© ANP

Een duurzame economie

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws is dat dat mogelijk is, als de economie een echte wetenschap wordt. Maar daar is nogal wat voor nodig. Een omslag in denken, om te beginnen. En een boek. Lees meer

Onze wereld wordt geteisterd door grote structurele problemen. Klimaatverandering, armoede, instortende economieën, om er een paar te noemen. We beschikken over tal van middelen om deze op te lossen. Dat de problemen desondanks blijven bestaan, is volgens wetenschapper Niko Roorda een kwestie van economie. Vrijwel alle grote tragedies in de wereld, meent hij, zijn er doordat we economisch gezien niet begrijpen wat we doen. We moeten toe naar een economisch systeem dat intrinsiek duurzaam is, en hebben een economische wetenschap nodig die dat ontwerpt en invoert. Hierover schrijft Niko Roorda zijn nieuwste boek, en dat wil hij samen met de lezers van FTM doen.

55 Artikelen

In het begin van hoofdstuk 3 schreef Niko Roorda over duurzaamheid en de weeffouten in ons systeem. Vandaag is de beroemde Triple P aan de beurt: je kunt geen boek schrijven over duurzaamheid zonder die toe te passen.

In de vorige aflevering begon ik met een introductie van het concept ‘duurzame ontwikkeling’. Ik liet de historische wortels van het begrip zien, beginnend vanuit de milieuzorgen in de jaren 1960, via de systeemaanpak van Club van Rome in de zeventiger jaren, tot en met de meest algemeen erkende definitie, die van Brundtland. Daarna legde ik enkele relaties met de economie.

In sommige commentaren in het FtM-forum werd opgemerkt dat ik veel verder in de geschiedenis had moeten beginnen, omdat er al langer kritisch wordt gekeken naar de menselijke omgang met de natuur en het milieu (en met andere mensen). Dat is juist, en in de komende afleveringen zal ik daarop ingaan. Niet te diep, want mijn boek is niet gericht op de historie maar op de toekomst. Maar bepaalde prachtige bronnen, zoals opperhoofd Seattle, komen zeker ter sprake.

Dat gebeurt nu nog even niet, want ik vervolg in deze aflevering mijn verhaal van de vorige keer. De beroemde Triple P is aan de beurt: je kunt geen boek over duurzaamheid schrijven zonder die te noemen en toe te passen; dat is althans mijn (elders ruimschoots onderbouwde) mening. Ook beschrijf ik de zeventien Sustainable Development Goals, die tot 2030 wereldwijd leidend zijn.

Ik voeg er iets nieuws aan toe: een ‘Triade’. Door de SDG’s, de Triple P en de Triade te combineren, verkrijg ik negen aspecten van duurzaamheid; en (dus) ook van onduurzaamheid, waar weeffouten oorzaak zijn van chronische pijn, mislukkingen en rampspoed.

3.1.2. De Triple P: planet, people, profit

Duurzame ontwikkeling gaat over veel onderwerpen. Er zijn verschillende manieren bedacht om in deze veelheid wat orde te scheppen. Een van de bekendste is in 1996 bedacht door Ismail Serageldin, de oprichter van de Bibliotheca Alexandria. De Triple P, oftewel de drie P’s: planet, people en profit. Deze driedeling, in het bedrijfsleven ook aangeduid als de Triple Bottomline, kreeg spoedig grote bekendheid, onder meer dankzij het werk van auteur John Elkington. De drie P's worden ook wel de ‘pijlers van duurzaamheid’ genoemd. In mijn beschrijving in 2018:

Drie keer duurzaam

Ecologische duurzaamheid (planet) heeft betrekking op het behoud en de veerkracht van het natuurlijk leefmilieu. Dit betekent dat ecosystemen en biodiversiteit worden beschermd en dat het vermogen van de natuurlijke leefomgeving ons grondstoffen te verschaffen en onze afvalstromen te verwerken, niet wordt aangetast.

Sociale duurzaamheid (people) gaat op individueel niveau over vervulling van primaire levensbehoeften, eerbiediging van mensenrechten, vrijheid en veiligheid, culturele waarden, scholing en gezondheid, zelfontplooiing, diversiteit, empowerment en participatie; en op maatschappelijk niveau over vrede, democratie, solidariteit en de bindende krachten in de samenleving.

Economische duurzaamheid (profit) is aanwezig wanneer de ontwikkeling naar sociale en ecologische duurzaamheid kan plaatsvinden in een voldoende stabiele economische omgeving en financieel haalbaar is, en wanneer individuen, gezinnen en samenlevingen gevrijwaard zijn van armoede. In plaats van ‘profit’ wordt ook wel de wat ruimere term ‘prosperity’ gebruikt.

Lees verder Inklappen

De balans

Duurzame ontwikkeling betekent dat alle hier genoemde aspecten en thema’s worden bezien in hun onderlinge afhankelijkheid en verwevenheid, waarbij voortdurend de diverse belangen, problemen en oplossingen in hun samenhang harmonieus tegen elkaar worden afgewogen en met elkaar verbonden. Dit beginsel wordt vaak kort aangeduid als: ‘De drie P’s dienen onderling in balans te zijn’.

Dat balans-idee wordt op een fraaie manier ingevuld door elk van de drie P’s op te vatten als een kapitaal, zoals de Nederlandse onderzoeksorganisatieTelos  deed: op basis van een balans tussen het natuurlijk, het menselijk en het financieel-economisch kapitaal kunnen nationale en lokale overheden duurzame beleidsplannen ontwikkelen en uitvoeren.

Concrete doelen

Na de publicatie van het Brundtland-rapport in 1987 begon er een nieuw internationaal spel: het overeenkomen van concrete resultaten van duurzame ontwikkeling; van het beschrijven van routes om daar te komen en van het schuiven met verantwoordelijkheden, onder meer gericht op de vraag: wie gaat dat betalen? Wetenschappelijke deelnemers en vertegenwoordigers van milieu- en mensenrechtengroepen streefden naar het vaststellen van ‘SMART’ doelen: specifiek, meetbaar, aanvaard, realistisch, tijdgebonden. Veel politici probeerden het tegenovergestelde te bereiken, dat wil zeggen, fraaie doelen die niet of nauwelijks SMART waren, vooral met betrekking tot de landen die ze zelf vertegenwoordigden.

Spelronde

Hoewel het spel vanzelfsprekend continu werd gevoerd, vond de eerste officiële spelronde plaats in Rio de Janeiro in 1992. Dat gebeurde tijdens de eerste omvangrijke wereldconferentie voor duurzame ontwikkeling, de Earth Summit. Het resultaat was een reeks afspraken, samen Agenda 21 genoemd: de Agenda voor de 21e eeuw.

Eeuwwisseling

Rond de eeuwwisseling volgde een nieuwe set van concrete doelen: de Millennium Development Goals (MDG’s, in het Nederlands: Millenniumdoelen), die voor de periode van 2000 tot 2015 een lange reeks van overeengekomen meetbare targets vastlegden, vooral met betrekking tot doelen die in de ontwikkelingslanden dienden te worden gerealiseerd. De doelen waren niet heel erg SMART, want met name het aspect ‘realistisch’ was niet helemaal van toepassing. Sommige doelen werden volledig behaald; andere deels; en een flink aantal niet of nauwelijks.

Vervolgprogramma

Toen het jaar 2015 naderde, werd er intensief internationaal onderhandeld over een ambitieus vervolgprogramma. Dat mondde uit in een verzameling van zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s; in Nederland soms aangeduid als de Duurzame Ontwikkelingsdoelen), getoond in figuur 3.1, die het wereldwijde duurzaamheidsprogramma vastleggen voor de periode van 2015 tot 2030. Samen worden de zeventien doelen ook ‘Agenda 2030’ genoemd.

 

Figuur 3.1. De zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s)

 

De zeventien doelen zijn, in een Nederlandse vertaling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), weergegeven in tabel 3.1.

Tabel 3.1.

De zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s)

  1. Uitbannen van armoede overal, in alle vormen.
  2. Uitbannen van honger, bereiken van voedselzekerheid, verbeterde voeding en het bevorderen van duurzame landbouw.
  3. Verzekeren van een gezond leven en bevorderen van welzijn op elke leeftijd.
  4. Verzekeren van gelijke toegang tot kwalitatief goed onderwijs en bevorderen van levenslang leren voor iedereen.
  5. Bereiken van gendergelijkheid en zelfontplooiing/empowerment voor alle vrouwen en meisjes.
  6. Verzekeren van beschikbaarheid en duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen voor iedereen.
  7. Verzekeren van toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen.
  8. Bevorderen van aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve werkgelegenheid en eerlijk werk voor iedereen.
  9. Opbouwen van robuuste infrastructuur, bevorderen van inclusieve en duurzame industrialisatie en stimuleren van innovatie.
  10. Terugdringen van ongelijkheid binnen en tussen landen.
  11. Steden en nederzettingen inclusief, veilig, robuust en duurzaam maken.
  12. Verzekeren van duurzame consumptie- en productiepatronen.
  13. Ondernemen van urgente actie om klimaatverandering en de gevolgen ervan tegen te gaan.
  14. Conserveren en duurzaam gebruik maken van de oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen voor duurzame ontwikkeling.
  15. Beschermen, herstellen en bevorderen van het duurzame gebruik van ecosystemen, duurzaam beheren van bossen, tegengaan van woestijnvorming, tegengaan en terugdraaien van landdegradatie, en het verlies aan biodiversiteit een halt toeroepen.
  16. Bevorderen van vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzekeren van toegang tot het rechtssysteem voor iedereen en creëren van doeltreffende, verantwoordelijke en inclusieve instituties op elk niveau.
  17. Versterken van de implementatiemiddelen en vernieuwen van het mondiaal partnerschap voor duurzame ontwikkeling.
Lees verder Inklappen

De SDG’s houden, anders dan de eerdere MDG’s, ook stevige taken in voor de rijke landen, onder meer omdat ze die sociale plichten opleggen. Samen vormen de zeventien doelen een behoorlijke poging om invulling te geven aan wat hierboven ‘definitie (3)’ werd genoemd: duurzame ontwikkeling is … “een weg naar een wereld waarin alle mensen, gemeenschappen en volkeren in vrede, vrijheid, welvaart en welzijn leven, samenleven en zich ontplooien; waarin de natuur gezond, divers, veerkrachtig en uitbundig aanwezig is; en waarin de economie stabiel en toekomstbestendig is.”

De zeventien doelen zijn op het eerste gezicht misschien weinig concreet, maar ze zijn nader uitgewerkt in de vorm van een lijst met 232 meetbare indicatoren. Om je een idee te geven hoe dat er uitziet, geeft tabel 3.2 een voorbeeld, behorend bij SDG 8. De meetbare targets van dit doel zijn genummerd als 8.1, 8.2, enzovoorts. De tabel toont target 8.8, waarvoor twee indicatoren zijn vastgelegd.

Tabel 3.2.

Voorbeeld: een target van een SDG, met bijbehorende indicatoren

SDG 8: Bevorderen van aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve werkgelegenheid en eerlijk werk voor iedereen.

Target 8.8:
Bescherm arbeidsrechten en bevorder veilige werk-omgevingen voor alle werknemers: inclusief migranten, met name vrouwelijke migranten en mensen met onzeker werkgelegenheidsperspectief.

Indicator 8.8.1: Frequentie van fatale en niet-fatale bedrijfsongevallen, naar geslacht en migrantenstatus

Indicator 8.8.2: Toename in naleving van arbeidsrechten (vrijheid van vereniging en collectief onderhandelen) gebaseerd op schriftelijke bronnen van de International Labour Organization (ILO) en nationale wetgeving, naar geslacht en migrantenstatus

 

Lees verder Inklappen

De complete lijst van targets en indicatoren geeft in detail weer wat de lidstaten van de Verenigde Naties in 2030 willen hebben bereikt. Ongetwijfeld zal deze afspraak slechts deels nagekomen worden, net als de MDG’s eerder. Een voorname reden daarvan is dat de oorzaken van onduurzaamheid diep verankerd zijn in de menselijke, sociale, politieke en economische structuren in de vorm van weeffouten.

3.1.3. De Triade: pakken, spelen, breken

Deze weeffouten zijn, met andere woorden, systemisch: ze behoren tot, of komen voort uit de fundamentele systemen en structuren die we als mensheid in de loop van duizenden jaren hebben opgebouwd.

Dit hoofdstuk zal laten zien dat veel van deze weeffouten hun oorsprong hebben in de wereldwijde economie. Om dat op een overzichtelijke manier aan te tonen, maak ik gebruikvan de Triple P. Weliswaar biedt dit trio geen honderd procent dekkende en onderscheidende indeling van alle duurzaamheidsthema’s: allerlei onderwerpen vallen deels in meerdere P’s. Denk aan het thema ‘armoede’, dat deels toebehoort aan people, vanwege alle menselijke oorzaken en gevolgen van armoede, en deels aan profit, omdat het ook te maken heeft met inkomen, en dus met arbeidsrechten en werkgelegenheid. Maar desondanks biedt de Triple P intuïtief een overzichtelijke indeling, die redelijk goed te hanteren is om de weeffouten te presenteren.

Dit boek introduceert daarnaast een tweede manier om weeffouten in drie groepen in te delen, loodrecht op de Triple P.

Triade

Deze ‘Triade’ kan omschreven worden als:
maken – gebruiken – afschaffen.

Of ook als worden – zijn – verdwijnen, als geboorte – leven – dood,
of als toekomst – heden – verleden.

Met een lichte ironie kun je ook spreken van: pakken – spelen – breken.
Dat is een beschrijving die ten aanzien van onduurzaamheid vrij accuraat is, zoals zal blijken.

In het Engels kunnen de drie leden van de Triade fraai aangeduid worden als:
de Three Aches: take – shake – break.

 

Lees verder Inklappen

Door de Triple P te combineren met deze Triade, ontstaan negen ‘klassen’ van weeffouten,
zoals figuur 3.2 laat zien.

Figuur 3.2. Negen groepen weeffouten

Voorbeelden van weeffouten, ingedeeld volgens de negen klassen, worden getoond in tabel 3.3. Zij worden in de loop van het huidige hoofdstuk in verband gebracht met negen belangrijke economische thema’s. Met behulp van deze verbanden gaat getoond worden hoe de diverse weeffouten wortels hebben in het economisch systeem. (Let wel: ik beweer daarmee niet dat er een eenvoudige een op een relatie is tussen de negen klassen en de negen economische thema’s.)

Ook toont de tabel enkele relaties met de zeventien SDG’s, die eveneens nader zullen worden toegelicht.

Als eerste komen nu een aantal ecologische weeffouten aan de beurt.

Ten slotte

Die aankondiging van de ecologische weeffouten is het slot van paragraaf 3.1. In de volgende paragrafen, 3.2 tot en met 3.4, komen de drie P’s een voor een aan de beurt, te beginnen dus met natuur & milieu.

Mocht je het gevoel hebben dat die komende thema’s voor een flink deel niet over economie gaan (‘wat heeft dat nu allemaal met Follow the Money te maken?’), wees dan gerust. Het is in deze drie paragrafen mijn missie om keihard aan te tonen dat alle, of in elk geval verreweg de meeste weeffouten die onduurzaamheid veroorzaken, hun wortels hebben in de economische structuur. Niet al hun wortels misschien, maar wel veel. Met andere woorden: of ik nu schrijf over ecologische of over sociale onduurzaamheid, het gaat tegelijk voortdurend over economie. De bovenstaande tabel laat dat al zo’n beetje zien, in de kolom ‘Economisch thema’.

Daarmee vormen de drie paragrafen (3.2 tot en met 3.4) waaraan ik volgende keer begin, samen een gedeelte van het boek waarin ik vooral afbreek. Ik laat systematisch zien hoe de huidige macro-economische structuur leidt tot allerlei soorten rampen en tragedies. Het huidige hoofdstuk is dan ook, om het wat netter te zeggen, ‘analytisch’ van aard: ik kijk naar de huidige situatie en ik spoor de gebreken ervan op. Aan het tegendeel, de synthese, het opbouwen dus, ben ik voorlopig nog niet toe. Dat komt later, dus dat hou je tegoed. Eerst is de analyse van essentieel belang: als je niet eens weet wat je moet aanpakken, moet je er zeker nog niet aan beginnen. Eerst snappen, dan handelen. (Dat is dus tegengesteld aan de manier waarop ik als student ooit go speelde: dat was bij mij vooral een kwestie van ‘eerst doen, dan denken’. Ik kwam op go-toernooien meestal niet zo ver. Ik was nog jong.)

Volgende keer maak ik een begin met dat snappen, bij de bespreking van het eerste blokje van figuur 3.2: ‘Verovering’. Van de planeet, door de mens.

Trouwens, je weet het, he? Download de inhoudsopgave en de weer gegroeide literatuurlijst via https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch.

 

Niko Roorda
Niko Roorda
Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.
Gevolgd door 779 leden