om meerdere redenen onhoudbaar is, schrijven de onderzoeksbureau’s SOMO, IEEFA en Ember in hun vandaag verschenen rapport. Ten eerste stelt de overheid dat er in het kolenverbod een overgangsperiode van tien jaar is opgenomen. Genoeg tijd dus voor de bedrijven om hun centrales om te bouwen naar andere energiebronnen. Bovendien is er subsidie voor een uitkoopregeling, maar daarvoor heeft alleen investeringsmaatschappij Riverstone (eigenaar van een van de vier nog draaiende centrales) zich ingeschreven.

Volgens deze regeling zou RWE 512 miljoen euro krijgen voor de Eemshavencentrale en Duitse concurrent Uniper 351 miljoen euro voor de centrale Maasvlakte 3. De bedrijven vinden deze bedragen blijkbaar te laag. Ze willen respectievelijk 1,4 miljard euro en tussen de 850 miljoen en 1 miljard euro zien van de staat. Deze bedragen zijn echter gebaseerd op verkeerde aannames, stellen de onderzoeksbureaus. De onderzoekers doken in de cijfers en jaarverslagen en komen tot een heel andere conclusie: er zijn helemaal geen misgelopen winsten. De kolencentrales waren de afgelopen jaren al verlieslijdend en zullen vanaf 2022 structureel niet meer rendabel zijn. De schadeclaim is volgens de onderzoekers dan ook niets meer dan een poging om de verliezen van de kolencentrale af te wentelen op de Nederlandse belastingbetaler.

De verliezen hebben niet zozeer te maken met het verbod op kolencentrales, maar met stijgende CO2-prijzen en de toename van andere, goedkopere energiebronnen zoals wind en zon. Terwijl de stroomprijzen daalden, zijn de productiekosten gestegen, waardoor de centrales steeds minder rendabel worden. Uit de analyse van de drie onderzoekbureaus blijkt dan ook dat de productie bij alle Nederlandse kolencentrales sinds 2018 daalt. Want als de stroom van een kolencentrale in verhouding te duur wordt, gaat die uit. In 2019 verdween stroom uit steenkool voor het eerst in meer dan 130 jaar voor een paar dagen uit het Nederlandse stroomaanbod. Deze periodes zullen naar verwachting alleen maar toenemen.

De verliezen lopen daarom op. De nettowinst van de centrales is gedaald van 189 miljoen euro in 2018 tot een verlies van 74 miljoen euro in 2020. De winst van de Eemshavencentrale is zelfs met 95 procent gedaald, resulterend in een verlies van bijna 30 miljoen in 2020. En de vooruitzichten zijn niet beter, berekenden SOMO, IEEFA en Ember: vanaf 2022 zijn alle Nederlandse kolencentrales permanent verlieslatend, oplopend tot een totaal verlies van 470 miljoen euro in 2030.

Bouw centrales gebaseerd op inschattingsfouten

RWE en Uniper beweren dat ze het verbod op kolencentrales pas zagen aankomen na de tekening van het klimaatakkoord van Parijs in 2015. Toen waren de investeringen al gedaan en de centrales net klaar om te gaan draaien. De bouw van de centrale in de Eemshaven kostte 3,2 miljard euro.

Eerder onderzoek van FTM heeft echter laten zien dat de business case van het Duitse Uniper nogal wat verkeerde aannames bevatte. Het energiebedrijf heeft de energietransitie simpelweg onderschat. Men ging ervan uit dat de stroomprijs zou blijven stijgen, maar het tegenovergestelde gebeurde. Ook verwachtten de energiebedrijven minder te moeten betalen voor hun CO2-uitstoot, namelijk maar 15 procent van de daadwerkelijke uitstoot. Maar de lobby daarvoor mislukte.

FTM-auteur Ties Joosten concludeerde dan ook: ‘Uniper zoekt helemaal niet naar een schadeloosstelling voor een kolenverbod dat per 2030 ingaat. Het zoekt naar een manier om zijn slechte investeringsbesluit uit 2008 op het bord van de belastingbetaler te schuiven.’ SOMO, IEEFA en Ember onderschrijven deze conclusie, zegt onderzoeker Bart-Jaap Verbeek tegen FTM: ‘RWE stelt na 2030 geen winst meer te kunnen maken. Maar wij laten zien dat dat daarvoor evenmin gebeurt. Ze hebben 3,2 miljard geïnvesteerd, maar is dat dan niet gewoon ondernemersrisico?’

Plan-Lubbers 

Desondanks proberen de energiebedrijven de belastingbetaler te laten opdraaien voor de gestrande investeringen (zogenaamde ‘stranded assets’), zeggen de onderzoekers. RWE heeft voor deze manoeuvre een krachtige stok om mee te slaan: het internationale energiehandvest, oftewel het Energy Charter Treaty (ECT). Dit internationale verdrag maakt het energiemaatschappijen mogelijk om landen voor een internationale arbitragerechter te dagen als ze hun investeringen in deze landen bedreigd zien, bijvoorbeeld door nieuwe energiewetgeving.

Oorspronkelijk was dit verdrag bedoeld om westerse bedrijven zekerheden te bieden bij de verovering van de energiemarkten in de voormalige Oostbloklanden. Nadat toenmalig premier Ruud Lubbers het plan voor een internationale ‘Energie-gemeenschap’ met Oost-Europa tijdens een Europese top in 1990 in Dublin had gepresenteerd, werd het al snel omarmd door zijn westerse bondgenoten en in 1998 ingevoerd.


Bart-Jaap Verbeek, SOMO

"We kunnen meer claims verwachten, niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen die het businessmodel van fossiele bedrijven aantasten"

Nu komt dit beschermingsverdrag als een boemerang terug. Terwijl de ECT ooit bedoeld was om investeringen te beschermen in landen met onzekere of instabiele rechtssystemen, wordt inmiddels 74 procent van de zaken aangespannen door EU-bedrijven tegen andere EU-landen. RWE is niet het enige energiebedrijf dat hiervan gebruik maakt. Uniper, eigenaar van de kolencentrale op de Maasvlakte heeft onlangs een soortgelijke zaak tegen Nederland aangekondigd. In heel Europa lopen op dit moment dit soort claims.

Terwijl er in de eerste tien jaar van het verdrag maar 19 zaken werden aangespannen, groeide dat aantal in het laatste decennium tot 102. En de lijn stijgt, zegt Bart-Jaap Verbeek van SOMO tegen FTM: ‘We kunnen meer claims verwachten, niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen die het businessmodel van fossiele bedrijven aantasten.’ 

Investeerders winnen de meerderheid van de zaken (60 procent), blijkt uit onderzoek van twee internationale onderzoeksorganisaties.

Investigative Europe, een international journalistennetwerk, heeft bovendien uitgezocht dat de door de ECT beschermde infrastructuur voor fossiele energie in de EU, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland een waarde heeft van 244,6 miljard euro. Aangezien bedrijven niet alleen een claim voor de waarde van de infrastructuur kunnen indienen, maar ook voor het verlies van mogelijke toekomstige opbrengsten, kan het bedrag van de compensatieclaims nog hoger oplopen. Overcompensatie ligt op de loer. Dat is ook het geval bij de claim van RWE, concluderen SOMO, IEEFA en Ember.

Duitsland als afschrikkend voorbeeld

De casus Vattenfall versus de Duitse staat laat zien hoe energiereuzen het ECT handig inzetten. Het Zweedse energiebedrijf had in 2012 een zaak aangespannen onder het ECT vanwege de gedwongen sluiting van de Duitse kernenergiecentrales en eiste 4,4 miljard euro schadevergoeding. De zaak sleepte jaren en alleen al de proceskosten waren goed voor 22 miljoen euro belastinggeld. Begin van dit jaar schikte de Duitse staat met Vattenfall en andere eigenaren van kerncentrales voor een bedrag van in totaal 2,4 miljard euro. Vattenfall kreeg 1,4 miljard. Daarmee verviel de ECT-claim.

Een beroep op dit verdrag hangt dus als een zwaard van Damocles boven de Europese regeringen. Alleen al de dreiging met een stap naar de internationale arbitragerechter is voor energiebedrijven een krachtig middel om nieuwe wetgeving te beïnvloeden, zeggen SOMO en andere ngo’s. Overheden denken wel twee keer na eer ze strengere energiewetgeving invoeren, vrezen de ngo’s. De kans op miljardenclaims is immers groot.

Dossier

De prijs van een groen Europa

De komende jaren investeert de EU honderden miljarden in verduurzaming. In dit dossier leggen we de belangen bloot.

Volg dit dossier

Volgens de onderzoekers is uittreden uit het verdrag dan ook de enige oplossing. Maar dat is niet genoeg. Na uittreding zijn buitenlandse investeringen namelijk nog twintig jaar beschermd. Zo daagde het Britse oliebedrijf Rockhopper Italië in 2017 nog voor de rechter, terwijl Italië al een jaar eerder uit het verdrag was gestapt.

Deze zogenaamde zombie-clausule moet dan ook worden afgeschaft zegt Bart-Jaap Verbeek: ‘EU-landen moeten er gezamenlijk uitstappen en afspreken dat de zombie-clausule niet van toepassing is. Dat is al eerder gedaan in een andere zaak en is dus ook mogelijk bij het ECT.’

Wedden op meerdere paarden

RWE en Uniper hebben naast de internationale zaken ook rechtstreeks claims ingediend bij de Nederlandse staat. Daar maken ze naar verwachting minder kans, zegt Verbeek: ‘Investeerders hebben meer procedurele en inhoudelijke rechten onder het ECT. De kans is groter dat ze daar winnen dan bij de Nederlandse rechter.’ De internationale arbitragezaken kunnen wel helpen als drukmiddel, zoals bleek uit de claim van Vattenfall tegen Duitsland. 

Op termijn wil de centrale helemaal overstappen op biomassa. Van sluiting van de centrale is dus geen sprake

Ondertussen casht RWE ook op andere fronten. Voor de bijstook van biomassa in de centrale in de Eemshaven krijgt de energiereus in totaal 930 miljoen euro aan subsidie. Onlangs heeft de centrale een vergunning gekregen om de bijstook van 15 procent te verhogen naar 30 procent. Op termijn wil de centrale helemaal overstappen op biomassa. Van sluiting van de centrale is dus geen sprake. De biomassasubsidie is in de berekeningen van SOMO, IEEFA en Ember niet meegenomen, want de toekomst van deze subsidie is onzeker. De overheid wil haar in 2027 afschaffen. Dus zelfs als de subsidie het verlies van de centrales nu zou opvangen, is dit maar een tijdelijke oplossing. Na afschaffing van de subsidieregeling zijn de kolencentrales nog steeds niet rendabel.

Nieuwe investering: waterstof

En dan is er nog de nieuwe ster aan het energiefirmament: waterstof. RWE wil de toekomstige biomassacentrale in de Eemshaven inzetten voor de productie van groene waterstof. Daarom is RWE in 2020 in de New Energy Coalition gestapt, een netwerk van onder meer Gasunie, Groningen Seaports, Shell Nederland, NAM, onderwijsinstellingen en de drie noordelijke provincies. De organisatie wil met het project NortH2 de grootste groene waterstoffabriek van Europa bouwen en de provincie Groningen daarmee tot internationale waterstof-hub maken.

Maar de productie van groene waterstof is duur. Men moet grote windparken op zee bouwen en voor het transport van waterstof een nieuwe infrastructuur aanleggen, dan wel bestaande ombouwen. Dat willen de bedrijven niet zelf betalen en ook daarvoor kloppen ze aan bij de overheid: 2,5 miljard euro willen ze van de staat. Hiervan zou ook RWE profiteren. Met een beetje geluk weet RWE dan zowel de verliezen van de kolencentrale als de investeringen in nieuwe energiebronnen af te wentelen op de Nederlandse belastingbetaler. De mogelijke winsten die zo’n centrale dan maakt, zijn uiteraard voor RWE zelf.

Dit verhaal is tot stand gekomen met medewerking van Jilles Mast van het Platform Authentieke Journalistiek.

Reactie RWE

RWE, Uniper en Onyx hebben de conceptversie van het rapport gelezen, maar wilden er niet inhoudelijk op reageren. Op vragen van FTM reageert RWE als volgt:

‘We steunen de energietransitie in Nederland nadrukkelijk en zijn daarom ook bezig met nieuwe projecten zoals zonneparken, offshore windmolens en waterstof. Aangezien in de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie geen compensatie is afgesproken voor het verlies van eigendom zien we ons genoodzaakt een internationale rechtszaak te beginnen. Het schadebedrag is gebaseerd op interne berekeningen, daar doen we verder geen uitspraken over. Er zijn meerdere mogelijkheden om de waarde van centrales te berekenen en SOMO heeft daar een van gekozen en uitgewerkt. En dat is niet per se de route die RWE heeft gekozen. 

De overgangsperiode van tien jaar is voor ons geen vorm van compensatie omdat tegelijkertijd ook de subsidie op biomassa is afgeschaft. We zijn wel bezig om de centrales om te bouwen naar biomassa, maar biomassacentrales zijn zonder subsidie van de staat niet rendabel, waardoor we nog steeds inkomsten mislopen.’

Lees verder Inklappen