Economie is geen exacte wetenschap maar vooral een politiek bedrijf

5 Connecties

Organisaties

EU

Werkvelden

Economie Banken Politiek Wetenschap
30 Reacties

Politici beroepen zich bij hun besluitvorming vaak op economische theorieën, alsof economie een exacte wetenschap is. Vooral de aanpak van de eurocrisis laat zien dat onder het mom van economische wetenschap puur politiek bedreven wordt.

Europa? Je blijft je verbazen. Neem de stelligheid waarmee economen menen te weten wat er moet gebeuren om uit de crisis te komen. Afgelopen week nog merkte ik dat tijdens een twitterdiscussie. Nou ja, een discussie kon je het niet echt noemen, het was meer éénrichtingverkeer in de trant van: 'ik heb gelijk en u snapt er de ballen van'. Helaas zie je dat wel vaker 'onder economen'. Buitengewoon jammer, want zo komen we niet veel verder. Professor Engelen stelde ooit dat wetenschappers met een niet-economische achtergrond vaak een meer zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de analyse van en een oplossing voor de crisis dan de vaklui zelf, omdat die veel te diep in hun loopgraven zitten. Ik denk dat Engelen daar wel een punt heeft. In elk geval deel ik zijn opvatting dat een ingewikkelde problematiek als de (euro) crisis effectiever kan worden aangepakt vanuit een multiwetenschappelijk denkraam en dat de problematiek niet louter vanuit een economisch perspectief benaderd moet worden.

Economie en politiek, twee zijden van één munt

Economie en politiek zijn twee zijden van één munt en de keuze voor een bepaalde economische 'school' of stroming hangt sterk af van je politieke voorkeur. Dat betoog ik in deze column. De wijze waarop de eurocrisis de afgelopen vijf jaar gemanaged werd, is hiervan het spreekwoordelijke schoolvoorbeeld. Zelf geloof ik niet zo in economische stromingen, daarvoor heeft de werkelijkheid teveel elkaar beïnvloedende facetten. Ik denk dat je veel meer moet kijken naar de context, de (internationale) complexiteit en de waarschijnlijkheid van te verwachten gebeurtenissen. Dat betekent dat je soms kiest voor wat men een 'Keynesiaanse' oplossing noemt - op een ander moment is een niet-Keynesiaanse benadering meer geschikt om de problemen aan te pakken. Ik wil maar zeggen: ik heb het niet zo op een eendimensionale aanpak van de economische werkelijkheid. En ofschoon de nauwkeurigheid van voorspellingen aan de hand van  econometrische of speltheoretische modellen vaak schromelijk worden overschat en dus in feite worden misbruikt, kunnen ze wel degelijk een nuttige rol vervullen in ons begrip van de vele maatschappelijke factoren die op elkaar inwerken.
Economie gaat over menselijk gedrag en dat is grotendeels onvoorspelbaar
Maar of je nu aanhanger bent van (neo) Keynesiaanse economie, de Chicago School of Hayek; economie gaat over menselijk gedrag en dat is in hoge mate vooraf onvoorspelbaar en ook afhankelijk van onverwachte toekomstige gebeurtenissen. Sterker, politici pogen juist, vaak met behulp van gelijkgeschakelde media, ons gedrag te beïnvloeden. Vooral politici ter linkerzijde van het politieke spectrum hebben er een handje van te denken dat de samenleving 'maakbaar' is, dat wil zeggen dat zij hun politieke opvattingen algemeen geldend voor iedereen verklaren. In mijn ogen een ernstige en kostbare misrekening.

Wetmatigheden

Natuurlijk, er zijn economische wetmatigheden die onder vrijwel alle omstandigheden dezelfde en tevens meetbare en controleerbare uitkomsten opleveren. Er zijn vergelijkingen die de complexe economische werkelijkheid adequaat vereenvoudigen. Maar zelfs bij dergelijke vergelijkingen spelen interpretatie en politieke voorkeur een rol. Zelfs de simpele Keynesiaanse algebraïsche vergelijking Y = C + I + G + (X - M) leidt niet zelden tot heftige meningsverschillen onder economen. Simpel gezegd is Y het Nationaal Inkomen (BBP), C de (binnenlandse) consumptie, I de (binnenlandse) investeringen van de private sector, G de publieke (overheids) investeringen, X de export naar het buitenland en M de import uit het buitenland. Zie hier een eenvoudige onderbouwing van de simpele multiplier van Keynes. De discussies tussen Keynesianen en bijvoorbeeld Hayekianen gaan dan bijvoorbeeld over de waarden 'C' en 'I', waarbij economen van de Hayek school stellen dat C en I niet homogeen zijn en dat uitgestelde consumptie (lees: sparen) vooral tot doel heeft om straks méér te consumeren. Het is maar een voorbeeld. Gelukkig zijn de meeste economen er intussen wel van overtuigd dat de huidige crisis vooral een crisis is aan de vraagzijde. En wel tweezijdig, zoals ik hier heb betoogd.

Open, objectieve eurocrisis discussie schier onmogelijk

Toch blijft het lastig om een volkomen open, objectieve discussie te voeren onder economen over wat er moet gebeuren om uit de crisis te geraken. Het blijkt, dat velen het heel moeilijk vinden om eenmaal ingenomen standpunten te verlaten of te nuanceren. Dit gebrek is overigens niet enkel voorbehouden aan economen. Men hoeft maar te denken aan de klimaatdiscussie of het 'debat' over de zegeningen van de multiculturele samenleving of de rol van de financiële sector in onze samenleving - waarbij 'beter toezicht' het ei van Columbus zou zijn -, om vast te stellen dat politieke stokpaardjes het doorgaans winnen van het gezonde verstand. Spijtig. We kunnen wel wat meer gezond verstand gebruiken bij de aanpak van de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd. Maar wat je vaak ziet is dat mensen, en dan vooral politici, nauwelijks van een eerder ingenomen standpunt durven afwijken. Waarschijnlijk uit angst voor gezichts- en stemmenverlies. Daar is niets wetenschappelijks aan, het is helaas vaak wel de realiteit.

One size fits none

Neem nu de eurocrisis. De Duitse austerity-aanpak staat haaks op de opvattingen van de zuidelijke landen en Frankrijk, die juist pleiten voor hogere overheidsuitgaven en het loslaten van het Stabiliteits- en Groei Pact, dat nota bene werd opgesteld als voorwaarde voor de invoering van de euro. Terwijl het daadwerkelijke beleid dat gevoerd wordt het slechtste van twee werelden is. Enerzijds leiden de eenheidseuro (dus de afwezigheid van wisselkoersaanpassingen en rentedifferentiatie binnen de eurozone) en de austeritymaatregelen tot een pijnlijk en zeer langdurig proces van interne devaluatie in de zuidelijke landen met massale, en blijvende, werkloosheid tot gevolg; anderzijds voert de ECB een monetair beleid dat ongunstig uitpakt voor de noordelijke economieën, de spaarders en pensioenbeleggers. One size fits none. Maar een rationeel debat erover is schier onmogelijk.
Kritiek op de heilig verklaarde eenheidsmunt is taboe
De euro, en daarmee indirect de constructie van de eurozone, wordt heilig verklaard. Punt. Dat is jammer, omdat zo de belangrijkste oorzaak van de crisis in de eurozone niet adequaat geadresseerd kan worden: het gebrek aan monetaire flexibiliteit. Als men om politieke redenen, of vanwege politiek opportunisme, niet bereid is om de eurozone als misfit-constructie ter discussie te stellen, dan heeft een serieus debat erover ook geen enkele zin. Hetzelfde geldt voor de mores in de financiële wereld, maar dat terzijde. Het zou voor elk weldenkend mens zonneklaar moeten zijn, dat wil je de euro als gemeenschappelijke munt redden, er een oplossing moet komen voor de afwezigheid van monetaire flexibiliteit en de situatie van één rente voor iedereen. Bovendien zou het zonneklaar moeten zijn, dat je helemaal geen volledig geïntegreerde politieke unie nodig hebt om de gezamenlijke voordelen van een Interne Europese Markt te kunnen benutten. Sterker, het zou voor elk weldenkend mens zonneklaar moeten zijn, dat een geforceerde integratie met de daarbij behorende afgedwongen solidariteit - denk aan de eerste wet van de eurodynamica: geld stroomt altijd van rijk (noord) naar arm (zuid) - nooit kan werken op lange termijn. Het is gewoonweg onnatuurlijk, dat wil zeggen: tegen de menselijke aard, om een samenlevingsmodel te creëren dat ervoor zorgt dat het éne land permanent betaalt voor het andere. Dat kan binnen één land werken (echter zie de toenemende onvrede bij die paar deelstaten die in Duitsland het geld verdienen), maar zeker niet bij een lappendeken aan natiestaten met elk een eigen taal en cultuur. De eenheidsideologen van de Europese Unie gaan veel te gemakkelijk voorbij aan de bestaande diversiviteit tussen de verschillende Europese landen en vergeten daarbij ook, dat juist die verscheidenheid de kracht vormt van ons continent.

