Beeldbewerking door Luuk van der Sterren
© CC0 (Publiek domein)

    De tegenstelling tussen duurzaamheid en economische groei is onzin. Laat Trump en VVD of CDA er niet mee wegkomen, maant columnist Daniel Mügge.

    Trekt president Donald Trump de stekker uit het klimaatakkoord van Parijs? Afgelopen weekeinde bij de G7-top in Sicilië liet hij zich niet in de kaarten kijken; volgens het laatste nieuws uit Washington neigt hij die kant op. De voorzitter van de nationale economische raad, Gary D. Cohn, lichtte ondertussen de kernafweging al toe: als blijkt dat duurzaamheid ten koste gaat van economische groei, moet de laatste voorrang hebben.

    Maar de tegenstelling tussen groei en duurzaamheid is onzin. Niet alleen in schijnargumentaties vanuit het Witte Huis, maar ook in Den Haag, als VVD en vooral het CDA op dit punt moeilijk doen in de formatie.

    Vieze groei oogt goed in de statistiek, maar uiteindelijk moeten we alsnog betalen

    Ten eerste geeft het bruto binnenlands product (bbp), de standaard graadmeter voor economische groei, een vertekend beeld. Veel kosten van milieuvervuiling, zeker op de lange termijn, worden in het bbp niet meegenomen, omdat de vervuiler er geen rekening voor gepresenteerd krijgt. Vieze groei oogt dan wel goed in de statistiek, maar uiteindelijk moeten we alsnog betalen om de schade op te ruimen of te beperken. Het bbp is daarom een slecht kompas voor milieubeleid – het stuurt je stelselmatig de verkeerde kant op.

    Maar zelfs als je alleen kijkt naar die nauwe definitie van economische groei, gaat die prima samen met een transitie naar duurzaamheid. Die transitie vergt enorme investeringen. Worden die gedaan, vertalen zij zich rechtstreeks in extra banen en een hoger bbp. De vraag is helemaal niet of duurzaamheid samengaat met economische dynamiek – dat doet zij zeker. De echte vraag is wie dat gaat betalen.

    Pijnpunten

    Bekijk het zo, en je snapt opeens waarom veel economische liberalen zo moeilijk doen. Het eerste pijnpunt: de omschakeling naar schone energie is disruptive, zoals de Amerikanen dat noemen – het verstoort de bestaande orde. Daarin maken vaak bedrijven de dienst uit van wie het zakenmodel direct of indirect aan oude energiebronnen hangt. Energiebedrijven zelf natuurlijk, maar ook de auto-industrie, transporteurs van brandstoffen, onderhoudsbedrijven van gaspijpleidingen, installateurs van CV-ketels, etc.

    Als we omschakelen naar een duurzame economie moeten veel sectoren zich fors aanpassen. Daar tegenover staat nieuwe dynamiek op andere gebieden, zoals efficiëntere stroomnetten en zonnepanelen, betere oplaadpunten voor elektrische auto’s, enzovoort. Maar daar zit old business niet op te wachten, en zij mobiliseren politici die hun belangen van oudsher behartigd hebben – de Republikeinen in de VS; in Nederland de VVD en, in het geval van agrariërs, het CDA.

    Investeringen waaraan we allemaal iets hebben, zoals schone lucht, zullen bedrijven nooit doen

    Het tweede pijnpunt is het onvermogen van de markt om een succesvolle transitie te bewerkstelligen. Omdat de kosten van milieuvervuiling door iedereen gedragen worden, is die te goedkoop. Investeringen waarbij wij allemaal gebaat zijn, zonder dat we daarvoor op een markt kunnen betalen – iets als schone lucht of een beheersbare zeespiegel – zullen door bedrijven niet gedaan worden.

    Afleidingsmanoeuvre

    Kortom, de omschakeling naar duurzaamheid kan niet zonder een sturende overheid. Die moet harde regels opleggen voor CO2-emissies. Die moet met veel geld investeren in een duurzame transport- en energie-infrastructuur. Die moet met een slim subsidiebeleid huishoudens over de streep trekken om zelf duurzamer te worden. Die moet met publieke middelen technologische innovatie steunen waar wij als maatschappij de komende decennia bij gebaat zijn.

    Die sturende overheid hebben we hard nodig, maar zij rijmt niet goed met de ideologische bagage van VVD en CDA, en al helemaal niet met die van de Amerikaanse Republikeinen. Die houden nog steeds van een overheid die alleen van de zijlijn toekijkt en niet durft de wissels voor de toekomst goed te zetten.

    We mogen politici niet met dit soort onzin laten wegkomen

    De tegenstelling duurzaamheid en groei is dus een retorisch rookgordijn. Een afleidingsmanoeuvre van politici die oude belangen en ideeën niet kunnen loslaten. Bij Trump weet je niet of hij het niet misschien echt gelooft. Maar van alle andere politici moet je vermoeden dat zij dit soort argumenten tegen beter weten in gebruiken. We mogen ze niet met dit soort onzin laten wegkomen. Zolang hun argumenten onweersproken in de ruimte staan, houden die een schijn van plausibiliteit die ze niet verdienen.

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Daniel Mügge

    Professor of Political Arithmetic aan de UvA. Probeert te ontrafelen waarom we de economie zo meten als we dat doen.

    Volg Daniel Mügge
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De economische religie

    Gevolgd door 990 leden

    'De economie groeit, dus het gaat goed met Nederland.' Dit soort uitspraken hoor je vast wel eens voorbij komen. Maar klopt d...

    Volg dossier