De lage rente drijft de beurskoers op, niet de economie

    Met hun lage rentes jagen de centrale banken spaarders naar de beurs. De koersen zijn booming, terwijl de onderliggende euro-economieën nauwelijks groeien. Verontrustend, oordeelt columnist Frans Goedhart. En stoppen is bijna onmogelijk.

    Het gaat niet best met de eurozone. Af en toe komen er uit Brussel opwekkende mededelingen over het einde van de crisis. We moeten geloven dat de groei in Griekenland vanuit een economie die eerder een met 25 procent kromp en met een staatsschuld van boven de 175 procent een lichtend voorbeeld is voor de rest van de eurozone. Dat men gemakshalve de te betalen rente op de schulden niet meerekent, is bijzaak. Financieel informatiebureau Markit ziet niet veel vooruitgang: de werkloosheid is stabiel, dus nog altijd veel te hoog; in Frankrijk is voor de zevende maand op rij de zakelijke activiteit afgenomen, nieuwe ontslagrondes  zijn aan de orde van de dag. In Duitsland is het aantal opdrachten aan producenten en dienstverleners voor het eerst sinds halverwege vorig jaar niet gestegen. Dat doet de banengroei in Duitsland natuurlijk geen goed.

    Alleen schulden groeien

    Een over de gehele eurozone laagste PMI (inkoopmanagers index) in 16 maanden geeft voeding aan de verwachtingen dat in het vierde kwartaal de groei daar niet meer dan een luttele 0,1 à 0,2 procent zal bedragen. In december kan de groei nog verder afnemen, gezien het voorgaande teruglopen van het aantal orders, ook al is die daling marginaal. Niets om over te juichen dus, afgezien van die uiterst minieme groei. De schulden groeien daarentegen als kool, een direct gevolg van de aanhoudende begrotingstekorten. Door de minimale groeipercentages neemt het percentage schuld ten opzichte van het BBP des te sneller toe.

    Frankrijk, Italië

    Dan de vooruitzichten voor 2015. De begroting van Frankrijk rammelt nog aan alle kanten en komt uit op een begrotingstekort van ongeveer 4,5 procent in 2014 én 2015 - als alle hervormingen volgens plan verlopen, tenminste. Gezien de houding van vakbonden en groen-linkse facties in de linkse coalitie is dat nog bepaald niet zeker. Italië kampt met een veel te grote schuld; Frankrijk en Italië samen zorgen voor veel onrust door hun verzet tegen het Stabiliteits- en Groei Pact dat hun de mogelijkheid ontzegt orde op zaken te stellen. Of dat zo is, is een betwistbaar punt, maar dat het met het  huidige S&G Pact niet gaat lukken, is wel vrijwel zeker.
    Voor de euroburger is er ook al weinig licht aan het eind van de tunnel
    Voor de euroburger is er intussen ook al weinig licht aan het eind van de tunnel. De lasten worden alleen maar verder verzwaard en door de lage euro worden de importen duurder en de prijzen hoger. We kunnen alleen met wat afgunst kijken naar de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waar de groei wel sterk toeneemt, de werkloosheid veel lager is en de vooruitzichten rooskleurig.

    Euro is boosdoener

    Wie de oorzaak wil aanwijzen, mag met een beschuldigende vinger wijzen naar de euro die elke gunstige ontwikkeling in de kiem smoort. Een eenheidsmunt voor lidstaten die, met hun ver uiteenlopende belangen en noden, in weinig opzichten een eenheid zijn, wordt een blok aan ieders been. Of het nu om een zwakke lidstaat gaat, of om een land dat economisch wat sterker in z'n schoenen staat. Rekenen, dat kunnen we in de eurozone wel, voortreffelijk zelfs. Factoren als potentiële groei, structurele groei en conjecturele remmingen worden virtuoos in stelling gebracht, prachtige prognoses zien het licht en voor de middenlange termijnplanning stelt men ingewikkelde formules op die kunnen berekenen in hoeveel tijd een  bepaald land op een begrotingstekort van 0,5 procent zal zitten. Waarbij er voor het gemak aan voorbijgegaan wordt dat de euro al deze landen onlosmakelijk verbindt met 17 andere. Men rekent er op los, alsof het om zelfstandige landen gaat. Al die 17 andere landen zijn op hun beurt allemaal met hetzelfde bezig. En binnen de eurozone betekent winst voor het ene land gewoonlijk verlies voor het andere. Vergroot één land de uitvoer naar andere landen dan verandert immers de balans. Het land met de meeste grondstoffen en de laagste productiekosten zal altijd groeien ten koste van de andere. Dat is het verwijt dat Duitsland zo vaak te horen krijgt.
    Monetair zijn de landen van de zone gegoten in eurobeton
    Monetair zijn de landen gegoten in eurobeton. Pas wanneer ze ten opzichte van elkaar in muntwaarde kunnen verschillen kunnen ze hun eigen mogelijkheden ontplooien. Steeds meer analisten neigen naar dat standpunt. Logisch, zou je zeggen, het is ook zo vanzelfsprekend.

    De bank bepaalt de koers

    Het merkwaardige is dat de beurzen steeds losser lijken te staan van de onderliggende economieën. Terwijl de eurozone zucht en steunt, lopen de aandelenkoersen op de eurozone-beurzen steeds verder op. Nu valt dat deels toe te schrijven aan de multinationals die noch qua productie, noch qua afzet of handelsactiviteit aan één land en daarmee aan één lokale conjunctuur gekoppeld zijn. Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in de VS en het VK toen het daar nog niet voor de wind ging. Er is daarentegen wel een correlatie waarneembaar tussen maatregelen van centrale banken en de koersen. Toen de FED aankondigde dat de maandelijkse dollarinjecties te gaan verminderen en op termijn beëindigen, reageerden de beurzen wereldwijd onmiddellijk. Toen de centrale bank van Japan de QE enorm verhoogde - lees: de geldpers aanzette - stegen de beurskoersen mee. Hetzelfde gebeurde toen Draghi aankondigde de balans van de ECB met 1.000 miljard euro te vergroten om voor dat bedrag waardepapieren aan te kopen. Beurzen zouden moeten reageren op economische impulsen, maar monetaire ingrepen van de centrale banken hebben, zo bezien, meer grip op de koersen.

    Geen rente, dan maar aandelen

    De rentetarieven die de centrale banken bepalen, doen zich ook danig gelden op de beursvloer. Hoe lager de tarieven, hoe minder geld dat opbrengt. Ergens bereikt die ontwikkeling het kantelpunt, waarna je op rente niet meer hoeft te rekenen als spaarder. Dan is de stap naar de beurs snel gezet, in de hoop dat het je met aandelen wel lukt je geld iets te laten opbrengen. Gevolg: de relatie tussen de onderliggende waarde van een aandeel, de onderneming en de beurskoers raakt vertekend.
    de relatie tussen de onderliggende waarde van een aandeel, de onderneming en de beurskoers raakt vertekend
    Lenen wordt juist een stuk aantrekkelijker, een gegeven dat, op den duur, ook gevaar voor de economie oplevert. Bij een almaar volgehouden QE met de bijbehorende lage en tenslotte verdwijnende rente verliest geld uiteindelijk zijn waarde en daarmee zijn functie als vast ruilmiddel voor goederen en diensten. Superinflatie is het gevolg. En een totale ontwrichting van de geldeconomie.

    Valuta oorlogen

    Zo'n door Centrale Banken gemanipuleerde economie verstoort de 'natuurlijke' economie, die wordt gestuurd door vraag en aanbod. Een enkele impuls is onder omstandigheden nuttig, maar een vrijwel compleet kunstmatig aansturen van de financiële basis van de economie leidt tot excessen. Bovendien houden de centrale banken elkaar als aasgieren in de gaten om direct te kunnen reageren als hun eigen keizerrijkjes door andere centrale banken wordt bedreigd. Zo is nu het uitbreken van een currency war helemaal niet onwaarschijnlijk, gezien de felle QE van de Japanse centrale bank. De exportproducten worden daarmee zo goedkoop, dat het wisselkoersevenwicht er behoorlijk door verstoord wordt. Gaan andere Aziatische landen ook tot wisselkoersverlagende maatregelen over, dan is het  al zover. Het stoppen met de bemoeienis is uiterst moeilijk, omdat die voor een groot deel de oorzaak is van de huidige enorme schuldenlast van, wereldwijd, zo'n 175 procent van de totale inkomsten. Verdien dat maar eens terug zonder een enorme devaluatie. François Goedhart is ‘pensionado in ballingschap’ (la douce France) en voormalig docent fonetiek aan de Schotse University of St Andrews Linguistics Department. In zijn (schaarse) vrije tijd is hij een liefhebber van zeezeilen en (ijs-)hockey. Zijn motto: ‘niets en niemand zomaar geloven, maar altijd zelf willen uitzoeken’. europeseunie.blogspot.fr

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren