De Duitse kruisbroeders

    De Duitsers moeten zich economisch uitleven en meer gaan importeren, vinden de Amerikanen. Maar de Europese motor pijnigt zichzelf liever met ongepast calvinisme. Volgens Jesse Frederik is Zuid-Europa daar de dupe van.

    In de pestjaren (1346-1351) verspreidde zich razendsnel een beweging over Duitsland en de Lage Landen. In hun witte kledij gingen deze ‘broeders van het kruis’ geregeld drieëndertig en een halve dag lang op zondetocht. Tweemaal daags voerden ze dan hun ritueel uit. De kruisbroeders lazen een brief van een engel voor, wierpen zich ter aarde en begonnen al zingend zichzelf met een zweep te bewerken tot het bloed vloeide. De pest, zo wisten ze, was een straf van God. Zijn toorn kon alleen getemperd worden met zelfkastijding. De afgelopen weken werd zichtbaar dat het moderne kruisbroederschap inmiddels is doorgedrongen tot de Duitse regering. In een rapport over valuta’s bekritiseerde het Amerikaanse ministerie van Financiën vorige week het Duitse model. ‘De armoedige groei van de Duitse binnenlandse vraag en de afhankelijkheid van de export­sector’ hebben het herstel in de eurozone belemmerd. Het Duitse handelsoverschot is asociaal, vinden de Amerikanen. De achterblijvende Duitse import gaat immers ten koste van de export van Zuid-Europa. De mededeling was duidelijk: Duitsland, staakt uw calvinisme en leef je uit. Zo’n blijde boodschap krijg je niet vaak. Het Duitse ministerie van Economische Zaken reageerde echter als door een gele haarkwal gestoken. Het Duitse handelsoverschot, het verschil tussen de uitvoer en invoer, was ‘een teken dat de Duitse economie competitief is en er wereldwijd vraag is naar hoogwaardige Duitse producten’. En daar is niets asociaals aan. Het bewijst juist het succes van het Duitse model. Een succes waar het Zuiden nog wat van kan leren (en nu al vier jaar van aan het leren is – de stakkers). Het Duitse dogma is welbekend: de Germaanse arbeider heeft jarenlang ingeleverd, de lonen gematigd, de uitkeringen gereduceerd, de arbeidsmarkt geflexibiliseerd. Maar al deze pijn werpt nu zijn vruchten af. Duitsland is het uitvoerland bij uitstek. Zuid-Europa liet daarentegen de discipline varen, de lonen liepen uit de pas, de uitkeringen waren te ruim, het ontslagrecht te rigide. Daarom stoomt Duitsland nu vrolijk door, en staat Zuid-Europa stil. Dat is een mythe. Loonmatiging had niet primair als resultaat dat Duitsland competitiever werd. Een VW Golf wordt alleen goedkoper als Volkswagen de lagere lonen doorrekent in de autoprijs. De prijzen van Duitse exportgoederen stegen echter harder dan de lonen in de exportsector. Kortom, loonmatiging had vooral als resultaat dat de winsten stegen. Leuk voor de aandeelhouders, maar Volkswagens worden er niet concurrerender op. Belangrijker nog: de Zuid-Europese exportprestaties waren eigenlijk niet zo slecht vergeleken met Duitsland. Van 1999 tot 2007 steeg de uitvoer in Duitsland met 89 procent, terwijl deze in bijvoorbeeld Spanje met 88,6 procent steeg. Eigenlijk had het Duitse handelsoverschot in de aanloop naar de crisis überhaupt weinig met de exportprestaties te maken. Twee economen van de Banque de France laten in een onderzoek zien dat er in Europa nauwelijks een verband was tussen de stijging van de uitvoer en de stijging van het handelsoverschot. Wat veroorzaakte dan wel verschillen in de handelsbalans? De invoer! Er was sprake van een heuse importhausse in Zuid-Europa. Een vloedgolf aan goedkoop krediet stroomde het Zuiden binnen om geïnvesteerd te worden in vakantiehuisjes, golfbanen, seniorenresorts en andere vastgoedwaanzin. Het resultaat was dat zich een enorme binnenlandse vraag ontwikkelde in de bouw en andere aan vastgoed gerelateerde sectoren.

    Duitsland, staakt uw calvinisme en leef je uit

    Dat had weinig effect op de export, maar wel op de import. De Spaanse invoer nam met maar liefst 123 procent toe tussen 1999 en 2007, terwijl de Duitse invoer met slechts 73 procent toenam. Het gevolg was dat Spanje en andere landen steeds verder in het rood stonden. Niet omdat ze niet konden exporteren, maar omdat ze als waanzinnigen importeerden. Alles wijst er dus op dat de eurocrisis niet een simpel ‘concurrentiekracht’-verhaal is waarin Duitsland zegeviert. Veel export duidt misschien op een concurrerende economie, maar een handelsoverschot toont vooral dat er weinig wordt uitgegeven en dus geïmporteerd. De eurocrisis is een verhaal van financiële bubbels, van Duitse banken die kansen zagen om in zonnigere oorden te investeren, van Duitsland dat zelf niet importeerde – maar niet van gebrekkige concurrentiekracht. Toch voert dit type gebroeders-Grimm-economie de boventoon. Gevaarlijk, want een verkeerde diagnose leidt tot verkeerde oplossingen. Allemaal naar Duits model de import beperken en de export bevorderen is een heilloos pad. De Amerikanen hebben het goed gezien. Het importzwaartepunt moet verschuiven van tekortlanden als Spanje naar overschotlanden als Duitsland. Je zou denken dat een btw-verlaging in Duitsland niet zo moeilijk te verkopen moet zijn. Maar de psyche van de kruisbroeder, die er heilig van overtuigd is dat pijn fijn is en bloed goed, heeft zich meester gemaakt van de Duitser. Lichtpuntje: de Zwarte Dood ging ook vanzelf over.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren