Een boerderij met melkkoeien in Noord-Groningen, feb. 2022

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

18 artikelen

Een boerderij met melkkoeien in Noord-Groningen, feb. 2022 © Kees van de Veen / ANP / Hollandse Hoogte

Europese Commissie veegt vloer aan met Nederlands landbouwbeleid: ‘incompleet en inconsistent’

Volgens de Europese Commissie deugt het Nederlandse landbouwbeleid van geen kant. Nederland doet te weinig aan duurzaamheid, de terugdringing van fossiele brandstoffen en de vermindering van pesticidengebruik. Problemen die samenhangen met de enorme veestapel worden onvoldoende aangepakt. Bovendien heeft Nederland geen idee of de miljarden die het aan landbouwbeleid uitgeeft, überhaupt zin hebben.

Jeroen Candel, hoofddocent landbouw en voedselbeleid aan de universiteit van Wageningen, noemt de brief van de Europese Commissie die afgelopen dinsdag met de Tweede Kamer werd gedeeld 'explosief'. In haar brief laat de Commissie geen spaan heel van de Nederlandse invulling van het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid. De ambities worden gewaardeerd, maar de Europese Commissie veegt de vloer aan met de specifieke maatregelen die het kabinet wil nemen. ‘Dit kan grote consequenties hebben voor met name de Nederlandse melkveehouderij,’ zegt Candel.

In de plannen ‘ontbreekt het aan ambitie,’ schrijft de Commissie. ‘Wat wordt voorgesteld gaat niet ver genoeg om de uitdagingen op het gebied van milieu, biodiversiteit en klimaat te adresseren.’

Nederland maakt bovendien niet duidelijk welke problemen het precies wil oplossen. Het doel van subsidies wordt niet expliciet gemaakt en het is daarom inherent onduidelijk of de miljarden ergens aan bijdragen. Hoewel de Commissie de beoordeling van andere lidstaten nog niet openbaar heeft gemaakt, staat in een samenvatting wel dat een deel van deze tekortkomingen ook voor de andere lidstaten geldt.

Olifant in de kamer

De Europese Commissie benoemt in haar brief ook de olifant in de kamer, of beter gezegd: het vee dat daar staat. Veel problemen waarmee de Nederlandse landbouw kampt, zijn terug te voeren op de enorme Nederlandse veestapel: 3,8 miljoen runderen, 12 miljoen varkens en 102 miljoen kippen.

Voor al die dieren moet veel veevoer uit andere landen worden gehaald, waarna Nederland met de mest blijft zitten. Die kan deels worden gebruikt om de groei van gewassen te bevorderen, maar Nederland heeft zoveel mest dat er veel stikstof en fosfor in het milieu terechtkomt. Stikstofgevoelige eikenbossen sterven af, heidegebied raakt overwoekerd door gras en tientallen diersoorten worden met uitsterven bedreigd.

De Commissie mist meetbare doelen voor lucht- en waterkwaliteit, pesticidengebruik en mest

De Europese Commissie beschrijft de problematiek onomwonden: ‘Nederland heeft een zeer grote veestapel. Het stelt de Commissie teleur dat in de Nederlandse plannen geen interventies zijn opgenomen die de uitstoot van broeikasgassen, luchtverontreiniging door de intensieve veehouderij of het hoge surplus aan nutriënten in de bodem kunnen terugdringen.’ Bovendien ontbreken volgens de Commissie meetbare doelen voor onder meer luchtkwaliteit, pesticidengebruik, waterkwaliteit, de manier waarop we met mest en kunstmest omgaan en het tegengaan van klimaatverandering.

Robert Baayen, die bij de WUR onderzoek doet naar het Gemeenschappelijke Europese Landbouwbeleid en het ministerie van LNV meermaals adviseerde over de Nederlandse invulling daarvan, ziet net als de Commissie goede en slechte punten: ‘het huidige plan van de minister is vanuit het perspectief van natuur- en duurzaamheid een noodzakelijke maar nog onvoldoende inhaalslag.’

Uitstervende grutto

In december concludeerde de Algemene Rekenkamer al dat ook het weidevogelbeleid van het ministerie van LNV niet voldoende onderbouwd is. Hoewel het budget om de grutto te redden in twintig jaar tijd bijna verachtvoudigde, zette de daling van het aantal grutto’s door. Een van de verklaringen: het ministerie weet niet eens hoeveel subsidiegeld er naar welke maatregelen is gegaan.

Lees verder Inklappen

Politieke strijd

Het oordeel van de Commissie is onderdeel van een nieuwe manier om het gemeenschappelijke landbouwbeleid invulling te geven. Vanaf 2023 krijgen lidstaten meer vrijheid om zelf in te vullen hoe ze de Europese doelen willen halen. Om zicht te houden op die doelen, wil de Commissie van elke lidstaat een ‘strategisch plan’, waarin de maatregelen voor de komende jaren staan.

Dit is het gevolg van een politieke strijd in Europa. In het verleden hebben lidstaten zich vaak verzet tegen verduurzaming van de landbouw. Dat zij nu zelf invulling mogen geven aan het gemeenschappelijke Europese beleid, is dus een overwinning voor hen.

Het maakt het evenwel lastig om grote, Europese ambities te verwezenlijken. Voor de verduurzaming van de landbouw heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld de zogeheten Farm to fork-strategie uitgedacht, die moet zorgen dat de hele Europese voedselkringloop duurzaam wordt.

Als compromis is daarom bepaald dat lidstaten hun landbouwbeleid in een strategisch plan aan de Europese Commissie voorleggen, die daar vervolgens op kan reageren. De kritische brief aan minister Staghouwer is dus één van de weinige mogelijkheden die de Europese Commissie nog heeft om de landbouw, waar veruit de meeste Europese subsidies naartoe gaan, in lijn te brengen met de Farm to fork-strategie en de Green New Deal. 

De brief van de Europese Commissie heeft geen juridische status: Nederland kan de kritiek naast zich neerleggen en de Commissie kan geen subsidies van Nederland afpakken. Toch is het een krachtig politiek signaal, temeer daar de Commissie verantwoordelijk is voor de zogenaamde 'derogatie': een uitzonderingspositie die inhoudt dat Nederlandse melkveehouders onder voorwaarden significant meer stikstof uit dierlijke mest mogen gebruiken dan de Europese normen toestaan. Zonder derogatie was de stikstofcrisis in Nederland al veel eerder ontstaan, en groter van omvang geweest. Legt Nederland de kritiek van de Commissie naast zich neer, dan staat deze uitzonderingspositie mogelijk op het spel.

Nederland speelt met vuur, zeker nu de Europese Commissie duurzaamheid tot speerpunt heeft gemaakt

In het verleden kneep de Europese Commissie meermaals een oogje dicht als Nederland niet aan Europese milieuregels voldeed. Ons oppervlaktewater is bijvoorbeeld al jaren te vuil en de Natura 2000-gebieden worden overwoekerd door gras en brandnetels. Met name de landbouw is hiervoor verantwoordelijk. Vaak kwamen we daarmee weg, maar de laatste tijd wordt duidelijk dat Nederland hier met vuur speelt, zeker nu de Europese Commissie die duurzaamheid tot speerpunt heeft gemaakt.

In 2020 waarschuwde voormalig minister van Landbouw en Visserij Carola Schouten (ChristenUnie) de Tweede Kamer al: ‘We moeten ons realiseren dat derogatie geen vanzelfsprekendheid is.’ Volgens de bewindsvrouw zou een derogatiebesluit van de Europese Commissie steeds meer afhangen van ‘de milieuprestaties van een land’.

Candel noemt derogatie zelfs een ‘nucleaire’ knop, die ingezet kan worden als Nederland de plannen niet significant verbetert.

Nederland heeft het plan op 29 december 2021 ingeleverd in Brussel en vroeg toen stakeholders om uiterlijk 1 februari 2022 feedback te geven op het plan. Het ministerie is voornemens de inbreng van belanghebbenden tegelijk met de kritiek van de Commissie te verwerken. De herziene Europese landbouwstrategie moet per 1 januari 2023 in werking treden.

Met medewerking van Peter Teffer

Reactie ministerie van LNV

De Europese Commissie moet de plannen van de lidstaten goedkeuren. Onderdeel hiervan is dat de EC reactie geeft op het eerst ingediende voorstel – in de vorm van vragen en aanbevelingen. Dit is in Europa niet ongebruikelijk en net als de andere lidstaten gaat Nederland hier nu mee aan de slag. De EC wil met name meer duidelijkheid over de doelen en afspraken uit het coalitieakkoord (15 december vorig jaar) en hoe die passen in het concept-GLB-NSP. Toen wij het NSP indienden was het coalitieakkoord net beschikbaar. Daarom zullen we in onze reactie aan de EC daar nadere invulling aan geven.

Overigens: zoals te lezen is in de samenvatting van de EC zijn sommige feedbackpunten meer algemene aandachtspunten, die de Commissie ook in andere lidstaten signaleert. Lidstaten zullen nu reageren op de EC, de plannen aanpassen, of meer informatie geven, zodat het NSP uiteindelijk goedgekeurd kan worden. Daar gaat Nederland nu ook mee aan de slag: we bestuderen de observatiebrief en sturen onze inhoudelijke appreciatie in mei aan de Tweede Kamer. Nederland is deze week gelijk gestart met de gesprekken met de Commissie over extra toelichting, aanvulling of aanpassing van het plan. Deze gesprekken verlopen constructief.’

Lees verder Inklappen