In de aanbevelingen die de Europese Commissie doet aan de Nederlandse beleidsmakers, neemt ze de hypotheekrenteaftrek onder vuur. De aanpak van de problemen met de sociale huursector stemt de Commissie daarentegen tot tevredenheid.

    De Europese Commissie (EC) maakt zich nog altijd zorgen over de enorme berg schulden waar de Nederlandse huishoudens tegenaan kijken. Dat blijkt uit het rapport over de Nederlandse economie dat de Commissie op 18 mei publiceerde. Van een volk dat zichzelf als spaarzaam en financieel prudent beschouwt, verwacht je zoiets niet, maar het klopt toch echt. We doen het op dat vlak veel slechter dan de andere EU-landen. Alleen de situatie in Denemarken is min of meer vergelijkbaar.

    De grote boosdoener is de torenhoge hypotheekschuld. Die bedraagt circa 640 miljard euro, bij een bruto binnenlands product van 679 miljard euro (2015). Sinds het tweede kwartaal van 2015 stijgt die schuld ook weer, na een aantal jaren juist te zijn teruggelopen. De piek van 2012, toen het 650 miljard euro-niveau werd aangetikt, komt weer in zicht. In bepaalde delen van Nederland, met Amsterdam en Utrecht voorop, jagen steeds meer mensen achter steeds minder huizen aan en dat drijft de prijzen op.

    Onderliggende oorzaak

    De Commissie stelt dat in 2012 de aftrekbaarheid weliswaar is aangepakt, maar niet in de mate die door Brussel was aanbevolen

    De EC ziet natuurlijk ook dat die aantrekkende woningmarkt de hypotheekschuld opdrijft, maar wijst daarbij op een onderliggende oorzaak. In het rapport stelt de Commissie dat de groei van de hypotheekschuld ook het gevolg is van te voorzichtig beleid op het gebied van de hypotheekrenteaftrek (HRA). De Commissie stelt dat in 2012 die aftrekbaarheid weliswaar is aangepakt, maar niet in de mate die door Brussel was aanbevolen. 

    In Nederland leeft het idee dat met die maatregelen van vier jaar geleden, definitief is gekozen voor een geleidelijke afbouw van de renteaftrek en dat dit voldoende is. Vanuit Brussel wordt er echter op gehamerd dat de fiscale renteaftrek verder moet worden teruggedrongen.

    "Het kan bijna niet anders of de verdere afbouw van de renteaftrek wordt een programmapunt bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen"

    In de Nederlandse politiek wordt bij voorkeur gezwegen over het gevoelige HRA-onderwerp, maar in Den Haag leest men de aanbevelingen wel en neemt men ze serieus. Iedere econoom weet bovendien dat een extreem lage rente en stijgende huizenprijzen de ideale combinatie vormen om de aftrek voor nieuwe gevallen af te schaffen. De huizenprijzen zullen onder die omstandigheden namelijk niet of nauwelijks reageren. Het kan bijna niet anders of de verdere afbouw van de renteaftrek wordt een programmapunt bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen.

    Pluim

    Stef Blok, minister voor Wonen en Rijksdienst, krijgt in feite een pluim van de EC. De Commissie maakt zich nog steeds zorgen over het verschijnsel scheefwonen, maar is tevreden over het gevoerde inkomensafhankelijke huurbeleid. Ook de ophanden zijnde strikte scheiding van de sociale activiteiten van woningcorporaties en de activiteiten buiten het sociale domein kan rekenen op bijval vanuit Brussel. Door de recente ontwikkelingen in de sociale huursector schrapt de Commissie zijn oude aanbevelingen betreffende deze sector. Vanaf nu zal dit hoogste orgaan van de Unie zich beperken tot het nauwkeurig volgen van de ontwikkelingen. De minister zal blij zijn met de steun vanuit Brussel voor zijn in Nederland nogal impopulaire beleid.

    De Commissie wijst er verder op dat het ontstaan van een volwassen ongesubsidieerde particuliere huursector vrijwel onmogelijk is tussen een gesubsidieerde koopsector en een beschermde sociale huursector. Een particuliere huursector die goed aansluit op sociale huur is een voorwaarde om doorstroming vanuit de sociale sector tot stand te brengen.

    Aanmoedigingen

    De vraag is wel wat Nederlandse beleidsmakers in de praktijk moeten met de Brusselse aanbevelingen. Echt nieuwe gezichtspunten zijn in het rapport niet te vinden. Het zijn eerder aanmoedigingen en aansporingen. De grote zwakte van de EC is dat ze voornamelijk op macroniveau naar de problemen kijkt. Natuurlijk zitten er, uitgaande van de bestaande normen, scheefhuurders in de Nederlandse sociale huursector. Maar in het rapport staat niets over de werkelijke inkomenssituatie van die scheefhuurders en er is ook niets te vinden over waar die huishoudens dan naartoe moeten. De economen die namens de EC die rapporten schrijven, kijken naar de Nederlandse woningmarkt als generaals naar de kaart van een slagveld. Ze zien uitstekend wat strategisch het verstandigst is, maar de sergeants op het slagveld zien met wat voor ellende dat gepaard gaat voor de manschappen. 

    De EC-economen kijken naar de Nederlandse woningmarkt als generaals naar de kaart van een slagveld

    Toch zijn die rapporten zinvol. Ze geven de richting aan waarin Nederland moet bewegen en houden druk op de ketel. De adviezen komen dus neer op verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek, het zorgen dat de juiste inkomensgroepen in de sociale huurwoningen belanden en het laten ontstaan van een huursector die qua huurniveau goed aansluit op de sociale huursector. Als dat binnen tien jaar wordt gerealiseerd, dan hebben Blok en zijn toekomstige opvolgers het helemaal niet slecht gedaan.

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 315 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 502 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid