'Dwaling' met een woekerpolis

    Wie wilde er nu ooit een woekerpolis hebben? Precies. Advocaat Adri Kranenburg mikt daarom op vernietiging van de polisovereenkomst

    De compensatie die verzekeraars aan houders van een woekerpolis toezeggen, valt tegen. Kan er via de rechter een beter resultaat worden behaald? Voor veel woekerpolishouders biedt een beroep op 'dwaling' perspectief.

    Tienduizenden houders van een beleggingspolis hebben in de afgelopen maanden een brief van hun verzekeraar ontvangen waarin wordt aangegeven welke tegemoetkoming wordt toegekend op grond van met de Stichting Verliespolis en de Stichting Woekerpolisclaim gemaakte afspraken. De boodschap is meestal teleurstellend. Eén van de grootste verzekeraars, ASR, meldt in een brochure dat er voor ongeveer 40 procent van zijn polishouders geen vergoeding in zit en dat slechts 25 procent meer dan 1000 euro tegemoet kan zien.

    Waarschijnlijk ligt het bij andere verzekeraars niet anders. Daarbij komt dat het toegezegde bedrag vaak pas in de verre toekomst, aan het einde van de looptijd van de polis, wordt uitgekeerd. Een polishouder die zich hier niet bij wil neerleggen, kan zich wenden tot het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) of een procedure bij de rechtbank aanhangig maken.

    Stichting Koersplandewegkwijt
    Zo heeft de rechtbank Utrecht in de zaak van de Stichting Koersplandewegkwijt tegen Aegon (Spaarbeleg) de maandelijks ingehouden overlijdensrisicopremie voor duizenden polishouders drastisch verlaagd. Voorts heeft de Kifid Beroepscommissie recentelijk aan een verzekerde een forse schadevergoeding toegekend. Bovendien heeft de rechtbank Haarlem onlangs, na een geslaagd beroep op 'dwaling' een woekerpolis ingrijpend gewijzigd in het voordeel van de polishouder.

    Het komt er bij dwaling op neer dat bij het aangaan van een overeenkomst de ene partij een verkeerde voorstelling van zaken heeft, omdat de andere partij hem niet of onjuist informeert. Het schoolvoorbeeld van dwaling is de aankoop van een tweedehands auto die veel meer kilometers heeft afgelegd dan de teller weergeeft. Of dat de auto op een liter benzine slechts 15 kilometer aflegt terwijl de verkoper '1 op 25' heeft voorgespiegeld. Het zal geen verbazing wekken dat een koper in een dergelijke situatie de auto wil teruggeven aan de verkoper en terugbetaling van de koopprijs verlangt. In juridische termen: vernietiging van de overeenkomst.

    Beroep op dwaling
    Het ligt bij een woekerpolis eigenlijk niet anders. Ook een polishouder die niet kreeg wat verwacht mocht worden, kan in principe een beroep op dwaling doen en verlangen dat de polis wordt teruggedraaid. Gelet op de aandacht voor de woekerpolisaffaire, is het opvallend dat dit tot nu toe toch zo weinig is gebeurd.

    Een woekerpolishouder kan om uiteenlopende redenen hebben gedwaald. Zo kan de dwaling verband houden met het zogenaamde 'hefboomeffect'. Dat komt voor bij tienduizenden polissen waar het beleggen wordt gecombineerd met het verzekeren van een bepaald kapitaal in geval van overlijden. De polishouder betaalt maandelijks een bedrag aan de verzekeraar. Van dat bedrag worden diverse 'kosten' en overlijdensrisicopremie ingehouden. Hetgeen resteert is beschikbaar om te beleggen.

    Overlijdensrisicopremie
    Probleem bij deze polissen is dat de overlijdensrisicopremie iedere maand wordt berekend als percentage over het verschil tussen het verzekerd kapitaal en de reeds opgebouwde waarde in de polis. Dat percentage neemt toe naarmate de polishouder ouder wordt - omdat het risico op overlijden ook toeneemt. Dit betekent dat de maandelijks verschuldigde overlijdensrisicopremie steeds hoger wordt als, door tegenvallende beleggingsresultaten, de in de polis opgebouwde waarde achterblijft bij de verwachtingen.

    Van de maandelijkse betaling door de polishouder is dan een steeds groter deel overlijdensrisicopremie, waardoor steeds minder resteert voor waardeopbouw in de polis. Het komt zelfs regelmatig voor dat de verzekeraar uiteindelijk meer gaat inhouden voor overlijdensrisicopremie en kosten dan dat er door de polishouder maandelijks aan de verzekeraar wordt betaald. Dan wordt er ingeteerd.

    Verkeerde prognose
    De dwaling van de polishouder kan er ook mee te maken hebben dat de door de verzekeraar gegeven prognose van het te behalen eindkapitaal, waarbij van een bepaald rendement op de beleggingen wordt uitgegaan, niet klopt. Zo komt het nogal eens voor dat de verzekeraar heeft gerekend met een (netto-)rendement waar reeds kosten voor het beheer van de beleggingen op in mindering zijn gebracht. Dat is dan voor de polishouder niet duidelijk. Die heeft niet in de gaten dat, om het beoogde eindkapitaal te kunnen halen, de beleggingen in werkelijkheid een veel hoger (bruto-)rendement moeten hebben.

    In de Haarlemse zaak heeft de rechter geoordeeld dat de polishouder heeft gedwaald omdat hij door de verzekeraar niet is gewezen op het hefboomeffect en omdat hij onjuist is geïnformeerd over het voor het beoogde eindkapitaal benodigde rendement. Toch heeft de rechtbank deze 'dwaalpolis' uiteindelijk niet vernietigd maar, op verzoek van de verzekeraar, gebruikgemaakt van zijn bevoegdheid om de overeenkomst zo te wijzigen dat het nadeel voor de polishouder in verband met deze dwaling voldoende wordt gecompenseerd. Voor iedere euro maandpremie die door de polishouder is ingelegd en nog zal worden ingelegd, moet de verzekeraar nu bijna 40 eurocent bijpassen. Dat is een forse verbetering. De waarde van de polis, die vanaf het begin moet worden herberekend, wordt nu veel hoger.

    Adri Kranenburg is advocaat te Amsterdam.

    Dit artikel werd eerder in het Financieele Dagblad gepubliceerd

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 241 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren