deflatie en quantitative easing anders bekeken

7 Connecties

Onderwerpen

Euro Europa QE wisselkoersen Draghi. eurozone

Organisaties

ECB

Werkvelden

Economie
37 Reacties

Om de economie te stimuleren overweegt de ECB een forse geldverruimming in de eurozone. Een zinloze actie, vinden veel economen. Dat denkt gastauteur François Goedhart ook. Zijn bezwaar: hiervan profiteren niet burgers, maar banken en multinationals.

Afgelopen zaterdag las ik weer eens een van de mantra's van de voorstanders van Quantitative Easing (QE): door de dalende prijzen houdt de koper de hand op de knip. Waarom dat nu zo fout is, werd er niet bijgezegd. Maar de reden is uiteraard de theorie dat de koper in dat geval geneigd is te wachten tot de prijzen - nog verder - zullen dalen, om zo een neerwaartse spiraal te veroorzaken die fataal is voor de economie. Er werd ook niet aan toegevoegd dat in theorie het bijdrukken van extra honderden miljarden tot maximaal duizend miljard euro in het kader van QE de inflatie juist zou aanwakkeren. In koperstermen: dat de prijzen gaan stijgen. Dat moeten ze ook blijven doen, want zodra de prijzen stabiliseren is er opnieuw geen inflatie. En inflatie wordt in deze theorie gezien als een nooit eindigende noodzaak. Het verdwijnen van inflatie dient dan ook terstond bestreden te worden door de centrale banken. We hebben het dan dus over een toestand van voortdurende prijsstijgingen en dus voortdurende waardevermindering van de munt, de euro. Wel heeft men berekend dat die waardevermindering idealiter beperkt moet blijven tot 2 procent per jaar. En dat jaar na jaar.

QE in VS en VK

Noch in de VS, noch in het VK is echter die theorie in de praktijk bevestigd. In beide landen is de inflatie ondanks een serie van enorme QE injecties nog altijd beneden de twee procent. In Japan kan QE net zo goed alsnog een enorm debacle worden. Succes is dus zeker niet verzekerd. Ook de door QE te veroorzaken grotere economische groei - in zowel de USA als in het VK geschat op drie procent per jaar - is gewoon een ongefundeerde gok. In de USA heeft de komst van het schaliegas meer invloed gehad dan QE, gelet op de snelle economische groei na de start van de winning. Bovendien dreigt door QE het gevaar voor een mondiale currency war, waaraan alle landen meedoen om er niet onder te lijden. Exportwinst voor de éne muntzone gaat tenslotte ten koste van de exportwinst van een andere. Dat verschijnsel wordt ook wel de export van deflatie genoemd.
Er wordt een paniekstemming gecreëerd met QE als onvermijdelijk gevolg
Centrale banken beginnen al te piepen als die gewenste prijsstijgingen onder die twee procent blijven. Er is dan nog lang geen sprake van deflatie maar voorkomen is beter dan genezen, lijkt men te denken. Onmiddellijk worden de rentetarieven verlaagd en goedkope leningen verstrekt. Als deze standaardingrepen niet het gewenste resultaat opleveren, gaan de centrale banken als laatste kunstgreep geld bijdrukken. Zo staat het in de economische handboeken, al bestaan daar ook andere ideeën over. Maar geld bijdrukken, geldverruiming, is nu eenmaal de consensus. Er wordt een paniekstemming gecreëerd met QE als onvermijdelijk gevolg. Ernstige deflatie is natuurlijk een gevaar voor fiscale stabiliteit en voor de houdbaarheid van de schulden van de staat en banken. De schulden nemen in reële waarde toe, dus ook de rentelast. Net zoals een te grote inflatie een gevaar is. Maar ontstaat die deflatie omdat de koper de hand op de knip houdt? Of omdat de knip leeg is? Er is een wereld van verschil tussen die twee. In het eerste geval is er wel de koopkracht maar dalen de prijzen om de een of andere reden, in het tweede geval is er geen koopkracht waardoor de prijzen wel moeten dalen, omdat anders de productie moet worden verminderd en in het ergste geval stopgezet. Failliet. Er wordt dan ook gesproken van twee soorten deflatie, aanbod-deflatie en vraag- (koopkracht)deflatie.

Prijzen laten dalen

Prijzen kunnen om verschillende redenen zakken. Bijvoorbeeld door importen uit lagelonen-landen, landen met lage sociale lasten. Daar is de productie uiteraard veel goedkoper. Verplaats de productie naar die landen, hou de regie hier en incasseer de marge, is dan het devies. Daar kan de binnenlandse productie niet tegen concurreren en dat heeft twee gevolgen: de prijzen van die producten dalen en de binnenlandse productie ervan is niet lonend meer en wordt gestopt. Andere mogelijke oorzaak van lagere productiekosten: verbeterde productiemethodes door nieuwe technieken. Met als neveneffect ontslag voor overbodig geworden werknemers.  Een daaraan verwante oorzaak is concurrentie, die maakt dat bedrijven snijden in hun kosten. De voor de hand liggende methodes daarvoor zijn minder personeel harder laten werken of loonsverlaging.
Prijsdalingen leiden tot loonsverlagingen of ontslag werknemers
Deze drie gevallen van prijsdaling gaan dus gepaard met ontslag of loonsverlagingen, die op hun beurt weer een substantiële daling van de koopkracht betekenen. En dalende belastinginkomsten voor de staat en hogere uitgaven aan sociale uitkeringen uiteraard. Het begrotingstekort stijgt. En omdat de staat zelf niet kan bezuinigen, moet dat tekort gecompenseerd worden door verhoging van de belastingen en heffingen voor burgers en bedrijven. De spiraal wervelt verder naar beneden met de verdere ondermijning van de concurrentiepositie van bedrijven en een almaar verder afnemende koopkracht van de gewone man. Zo ontstaat een andere vicieuze cirkel van dalende inkomsten en minder besteedbaar inkomen en tenslotte de daling van inflatie en economische groei. Men gelooft blijkbaar dat het bijdrukken van duizend miljard euro bijdrukken en aan de banken leveren in ruil voor schuldpapier bovenstaande situatie, zoals die in de loop van decennia is gegroeid, zou kunnen veranderen. Dat geeft mij te denken.

QE als symptoombestrijding

QE is symptoombestrijding, want die dreigende deflatie is een symptoom en niet de kwaal zelf. QE geeft hooguit een tijdlang een vals gevoel van 'probleem opgelost', maar de dieperliggende oorzaken van de economische teruggang  blijven bestaan. We gaan niet goedkoper produceren dan de ontwikkelingslanden, hooguit gaan die wat duurder produceren. Betere productietechnieken zijn niet tegen te houden, robots zullen veel werk goedkoper en gehoorzamer uitvoeren dan mensen. Goed ontworpen software zal veel meer administratieve taken gaan overnemen. Internetwinkels winnen het van fysieke winkels. Tenslotte zullen alle landen van de eurozone elkaar blijven beconcurreren om een groter plakje van de eurocake te veroveren. Dat laatste komt door de rampzalige structuur van de eurozone: ieder dezelfde munt, maar met blijvende focus  op het belang voor de eigen, nationale, economie.
QE leidt tot sluipende verarming van gehele eurozone
Er is één macro-economisch gunstig - maar voor de gewone man ongunstig - bijverschijnsel van QE: de onopgemerkte verarming van de gehele eurozone. Nu reeds is, door de dreigende taal van Draghi, de euro 12 procent in waarde gedaald ten opzichte van de dollar. Natuurlijk gaat het in de VS nu steeds beter, dat is een deel van de oorzaak van de waardevermindering van de euro. Maar de dollar is bovendien de wereldmunt waartegen alles wordt afgemeten. Wereldhandel is dollarhandel, de mondiale reservevaluta is de dollar. Ook tegenover andere valuta groter dan die van bijvoorbeeld het VK. Zie hieronder de koersontwikkeling van de euro respectievelijk het Britse pond tegenover diverse andere valuta:

Bron: eigen berekening Bron: eigen berekening

ponddollar Bij het echt doorvoeren van de duizend miljard euro QE zal die koersdaling van de euro nog veel verder doorgaan. Zeker in combinatie met de - volgens Draghi - nog lang doorgaande vrijwel nulrente in de eurozone, tegenover de broodnodige renteverhoging in de USA. Er zijn al analisten die een een op een voor euro dollar verhouding in het verschiet zien. In feite zou dat een enorme devaluatie van de euro betekenen. Voor de interne eurozone-handel maakt dat niets uit, maar daar de eurozone, afgezien van kolen grondstof- en brandstofarm is, moeten die worden ingevoerd. Daardoor zullen ook alle geïmporteerde grondstoffen en ermee verwerkte producten enorm in prijs stijgen. Dat brengt, ironisch maar waar, wel hogere prijzen, dus hogere inflatie. Die inflatie is wel gekoppeld aan verder verminderde koopkracht. De lonen worden er niet automatisch mee verhoogd, behalve in België, waar die geïndexeerd zijn. Bij aanpassen van de lonen zou alle voordeel van de lagere eurokoers voor de export verdwenen zijn. Voor de lidstaten met een positieve internationale handelsbalans is de koersdaling van de euro een voordeel, voor de lidstaten met een negatieve internationale handelsbalans juist een groot nadeel. Het grootste surplus heeft Duitsland met €161 miljard (Nederland 44,7; Italië 28,2;Ierland 26,6). Het grootste tekort heeft het VK met € 102,4 miljard (Frankrijk 55,5 miljard; Spanje 19,4; Griekenland 15,7 mrd).

Groeiende verschillen

De wisselkoersontwikkeling zal een nieuw evenwicht gaan scheppen voor eurozone/dollar waarde. Maar binnen de eurozone zullen de verschillen echter juist groter worden. Op de keper beschouwd kan QE onze concurrentiepositie zelfs verder aantasten. De meer dan 4 biljoen dollar grote Amerikaanse QE gelden zijn voor een aanzienlijk deel via de Amerikaanse banken in de Emerging Markets terecht gekomen, zie onderstaande grafiek.

Bron: Board of Governors of the Fed Bron: Board of Governors of the Fed

Emerging Markets

De groei van de Emerging markets (EM) wordt gefinancierd door geleend geld. Daar hebben deze investeringen de productiemogelijkheden en dus export mogelijkheden naar de rijke landen aanzienlijk vergroot. Natuurlijk is daardoor de export naar die EM's ook enigszins gegroeid, maar dan wel gefinancierd door van ons geleend geld. Onze eigen industrie heeft er extra door geleden. Goed voorbeeld: zonnepanelen. Aanvankelijk in eigen land geproduceerd, maar uit de markt geconcurreerd door de veel goedkopere Chinese. Voor een zo omvangrijke QE als door de ECB voorzien, geldt ook dat die sommen niet alleen in de eurozone geïnvesteerd zullen worden maar ook de investeringshonger zullen stillen van opkomende landen.
Zelfs goedkoop geld jaagt de investeringen in de eurozone niet aan
Het investeringsklimaat in de eurozone is immers zo slecht, dat zelfs goedkope leningen door de ECB aan de banken aangeboden voor investeringen in het eurozone bedrijfsleven, nauwelijks aftrek vinden. Laat staan duizend miljard euro, waar de banken een behoorlijk rendement op zullen moeten maken, meer dan het rendement op de nu in hun bezit zijnde obligaties en andere waardepapieren, om de transactie voor hen aantrekkelijk te maken. Terzijde: de banken zullen aan de ECB in de eerste plaats de voor hen riskantere obligaties aanbieden. Denk in dat verband aan de Duitse waarschuwing dat de ECB een soort Bad Bank status erdoor zou kunnen krijgen. Een ander negatief effect van de QE is een niet bedoeld neveneffect. Een neveneffect echter, dat effectiever is gebleken dan het waken over de prijsstabiliteit door regulering van de inflatie. Dat neveneffect is de invloed van QE op de wisselkoersen. Ik heb al de nu 12% waardedaling van de euro genoemd, alleen al door de dreiging met QE door Draghi. Analisten vinden dat het niet onaannemelijk is, dat er zelfs een "een op een" verhouding euro/dollar zal ontstaan. Dat betekent dan een val van de euro van 1.40 dollar op het hoogtepunt -enkele maanden geleden nog- tot 1 dollar, oftewel een waardevermindering van de euro ten opzichte van de dollar van 28,5  procent. Zie onderstaande grafiek over het koersverloop euro versus dollar: euro versus dollar Zoals ik al opmerkte zal deze ontwikkeling voor lidstaten met een positieve handelsbalans goed uitpakken, maar voor lidstaten met een negatieve balans een nadelige invloed uitoefenen. Het gebrek aan grond- en brandstoffen in de eurozone speelt daarbij een grote rol. Net zoals in Japan.

Armoede in eurozone zal toenemen

Tot zover legt dit verhaal van QE grotendeels de nadruk op de staatshuishouding en niet op de levensomstandigheden van de gewone man. Ik heb wel al betoogd dat door de dalende inflatie, deflatie veroorzaakt door goedkope import, betere productiemethodes en onderlinge concurrentie, de prijzen wel stabiel blijven of zelfs dalen, maar dat desondanks de koopkracht van de gewone man daalt. Lonen worden in vele landen verlaagd of houden de geringe inflatie niet bij. Importprijzen zullen stijgen, de werkgelegenheid zal dalen. We moeten daarbij ook betrekken dat vele landen bezig zijn hun concurrentiepositie ten koste van andere landen te handhaven of te verbeteren. Dat houdt, zoals we ook in de eurozone zien, het verlagen of in ieder geval niet aanpassen van de lonen in. Het gevolg is dat de armoede -de material deprivation- in de eurozone zal toenemen. Er moet altijd een onderscheid worden gemaakt tussen de toestand van de staatshuishouding en de levensomstandigheden van de bevolking. De laatste decennia is de staatshuishouding overeind gehouden door de verhoging van de lasten voor de bevolking. De financiële toestand voor de bevolking is daardoor verslechterd en voor velen zal daardoor de armoedegrens overschreden zijn. De nu optredende val van de euro draagt daar toe bij. Nu is armoede een relatief begrip, maar er is voor de Europese Unie -naast een definitie van armoede met alle verschijnselen ervan- een armoede grens opgesteld: minder dan 60% van het mediane inkomen in een land is de material deprivation threshold. Onderstaande grafiek laat dit zien (groen: verbetering, rood: verslechtering):

Bron: eurostat Bron: eurostat

. Het lijkt tegenstrijdig maar toch is aantoonbaar dat de combinatie van de twee trends, het teruglopen van de inflatie onder de twee procent grens en de maatregelen daartegen, gecombineerd met de waardevermindering van de euro en dus duurdere import, aanzienlijk meer bewoners van de eurozone onder die armoedegrens zullen doen belanden. Het gevolg van toenemende material deprivation zal het ongenoegen dat groeiende is in de Europese Unie -en nog sterker in de eurozone- alleen maar verder doen toenemen.

Tot besluit

Na vijftien jaren eurozone is van het beloofde naar elkaar toegroeien en de beloofde sterke groei van welvaart en werkgelegenheid niets terecht gekomen.
Van de beloofde groei van welvaart en werkgelegenheid is niets terechtgekomen
Het tegendeel is gebeurd. De levensomstandigheden in de lidstaten zijn vergeleken bij hun uitgangspositie in 2000 verslechterd. Zelfs ondanks bailouts en speciale financieringsprogramma's hebben de lidstaten hun schulden zien toenemen, en weten dat ze zullen blijven toenemen. Ze zijn niet in staat gebleken gezamenlijk schulden te doen afnemen en groei te doen toenemen. Het enige antwoord van de eurozone hierop is steeds geweest: verdere eenwording en geldverruiming. Banken en staat profiteren hiervan maar de gewone man moet het gelag betalen. Dat, terwijl in niet-eurozone landen (oh ironie, zij zijn eigenlijk de achterblijvers) de economie wel groeit. In het zuiden waar soms wel 20 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft en in Frankrijk groeit de weerstand, zelfs in Duitsland, de super propagandist voor de eurozone en EU, begint het verzet ertegen toe te nemen. De Europese Unie is begonnen als een nuttige samenwerking, maar is na de oprichting van de eurozone en de Griekse bailout totaal van karakter veranderd en wordt ons nu gepresenteerd als een onvermijdelijkheid. Van nut tot lot. Daardoor zal Griekenland altijd binnen de eurozone gehouden worden. Want stapt Griekenland eruit, dan is de onvermijdelijkheid doorbroken. Dan is er een uitweg. ------------------- François Goedhart is ‘pensionado in ballingschap’ (la douce France) en voormalig docent fonetiek aan de Schotse University of St Andrews Linguistics Department. In zijn (schaarse) vrije tijd is hij een liefhebber van zeezeilen en (ijs-)hockey. Zijn motto: ‘niets en niemand zomaar geloven, maar altijd zelf willen uitzoeken’. europeseunie.blogspot.fr

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Gastauteur

Gevolgd door 314 leden

FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.