Economisch herstel niet dankzij, maar ondanks regeringsbeleid

    Na het CPB en DNB meldde ook de ANWB dat de economie aantrekt. Dat maakt Ewald Engelen nog geen blij mens: 'Het economisch herstel is niet alleen uitzonderlijk matig, het duurt ook uitzonderlijk lang'. Met dank aan de politiek.

    Vorige week haalde de grootste vereniging van Nederland blij het nieuws met de mededeling dat ‘de filedruk in het eerste kwartaal van dit jaar met 56 procent is toegenomen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar’. En volgens de ANWB kwam dat vooral door het herstel van de economie ‘waardoor er meer vrachtwagens rondrijden’.

    De Wielrijdersbond herhaalt hiermee slechts wat de afgelopen maanden door tal van gezag­hebbende instellingen is gezegd: het lek is boven en de economische groei in de eurozone in het algemeen en Nederland in het bijzonder trekt aan. De Nederlandsche Bank (DNB): ‘De Nederlandse economie lijkt het juk van de kredietcrisis langzamerhand van zich af te werpen. Na twee jaren van krimp groeit de economie in 2014 met 0,8 procent.’ Het CPB: ‘Er is sprake van een gestaag, maar niet van een uitbundig herstel, dat vanaf dit jaar ook gedragen wordt door de binnenlandse bestedingen.’ De Europese Commissie: ‘De reis naar herstel gaat onverminderd door.’ De OESO: ‘Lage olieprijzen en monetaire verruiming in de eurozone geven een positieve impuls aan de economische groei in de grootste economieën, waaronder de eurozone, maar de economische expansie blijft matig, met abnormaal lage inflatie en rentestanden die duiden op onverminderde financiële instabiliteitsrisico’s.’

    Groeicijfers weer positief

    Weinig informatief natuurlijk. Economieën kunnen niet eeuwig krimpen. Op een zeker moment is het meeste vet er wel af en zal er toch gevroten en gedronken moeten worden. Kijk naar Griekenland. Ook daar zijn na vijf jaar economische kaalslag de groeicijfers weer positief. Bovendien kunnen achter geaggregeerde groeicijfers grote sectorale verschillen schuilgaan. Oftewel, als politici spreken van herstel moet de eerste journalistieke vraag zijn: wiens herstel?

    Als politici spreken van herstel moet de eerste journalistieke vraag zijn: wiens herstel?

    Als je goed leest zie je dat als oorzaken van het herstel vooral de lage olieprijs en monetaire verruiming worden genoemd. En dan weet je dat de groei vooral afkomstig is van de exportsector die met lagere prijzen voor grondstoffen en een fors concurrentievoordeel door de zwakke euro haar winstgevendheid zonder noemenswaardige inspanningen fors heeft kunnen verhogen. Volgens DNB groeit de Nederlandse economie in 2015 met 1,3 procent, groeit de export met 3,7 procent, de particuliere consumptie met 1,8 procent en groeien de bedrijfsinvesteringen met 3,1 procent.

    Op burgers afgewenteld

    Vooral van dat laatste maken CPB en DNB een groot nummer. Kiezers zijn deze crisis namelijk het haasje geweest. En met de parlements­verkiezingen van maart 2017 voor de boeg willen de voorzangers van het kabinetsbeleid maar wat graag kleine verbeteringen als majeure winsten etaleren. De 129 miljard euro die het redden van de banken in oktober 2008 en februari 2013 heeft gekost is immers via 52 miljard euro aan lastenverzwaringen op burgers afgewenteld, terwijl het beursgenoteerde exportbedrijf is ontzien, met desastreuze consequenties voor de binnenlandse bestedingen en het op de binnenlandse markt aangewezen midden- en klein­bedrijf (MKB).

    Anno 2015 is de reële koopkracht van de gemiddelde Nederlander nog altijd 4,5 procent lager dan in 2008, is de consumptie van Nederlandse huishoudens nog altijd 2,5 procent lager dan in 2008, is de totale Nederlandse hypotheekschuld nauwelijks gedaald, is de werkloosheid alleen maar geslonken doordat meer mensen zich teleurgesteld van de arbeidsmarkt hebben afgewend, blijft de omzetgroei van de Nederlandse detailhandel al jaren sterk achter bij ons omringende landen, snakt de automobielbranche al vier jaar naar lucht en neemt het aantal bedrijfsfaillissementen nauwelijks af. Wat nou herstel.

    Het economisch herstel is niet alleen uitzonderlijk matig, het duurt ook uitzonderlijk lang

    Echt witheet word ik als ik op tv of in krant vertegenwoordigers van de twee regeringspartijen hoor beweren dat het economisch herstel hun verdienste is. Pardon? Het economisch herstel is niet alleen uitzonderlijk matig, het duurt ook uitzonderlijk lang. Leg je de huidige recessie naast eerdere, dan zie je dat het ons nu meer tijd kost om op het economische welvaartspeil van voor de crisis terug te keren dan in de jaren dertig. Dat is geen lovenswaardige prestatie maar een brevet van onvermogen van heb ik jou daar. De beslissing begin 2011 van de middenpartijen om de kosten van de bancaire crisis op burgers en MKB te verhalen heeft het economisch herstel met minstens vier jaar vertraagd, met tienduizenden onnodige faillissementen en honderdduizenden onnodige werklozen tot gevolg.

    Ondertussen hopen PvdA, VVD en de loyale oppositie dat op 15 maart 2017 de economie voldoende is aangetrokken om de kiezer te verleiden opnieuw op zijn eigen folteraars te stemmen. De uitslagen van zomer 2014 en winter 2015 suggereren echter anders. Door het eigen huishoudboekje te laten prevaleren boven dat van de kiezers heeft de politieke kaste een basaal sociaal contract gebroken. Namelijk dat de staat er is voor de burgers, niet andersom.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2019 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren