Duurzame energie wordt spotgoedkoop

    Nederlandse politici moeten stoppen met het luisteren naar fossielen uit de gas- en olie-industrie zoals Jeroen van der Veer. Hun goede raad is gewoon te duur.

    Meer kerncentrales. Met Poetin valt prima te onderhandelen. En 'we weten niet hoe het hele debat over klimaatverandering gaat aflopen' (sic).

    Zie hier de visie die voormalig Shell-ceo Jeroen van der Veer mocht ontvouwen op radiozender BNR. Van der Veer is een intelligente man. Dat maakt het lastig zijn uitspraken af te doen als de laatste sputteringen van een fossiel. Hij is voorzitter van werkgroep New Energy Architecture van het World Economic Forum (WEF). Een invloedrijke club. Als het gedachtengoed van Van der Veer representatief is voor de ideeën van deze werkgroep, is de vraag waarom het woord 'New'  is opgenomen in de naam. Vernieuwing hoeven we dan vanuit het WEF niet te verwachten. Wél handhaving van de status quo en op de oude voet verder gaan. Dan staat één ding vast: de energiemarkt blijft in handen van oligopolies van staten en bedrijven. En duurzaam is ze al helemaal niet.

    Van der Veer zegt vooruit te willen kijken naar 2050, maar lijkt blind voor de ontwikkelingen op het gebied van energie op dit moment. Donderdag maakte het Internationaal Energie Agentschap bekend dat duurzame technologie wereldwijd in 2013 goed was voor 22 procent van de productie van elektriciteit. Over vijf jaar zal dat 26 procent zijn, ook al vlakt de sterke groei van de afgelopen jaren af door politieke onzekerheid. Het agentschap onder leiding van voormalig minister Maria van der Hoeven raamt dat er jaarlijks 230 miljard dollar in duurzame energie wordt geïnvesteerd. In 2013 was dat 250 miljard dolar. [>>de presentatie van Van der Hoeven].

    De duurzame elektriciteitsproductie groeit dus snel, veel sneller dan enkele jaren geleden nog voor mogelijk werd geacht. In Duitsland bijvoorbeeld werd in het eerste halfjaar van 2014 eenderde van de elektriciteit geproduceerd door middel van duurzame bronnen. Dat is te danken aan de Energiewende, het drastische besluit van de Duitse regering om alle kerncentrales vanaf 2022 te sluiten. Ook al is daar veel kritiek op en loopt de transformatie verre van wunderbar, de transformatie is een ongelooflijke prestatie.

    De Energiewende zorgt voor veel werkgelegenheid, niet in Rusland of het Midden-Oosten, maar in eigen land

    Hoewel de Duitse consument daar letterlijk een hoge prijs voor betaalt, heeft dat, tot verbazing in vooral de Amerikaanse pers, nog niet tot protestmarsen geleid. Uit opiniepeilingen blijkt zelfs dat tweederde van de Duitsers de Energiewende steunt. Dat is te danken aan het feit dat miljoenen Duitsers er baat bij hebben: ze zijn zelf producent dankzij de zonnepanelen op hun dak of hun aandeel in een windturbine. Daarbij is duurzame energie inmiddels ook een belangrijk exportproduct geworden. De Energiewende zorgt voor veel werkgelegenheid, niet in Rusland of het Midden-Oosten, maar in eigen land. In het Noorden van Duitsland is bijvoorbeeld alleen al de aanleg van offshore windparken goed voor 18.000 arbeidsplaatsen. Duurzaam kost geld, maar levert ook veel op.

    In Nederland was het hernieuwbare aandeel in de totale stroomvoorziening een stuk lager: 12,2 procent. Terwijl in alle landen om ons heen het aandeel van duurzame energie toeneemt, is het aandeel ervan Nederland in 2013  gelijk gebleven aan dat in 2012, zo blijkt uit het Rapport Hernieuwbare Energie dat het CBS donderdag publiceerde. Het verbruik van hernieuwbare elektriciteit daalde zelfs. Volgens het CBS is dat te wijten aan het feit dat kolencentrales minder biomassa stookten. Het verbruik van hernieuwbare warmte steeg wel door de stijgende levering van warmte door afvalverbrandingsinstallaties. De vraag is of dat wel een schone, duurzame bron is. Een plastic fles brandt zo lekker omdat het in wezen een aardolieproduct is.

    Nederland profiteert overigens wel van de goedkope Duitse stroom. De Duitse consument mag zich blauw betalen, Nederland importeerde vorig jaar 22,6 miljard kWh goedkope elektriciteit uit Duitsland waardoor de prijzen hier met 20 procent daalden.

    Fossiele lobby

    Dat Nederland zo ver achterloopt ten opzichte van intussen de meeste andere Europese landen – zelfs Roemenië presteert beter op het gebied van duurzame energie –  heeft te maken met onze achtergrond als fossiele grootmacht. Van der Veer cs konden decennialang hun stempel drukken op de Haagse politiek en daardoor is het ministerie van Economische Zaken in feite een verlengstuk van de oliegigant.

    Shell is als een van de grootste ondernemingen ter wereld en gezien zijn historie, het machtigste bedrijf van Nederland. Tot de splitsing in 2005 was het bedrijf ook aandeelhouder (25 procent) van de Gasunie en bepaalde het mede hoe ver de nationale gaskraan kan worden opengedraaid. En dus hoeveel geld er in de schatkist stroomde om de Nederlandse verzorgingsstaat mee te financieren. Via uitvoerder NAM, die de concessie op de exploitatie van aardgas bezit, oefent Shell de facto nog steeds de controle uit op 75 procent van de Nederlandse aardgasproductie.

    Het idee om wat met de kennis en de al aanwezige infrastructuur te doen na de uitputting van de gasvelden lag voor de hand. Nederland koestert de ambitie om een sleutelrol te spelen in de handel en het transport van aardgas, de zogenoemde gasrotonde van Europa te worden. Daarin zijn miljarden aan belastinggeld in geïnvesteerd – tot 2014 8,2 miljard euro – zonder dat er ooit een behoorlijke politieke discussie is gevoerd over de haalbaarheid danwel wenselijkheid. De Rekenkamer deed er in 2012 onderzoek naar en kwam tot de deze conclusie:

    'De Staat heeft de investeringen echter niet in alle gevallen aantoonbaar getoetst aan het publieke belang, dat wil zeggen: aan de vraag of de investeringen bijdragen aan schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening. Dit publieke belang behoort volgens het beleid dat het kabinet hiervoor zelf heeft geformuleerd, te worden meegewogen bij het beoordelen van investeringsplannen.' [>>lees hier de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer]

    Die investeringen in de gasstructuur zijn leuk voor bedrijven zoals Shell, dat op deze manier praktisch gratis zijn LNG uit Qatar en aardgas uit Rusland kan distribueren naar zijn Europese klanten. Maar of de Nederlandse economie en onze energievoorziening er net zozeer bij zijn gebaat valt te betwijfelen. Een herbezinning op deze investeringen is nog urgenter nu de spanningen rond Rusland en Oekraïne oplopen. De afhankelijkheid van Russisch gas, dat zo mooi via Nederlandse buizen naar de rest van Europa zou stromen, blijkt pijnlijk groot. Met Poetin valt prima te onderhandelen, zo ervoer Van der Veer. Maar niet als het om Oekraïne gaat. Europa zou kunnen besluiten om op energiegebied autarkisch te worden. Technisch kan dat trouwens binnen een jaar of 15 worden gerealiseerd.

    Einde energiemaatschappijen

    De komende jaren zal er ook in Nederland worden geïnvesteerd in windenergie, 18 miljard euro maar liefst. Voor de kust zullen duizenden windturbines worden geplaatst die ervoor moeten zorgen dat die 14 procent in 2020 wordt gehaald. Dat is vorig jaar afgesproken in het Energieakkoord, dat dankzij de bouwlobby onder leiding van voormalig CDA-leider Elco Brinkman, meer weg heeft van een bouwakkoord.

    Windparken gaan uit van het traditionele concept van centrale opwekking en distributie van energie. In principe is het een goedkope vorm van energie. Maar is het nog wel de meest rationele oplossing? Het is zeker niet de enige. Centrale opwekking en distributie van elektriciteit is kostbaar en technisch gezien zijn er inmiddels superieure en concurrende alternatieven. Op Follow the Money pleitte hoogleraar Jan Rotmans eerder voor een radicale ommezwaai, waarmee Nederland in 15 jaar aardgasvrij zou kunnen zijn.

    UBS komt tot de conclusie dat de tijd van grote energiemaatschappijen voorbij is

    Dergelijke ideeën worden door de Jeroen-van-der-Veers altijd afgedaan als onrealistisch, te duur en als toekomstmuziek. Het interessante is dat het concept van decentrale opwekking juist steeds meer aanhangers vindt bij ondernemers en beleggers. Bill Gates en Warren Buffett bijvoorbeeld investeerden in ondernemingen die nieuwe batterijtechnologie ontwikkelen.

    Deze week presenteerde zakenbank UBS een interessant rapport waarin zonne-energie, batterijen en elektrische auto's centraal staan. De bank komt daarin tot de conclusie dat de tijd van grote energiemaatschappijen voorbij is. De prijzen van zonne-systemen en opslag-technologie (onder meer batterijen) dalen dusdanig snel, dat er sprake is van een disruptive technology voor het huidige elektriciteitssysteem. Nog maar weinig mensen zijn zich bewust van de implicaties.

    De UBS analisten constateren dat elektriciteitsconsumenten ook producenten worden. Elektriciteisbedrijven zullen daardoor hun huidige nutsfunctie goeddeels verliezen. 'Large-scale power generation, however, will be the dinosaur of the future energy system: Too big, too inflexible, not even relevant for backup power in the long run.'

    Dat betekent niet dat deze bedrijven helemaal geen functie meer zullen hebben. Sterker, UBS ziet zelfs nieuwe kansen voor ze, maar die liggen meer in de organisatie van netwerken (smart grids), nieuwe diensten en gedecentraliseerde backup-systemen.

    Nuchtere berekening

    Het interessante aan dit UBS-onderzoek is dat het volledig met een financiële bril is geschreven, zonder de gebruikelijke politieke of klimatologische argumenten die discussies over de toekomst van de energievoorziening soms zo ondoorzichtig maken. Die financiële invalshoek helpt misschien ook om visieloze Nederlandse politici te helpen om van hun fossiele verslaving af te komen. UBS voert nuchtere berekeningen uit, kijkt met de ogen van een boekhouder naar zaken als payback time. En komt ook nog eens met handige beleggingstips voor beleggers.

    Vooral het rendement van de combinatie van zonnepanelen, batterijen en elektrische voertuigen zal de komende jaren spectaculair stijgen. De kosten van accu's zullen rond 2020 met nog eens 50 procent zijn gedaald. Een elektrisch voertuig zal daardoor net zo duur zijn als een conventionele auto. Maar de kosten voor brandstof zullen $2000 per jaar lager zijn. Door die lage prijs voor accu's wordt het interessant voor huishoudens om hun gas- of olieverwarming te vervangen door accu's waarin de - met hun zonnepanelen opgewekte elektriciteit - op kunnen slaan.

    In een van de rekenvoorbeelden laten de UBS-analisten zien dat de combinatie zonnepanelen-batterijen-auto nu al rendabel is, ook zonder een cent aan subsidie. Voor de auto-industrie als geheel is dat nieuwe ecosysteem trouwens een gemengde zegen. De lucratieve reparatiemarkt is bij elektrische auto's immers aanzienlijk kleiner.

    De analisten verwachten dat in 2025 iedereen elektriciteit kan produceren en opslaan. Die stroom zal concurrerend zijn met de prijs die energiemaatschappijen in rekening brengen. Het is ook ecologisch en energietechnisch de meest voor de hand liggende manier: er is geen sprake van transportverlies en de CO2-uitstoot is nihil. De energieconsumptie is ook veel lager: de meeste apparaten in huis zijn 'slim', ze kunnen hun verbruik aanpassen aan het aanbod.

    In dit nieuwe ecosysteem spelen elektrische auto's een dubbelrol. Omdat hun batterijen stroom kunnen opslaan, kunnen ze in principe ook functioneren als persoonlijke elektriciteitscentrales. Het is deze visie – de auto als elektriciteitscentrale – die voormalig Econcern-bestuurder Ad van Wijk nu als hoogleraar propageert.

    Economie

    Tot nu toe is elektriciteit uit zonne-energie op een niet-slimme, traditionele manier geïntegreerd in het bestaande systeem. Dankzij subsidies (waarvan Duitsland het meest extreme voorbeeld is) loont het zich om de opgewekte stroom simpelweg in het net te pompen, onafhankelijk van vraag en aanbod van dat moment. Daarom zijn grote backup-systemen in de vorm van grote elektriciteitscentrales op dit moment nog steeds nodig en kunnen ze, paradoxaal, nauwelijks renderen. Alle grote energiebedrijven, Nuon/Vattenfall, E.on en RWE, maken verlies. Nu de mogelijkheid van decentrale opslag op grote schaal binnen handbereik komt, zullen zij zich op de toekomst moeten beraden.

    In discussie over onze energievoorziening wordt altijd gewezen op de enorme kosten die gepaard gaan met de energietransitie. Die zijn ook aanzienlijk, zeker als de kosten van de klimaatverandering er niet in worden opgenomen. Maar waar kosten worden gemaakt, wordt ook geld verdiend. Het UBS-rapport laat zien dat er interessante nieuwe zakelijke mogelijkheden liggen in nieuwe, decentrale energiesystemen. In het rapport staan praktische beleggingstips voor wie van deze onstuitbare trend  wil profiteren.

    Plat gezegd: met de transitie naar duurzaam valt geld te verdienen. Ook voor de Europese Unie, met zijn hoge werkloosheid, liggen er mogelijkheden om op zinvolle wijze de stagnerende economie nieuw leven in te blazen. Politici kunnen niet langer enkel nog luisteren naar 'Jeroen van der Veer'.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 689 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren