Het Amerikaanse DuPont heeft een gevoelige klap gekregen in een rechtszaak rond de vervuiling met een stof die gebruikt werd bij de productie van teflon. Wat zijn de gevolgen voor de situatie rond de Dordrechtse fabriek van het chemieconcern? En hoe lang gaat het nog duren voordat we weten of ook hier sprake is van een grote milieu-affaire?

    1.600.000 Amerikaanse dollar. Dat bedrag moet chemiebedrijf DuPont betalen aan Carla Bartlett. Een jury van de rechtbank in de staat Ohio oordeelde woensdag dat DuPont aansprakelijk is voor de nierkanker waaraan Bartlett 19 jaar geleden leed en kende haar een schadevergoeding toe van 1,6 miljoen dollar. De vraag is nog wel of Bartlett (59) dat geld ooit zal ontvangen, nu DuPont heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan.

    Voor DuPont was het oordeel van de jury een gevoelige nederlaag die mogelijk grote financiële gevolgen kan hebben voor Chemours, de spinoff die deze zomer een deel van de chemische activiteiten van DuPont overnam. Onderdeel van die deal is dat Chemours ook de mogelijke claims van DuPont overneemt.

    Eerste van duizenden rechtszaken

    Bartlett vs DuPont is de eerste van de circa 3.500 individuele aansprakelijkheidszaken die tegen het chemiebedrijf zijn aangespannen. Die 3.500 mensen hebben enkele dingen gemeen: ze wonen in de buurt van, of hebben gewerkt in, de teflonfabriek van DuPont in Parkersburg, West-Virginia. Daarnaast lijden ze aan een van de zes ziektes waarvan een onafhankelijke wetenschappelijke commissie heeft vastgesteld dat hun aandoening veroorzaakt kan zijn door blootstelling aan perfluoroctaanzuur (PFOA), een hulpstof bij de productie van teflon. Het gaat om nierkanker, zaadbalkanker, schildklierafwijkingen, een verhoogd cholesterolgehalte, hoge bloeddruk bij zwangerschap en colitis ulcerosa, een ontstekingsziekte van de dikke darm.

    DuPont en Chemours betwisten niet dat PFOA deze zes ziektes kan veroorzaken

    DuPont en Chemours betwisten niet dat PFOA deze aandoeningen kan veroorzaken. Zij betwisten wel dat het PFOA dat door DuPont in het lichaam van werknemers en omwonenden terecht is gekomen die ziektes in individuele gevallen heeft veroorzaakt.

    PFOA (of C8, zoals deze stof in Amerika wordt genoemd) is door DuPont sinds de jaren '50 gebruikt voor de productie van teflon. Het drinkwater en het grondwater in de omgeving van de fabriek in Parkersburg zijn ernstig vervuild geraakt met PFOA. DuPont wordt ervan beticht nalatig te zijn geweest en bovendien onder de pet te hebben gehouden dat het al decennialang op de hoogte was van de gezondheids- en milieurisico’s die er kleven aan PFOA. Follow The Money publiceerde over deze kwestie onlangs het artikel Hoe Dupont met teflon een ongekende milieuramp veroorzaakte. Ook in Nederland?

    Technisch identiek

    Ook in Nederland? Ja, die kans bestaat. Teflon wordt niet alleen in Amerika en Japan geproduceerd, maar ook in de Nederlandse DuPont-fabriek in Dordrecht. Die fabriek, eveneens sinds deze zomer in handen van Chemours, is in technisch opzicht praktisch een kopie van de fabriek in Parkersburg. Ook de veiligheidsprocedures komen overeen met die in de VS. En zoals er in Parkersburg tientallen jaren PFOA in de rivier de Ohio werd geloosd, gebeurde dat ook in Dordrecht op de Beneden-Merwede. Daarnaast werd er PFOA uitgestoten in de lucht. In 2012 werd PFOA vervangen door een andere fluorkoolstofverbinding, die minder schadelijk zou zijn. Ook in Dordrecht.

    Maar daar houdt de overeenkomst op. Waar er in de VS wordt gesproken over een van de grootste milieuschandalen ooit en de kwestie sinds 2001 regelmatig in het nieuws is geweest, bleef het in Nederland stil gebleven rond de mogelijke vervuiling die optreedt bij de productie van teflon.

    in Nederland is het stil gebleven rond de mogelijke vervuiling bij de productie van teflon

    Of de uitstoot van PFOA daadwerkelijk tot milieu- en gezondheidsschade heeft geleid weten we niet. Het is namelijk nooit onderzocht. De eerste onderzoeken zijn net begonnen. Maar het is twijfelachtig of er snel een eenduidig antwoord zal komen op de vraag of er, en zo ja, in welke mate schade is aangericht aan mens en milieu.

    'Schokkende' bloedwaarden

    Het artikel van FTM leidde tot Kamervragen van Erik Smaling (SP) en Lutz Jacobi (PvdA) aan staatssecretaris Wilma Mansveld van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Mansveld heeft intussen laten weten beantwoording van Smalings vragen uit te stellen. Daarnaast is er op lokaal niveau er in de gemeentes Dordrecht en Sliedrecht de nodige onrust ontstaan. DuPont is in beide steden jarenlang onderwerp van discussie geweest vanwege zorgen over de vervuiling die de fabrieken veroorzaken. Lokale politici en actiegroepen eisen antwoorden van hun gemeente- en provinciaal bestuur over de mogelijke vervuiling van PFOA en de gevolgen ervan. Zij bleken echter niet in staat om die vragen over de milieurisico’s en mogelijke gezondheidsgevolgen van PFOA te beantwoorden.

    Tv-programma EenVandaag liet donderdag in zijn uitzending naast lokale politici ook de Utrechtse toxicoloog en adjunct-directeur van het Institute of Risk Assessment Sciences Martin van den Berg aan het woord. Hij pleit voor een groot, onafhankelijk onderzoek naar de aanwezigheid van PFOA en andere fluorverbindingen in het bloed van (ex-)werknemers van DuPont en de bevolking in en rond de Drechtsteden. Zo’n onderzoek zou zich over meerdere jaren moeten uitstrekken. De PFOA-bloedwaarden van de Nederlandse werknemers die DuPont zelf heeft gemeten in de periode 2005-2012 noemde hij ‘schokkend’.

    De persverklaring die Chemours naar aanleiding van de onrust over PFOA naar buiten had gebracht vond Van den Berg onzin. Chemours verklaart daarin het volgende: ‘Sinds 2001 is in de loop van de jaren duidelijk geworden dat zeer kleine hoeveelheden PFOA wereldwijd bij alle mensen in het bloed voorkomen. Een stof die moeilijk afbreekt en dus relatief lang in het lichaam blijft zitten en waarvan in onderzoeken niet is aangetoond dat er effecten zijn op de volksgezondheid.’ Dat laatste is volstrekt onjuist: die effecten zijn in verschillende onderzoeken, en door het door DuPont/Chemours niet betwistte C8 Science Panel, juist wél vastgesteld. Daarbij gaat het niet alleen om kanker, maar ook om onder meer verminderde weerstand en hormoonverstoring.

    Moeizame verzameling gegevens

    Omgevingsdient Zuid-Holland Zuid (OZHZ), verantwoordelijk voor uitvoer van de milieutaken van 17 gemeenten in de regio, kreeg de opdracht om alle cijfers over de uitstoot van PFOA door DuPont te verzamelen. Dat neemt de nodige tijd in beslag omdat de gegevens verspreid zijn over verschillende toezichthoudende en vergunning afgevende instanties. PFOA was als ‘dispergeermiddel’ opgenomen in de milieuvergunning van 1998. Voor de uitstoot in de lucht van de stof kon OZHZ snel cijfers overleggen: voor de teflon-fabriek was dat maximaal 3200 kilo per jaar, voor een andere fabriek 300 kilo per jaar.

    Maar de andere lozingsvergunningen – die in het riool en rivierwater – vallen onder Rijkswaterstaat, het waterschap en de provincie. Intussen zegt OZHZ die cijfers wel te hebben verzameld. Follow The Money krijgt ze echter niet ter inzage omdat OZHZ zegt ze eerst nog te moeten ‘verifiëren en duiden, dat kost tijd’. Daarna worden ze overlegd aan de verschillende ‘bevoegde gezagen’ en dan pas kan er volgens OZHZ een uitspraak worden gedaan en worden aangegeven wat de vervolgstappen zijn. Hoe lang dat gaat duren is niet bekend.

    En dan nog is het de vraag of de cijfers die OZHZ heeft weten te verzamelen wel een compleet beeld van de werkelijke uitstoot geven.

    PFOA was jarenlang een ongereguleerde stof, die door DuPont werd omschreven als ‘een soort zeep’

    PFOA was jarenlang een ongereguleerde stof, die door DuPont werd omschreven als ‘een soort zeep’. En dan gaat er bij elk productieproces, hoezeer de veiligheid ook in acht wordt genomen, wel eens iets mis waarbij de limieten worden overschreden. Ook bij de productie van teflon bij DuPont, zo blijkt bijvoorbeeld uit het milieujaarverslag over 2008.

    ‘De voorzuivering bij APFO [ammonium  perfluoroctanaat, red.] heeft ook in 2008 twee gevaarlijke afvalstromen tot gevolg had. Omdat dit proces in 2007 slechts vier maanden besloeg en in 2008 het gehele jaar is er een stijging geweest van het “Houtmeel ex vacuumfilter (bulk) – Eural 070111* dat verbrand moest worden (stijging van 94 naar 406 ton).’

    En:

    ‘De hoeveelheid Teflon dispersie die verbrand is gestegen van 142 ton in 2007 naar 303 ton in 2008. Dit is te verklaren door een te laat ingetrokken order van een klant.’ In 2008 was er dus sprake van 709 ton onvoorziene verbranding.'

    ‘Geen signalen’

    Een van de mensen die zich grote zorgen maakt is PvdA-raadslid Anton van Rees van de gemeente Sliedrecht. Hij heeft de Dienst Gezondheid & Jeugd van Zuid-Holland Zuid gevraagd of zij in staat is om ‘middels onderzoek bij vragen van individuele bewoners uit uw verzorgingsgebied een verhoogde concentratie PFOA in het bloed vast te stellen’. 

    De Dienst blijkt dat niet te kunnen maar ook niet te willen, en verschilt daarin duidelijk van mening met toxicoloog Van den Berg. ‘De Dienst verricht zelf geen bloedonderzoek zoals door u genoemd. Het is op dit moment ook niet het advies van de Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) om bij omwonenden van Chemours/Dupont of andere inwoners van de regio onderzoek te laten verrichten op het gehalte PFOA in het bloed. Aan de uitslag van dergelijk bloedonderzoek kan geen duidelijke conclusie verbonden worden. Er is weinig kennis wat het bloedgehalte PFOA betekent voor de gezondheid of voor de kans op mogelijke ziekten.’

    Wat betreft dat laatste heeft de dienst op zich gelijk. Er is relatief weinig kennis – in Nederland. Desondanks verklaarde DG&J enkele dagen na de ontstane onrust dat de inwoners van Sliedrecht zich geen zorgen hoefden te maken. Een snelle inventarisatie zou hebben uitgewezen ‘dat er geen signalen zijn dat in Sliedrecht meer kanker voor zou komen dan in de rest van de regio. Ook de cijfers over borstkanker in de periode 1991 tot en met 2002 laten geen verhoging zien. Ten slotte waren er in de periode 2007 t/m 2012 niet meer sterftegevallen door kanker in Sliedrecht dan het gemiddelde over de regio.’

    'Beperkte cijfers'

    De stelligheid van de dienst was bedoeld ter geruststelling, maar bleek te voorbarig. En dat niet eens zozeer omdat de sterftecijfers door kanker in Zuid-Holland Zuid met zijn rijkdom aan chemische industrie met een indexcijfer van 105 toch al het hoogste zijn van Nederland. Bij navraag van FTM op welke gegevens de dienst haar uitspraken baseerde, erkende zij slechts te beschikken over ‘beperkte en globale cijfers over het optreden van kanker en sterfte aan kanker in de regio Zuid-Holland Zuid. Hier kunnen geen conclusies aan verbonden worden in relatie tot mogelijke risico's van PFOA.’ Ook ‘over nier- en zaadbalkanker [de twee kankersoorten waarvan het Amerikaanse C8 Science Panel een probable link met PFOA heeft vastgesteld, red.] is bij ons niets specifieks bekend. Screening naar kanker is geen taak van de Dienst Gezondheid & Jeugd.’

    Ook zegt DG&J nog te wachten op cijfers van de Omgevingsdienst. ‘Mocht uit de cijfers blijken dat PFOA ook naar de lucht is uitgestoten in significante hoeveelheden, dan zal verder onderzoek moeten uitwijzen wat de mogelijke gevolgen voor de omgeving zijn.’

    Alle reden voor aandacht

    De gang van zaken roept de vraag op of de verschillende instanties die zich met milieutoezicht bezighouden wel alert genoeg zijn geweest. De verantwoordelijke instanties die de vergunningen hebben verstrekt en het toezicht moesten houden, hadden toen de gezondheids- en milieurisico’s bij de productie van teflon duidelijk werden, maatregelen moeten nemen en duidelijke richtlijnen vast moeten stellen. Dat hebben ze niet gedaan en ze hebben de bepaling van die richtlijnen de facto aan DuPont overgelaten.

    gezondheidsrisico’s van PFOA waren in wetenschappelijke literatuur al bekend sinds 2000

    En dat terwijl er alle reden was om extra aandacht aan de teflonproductie van Dupont te besteden. Dat er gezondheidsrisico’s aan PFOA waren verbonden was in wetenschappelijke literatuur al bekend sinds 2000. En dat DuPont zich in de VS niet aan de regels had gehouden met betrekking tot de stof was vanaf 2004 ook bekend: in 2005 werd het bedrijf door de Amerikaanse milieudienst Environmental Protection Agency (EPA) gestraft met een boete van 16,5 miljoen dollar wegens het gedurende 20 jaar niet rapporteren van informatie over de risico’s van het gebruik van PFOA.

    Het betrof een administratieve schikking, de grootste  boete die de EPA tot dan toe had verstrekt. Uiteindelijk ontsnapte DuPont wel aan een strafrechtelijk onderzoek. DuPont trof in 2006 ook een schikking met de omwonenden van Parkersburg, die in 2002 een class action suit hadden aangespannen. DuPont committeerde zich daarin aan het opruimen van de vervuiling, het financieren van het onderzoek van het C8 Science Panel en een meerjarig epidemiologisch onderzoek van de 70.000 inwoners. Maar ook rond de verschillende DuPont fabrieken in Dordrecht zelf heeft het jarenlang gerommeld, onder meer over de storting van afvalstoffen en naar aanleiding van gezondheidsklachten van de inwoners van Sliedrecht.

    Onderzoek is duur en duurt jaren

    Dat de Nederlandse gezondheidsautoriteiten niet happig zijn op het instellen van een groot onderzoek heeft ook te maken met de kosten. De wereldgezondheidsorganisatie WHO raamt de analysekosten voor onderzoek naar de aanwezigheid van perfluorstoffen (PFC’s) op 200 euro per analyse voor meerdere stoffen van dezelfde chemische familie. Als alle 270.000 inwoners van de Drechtsteden zouden worden onderzocht, zou dat neerkomen op 54 miljoen euro voor een eenmalig onderzoek. Op grond van die resultaten zouden er beperktere vervolgonderzoeken moeten plaatshebben voor de eventuele risicogroepen. En dat niet een jaar, maar jarenlang. Een kostbare zaak.

    Vervolgens is er een uitgebreid epidemiologisch onderzoek nodig, waarbij tenminste de verschillende ziekten waarvan het C8 Science Panel heeft vastgesteld dat er een waarschijnlijk verband is met een verhoogd PFOA in het bloed statistisch worden geanalyseerd. In Nederland wordt niet systematisch onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van fluorkoolstofverbindingen in het bloed van de bevolking. In de Scandinavische landen, Duitsland en Vlaanderen bestaat wel een permanent onderzoekssysteem, waarin onder meer PFOA en PFOS in het bloed van de bevolking wordt gemonitord. Dergelijk systematisch onderzoek maakt analyses mogelijk en het leggen van verbanden met ziektes, geboorteafwijkingen en andere zaken.

    'Gezondheidsrisico's onderschat'

    Op basis van dat langjarige onderzoek is de Deense toxicoloog Philippe Grandjean tot de conclusie gekomen dat de gezondheidsrisico’s voor PFOA en PFOS zijn onderschat. Dat heeft er volgens hem toe geleid dat de voor drinkwater gestelde limieten een factor 100, misschien wel 1000, te hoog zijn. Ook de vervangende stoffen voor PFOA, zoals fluorverbindingen met zes koolstofatomen, vormen volgens hem een gevaar. Ook bij PFOA-vrije fluorpolymeren (teflonplastic) komt uiteindelijk toch PFOA vrij als deze stoffen in het milieu vervallen.

    Denemarken heeft het gebruik van teflon in voedselverpakkingen, popcornzakken, bakpapier, cupcakebakjes etcetera in de ban gedaan

    Zo komt PFOA toch weer in het grondwater en de bodem terecht. Dergelijke inzichten hebben ertoe geleid dat Denemarken het gebruik van teflon in voedselverpakkingen, popcornzakken, bakpapier, cupcakebakjes etcetera in de ban heeft gedaan. 

    Nederland loopt op dat gebied achter. De resultaten van een onafhankelijk onderzoek naar de vervuiling met fluorkoolstofverbindingen in mens en milieu, dat niet beperkt zou moeten blijven tot de omgeving van Dordrecht, zouden daar verandering in kunnen brengen. Het opzetten van zo’n onderzoek is echter zeer prijzig en tijdrovend. Maar de Amerikaanse ervaring laat zien dat ondernemingen zoals DuPont/Chemours met juridische middelen uiteindelijk wel ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ook in Nederland?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 433 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Chemours & DuPont

    Gevolgd door 155 leden

    In de Verenigde Staten wordt de PFOA-vervuiling door het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont omschreven als een van de grootste...

    Volg dossier