Eenvormigheidsstreven EU bedreigt democratie

Om deze redenen geloof ik niet in het eenvormigheidsstreven van de Europese bestuurselite. Als politiek de economie gaat overheersen en economische onevenwichtigheden in stand houdt c.q. verergert, dan dient die politiek plaats te maken voor een andere die wèl de belangen van de volken van Europa dient. En daar komen we op een ander heikel punt: hoe groter de supranationale instituties worden, des te meer gaat dat ten koste van de democratie.
Grote, megalomane constructies gaan ten koste van de democratie
Dit is een andere reden waarom een Europees conglomeraat zoals dat nu geforceerd doorgedrukt (b)lijkt te worden, geen goed idee is. En anderzijds zorgt de eenheidsmunt in de huidige constructie voor groeivertraging en krimpbevordering. Natuurlijk, ik ben niet blind voor de wereldwijde schuldenberg en erken volmondig dat het gevoerde monetaire beleid buiten de eurozone óók tot een onverantwoorde hoeveelheid schulden heeft geleid. We hebben te maken met een wereldwijde matige economische groei, maar de eurozone springt er in negatieve zin bovenuit, zelfs binnen Europa. Kijk maar eens naar het verschil in economische groei bij niet-eurolanden als Groot-Brittannië of Zwitserland, in vergelijking met de meeste landen in de eurozone. Dat verschil in performance tussen niet-eurolanden en eurolanden houdt een rechtstreeks verband met de one size fits all constructie van het eurogebied, waardoor monetaire devaluatie/revaluatie niet langer mogelijk is. Er zijn economen die pleiten voor het loslaten van de begrotingscriteria en het plegen van investeringen in infra-structuur, maar met het maken van meer schulden los je de schuldenberg niet op. Maar dat is een onderwerp voor een aparte column. En tot slot, zoals gezegd, een ander fundamenteel bezwaar tegen deze almaar uitdijende Unie is, dat dit project de democratie uitholt. Elk weldenkend mens zou in zo'n geval pleiten voor een koerswijziging. Zo niet de huidige generatie politici, die het Europese beleid bepalen. Zij zullen hun kip met de gouden eieren niet vrijwillig slachten. Dat is niet alleen kortzichtig, maar tevens uiterst onverstandig. Niet alleen voor ons, maar ook tegenover de volken van Zuid-Europa, waar meer dan een kwart van de bevolking zonder werk zit. Klik hier om mij te volgen op twitter Klik hier voor een overzicht van mijn stukken op FTM

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jean Wanningen

Gevolgd door 233 leden

Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...