PvdA-senator Adri Duivesteijn vindt dat het tijd wordt voor een tweede verzelfstandiging van de corporatiesector. 'De sector moet worden teruggegeven aan de samenleving,' zegt hij in een interview met Follow the Money.

    PvdA Eerste Kamerlid Adri Duivesteijn (63) houdt zich zijn hele carrière al bezig met volkshuisvesting. In Nederland wordt zijn kennis op dat terrein geroemd door vriend en vijand. Duivesteijn was van 1980 tot 1989 in Den Haag wethouder Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing. Van 1994 tot 2006 zat hij voor de PvdA in de Tweede Kamer en was langdurig woordvoerder volkshuisvesting. In de periode 2002-2003 was hij lid van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid. Van 2006 tot 2013 werkte hij als wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen in Almere.

    Sinds februari 2013 is hij als senator teruggekeerd naar de landelijke politiek. Eind vorig jaar dreigde hij in die rol het kabinet op te blazen over de verhuurdersheffing. Duivesteijn staat bekend als een gedreven, ideologisch bevlogen politicus, die out of the box durft te denken, de confrontatie niet schuwt en plannen in daden omzet. Het gesprek over de parlementaire enquête had plaats in de studeerkamer van zijn Haagse woning.

    > De Parlementaire Enquête over woningcorporaties is voorbij. Er wordt nu gewerkt aan het eindrapport en de aanbevelingen. Wat verwacht u daarvan?

    ‘Ik ben een beetje bang dat die aanbevelingen te veel binnen het bestaande stelsel zullen blijven. De Commissie heeft zich vooral gericht op de affaires en de partijen die daarin een rol speelden en in het openbaar veel minder mogelijke nieuwe stelsels verkend. Ik verwacht dus dat het advies wordt om in essentie het huidige stelsel in stand te houden, maar met een verdere aanscherping van het toezicht. Ik hoop natuurlijk dat de zoektocht van de Enquêtecommissie tot fundamentelere inzichten heeft geleid. Meer toezicht op het toezicht is niet de oplossing, er is iets wezenlijk mis met het corporatiestelsel.’

    > Wat zit er dan niet goed? 

    ‘In 1994 vond de brutering plaats. Een puur financiële operatie, waarbij de schulden van de sector en de subsidietoezeggingen tegen elkaar werden weggestreept. Daarmee was de sector technisch verzelfstandigd, maar er is nooit een echte verzelfstandigingsoperatie uitgevoerd. Je kunt niet zomaar alle financiële banden doorsnijden, zonder dat er een set van checks and balances wordt ingevoerd en er duidelijke afspraken worden gemaakt over wie de eigenaar is van de sector. De politiek was al die jaren niet bereid om op dat gebied eensluidende keuzes te maken. De corporaties zijn toen, min of meer onder leiding van de toenmalige Aedes-voorzitter Willem van Leeuwen, toegegroeid naar een systeem van zelfregulering. Een groot deel van de politiek geloofde daar ook in, maar er was geen consensus. Zolang de waarde van woningen en grond bleef stijgen, leek dat systeem van zelfregulering ook te werken. Alle inefficiënties konden worden verdoezeld door de winsten op nieuwgebouwde koopwoningen en door een paar extra leegstaande huurwoningen te verkopen. De corporaties werden door de politiek alleen afgerekend op hun inzet bij gebiedsontwikkelingen.’

    > U zegt dat de politiek geen keuze wilde maken, maar welke ideeën hadden de verschillende stromingen over de status van de corporatiesector?

    ‘Die ideeën van toen zijn in feite dezelfde als die van nu. Binnen de PvdA vindt eigenlijk iedereen corporaties nuttige instellingen, maar er is verschil van menig over wie het in de sector voor het zeggen moet hebben. De ene groep vindt dat de huurder het laatste woord hoort te hebben, maar er is ook een groep, vooral van middenveldbestuurders met een PvdA-achtergrond, die voor zelfregulering is.

    De VVD ziet de sector als een noodzakelijk kwaad. De uitgangspunten zijn dat de sector veel kleiner moet worden en dat de markt een belangrijkere rol moet vervullen. Minister Blok zit duidelijk op dat spoor. 

    'Het systeem is footloose. Het is van niemand meer, behalve dan van het old boys-netwerk dat het conglomeraat runt'

    Het CDA is, net als de VVD, tegen een grote overheid, maar daarnaast voor een sterk maatschappelijk middenveld. Middenveldorganisaties mogen geen uitvoeringsorganisaties zijn van de overheid, maar moeten zo onafhankelijk mogelijk opereren. Een beetje als een overheid op zich, alleen de democratische legitimering ontbreekt. 

    Door die verschillende visies en de steeds wisselende coalities is er nooit een consistent stelsel voor het middenveld ontstaan, met voldoende checks and balances en duidelijkheid over eigendom en zeggenschap. Er zijn drie eigendomsopties: de staat, de markt of de huurders. Pas als je over die eigendomsvragen knopen doorhakt, kan er een consistent stelsel ontstaan.’

    > Wie zijn volgens u dan nu eigenaar van de corporaties?

    ‘Het systeem is footloose. Het is van niemand meer, behalve dan van het old boys-netwerk dat het conglomeraat runt. Daarom pleit ik voor een terugkeer naar de verenigingsstructuur. Nu zijn bijna alle corporaties stichtingen en ze beschouwen hun huurders als woonconsumenten. Als je terugkeert naar de verenigingsstructuur, worden de huurders in feite de ‘eigenaren’ en controleren zij of het management zich houdt aan haar sociale taakstelling. Eigenlijk een democratisering van dit deel van het middenveld. Daarbij moet er wat mij betreft ook zeggenschap zijn over het bestuur van de corporatie.’

    > Hebben huurders wel genoeg kennis en genoeg betrokkenheid om die actieve rol te vervullen? Voor het controleren van een corporatie is tegenwoordig veel expertise nodig.

    ‘In de eerste plaats zit er geen ratio achter doorgaan met fuseren tot je 60.000 of meer eenheden hebt. Schaalvoordelen spelen nauwelijks in de corporatiesector. Kleinere eenheden zijn overzichtelijker en de band tussen de huurders en de corporatie is dan veel inniger. In de tweede plaats heeft de LPF-revolutie van 2002 aangetoond dat een groot deel van de bevolking er geen zin meer in heeft om door regenten te worden bestuurd. Daarbij is het opleidingsniveau, ook van de doelgroep, hoger dan ooit. Er zijn echt genoeg mensen die de kennis hebben om een volwaardig lid van een woningbouwvereniging te zijn. Waarom zouden mensen wel het landsbestuur mogen kiezen maar geen invloed hebben op hun eigen corporatie?'

    'Er moet iets gebeuren aan die belachelijke omvang van veel corporaties'

    Zal er in de toekomst nog behoefte zijn aan corporaties?

    ‘Dat denk ik wel. Corporaties hebben en houden een functie, maar er moet wel iets gebeuren aan die belachelijke omvang van veel corporaties. Het is volgens mij dan ook tijd voor een tweede verzelfstandiging. Eerst werden in 1994 de woningcorporaties onafhankelijk van de centrale overheid en nu is de tijd rijp om ze aan de samenleving te geven. De vereniging is daarvoor een goede rechtsvorm voor de corporatie. Maar waarom zouden wij parallel daaraan in Nederland niet een coöperatiesector opzetten? Dat zou kunnen voor nieuwbouwprojecten, maar ook voor de bestaande woningvoorraad. Een coöperatie is zeer geschikt voor zelforganisatie. Zo’n organisatie kun je op alle manieren faciliteren. Denk aan allerlei soorten advies, onderhoud of garanties. Er zal sowieso binnen de kortste keren een cluster van dienstverleners ontstaan rondom die kleinschalige coöperaties. Omdat ieder lid ervan doordrongen is dat het belang van de coöperatie samenvalt met zijn eigen belang, zal er vanzelf een balans ontstaan tussen zaken als betaalbaarheid, onderhoud en kwaliteitsverbetering. Je kunt als coöperatie ook in je statuten opnemen dat je initiatief neemt om nieuwbouw te plegen. Voor alle duidelijkheid, ik wil niet als Aedes-voorzitter Marc Calon, de corporaties omvormen tot coöperaties en verder het stelsel ongewijzigd laten. De principiële wijziging zit juist in het op gang brengen van een structurele zelforganisatie binnen het sociale woonstelsel.’

    > Tijdens uw wethouderschap in Almere heeft u ook een model van zelforganisatie geïntroduceerd. Hoe stak dat in elkaar?

    ‘Inderdaad, mensen konden op een stuk grond een gezinswoning bouwen: zelfbouw. De stichtingskosten bedroegen bijna 190.000 euro. Afhankelijk van het inkomen moest dat bedrag voor 60 of 70 procent worden gefinancierd met een gewone hypotheek. De rest ging via een starterslening. Die wordt afgerekend, inclusief de rente, als iemand duidelijk meer gaat verdienen of zijn huis met winst verkoopt. Zo hebben zo’n 600 huishouden uit de doelgroep een grotere, kwalitatief betere, eigen woning gekregen dan als ze waren blijven huren. En het gaat nog steeds om zeer betaalbare woningen. Zo zet je mensen in hun kracht en maak je ze zelf verantwoordelijk voor hun eigen leven en de directe woonomgeving.’

    'Als de Enquêtecommissie geen duwtje gaat geven in de goede richting, ben ik somber over de sociale toekomst van deze sector'

    > Hoe kijkt u aan tegen de verkoop van 30.000 Vestia-woningen tot 2020? Die gaan naar de markt, zoals Blok dat graag ziet.

    ‘Daar wordt een hoop maatschappelijk vermogen verbrast. Ik zou zeggen:  follow the money. Die Vestia-woningen gaan gemiddeld van de hand voor 105.000 euro. Dat is een lage prijs, maar die wordt bedongen door de commerciële investeerders, omdat die anders te weinig rendement kunnen maken. Ik zou die woningen liever via een coöperatie aan de verhuurders verkopen. Dan krijg je aanzienlijk meer geld per woning, de huurders houden redelijke woonlasten en je maakt mensen via een mooie structuur eigenaar van hun eigen woning. Maar ik zeg dit soort dingen al sinds 1996. In 2013 heb ik het nog eens opgeschreven in een essay De Wooncoöperatie, op weg naar een zelfregulerende samenleving. In het debat over het Woonakkoord heb ik dit ingebracht en van minister Blok de toezegging gekregen dat hij deze rechtsvorm binnen het woonstelsel wettelijk mogelijk wil maken. Dat zal dus nog in de komende maanden zijn beslag moeten krijgen. Ik kan alleen maar hopen dat ook de Enquêtecommissie een duwtje gaat geven in de goede richting. Zo niet dat ben ik somber over de sociale toekomst van deze sector. Dan zullen vooral de wetten van de markt gaan domineren en blijven de laagste inkomens in een afhankelijkheidsrelatie, opgesloten in een woningstelsel dat alleen met veel huurtoeslag in stand kan worden gehouden. Dat moet je met elkaar niet willen.'

    Foto: Liesbeth Jansons / Wikiportret.nl / Creative Commons 


    Meer informatie over Adri Duivesteijn

    • Persoonlijke site Adri Duivesteijn , bevat veel archiefmateriaal, artikelen en foto's over zijn visie en de verschillende projecten die hij heeft opgezet
    •  Interview met Vrij Nederland ('Na mijn maiden speech belde Diederik me woedend op' / 22 jan. 2014)
    • Parlement & Politiek
    • De reportage-serie van Peter Hendriks over de Parlementaire Enqûete Woningcorporaties voor Follow the Money in het FTM-dossier Woningcorporaties

      Peter Hendriks is gastauteur van Follow the Money. Hij is als zelfstandig consultant gespecialiseerd in het doorlichten van woningcorporaties in opdracht van Raden van Toezicht. De afelopen maanden heeft hij voor Follow the Money de parlementaire enquete naar de woningcorporaties gevolgd en van commentaar voorzien.

      Email: P.Hendriks.Senior@Gmail.com

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 963 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 955 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier