© JanJaap Rypkema

Hoe de Belgen met stille staatssteun de Nederlandse kranten in handen kregen

  • Nogmaals, vrijgesteld niet nul-tarief. Lees je in btw regels als je er over schrijft. Want deze fout is beschamend!
  • Nee niet nultarief maar vrijgesteld. Bij nultarief mag je de voorbelasting aftrekken bij vrijgesteld niet.

Twee freelancers eisen voor de rechter een ‘billijke vergoeding’ van de Persgroep, de grootste krantenuitgever van Nederland. Onderbetaling van freelancers is een gevolg van het duopolie in Vlaamse en Nederlandse dagbladen van de Persgroep en Mediahuis. De twee uitgevers konden dit duopolie deels opbouwen dankzij een jaarlijkse subsidiestroom van de Belgische staat van tientallen miljoenen euro’s.

Over dit onderzoek

Wat hebben we ontdekt?

  • De Persgroep en Mediahuis bezitten samen ruim 85 procent van de Nederlandse dagbladen, regionaal en landelijk. In meerdere provincies ontstaat zo een monopoliepositie.

  • De Vlaamse uitgevers konden deze positie bereiken mede dankzij staatssteun. De Belgische overheid subsidieert dagbladbezorging door Bpost, de Belgische tegenhanger van PostNL.

  • Door deze subsidie kunnen de Persgroep en Mediahuis ieder jaarlijks rekenen op een voordeel van 32 miljoen euro. Dat is meer dan de Persgroep aan zijn 4500 Nederlandse freelancers uitgeeft.

Hoe hebben we dat onderzocht?

  • Dit verhaal is begonnen in de zomer van 2018 met een onderzoek door een aspirant-onderzoekster bij FTM. Zij las jaarverslagen en andere documenten en voerde een aantal gesprekken, onder meer met Miriam van der Burg, een Nederlandse wetenschapper die in 2017 promoveerde op de machtsconcentratie in de Vlaamse en Nederlandse dagbladwereld.

  • Vanaf oktober 2018 zette ik het onderzoek voort. Voor dit verhaal voerde ik meer dan twintig gesprekken, merendeels met (oud-) bestuurders en -werknemers van dagbladbedrijven, maar ook met wetenschappers, consultants en journalisten. Belangrijke andere bronnen zijn de Belgische en Nederlandse jaarverslagen van de dagbladuitgevers, hun persberichten en de mediapublicaties over hen van de afgelopen tien jaar.

Waarom moet ik dit lezen?

  • Britt van Uem en Ruud Rogier slepen de Persgroep voor de rechter wegens structurele onderbetaling. De freelancers zijn daarmee de enigen die zich weren tegen de gevolgen van een stille overname door twee Vlaamse uitgevers van bijna alle Nederlandse kranten.

  • De Belgische miljoenensubsidies verdienen nader onderzoek, ook al is de Vlaamse verovering van de Nederlandse dagbladmarkt een voldongen feit. Want ondanks het verlies aan adverteerders en betalende lezers blijft de papieren krant een machtig medium en daardoor ook een belangrijk podium voor onafhankelijke journalistiek. Alleen de Persgroep al claimt met zijn Nederlandse kranten dagelijks miljoenen lezers te bereiken.

Lees verder

Journalistieke zorgvuldigheid is belangrijk, benadrukt Britt van Uem in haar slotverklaring voor de Amsterdamse kantonrechter. Juist in de regionale journalistiek, zegt de voormalige freelance verslaggever van het Twentse dagblad Tubantia. ‘De mensen over wie je schrijft kennen elkaar, ze kennen de journalist en ze zijn meestal ook precies op de hoogte van de feiten in je artikelen.’ Van Uem valt stil. Tranen wellen op, ze moet even pauzeren. ‘Van 15 euro per uur kan ik niet leven,’ zegt ze uiteindelijk, als ze zich heeft herpakt. ‘En voor zo weinig geld kan ik ook geen zorgvuldigheid leveren.’

Samen met fotograaf Ruud Rogier, die jarenlang voor het Brabants Dagblad werkte, heeft Van Uem een rechtszaak aangespannen tegen uitgever Persgroep Nederland. Tijdens de zitting op woensdag 3 april claimen zij dat de ‘Uitpersgroep’, zoals de bijnaam van het bedrijf inmiddels luidt, hen structureel te weinig heeft betaald: 42 euro per foto voor Rogier en 13 cent per woord voor de artikelen van Van Uem. Gezien hun gemiddelde tijdsinvestering per productie komt dat neer op ongeveer 15 euro per uur. Zij eisen ieder een bijbetaling van ongeveer 1400 euro – Rogier voor dertien foto’s, Van Uem voor negen artikelen.

De rechtszaak werpt nieuw licht op een machtsblok dat in luttele jaren zonder noemenswaardige tegenstand is ontstaan: het duopolie in Nederlandse dagbladen van twee Belgische uitgevers. De Persgroep is marktleider in Nederland, met bijna 52 procent van de markt, Mediahuis de nummer twee, met ruim 35 procent.

Krant is een koopje

Dat is in feite een verbluffend succes. Beide uitgevers komen uit Vlaanderen, een regio die weliswaar economisch floreert, maar ook veel kleiner is dan zijn noorderbuur: zeven miljoen inwoners daar tegen zeventien miljoen inwoners hier, 800.000 tegen 2,25 miljoen betaalde kranten per dag.

De Vlaamse opmars stopt niet in Nederland. De Persgroep verwierf in 2015 dé krant van Denemarken, Berlingske, en Mediahuis lijkt nu voor een koopje aan de haal te gaan met de grootste krantenmaker van Ierland, het beursgenoteerde Independent News & Media.

Waarom blijven de Vlamingen investeren in kranten? In het dierenrijk van de media is het papieren dagblad immers een uitstervende soort. Al twintig jaar zien kranten wereldwijd hun betaalde oplagen en inkomsten uit advertenties afnemen, met stads- en streekkranten voorop. Alleen al in de VS zijn de afgelopen vijftien jaar meer dan 1800 titels ter ziele gegaan, zo berichtte de Financial Times onlangs. Heel wat van die kranten waren meer dan een eeuw oud en hadden de Grote Depressie (1929-1939) overleefd.

Oplagen mogen dan wel dalen, aan invloed boet de krant nauwelijks in. In zijn laatste jaarverslag over 2018 claimt de Persgroep met zijn Nederlandse papieren kranten dagelijks 3,41 miljoen lezers te bereiken en met de digitale varianten daarop nog eens 4,2 miljoen unieke gebruikers per dag. Digitale uitdagers zoals Follow the Money en De Correspondent kunnen daar nog lang aan niet tippen, al groeien ze hard. Dankzij dat bereik blijft de papieren krant voorlopig een formidabel platform voor goede journalistiek. En een geldmachine voor zijn uitgever, mits die tijdig de tering naar de nering weet te zetten. In decline management toonden de Persgroep en Mediahuis zich veel bekwamer dan de veel grotere Nederlandse rivalen die zij de laatste jaren hebben opgeslokt (zie kader ‘De Vlaamse invasie’).

De Vlaamse invasie

In 2003 stak de Persgroep, eigendom van de Vlaamse familie Van Thillo, zijn eerste teen in het Hollandse polderwater door Het Parool over te nemen van PCM Uitgevers. Buitenlandse overnemers worden vaak vijandig bejegend, maar Van Thillo stal juist de hearts and minds van de Nederlandse journalisten. Hij redde de krant, ontstaan vanuit het verzet tegen de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog, die PCM niettemin wilde opheffen omdat hij in 2003 al zo’n dertig jaar achtereen verlies maakte.

Luttele maanden later zette PCM zichzelf te koop via een veiling, het gevolg van slepende ruzies tussen directie en eigenaren. De Persgroep stelde een fusie voor op basis van gelijkwaardigheid. In plaats daarvan koos PCM in juni 2004 voor Apax, een Britse private-equity-investeerder, die de slome, maar financieel solide krantenuitgeverij in tweeënhalf jaar herschiep in een schuldenjunk. In mijn boek De Geldpers uit 2009 deed ik dit treurige verhaal uit de doeken.

Op de veiling kreeg PCM nog een waarde toegedicht van een miljard euro. Vijf jaar later, in het oog van de kredietcrisis, redde de Persgroep het concern van een bankroet door het over te nemen voor 130 miljoen euro. Van de toenmalige monopoliewaakhond NMa moest de Persgroep één of meer titels verkopen om de machtsconcentratie niet al te groot te laten worden. De keus viel op NRC Handelsblad en nrc.next. Dat opende de polder voor een tweede Vlaamse uitgever.

De Persgroep verkocht de twee kranten voor 70 miljoen euro aan de Nederlandse private-equity-investeerder Egeria, en verdiende zo binnen een jaar meer dan de helft van de koopprijs voor PCM terug. Eind 2014 verkocht Egeria de kranten voor 106 miljoen euro door aan Mediahuis, dat het geld met kunst en vliegwerk bij elkaar moest schrapen. Mediahuis was zelf ontstaan uit twee kleinere Vlaamse uitgevers, een fusie die op dat moment nog volop in de steigers stond. Zes maanden vóór de tweede NRC-deal had de Persgroep een andere schuldenjunk uit zijn lijden verlost: het Britse Mecom. Voor het relatief bescheiden bedrag van 220 miljoen euro werd de Persgroep eigenaar van Berlingske, dé krant van Denemarken, en van Wegener, de grootste uitgever van regionale dagbladen in Nederland.

Weer drie jaar later wist Mediahuis ook nog de Telegraaf Media Groep (TMG) te verschalken, waar directeuren en aandeelhouders eveneens al jaren vechtend over straat rolden. Voor 278 miljoen euro, terwijl analisten destijds alleen al het vastgoed van TMG en de winstgevende puzzeldochter Keesing tezamen op 200 miljoen euro waardeerden.

Per saldo spendeerde Mediahuis 384 miljoen euro tijdens zijn Nederlandse veldtocht, en de Persgroep 280 miljoen euro. Bodemprijzen, vanwege de interne verdeeldheid en de deplorabele financiën van hun Nederlandse prooien.

Lees verder Inklappen

Bijna niemand in Nederland weet dat beide uitgevers hun expansie mede konden financieren dankzij staatssteun in hun thuisland. In België subsidieert de federale overheid al sinds 1992 de bezorging van kranten bij abonnees. Deze subsidie wordt iedere vijf jaar herzien en is tot dusver altijd verlengd. De huidige regeling loopt af in 2020 en beslaat in totaal 938 miljoen euro, waarvan bijna 600 miljoen euro is bestemd voor de bezorging van kranten (de resterende 344 miljoen is voor de bezorging van tijdschriften; de Persgroep is veruit de grootste tijdschriftenuitgever in België).

De subsidie gaat naar Bpost: dit Belgische PostNL bezorgt de kranten. Indirect profiteren de Persgroep en Mediahuis er ook van: wat de Belgische overheid bijlegt, hoeven zij niet uit te geven aan distributiekosten. Dat voordeel geven zij niet door aan de Belgische krantenlezer. De Persgroep en Mediahuis rekenen in Vlaanderen juist meer voor hun abonnementen dan in Nederland. Hoe dat kan doorwerken in hun financiën, blijkt uit een recent wetenschappelijk onderzoek.

Vertaal je de distributiesubsidie terug naar de Belgische marktaandelen van de Persgroep en Mediahuis, dan komt die neer op een jaarlijks voordeel per uitgever van rond de 32 miljoen euro (zie kader ‘Gesubsidieerde krantenbezorgers’). Dat is meer dan de Persgroep jaarlijks in Nederland besteedt aan freelance journalisten en fotografen: 31 miljoen euro voor 4500 freelancers. De uitgever noemt die twee cijfers expliciet in zijn verweerschrift tegen Van Uem en Rogier.

Het blijft overigens niet bij de 32 miljoen euro per jaar aan indirecte distributiesteun. In België zijn kranten vrijgesteld van btw. Dit nultarief levert de Persgroep en Mediahuis een tweede voordeel op. De schattingen over de hoogte van dat bedrag lopen uiteen van 120 miljoen tot 190 miljoen euro per jaar. Vertaald naar de marktaandelen van beide uitgevers levert het nultarief de Persgroep (met 22,45 procent van de Belgische krantenmarkt) een jaarlijks voordeel op van 27 tot een kleine 43 miljoen euro, en Mediahuis (met 41,5 procent) 44 tot bijna 70 miljoen euro.

Gesubsidieerde krantenbezorgers

In Nederland zijn het al sinds mensenheugenis goedkope freelancers die de krant vóór dag en dauw bezorgen bij de abonnee. Het systeem werkt goed, al leidt het wel tot de nodige ‘bezorgklachten’ van abonnees, die de krant te laat of helemaal niet ontvangen. In België is er van bezorgklachten hoegenaamd geen sprake. Daar wordt de krant namelijk bezorgd door de postbodes van Bpost – vakmensen in vaste dienst, beloond volgens een keurige cao. Dat kost wel aanzienlijk meer geld dan het Nederlandse systeem. In Nederland kost de bezorging bij de abonnee de dagbladuitgevers ongeveer een kwartje per krant, aldus Piet Vroman, de cfo van de Persgroep. In België betalen de Persgroep en Mediahuis eveneens een kwartje per krant aan Bpost om hun bladen bezorgd te krijgen:  minder dan de helft van de werkelijke kosten.

De Belgische staat geeft Bpost namelijk ook subsidie voor de bezorging van kranten en tijdschriften bij abonnees, al sinds 1992. De huidige regeling loopt af in 2020 en kent een plafond dat ieder jaar een stukje daalt. Vorig jaar ontving Bpost 118,75 miljoen euro, dit jaar is dat 115,63 miljoen euro. De Belgische krantenuitgevers verkopen gezamenlijk ongeveer 1.150.000 kranten per dag, los en aan abonnees, op 304 verschijningsdagen per jaar, ofwel jaarlijks zo’n 350.000.000 kranten. Dat blijkt uit de meest recente cijfers, over 2018, van het Belgische Centrum voor Informatie over de Media (CIM). Omgerekend bedroeg de subsidie in 2018 34 eurocent per bezorgde krant. Dit jaar is dat 33 eurocent per krant. De totale kosten van de Belgische dagbladdistributie komen daarmee op 58 cent per krant – meer dan twee keer zoveel als in Nederland.

Mediahuis en de Persgroep laten beide ongeveer 315.000 kranten per dag bezorgen door Bpost, ofwel, vermenigvuldigd met 304 verschijningsdagen, 95.760.000 kranten per jaar. Vermenigvuldig je dat laatste getal met de subsidie van 33 eurocent per bezorgde krant, dan kom je op een totaalbedrag van 31,6 miljoen euro uit. Vorig jaar was dat 33 eurocent per krant en dus 32,6 miljoen euro in totaal. Het geld dat zij via Bpost besparen op hun distributie, investeren zij elders – bijvoorbeeld in overnames in Nederland.

Lees verder Inklappen

In Nederland geldt het lage btw-tarief voor kranten, dat onlangs is verhoogd van 6 naar 9 procent, en het hoge van 21 procent voor digitale media. De Nederlandse uitgevers drukken hun btw-afdracht met ettelijke miljoenen per jaar door creatief te schuiven met de lage en hoge btw tussen ‘papier’ en ‘digitaal’, zo onthulde Follow the Money onlangs. De Persgroep gaat daarin het verst. Met goedvinden van de Belastingdienst: het geschuif vindt plaats onder de vlag van het Convenant Uitgeefsector tussen de fiscus en de uitgevers. Die overeenkomst is afgesloten in 2013 door onder meer de Persgroep, Wegener (in 2014 ingelijfd door de Persgroep), NRC Media (eind 2014 overgenomen door Mediahuis) en TMG (in 2017 eveneens naar Mediahuis).

Afgezien van dit convenant behoort Nederland tot de Europese landen die kranten op geen enkele manier subsidiëren op de manier en de schaal waarop dat in België gebeurt.

Niemand komt hier op het idee om de Belgische staatssteun aan te vechten

De Belgische uitgevers begonnen hun veldtocht door de lage landen dan ook met een aanzienlijke voorsprong op hun Nederlandse concurrenten, die het toch al zwaar hadden door het verval van de krant en de kredietcrisis. Wat de Belgen in eigen land besparen dankzij de staatssteun, kunnen zij immers elders investeren – bijvoorbeeld in overnames in Nederland. Rivaliserende overnemers moeten dat geld zelf ophoesten of lenen bij de bank. Zo kan de vrije mededinging tussen bedrijven verstoord raken, een reden waarom ‘Europa’ subsidies als de Belgische distributiesteun alleen toelaat als zij voldoen aan strenge voorwaarden.

De Europese Commissie toetst in eerste instantie of aan die voorwaarden is voldaan. Keurt de Commissie een subsidie goed, dan kunnen belanghebbenden in hoger beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ondanks die rechtsgang legt in Nederland jarenlang niemand de Belgische uitgevers een strobreed in de weg. Niemand komt hier op het idee om de Belgische staatssteun aan te vechten, om zo de opmars tot staan te brengen of op zijn minst te vertragen.

Geen cent voor TMG

De eerste weerstand doemt pas op in september 2016, zo blijkt uit twee terloopse zinnetjes in een bericht uit Het Financieele Dagblad van 20 oktober van dat jaar: ‘Tegenover analisten verzuchtte TMG-topman Geert Jan van der Snoek eind vorige maand dat de concurrentieverhoudingen niet helemaal zuiver zijn. De Belgische Persgroep en Mediahuis profiteren in eigen land van een distributiesubsidie, iets waar TMG als Nederlands mediabedrijf geen cent van kan ontvangen.’

Van der Snoek en zijn cfo Leo Epskamp zwijgen tot op heden over de drie turbulente jaren (2014-2017) waarin zij de directie van TMG vormden. Maar met de kennis van nu komt Van der Snoeks verzuchting tegenover de analisten niet uit de lucht vallen. Sinds augustus 2016 weet hij al dat Mediahuis samen met de familie Van Puijenbroek, al vanaf 1951 grootaandeelhouder van TMG, de uitgeverij van de Telegraaf van de beurs wil halen, zo blijkt uit een reconstructie die NRC Handelsblad maanden later publiceert. Zolang er geen openbaar bod ligt, mag Van der Snoek volgens de regels van de beurs zijn inside information niet delen met de buitenwereld.

Pas op 15 december 2016 komt die informatie op straat te liggen, wanneer het FD onthult wat Mediahuis en de Van Puijenbroeks van plan zijn. Van der Snoek en Epskamp komen meteen in actie, zo blijkt uit twee niet eerder geopenbaarde documenten. Zij vragen een specialist in het mededingingsrecht of het zin heeft de Belgische distributiesubsidie in rechte aan te vechten. Later laten zij een andere consultant uitrekenen hoeveel voordeel Mediahuis van die subsidie heeft. Follow the Money bezit geanonimiseerde versies van beide adviezen. Bronnen, die destijds bij de overnamestrijd betrokken waren en die eveneens anoniem willen blijven, stellen onafhankelijk van elkaar dat de berekening van het voordeel is gemaakt door Rick van Dommelen van Big Four-accountant PwC, en het juridisch advies door Winfred Knibbeler van de Zuidas-firma Freshfields. Knibbeler wil dat bevestigen noch ontkennen. Van Dommelen reageert niet op herhaalde verzoeken om een reactie.

Het juridisch advies volgt al na vier dagen, op 19 december 2016. ‘Het is goed verdedigbaar,’ aldus de auteur (zie hierboven), dat de Belgische distributiesteun niet alleen ten goede komt aan Bpost, maar ook ‘beoogt aan een selectieve groep ondernemingen, de dagbladuitgeverijen, een voordeel te verschaffen in de vorm van lagere distributiekosten’. De subsidie kan ‘kwalificeren als een staatssteunmaatregel ten gunste van de dagbladuitgeverijen’. Ten tijde van dit advies aan TMG loopt er al een rechtszaak tegen de Belgische distributiesteun van de Vlaamse Federatie van Persverkopers (VFP), de belangenclub van de Vlaamse ‘krantenwinkels’ ofwel kiosken.

De Europese Commissie heeft de klacht van de VFP in 2016 afgewezen, omdat deze zich richt tegen Bpost. Volgens de Commissie is er in België geen sprake van concurrentievervalsing, omdat de distributiesubsidie voldoet aan de voorwaarden die het Europese recht stelt. Daardoor komt de Commissie niet toe aan mogelijke verstoring van de vrije mededinging in Nederland. Maar de VFP heeft hoger beroep aangetekend bij het EU-hof. TMG krijgt van zijn jurist het advies zich te voegen in de VFP-zaak via ‘een verzoek tot interventie’ en daarnaast de Europese Commissie te vragen om ‘een afzonderlijk onderzoek’ te doen naar de distributiesubsidie ‘als een vorm van steun ten gunste van de uitgeverijen’ Mediahuis en de Persgroep.

De tweede consultant van TMG komt uit op een veel hoger indirect voordeel voor Mediahuis dan de berekening van Follow the Money op basis van Belgische marktaandelen. ‘Wij schatten in dat de waardeketen van Mediahuis in 2015 62,4 miljoen euro profijt heeft gehad van de distributievergoeding van de Belgische staat,’ schrijft hij op 2 maart 2017.

Ten tijde van beide adviezen lijkt de overname van TMG al een voldongen feit. Mediahuis en VP Exploitatie (VPE), het familievehikel van de Van Puijenbroeks, bezitten tezamen zo’n 60 procent van de aandelen. Toch meldt zich meteen een rivaal, die ook van meet af aan meer biedt voor de aandelen dan de combinatie Mediahuis-VPE: Talpa van John de Mol. De twee kandidaat-kopers verdelen de top van TMG. Veel TMG-managers geven de voorkeur aan De Mol. Zij denken dat Talpa meer te bieden heeft in video en online, twee domeinen die de al jaren afkalvende papieren Telegraaf kunnen versterken. Mediahuis vinden zij meer van hetzelfde: papieren kranten die de toekomst niet hebben. Van der Snoek en Epskamp zitten tussen drie vuren: de pro-Talpa-managers, de grootaandeelhouder die al voor Mediahuis heeft gekozen, en de regels van de beurs, die de TMG-directie opdragen beide bieders gelijke kansen en gelijke informatie te geven.

Binnen deze context overwegen beide TMG-directeuren de Belgische subsidie voor de bezorging van kranten aan te vechten. Het klimaat lijkt er rijp voor. Luttele weken nadat bekend is geworden dat Mediahuis en VPE TMG willen overnemen, stellen de twee PvdA-parlementariërs Mohammed Mohandis en Mei Li Vos Kamervragen aan staatssecretaris van Mediazaken Sander Dekker (VVD). ‘Deelt u de mening,’ vragen zij hem, dat er ‘door de staatssteun in België geen sprake is van een level playing field?’

Desondanks heeft TMG zijn rechtszaak tegen de Belgische distributiesubsidie nooit doorgezet. Volgens dezelfde anonieme bronnen heeft Guus van Puijenbroek dat tegengehouden, de vertegenwoordiger van de gelijknamige aandeelhoudersfamilie, die destijds tevens commissaris was van TMG. Van Puijenbroek wilde graag samen met Mediahuis zijn overname afronden. Hij had er geen enkel belang meer bij om zijn Belgische partner het leven zuur te maken. ‘VP Exploitatie heeft nooit overwogen de Belgische distributie-aanpak juridisch te laten beoordelen,’ zo antwoordt Guus van Puijenbroek op schriftelijke vragen.

Staatssecretaris Sander Dekker ziet evenmin reden in actie te komen, zo blijkt uit zijn antwoorden op de Kamervragen van Vos en Mohandis. Zowel het btw-nultarief als de distributiesteun ‘zijn toegestaan ingevolge het EU-recht,’ schrijft Dekker. ‘De Europese Commissie heeft de exclusieve bevoegdheid om staatssteun verenigbaar te verklaren met de interne markt.’ In haar afwijzing van de VFP-klacht heeft de Commissie ‘niet geconstateerd’ dat er door de distributiesteun via Bpost ‘(oneerlijke) verstoring van de concurrentie voor krantenuitgevers op de krantenmarkten in andere lidstaten plaatsvindt’. Daarmee is voor Dekker de kous af. ‘Dat zijn de spelregels die we binnen de Europese Unie hanteren.’

De twee directeuren stellen zich ‘onvoldoende constructief en realistisch’ op tegenover het Belgische bod

Drie dagen na het tweede advies kiezen de commissarissen van TMG onverbloemd partij voor de combinatie Mediahuis-Van Puijenbroek. Op zondag 5 maart 2017 schorsen zij Van der Snoek en Epskamp, omdat de twee directeuren zich ‘onvoldoende constructief en realistisch’ hebben opgesteld tegenover het Belgische bod. Nooit eerder in de geschiedenis van de Nederlandse beursfondsen stuurden commissarissen in het heetst van een overnamestrijd een voltallige raad van bestuur naar huis.

Onaantastbaar voordeel

Mediahuis en VP Exploitatie winnen uiteindelijk van Talpa. TMG wordt eigendom van Mediahuis en verdwijnt van de Amsterdamse effectenbeurs. VPE ruilt zijn aandelen TMG tegen een belang in Mediahuis. Eind 2017 krijgt de overname definitief zijn beslag. Ruim een jaar later, op 15 februari 2019, staakt ook de Vlaamse Federatie van Persverkopers haar verzet tegen de Belgische distributiesteun, na een schikking met Bpost. Daarmee is het voortbestaan van deze subsidie verzekerd, in ieder geval tot de volgende herziening in 2020. In België zelf is de distributiesteun overigens zeer omstreden.

Ook het jaarlijks terugkerende voordeel van ongeveer 32 miljoen euro, dat de Persgroep en Mediahuis genoten tijdens hun expansie in Nederland, lijkt hierdoor onaantastbaar geworden. TMG, de enige partij die een duidelijk belang had om tegen dat voordeel op te komen, is opgeslokt door Mediahuis. Hier resteren alleen nog een paar kleine zelfstandige dagbladuitgevers – de Noordelijke Dagblad Combinatie (NDC), BDU Media, FD Mediagroep met het Financieele Dagblad en de uitgevers van het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad. Twee jaar na de TMG-overname, zijn enkele prominente Nederlandse mededingingsjuristen aanzienlijk sceptischer over een rechtszaak tegen de Belgische distributiesteun dan hun confrère die TMG in 2016 adviseerde (zie kader ‘En nu? Actie?’).

En nu? Actie?

Maakt een eventuele Nederlandse actie tegen de Belgische distributiesubsidie voor kranten nu nog een kans? De meeste Nederlandse specialisten in het mededingingsrecht willen alleen anoniem commentaar geven. Zij werken allemaal weleens voor de Persgroep en/of Mediahuis of hebben dat gedaan, en mogen niet uit de school klappen over cliënten. ‘Een long shot,’ zo karakteriseert een van hen ageren tegen een Belgische subsidie door een Nederlandse partij. ‘Hoe toon je het financiële voordeel aan dat de Persgroep en Mediahuis van die subsidie hebben in Nederland? Of, anders gezegd: het nadeel dat Nederlandse partijen daarvan hebben ondervonden? Dat lijkt me niet eenvoudig.’ Volgens de Europese Commissie hoeft een klager dat voordeel helemaal niet aan te tonen. ‘Het is niet nodig om te bewijzen dat de subsidie een concreet effect heeft op de handel tussen lidstaten,’ zo citeert zij staande jurisprudentie van diverse EU-rechters in haar uitspraak in de VFP-zaak uit 2016.

Los daarvan leidt de dominantie van de Persgroep en Mediahuis niet automatisch tot concurrentievervalsing, stelt een andere mededingingsjurist. ‘In veel opzichten is de dagbladmarkt juist zeer concurrerend, ook al is er een duopolie in Nederland en Vlaanderen.’ Adverteerders zijn volstrekt vrij in hun mediakeuze. Zij begonnen jaren geleden al over te stappen van de krant naar andere media. Eerst naar tv, vervolgens naar internet. ‘En de lezers hebben ook nog altijd de keus tussen het AD en de Telegraaf, of tussen de Volkskrant en NRC Handelsblad. Alleen regionale kranten hebben meestal een monopolie in hun gebied. Dat is al jaren zo, en de Nederlandse mededingingsautoriteiten hebben dat al lang geleden geaccepteerd als een onontkoombare realiteit.’

De enige jurist die wel onder eigen naam commentaar wil geven, is Martijn van de Hel van Maverick, een advocatenfirma die zich geheel en al heeft toegelegd op het mededingingsrecht. Ook Van de Hel is sceptisch. Vooral omdat de Belgen de distributiesteun tot een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) hebben gebombardeerd, en dit al vijf keer achtereen door de Europese Commissie is gehonoreerd. In de VFP-zaak vindt hij geen steun voor een Nederlandse klager. ‘Zie ik het goed,’ zegt Van de Hel, ‘dan heeft de Commissie de klacht van de Vlaamse kioskhouders afgewezen omdat de bezorging is aangemerkt als een DAEB en Bpost niet meer krijgt dan nodig is voor de uitvoering van de dienst, niet omdat de handel tussen lidstaten niet wordt beïnvloed.’

Evenmin is er nieuwe munitie te verwachten tegen de Belgische distributiesteun in de zaak van de freelancers Britt van Uem en Ruud Rogier tegen de Persgroep. ‘Honorering en/of werkgelegenheid zijn niet relevant voor concentraties,’ zo verwoordt Van de Hel de unanieme overtuiging van de mededingingsjuristen. Maar dat betekent niet dat de Persgroep bij voorbaat vrijuit gaat. Alleen dat Van Uem en Rogier hún munitie ergens anders vandaan moeten halen. ‘Ik denk,’ zegt Van de Hel, ‘dat zij het moeten zoeken in de hoek van misbruik van macht. In de zin van: de voorwaarden zijn dermate slecht dat dit als misbruik kan worden aangemerkt.’

Lees verder Inklappen

De enige overgebleven uitdagers van het duopolie zijn twee onderbetaalde freelancers, Britt van Uem en Ruud Rogier. Freelance journalisten en fotografen zijn toeleveranciers van de uitgevers. En toeleveranciers worden altijd afgeknepen door machtige afnemers. Van Uem en Rogier beroepen zich als eersten op de nieuwe Wet auteurscontractenrecht, ingevoerd in 2015. Deze wet geeft freelancers de mogelijkheid bij de rechter een ‘billijke vergoeding’ te eisen voor hun werk. Hij beoogt hen te beschermen tegen machtsmisbruik door een monopolist. Aan de Wet auteurscontractenrecht ligt een onderzoek ten grondslag uit 2004 van Bernt Hugenholtz en Lucie Gibault van het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie.

Auteurs zijn afhankelijk van exploitanten om hun werk gepubliceerd en verspreid te krijgen. Vaak is de verhouding tussen auteur en exploitant zeer ongelijkwaardig, zo constateren de beide UvA-juristen. Vooral ‘in markten waar de mededinging aan de vraagzijde door concentratie is beperkt’, zoals door het duopolie in de Nederlandstalige dagbladmarkt. De Nederlandse wetgever heeft die zorg tot de zijne gemaakt. ‘De auteur is (…) vaak de zwakkere partij,’ beaamt de memorie van toelichting bij de Wet auteurscontractenrecht.

Regiomonopolie

Alle landelijke en bijna alle regionale kranten in Nederland en Vlaanderen zijn in handen van de Persgroep en Mediahuis. In Nederland is de Persgroep veruit de grootste van de twee en in de regio’s van Van Uem en Rogier monopolist. Tubantia is de enige krant in Twente, het Brabants Dagblad heeft het rijk alleen in Den Bosch en omgeving. ‘Als nieuwsconsument kun je niet kiezen tussen twee aanbieders van regionaal nieuws, je moet al blij zijn als er nog regionaal nieuws wordt aangeboden,’ betoogt advocaat Otto Volgenant van de firma Boekx namens Van Uem en Rogier. ‘Een regionaal journalist moet dus zaken doen met de uitgever, die in zijn regio als enige regionaal nieuws aanbiedt. Dat heet een machtspositie.’

De twee journalisten stellen dat de Persgroep zijn monopoliemacht misbruikt door zijn freelancers het vel over de oren te halen. Met een veelheid aan bronnen als basis rekenen zij de rechtbank voor dat zij minstens 60 euro per uur moeten verdienen, als zeer ervaren krachten eigenlijk meer – 75 tot 92 euro per uur. Maar in de praktijk heeft de Persgroep zijn tarieven voor freelancers ‘nooit verhoogd en zelfs niet geïndexeerd’, ofwel laten meestijgen met de inflatie. 

Sterker nog, de gemiddelde vergoedingen voor freelance fotografen en schrijvende journalisten zijn de afgelopen vier jaren gedaald, zo blijkt uit de meest recente Monitor Freelancers en Media 2017, een onderzoek dat regelmatig wordt uitgevoerd in opdracht van onder meer de journalistenvakbond NVJ (zie grafiek). ‘Per opdracht wordt in 2017 minder betaald dan in voorgaande jaren: rond de 530 euro gemiddeld,’ aldus deze Monitor. ‘Dat was 590 in 2016, 550 in 2015 en 560 in 2014.’ Alleen al de indexering met de gemiddelde jaarlijkse inflatie in die vier jaren had moeten leiden tot een cumulatieve stijging met 2,3 procent, tot ongeveer 573 euro. Bovendien krijgen freelancers steeds minder opdrachten. Waar Ruud Rogier een jaar of twintig geleden soms zes foto’s per dag mocht leveren, kreeg hij de laatste jaren niet meer dan een paar opdrachten per week.

Dat klemt te meer, zegt Volgenant, omdat de Persgroep zijn freelance fotografen en journalisten gemakkelijk meer kan betalen. ‘De financiële resultaten van de groep ontwikkelen zich op een gezonde manier,’ zo citeert hij Persgroep-cfo Piet Vroman bij de recente presentatie van de jaarcijfers over 2018. ‘De omzet en winstgevendheid zijn in 2018 mooi gegroeid.’ De nettowinst steeg met 15 procent naar 126 miljoen euro, en de vrije kasstroom verdubbelde zelfs tot 134 miljoen euro. De Persgroep heeft ‘de middelen om verder te investeren in de uitbouw van ons mediabedrijf’.

In de Amsterdamse rechtbank blijkt datzelfde glas niet eens halfvol te zijn. ‘De Persgroep zit in hetzelfde schuitje’ als Van Uem en Rogier, stellen de advocaten Dirk Visser en Paul Kreijger namens de krantenuitgever. ‘Mensen betalen steeds minder voor nieuws.’ Op internet zijn nieuws en beelden volop gratis beschikbaar. Bovendien kan iedereen ze zelf maken en uploaden. Steeds minder bedrijven adverteren in de krant, steeds minder lezers kopen de krant los of nemen een abonnement.

Niemand is verplicht om met het Persgroep-schuitje mee te varen

‘De Persgroep is geen monopolist, want hij heeft geen macht,’ stelt Visser. De uitgeverij moet ‘keihard concurreren’ op prijs, kwaliteit en toegevoegde waarde, ‘online én offline’. Op zijn Nederlandse kranten maakt de Persgroep een winst ‘van niet meer dan enkele procenten’ van de omzet. In die moeilijke markt ziet de Persgroep toch nog kans om al zijn freelance medewerkers bij elkaar ongeveer 31 miljoen euro per jaar te betalen. ‘Dat is een serieus bedrag.’

Verdeeld over de grofweg 4500 Nederlandse freelancers die de Persgroep zelf zegt aan het werk te houden, komt 31 miljoen neer op 6888,89 euro bruto per jaar.

Namens de Persgroep betogen Dirk Visser en Paul Kreijger dat Van Uem en Rogier dezelfde keuzevrijheid hebben als de lezers en adverteerders van kranten. Zij mogen dan ‘in hetzelfde schuitje’ zitten als hun voormalige opdrachtgever, maar ‘niemand is verplicht met dat schuitje mee te varen’. Op ieder moment dat zij dat willen, kunnen freelancers uitstappen en voor een ander gaan werken, bijvoorbeeld voor een regionale omroep. ‘Iedereen mag en kan zijn eigen bootje te water laten en proberen dat winstgevend te maken.’

Desnoods tot de Hoge Raad

Advocaten Dirk Visser en Paul Kreijger waarschuwen freelancers Britt van Uem en Ruud Rogier dat de Persgroep hun claims desnoods tot aan de Hoge Raad zal bestrijden, omdat het hier om een ‘heel principiële zaak’ gaat. ‘Deze zaak gaat niet over twee keer 1400 euro,’ aldus de Persgroep-advocaten. Als de rechter de twee eisers in het gelijk stelt, kunnen volgens hen in principe alle freelancers aanspraak maken op drastisch hogere beloningen. Volgens de Persgroep zelf gaan de totale betalingen aan freelancers dan van 31 naar 115 miljoen euro per jaar.

Omgerekend naar 4500 freelancers komt daar dan een inkomen van 25.555 euro per persoon per jaar – nog steeds laag. ‘Investeren, dat doet de Persgroep,’ zo stelt de uitgever in de rechtszaak tegen Van Uem en Rogier. ‘Het zijn de redacties van de Persgroep die de kwaliteitsbladen, sites en apps samenstellen en die de redactionele koers bepalen.’ Het woord ‘journalistiek’, toch de grondstof van de ‘kwaliteitsbladen’ van de Persgroep, valt in het verweer van Visser en Kreijger niet één keer. De Wet auteurscontractenrecht verschaft journalisten een juridisch wapen tegen deze wel zeer eenzijdige uitleg van ‘investeren’ in ‘kwaliteitsbladen’, en Van Uem en Rogier zijn de eerste freelance journalisten die dat proberen in te zetten.

Of dat gaat lukken, zal pas blijken over enkele maanden. De Amsterdamse kantonrechter zou op 17 mei vonnis wijzen, maar kwam die dag niet verder dan twee tussenvonnissen. Hij wil eerst meer informatie krijgen, zowel van de twee klagers als van de Persgroep. Uiterlijk 14 juni, waarna beide partijen weer de nodige weken krijgen om op elkaars materiaal te reageren. Wel formuleert de kantonrechter in de tussenvonnissen al een paar criteria voor de vaststelling van een ‘billijke vergoeding’. Zo zal hij de veel hogere vergoedingen voor journalisten in vaste dienst meewegen. De journalistenvakbond NVJ, die de juridische kosten van Van Uem en Rogier betaalt, put daar hoop uit. Minder goed nieuws lijkt dat de rechter ook de ‘exploitatieresultaten’ van Tubantia en het Brabants Dagblad in zijn oordeel gaat betrekken.

‘Ik vind het jammer dat de rechter het niet heeft aangedurfd om een oordeel te vellen over deze materie, maar het heeft doorgeschoven,’ zo reageerde Van Uem. ‘Wat mij betreft heeft het lang genoeg geduurd dat mijn collega-freelancers en ik niet op dezelfde manier gehonoreerd worden als de collega’s in vaste dienst, die hetzelfde werk doen en bijdragen aan de winst van de Persgroep.’

Lees verder Inklappen

Met medewerking van Michelle de Clercq.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Joost Ramaer

Gevolgd door 132 leden

Joost Ramaer verslindt kranten en tijdschriften, en schrijft voor FTM over het medialandschap.

Volg Joost Ramaer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren