Duitse justitie vervolgt journalist voor publicatie CumEx Files [update]

    Het Openbaar Ministerie in Hamburg is een strafrechtelijk onderzoek begonnen tegen een journalist van het Duitse onderzoeksplatform Correctiv. Hij wordt verdacht van het openbaren van bedrijfsgeheimen in het kader van The CumEx Files. Dat gebeurde op basis van een Europese richtlijn, die in Nederland overigens al bijna wet is.

    [Update 12 juli 2019: Vandaag maakte de Duitse justitie bekend dat het strafrechtelijk onderzoek tegen de hoofdredacteur van het Duitse onderzoeksplatform Correctiv is gesloten. Oliver Schröm werd verdacht van het openbaren van bedrijfsgeheimen van de Zwitserse bank Sarasin in het kader van The CumEx Files. Maar na 423 dagen concludeerde het Openbaar Ministerie in Hamburg dat er onvoldoende aanleiding is voor verder onderzoek, laat staan voor een aanklacht. Tegen de vervolging bestond zowel binnen als buiten Duitsland veel verzet, omdat die het werk van onderzoeksjournalisten onmogelijk zou maken.

    De Europese richtlijn waarvan elders in dit stuk sprake is (onder het kopje ‘Europese richtlijn is in Nederland al bijna wet’) is in Nederland inmiddels ingevoerd.]

    Het gaat om interne documenten van de Zwitserse bank Sarasin, een voormalige dochter van de Rabobank. Uit deze stukken blijkt dat Sarasin betrokken was bij frauduleuze CumEx-transacties, een praktijk die momenteel door een ander deel van het Duitse OM, namelijk het parket in Keulen, wordt onderzocht.

    Op 18 oktober begon een internationaal consortium van onderzoeksjournalisten over de zogeheten CumEx Files te publiceren. Enkele weken daarna kreeg de leider van het consortium, de Hamburgse journalist Oliver Schröm van Correctiv, bericht van een bron: die was verhoord door ambtenaren van het Openbaar Ministerie in Hamburg. Zodoende ontdekte Schröm dat het Hamburgse OM een onderzoek tegen hem is gestart, op basis van een artikel in het Duitse wetboek van strafrecht dat het openbaren van bedrijfsgeheimen verbiedt.

    Volgens Schröm handelt het Duitse OM niet op eigen initiatief, maar heeft het de zaak overgenomen van het Zwitserse OM, dat al in 2014 een strafrechtelijk onderzoek naar hem was begonnen.

    De aanleiding daarvoor was een publicatie van Schröm in het Duitse weekblad Stern in 2014, over een civiele rechtszaak die de Duitse miljardair Carsten Maschmeyer had aangespannen tegen de Zwitserse bank Sarasin & Cie. In de periode dat deze bank nog een dochter was van de Rabobank, was Maschmeyer door Sarasin benaderd om miljoenen te investeren in een fiscaal product dat achteraf een CumEx-fonds bleek te zijn. Het rendement van dit product hing af van de bereidheid van de Duitse fiscus om dividendbelasting terug te betalen waarop het fonds feitelijk geen recht had. Toen de Duitse belastingdienst in 2012 ontdekte dat zij het slachtoffer was van grootschalige CumEx-handel, werden de dividendteruggaven gestopt. Maschmeyer kon fluiten naar zijn investering en begon een rechtszaak tegen Sarasin.

    Uit documenten die Correctiv in bezit kreeg, bleek hoe diep Sarasin bij deze dubieuze handel was betrokken.

    Zwitserland draagt de zaak aan Duitsland over

    De afgelopen jaren merkte Oliver Schröm niets van het strafrechtelijk onderzoek: ‘Ik ben diverse keren naar Zwitserland gereisd en al die keren is er niets gebeurd.’

    ‘Dit betekent dat wij geen informatie kunnen aannemen van een bron, en geen vertrouwelijke bedrijfsdocumenten kunnen publiceren’

    Maar in de zomer van 2018 dreigde de zaak in Zwitserland te verjaren. Schröm: ‘Omdat de Zwitsers wel inzagen dat Duitsland mij nooit zou uitleveren en het delict – te weten: publiceren met gebruikmaking van Sarasins interne documenten – in Duitsland was gepleegd, hebben ze contact opgenomen met hun collega’s in Hamburg en hun dossier overgedragen.’ Dat gebeurde toevallig precies op de dag dat Correctiv, samen met het weekblad Die Zeit en het Zwitserse journalistencollectief Republik, met het nieuws kwam dat het Zwitserse OM een advocaat in Stuttgart beschuldigt van Wirtschaftsspionage, oftewel economische spionage. De advocaat zou vertrouwelijke documenten van bank Sarasin aan een Duitse rechter hebben gegeven. Op ‘Wirtschaftsspionage’ staat een gevangenisstraf van meer dan drie jaar.

    Schröm: ‘Dat de Zwitsers een onderzoek tegen mij waren begonnen, verbaasde me niet, maar dat de Duitsers mij nu onderzoeken is werkelijk bizar. Het gaat om documenten die ik heb ontdekt en waaruit bleek dat een Zwitserse bank bezig was de Duitse staatskas leeg te roven. Dus de Zwitsers pogen de journalisten te criminaliseren in plaats van de banken te onderzoeken.’

    Nadat een bron hem op de hoogte had gesteld van het Duitse onderzoek, nam Schröm een advocaat in de arm om zijn dossier in te zien. Uiteindelijk kreeg hij dat: het was 300 pagina’s dik. Uit het dossier blijkt dat het Hamburgse OM het onderzoek na publicatie van de CumExFiles op 18 oktober heeft geïntensiveerd.

    ‘Het dossier staat vol persoonlijke dingen: met wie ik ben getrouwd, wie het huis bezit waarin ik woon etc. Ze hebben met mensen gesproken van wie ze denken dat ze bronnen van mij zijn. Daar heb ik allemaal niks van geweten. Ik geloofde het eerst ook niet, totdat een bron mij een document toonde waaruit bleek dat hij als getuige was gehoord.’

    Wat de zaak hem persoonlijk doet, vindt Schröm niet zo interessant: ‘Belangrijker is wat dit betekent voor de journalistiek. Ik heb niets fout gedaan, maar als ik word veroordeeld betekent het dat wij als journalisten wel kunnen stoppen met ons werk, dat wij geen informatie meer kunnen aannemen van een bron of een klokkenluider, en geen vertrouwelijke bedrijfsdocumenten meer kunnen publiceren. Want dat wordt nu allemaal gecriminaliseerd.’ Onderzoeksjournalisten zijn sterk afhankelijk van vertrouwelijke documenten waaruit ze kunnen citeren of die ze publiceren, benadrukt hij. ‘Je moet een bewering altijd kunnen staven.’

    Europese richtlijn is in Nederland al bijna wet

    Ging de Zwitserse zaak nog om een economisch delict, de Duitsers gaan een stap verder. Zij vervolgen Schröm vanwege het openbaren van bedrijfsgeheimen, een artikel in het wetboek van strafrecht dat binnenkort dreigt te worden aangescherpt. Dat is het gevolg van een Europese richtlijn die door alle EU-leden in de nationale wetgeving moet worden ingevoerd. De richtlijn is volgens non-profitorganisatie Corporate Europe Observatory tot stand gekomen na een zware lobby van het bedrijfsleven, zo blijkt uit een rapport van 28 april 2015.

    Volgens de allereerste versies van de richtlijn zouden klokkenluiders, (onderzoeks)journalisten en vakbonden die geheime bedrijfsdocumenten openbaar maken, voor de rechter moeten aantonen dat ze dat hadden gedaan om ‘journalistieke redenen’, bijvoorbeeld om fraude of een misstand te onthullen. Door tussenkomst van de Europese Federatie van Journalisten en Reporters Without Borders kon de tekst zo worden aangepast dat de richtlijn volgens Corporate Europe Observatory nu voldoende bescherming biedt voor klokkenluiders. Maar nog steeds bestaat de kans dat nieuwsorganisaties zich wel voor de rechter moeten verantwoorden.

    Risico’s voor journalisten en nieuwsmedia

    Hoewel individuele journalisten ook onder de nieuwe wet gevrijwaard lijken te zijn van een rechtszaak, ligt dat voor nieuwsorganisaties anders. Nieuwsmedia die onthullingen doen – bijvoorbeeld over een woekerpolis, een schadelijk derivaat, een ondeugdelijk geneesmiddel of sjoemelsoftware bij dieselauto’s – kunnen nog steeds te maken krijgen met advocaten die op basis van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen met een rechtszaak dreigen. Dat geldt met name voor media die hun onthullingen baseren op interne bedrijfsdocumenten, zoals FTM deed over de betrokkenheid van de toenmalige Rabobank-dochter Sarasin bij CumEx-transacties. En al kan een rechtszaak uiteindelijk vaak worden voorkomen: het levert extra werk op en veel juridische kosten op om jezelf te verweren. Met name voor kleine media kunnen die kosten een reden vormen om terughoudender te worden.

    Lees verder Inklappen

    Nederland heeft als een van de eerste EU-lidstaten die de richtlijn in nationale wetgeving verwerkt. Op 10 november 2017 stuurden de ministers Sander Dekker (Rechtsbescherming) en Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) hun voorstel voor de Wet bescherming bedrijfsgeheimen naar de Tweede Kamer. In de Memorie van Toelichting (MvT) stelden de bewindslieden dat hun wetsvoorstel een evenwicht bood tussen enerzijds de bescherming aan bedrijven die hun informatie geheim willen houden, en anderzijds de rechten van klokkenluiders, journalisten en anderen. ‘Hierdoor kan onderzoeksjournalistiek worden verricht zonder nieuwe beperkingen, ook wat betreft de bescherming van journalistieke bronnen.’ De bewindslieden voegden eraan toe dat de wet niet bedoeld is voor  iemand die een bedrijfsgeheim onthult ‘om daarmee wangedrag, fouten of illegale activiteiten aan de kaak te stellen, op voorwaarde dat die persoon handelde met het oog op de bescherming van het algemeen belang’.

    Kamerlid Mahir Alkaya (SP) was een van de weinigen die kritiek op het wetsvoorstel leverden

    Op 12 april 2018 vergaderde de Kamer alsnog 40 minuten plenair over de nieuwe wet, nadat die eerst als hamerstuk op de agenda had gestaan. Het nieuwe Kamerlid Mahir Alkaya (SP) was een van de weinigen die er kritiek op leverden. Ondanks de fraaie woorden in de MvT vreesde hij dat klokkenluiders en journalisten op grond van de nieuwe wet voor de rechter konden worden gebracht, en vroeg in een amendement om journalisten expliciet te vrijwaren. ‘Alleen al de dreiging van een rechtszaak kan voor een klokkenluider of een journalist genoeg zijn om terughoudend te worden. Om dat te voorkomen heb ik dit amendement ingediend,’ zegt Alkaya. Ondanks steun van zijn eigen partij, de PvdA, GroenLinks, de Partij voor de Dieren, DENK en 50PLUS werd het amendement verworpen.

    Voor de wet en de behandeling daarvan is geen aandacht geweest vanuit de journalistieke professie. Alkaya: ‘Dat heeft me verbaasd. Er waren alleen wat maatschappelijke organisaties aanwezig.’

    Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten is het met Alkaya eens dat journalisten onder het bereik van de nieuwe wet kunnen vallen: ‘Het staat niet expliciet in de wet dat dat niet zo is en een amendement om journalisten beter te beschermen, heeft het niet gehaald.’ Maar aangezien de MvT duidelijk stelt dat er geen nieuwe beperkingen komen voor onderzoeksjournalisten, denkt Bruning dat het niet snel tot een veroordeling zal komen. ‘Dan blijf je wel zitten met extra werk en juridische kosten, maar de wet heeft het voordeel dat degene die een procedure wint alle kosten vergoed krijgt. Stel dat een groot bedrijf een gerenommeerd advocatenkantoor inhuurt om te procederen, dan kun je ook zelf een goede advocaat in de hand nemen, want zijn kosten krijg je vergoed. Maar dan moet je de zaak dus wel winnen.’

    Het wetsvoorstel en de behandeling in de Kamer was voor Bruning overigens geen ‘top of mind’: ‘Wel hebben we een ruwe check gedaan of de exceptie voor journalisten wel in de MvT stond.’

    De Wet bescherming bedrijfsgeheimen moet nog door de Eerste Kamer worden behandeld.

    Bekijk hier het interview dat FTM deed met Schröm.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 1960 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Siem Eikelenboom

    Gevolgd door 538 leden

    Werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.

    Volg Siem Eikelenboom
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    The CumEx Files

    Gevolgd door 2471 leden

    Hoe banken en brokers Europese belastingdiensten voor miljarden beroofden.

    Volg dossier