Een glibberige blunderjacht

    Jesse Frederik ging op economische blunderjacht en moest constateren dat economen -naar eigen zeggen- geen blunders maken.

    Het leek zo makkelijk. Een artikel schrijven over economenblunders. Door de jaren heen had ik een imposante privécollectie aan blunders van Nederlandse economen verzameld. Een collectie die tot dan toe met name was gebruikt in een kinderachtige Twittercampagne tegen de beroepsgroep. In 140 tekens herinnerde ik menig twittereconoom aan twijfelachtige uitspraken uit het verleden. Het leverde me drie blocks en een kleine vierhonderd volgers op.
    En een verzoek om een verhaal voor Vonk te schrijven. Bij een broodje wisselden chef Kustaw Bessems en ik beleefdheden uit. Ik vertelde hem eerlijk dat ik een gestraalde havist was, na herhaaldelijk studiefalen aan het schrijven gegaan. En ik pitchte mijn economenverhaal volgens de kogelvisstrategie: nuances komen later.
    Het viel in de smaak.
    Eitje, dacht ik, toen ik mij eraan zette. De inhoud was er al. Ik hoefde de heren economen alleen maar te citeren, het geheel te overladen met een licht spottend sausje, een scherpe conclusie te schrijven en het eindresultaat aan de betreffende economen voor te leggen om hun - ongetwijfeld beschaamde - reactie op te tekenen. Dat viel tegen, want vooral bij stap vier begonnen complicaties op te treden.

    Sweder

    'Ofwel je bent volstrekt ondeskundig en hebt echt geen weet van al de verdraaide en weggelaten feiten in je artikel', stelde topeconoom Sweder van Wijnbergen na lezing van de conceptversie van mijn artikel. 'Ofwel je weet er wel van maar verdraait doelbewust omdat de doelstelling nu eenmaal is met modder gooien. Dan is het een integriteitsprobleem en is het de vraag waarom de Volkskrant zich met je inlaat.'
    DOOR DE JAREN HEEN HAD IK EEN IMPOSANTE PRIVÉCOLLECTIE AAN BLUNDERS VAN NEDERLANDSE ECONOMEN VERZAMELD
    Incompetent of niet integer, beide klonken me weinig aantrekkelijk in de oren.
    Enigszins voortvarend had ik Van Wijnbergen mijn pennevrucht gemaild met de mededeling: 'Deze week publiceer ik een artikel in de Volkskrant (zie bijlage), waarin ik uw analyses onder de loep heb genomen. Ik zou graag uw reactie optekenen.' In zijn reactie had Van Wijnbergen niet alleen mij op de korrel genomen, maar ook zijn heil hogerop gezocht. Van de Volkskrant stonden chef economie Xander van Uffelen én hoofdredacteur Philippe Remarque in de cc van de mail waarin Sweder stelde dat mij competentie dan wel integriteit ontbrak. 'Ik wacht met belangstelling af of dit geplaatst wordt', schreef Van Wijnbergen in de laatste alinea, zich kennelijk over mijn hoofd richtend tot Remarque. 'Zo ja dan is dit een duidelijk signaal dat de ambitie om een kwaliteitskrant te blijven definitief overboord is gegaan bij de Volkskrant.'

    Prof. Dr. van Wijnbergen in actie

       

    Schrapwerk

    Toegegeven, ik had Van Wijnbergen in eerste aanleg ten onrechte een verloren Mexicaans decennium in de schoenen geschoven. Desalniettemin bleef er na het nodige schrapwerk toch een weinig rooskleurig beeld over van zijn analyses. Dat moest hij zelf toch ook zien?
    En dat is belangrijk, want Van Wijnbergen is in de media een veel geraadpleegde bron van economische expertise. Niet verwonderlijk, zijn cv staat vol met imposante topfuncties. Ondanks zijn hoge mate van bekwaamheid had Van Wijnbergen tijdens de kredietcrisis veel dubieuze duiding gedebiteerd. Althans, dat vond ik. Van Wijnbergen zelf bleek daar duidelijk anders over te denken.
    Van Wijnbergen had tijdens de kredietcrisis veel dubieuze duiding gedebiteerd
    De paniek op de beurs was 'pure hysterie', zei Van Wijnbergen eind 2007 in het Algemeen Dagblad aan de vooravond van de diepste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. 'Het is een mooie tijd om goedkoop aandelen te kopen. Dat zou ik nu doen', zo adviseerde hij. De Nederlandse beurs staat inmiddels, zes jaar later, nog steeds een kleine 30 procent lager dan in 2007. In hetzelfde artikel duidde hij de Nederlandse gevolgen van de woningmarktcrisis in de Verenigde Staten. 'Nederlandse banken bezitten bijna geen hypotheekleningen uit de VS of daarvan afgeleide producten', wist de professor.
    Op het eerste gezicht een flinke misser. Maar niet volgens Van Wijnbergen. 'Ik had gewoon gelijk', oordeelde hij in een reactie. 'De Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson maakte in die periode de grootste beleidsfout van de kredietcrisis. Hij liet volkomen onverwacht Lehman Brothers failliet gaan, waardoor ook Europese banken in de problemen kwamen.' Klaarblijkelijk kan men niet verwachten dat Van Wijnbergen rekening houdt met politici die banken laten omvallen als ze insolvent zijn. 'Bovendien doelde ik op subprime hypotheken, dat is volstrekt helder uit de context van het artikel, en niet op alle Amerikaanse hypotheken.'
    Naar mijn mening was dat helemaal niet duidelijk uit de context. Ik kon het tenminste niet ontdekken. Subprime hypotheken zijn subprime hypotheken en Amerikaanse hypotheken zijn Amerikaanse hypotheken, zou ik denken. Maar ja, zou de journalist van het AD het wel helemaal goed hebben opgeschreven? En bovendien, wat kon ik terugzeggen? 'Nietes'?
    Wat in elk geval wel onverdedigbaar leek, is dat ook toen Lehman Brothers wél viel, Van Wijnbergen de ernst van de crisis nog niet inzag. Twee dagen na de val van Lehman Brothers zei hij in de Volkskrant nogmaals dat hij niet verwachtte dat Nederlandse banken in de problemen zouden komen. 'De bedragen die ze verliezen komen niet in de buurt van wat ze niet meer kunnen hebben, de toezichthouders zitten er veel strakker op.'
    Zelfs als het een kleine twee weken later toch zo ver komt en Fortis een kapitaalinjectie van maar liefst 11 miljard euro nodig heeft, blijft Van Wijnbergen goedgemutst. 'Minister Bos en consorten hebben tijd gekocht, en die moet iedereen goed gebruiken. Als dit plan de markten niet tot rust brengt dan weet ik het ook niet meer.' Een paar uur later, bij de sluiting van de beurs, blijkt dat Fortis die dag 23 procent van zijn beurswaarde heeft verloren. Vier dagen later wordt de bankverzekeraar alsnog genationaliseerd. Dezelfde dag dat hij voorspelde dat de rust weder zou keren zei Van Wijnbergen in de Volkskrant dat hij niet verwachtte dat er 'een belangrijke bank in de polder zal omvallen'. 'ABN Amro is eigenlijk de gezondste bank van Nederland [en] de ING Bank voert momenteel een heel conservatief beleid.'

    Fouten? Neen

    Tot mijn ontsteltenis zat Van Wijnbergen ook hier zijns inziens niet mis. Over ING: 'Dit was evident een terechte opmerking onder het bewind van ING-CEO Jan Hommen en daarvoor overigens ook. Met uitzondering van de risico's gelopen bij ING Direct USA.' Risico's waarvoor ING tientallen miljarden aan staatsgaranties en kapitaalinjecties ontving, maar dat was blijkbaar een voetnoot. 'En wat betreft ABN Amro, daar doelde ik op ABN Amro vóór de overname. DNB gaf indertijd aan dat ABN Amro zeer adequaat gekapitaliseerd was. Daarop was mijn opmerking gebaseerd.'
    Gevraagd of hij niet één fout had gemaakt tijdens de hele crisis zei Van Wijnbergen van niet. 'Nee, ik heb geen vergissingen gemaakt indertijd en jij hebt er ook geen kunnen aantonen. Mijn visie van destijds wordt momenteel breed gedeeld in de academische finance professie.'
    Elke uitspraak viel volgens Van Wijnbergen uit te leggen. Het zou een terugkerend thema blijken. Van Wijnbergens agressie was weliswaar uniek, maar geen enkele econoom die ik benaderde, vond dat hij fouten had gemaakt. De argumentatie, onvoorziene omstandigheden ('Niemand wist dat Lehman failliet ging'), interpretatieverschillen ('Dat bedoelde ik niet en dat blijkt duidelijk uit de context') of onverifieerbare uitspraken ('Als ABN niet was overgenomen was er geen probleem geweest'), maakten het praktisch onmogelijk om ook maar iets keihard te weerleggen.

    Woningmarkt

    Woningmarkteconomen, die vrijwel allen de woningmarktcrisis niet zagen aankomen, bleken bijvoorbeeld ook weinig geneigd hun standpunten te herzien. 'Allesoverziend heeft Nederland een gezonde woningmarkt', schreef Peter Boelhouwer, directeur van vastgoedinstituut OTB Delft, nog in 2008. 'Het zou best wel eens kunnen zijn dat we rond de zomer het ergste gehad hebben.' Drie maanden later dacht Boelhouwer nog steeds dat de woningmarkt in de kern gezond was. 'De werkloosheid is nog laag, de rente is stabiel en de schaarste op de huizenmarkt blijft', zei Boelhouwer. 'Als deze factoren in stand blijven, kan de prijsdaling beperkt blijven.' Voor de duidelijkheid: ondanks een - tot voor kort - lage werkloosheid, lage rente en ingestorte nieuwbouw daalden de woningprijzen vanaf de piek met bijna 20 procent.
    Toch heeft Boelhouwer achteraf geen spijt van zijn uitspraken. Integendeel, ze waren correct. 'Mijn voorspelling kwam uit. Er was even een periode van herstel in 2010', legt Boelhouwer uit. 'Toen heb ik ook gewaarschuwd dat kredietrestricties en het woonbeleid de markt fors zouden verstoren. Dat is mijns inziens de reden waarom het toch weer fout ging.'
    Boelhouwer stond lang niet alleen. 'Omdat de fundamentals sterk zijn, verwachten wij per saldo een beperkte verdere stijging van de huizenprijzen', schreven de economen van de Rabobank in november 2008. 'Voor 2008 voorzien wij een nominale prijsstijging met 1,5 procent en in 2009 bedraagt deze ongeveer 1 procent.' Dat viel tegen, want 2009 eindigde met een prijsdaling van ruim 5 procent. Toch bleef Rabobank-hoofdeconoom Wim Boonstra goedgemutst. 'Wij zijn vrij optimistisch over de woningmarkt', zei hij een jaar later met een ernstige blik in de RTLZ-camera. 'De Nederlandse huizen zijn heel degelijk gefinancierd.' Een ineenstorting van de Nederlandse woningmarkt was volgens Boonstra 'apekool'.
    Oké, 'de prijsvoorspellingen zijn niet uitgekomen', wil Boonstra nu wel erkennen.' Maar van instorten was geen sprake. Ik ben nog steeds van mening dat ons land geen zeepbel op de huizenmarkt heeft.' Het probleem is volgens Boonstra de 'grote onzekerheid inzake de hypotheekrenteaftrek'. 'Dat heb ik indertijd niet goed gezien. Ik had verwacht dat de aftrek met meer overtuiging ter hand zou worden genomen. Maar mijn fundamentele visie op de woningmarkt is niet echt gewijzigd.' Meer dan vier jaar later is de Rabo-econoom nog immer optimistisch. 'Het is een kwestie van tijd tot de markt weer omslaat.'

    Wim Boonstra voor zijn spreekgestoelte

    IJdele Eijff

    Een makkelijker doelwit was hoogleraar Sylvester Eijffinger van de universiteit van Tilburg. IJdele Eijff heette hij al op de redactieburelen van onderzoekscollectief Follow the Money, mijn belangrijkste werkgever. Eijff was voor mij een beetje een persoonlijke obsessie geworden. Het was de unieke combinatie van een ongekend dedain voor critici met een trackrecord waar de honden geen brood van lusten die mij fascineerde. Desondanks was en bleef Eijffinger een van de meest geciteerde economen in Nederland. Al achtmaal op rij won hij de prijs voor meest mediagenieke academicus van de universiteit van Tilburg.
    Het was de unieke combinatie van een ongekend dedain voor critici met een trackrecord waar de honden geen brood van lusten die mij fascineerde
    Net als zijn collega Van Wijnbergen maakte Eijffinger zich aan de vooravond van de ernstigste naoorlogse financiële crisis weinig zorgen over de gezondheid van de Nederlandse financiële sector. 'De Nederlandse banken worden goed geleid', zei hij in januari 2008 tegen het Brabants Dagblad. 'Ze zullen ongetwijfeld wat slechte leningen in hun portefeuille hebben zitten, maar die zullen beperkt zijn. Dat komt ook door het strenge toezicht van De Nederlandsche Bank.' Een jaar later nam hij plaats in de commissie-Maas, die namens de banken met plannen tot hervorming van de financiële sector moest komen.
    Eijffingers grootste angst was en is inflatie. In 2008 was het vooral nodig om het inflatiespook te verjagen. Zonder renteverhoging zou de inflatie in de eurozone oplopen naar wel 4 procent, beweerde Eijffinger in De Telegraaf. Een maand later ging Lehman Brothers failliet en verlaagde de ECB de rente in rap tempo van 4,25 procent in oktober 2008 naar 1 procent in mei 2009. De inflatie kwam in 2009 ondanks de renteverlagingen uit op gemiddeld 0,3 procent. Ook in de Verenigde Staten pakten donkere monetaire wolken zich samen, volgens Eijffinger. Het agressieve crisisbeleid van de Amerikaanse centrale bank kon niet op zijn goedkeuring rekenen. 'In 2010 [kan de Amerikaanse inflatie] zo 6 à 7 procent zijn.' De Amerikaanse inflatie kwam uit op slechts 1,7 procent in 2010.
    In een column van Eijffinger en frequent co-auteur Edin Mujagic gericht aan - onbenoemde - critici verdedigt Eijffinger zich. 'Amateur-economen' kunnen het duiden van monetaire ontwikkelingen beter overlaten aan de experts, stelt het duo. 'Aan economische voorspellingen kan en mag iedereen zich wagen, net zoals iedereen, voetballer of niet, een voorspelling kan en mag doen voor de uitslag van een willekeurige wedstrijd uit de eredivisie', schrijven Eijffinger en Mujagic. 'Het is echter een goede zaak de macro-economische analyse over te laten aan macro-economen.'
     Eijff duidt zijn mediagenius. "Je bent toch een betrouwbare bron van duiding en verklaring van processen die er plaatsvinden."
    Eijffinger wilde niet reageren op herhaalde verzoeken om commentaar voor dit artikel. Klaarblijkelijk had ik niet alleen op Twitter een block gekregen van de weledelgeleerde mediaprofessor. Mujagic, die in zijn boek Het Inflatiespook nog schreef dat 'de westerse wereld afstevent op jaren van torenhoge inflatie en misschien zelfs hyperinflatie hier en daar', wel: 'Ik richt me op de middellange en lange termijn', legt Edin Mujagic uit. 'Dat er bovendien geen stijgende inflatie is, betwist ik. Het is een feit dat de inflatie is gestegen van -0,6 procent naar 3 procent. En dat in een omgeving van recessie die volgens veel analisten en journalisten juist voor deflatie had moeten zorgen!'
    Eijffinger wilde niet reageren op herhaalde verzoeken om commentaar voor dit artikel
    Dat is het dan. Wat huis-, tuin- en keukeninflatie. Die bovendien voor ruim een procentpunt is veroorzaakt door de Nederlandse btw-verhoging, niet door wild tierende geldpersen. Wie door de ronkende retoriek over inflatiespoken en geldmoord wat meer vuurwerk had verwacht, komt bedrogen uit.

    Olijke Omroepeconoom

    De enige econoom die op een lichte vorm van pragmatisme was te betrappen, was Mathijs Bouman. Een rijzende ster in het selecte gezelschap van media-economen. En terecht, want de olijke omroepeconoom bezit de schaarse gave om op de televisie met behulp van rekwisieten als een waterkan en een paar limonadeglazen de kredietcrisis begrijpelijk te maken.
    In zijn eerste column voor Het Financieele Dagblad in 2010 schreef Bouman dat we ons geen zorgen hoefden te maken over 'de angstvisioenen' van sommige economen over bezuinigingen. Integendeel! Bouman haalde een onderzoek van Harvard-econoom Alberto Alesina aan dat zou aantonen dat bezuinigingen de groei zelfs konden aanjagen. 'In veel gevallen blijkt een bezuinigingsronde het startsein van een periode van relatief hoge economische groei', schreef Bouman. 'Het werkt als een verjongingskuur voor de economie. Overbodige ambtenaren komen terecht in de productieve sector, burgers en bedrijven krijgen vertrouwen in de toekomst en buitenlands kapitaal stroomt het land in.'
    In het licht van de afgelopen drie jaar een nogal dubieuze column, leek me. 'Overbodige ambtenaren' bleken in Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland ondanks - of dankzij? - een flinke bezuinigingsronde niet in de 'productieve sector' terecht te komen; het vertrouwen van burgers en bedrijven verdampte en buitenlands kapitaal verliet de zuidelijke landen. Het onderzoek dat Bouman aanhaalde werd bovendien zelfs door het IMF, toch een onverdachte club als het om bezuinigingskritiek gaat, gekraakt.
    'Een column is geen analyse', reageert Bouman nu. 'Niet de plek voor mitsen en maren, maar voor uitvergroten en prikkelen. Elders is mijn toon anders.' Toch verdedigt hij zijn column ook inhoudelijk. 'Is al aangetoond dat de groeitegenvallers in Zuid-Europa in de eerste plaats door bezuinigingen komen en niet vooral door de bankencrises en angst over een euro-exit?', vraagt hij. Retorisch, vermoed ik. 'Bovendien verzwaarden veel landen de lasten in plaats van te bezuinigen.'
    Mathijs Bouman en een taart

    Complicaties

    De avond nadat Van Wijnbergen zijn epistel had toegezonden, ontmoette ik Volkskrant-hoofdredacteur Phillippe Remarque toevallig voor de eerste keer bij de uitreiking van een journalistieke prijs, De Tegel. Eric Smit en ik zouden er eentje winnen die avond, voor een stuk over derivaten dat in de Volkskrant was gepubliceerd. Het gesprek belandde onvermijdelijk bij de mail van Sweder. Klaarblijkelijk hadden mijn stuk en Sweders reactie iets losgemaakt op de Volkskrantburelen. Het artikel werd op de economieredactie 'te wild' bevonden, vernam ik van Remarque. 'Het moet wel goed onderbouwd zijn, anders straalt het slecht af op de krant', zei hij.
    Het artikel dat in eerste instantie ergens eind maart was gepland, was al uitgesteld en werd nu, was mijn indruk, op de lange baan geschoven. Op de redactie was toch al kritiek op de eerste versie van mijn stuk en de mail van Sweder had de boel extra op scherp gezet. Ik kreeg van Vonk-chef Kustaw Bessems feedback op mijn stuk. De Volkskrant wilde wel een artikel over economenblunders, maar het werd niet sterk gevonden dat ik was begonnen over de koninklijke dictie of snor van deze of gene econoom. Kustaw bespeurde - niet geheel ten onrechte - de penetrante geur van karaktermoord. Bovendien liet ik volgens hem te weinig ruimte voor onzekerheid en had ik niet nagegaan of de economen ook juiste voorspellingen hadden gedaan.
    Vreemde bezwaren, vond ik. Tuurlijk had Sweder het ook wel eens bij het juiste eind, daar ging het artikel alleen niet over. En dat er onzekerheden waren, leek mij vanzelfsprekend. Tuurlijk weet ik ook niet of het inflatiespook over een paar jaar niet toch opeens uit een stoffige kast kan komen donderen.
    Wat hebben we in godesnaam aan economenduiding als ze, ongeacht het resultaat, toch altijd hun gelijk claimen?
    In elk geval één punt vond ik terecht: dit dreigde een ellenlang discussiestuk te worden waarin mijn interpretatie tegenover die van - veel beter geschoolde - economen stond. Ik was te naïef geweest. Economische uitspraken waren niet keihard, ze waren boterzacht. Je kan een koopadvies geven, waarna de beurs met meer dan 50 procent indondert, en toch gelijk hebben. Je kan een stijging van de woningprijzen voorspellen, waarna ze met 20 procent dalen, en toch gelijk hebben. Je kan landen adviseren te bezuinigen omdat het de groei bevordert, waarna de opvolgers van dit advies spontaan beginnen te krimpen, en toch gelijk hebben. De economie is dusdanig complex dat er altijd wel een mits of maar is te vinden waarom een voorspelling niet uitkomt.
    Maar dat roept de vraag op: Wat hebben we in godesnaam aan economenduiding als ze, ongeacht het resultaat, toch altijd hun gelijk claimen?

    Fin

    Twee afgewezen versies en nog een zevenhonderd woorden tellende mail van Sweder later vroeg Kustaw of ik een kop koffie kwam drinken om het artikel door te spreken. 'Wat vind jij dat er met dit artikel moet gebeuren?', vroeg hij in socratische stijl.
    Ik had geen goed antwoord. Eigenlijk had ik de hoop al opgegeven. Als ik alles moest weerleggen werd het óf onbegrijpelijk lang óf te kort door de bocht. Mijn nek begon onderhand ook al aardig vochtig te worden door de hete adem van Follow the Money-baas Eric Smit. 'Je bent er verdomme al twee maanden mee in de weer', had Eric me vlak voor het gesprek met Kustaw nageroepen. 'En het is niet eens onderzoeksjournalistiek! Trek de stekker eruit, het is klaar.'
    'Ik weet het niet echt', antwoordde ik. Kustaw bestelde nog maar wat.
    'Misschien moet je het gewoon op een meer persoonlijke manier opschrijven', suggereerde hij uiteindelijk, halverwege zijn tweede broodje. 'Uitleggen hoe je dit artikel probeerde te maken en waar je tegenaan liep. Laten we dat doen.'
    * * *
    Dit artikel verscheen zaterdag 1 juni 2013 in de Volkskant

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren