Het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne van 6 april biedt een kans — hoe gering wellicht ook — om de heilloze politieke dadendrang van de Europese Unie af te remmen en daarmee de soliditeit van de unie in zijn huidige vorm te verstevigen. En hoe groot is de kans op vrede en economisch herstel voor Oekraïne zelf, als het land steeds verder in de westerse invloedssfeer wordt getrokken?

    Morgen gaan we naar de stembus om voor of tegen het Associatieverdrag met Oekraïne te stemmen. Of niet. We weten niet of de kiesdrempel gehaald gaat worden, en ook niet wat de precieze gevolgen gaan zijn van een eventueel ‘nee’. Wat wel vaststaat, is dat er de afgelopen maanden heel veel meer over het verdrag, de EU, het land Oekraïne en de crisis aldaar bekend is geworden. Of de informatie nu met kreten op toiletpapier stond afgedrukt, uitgebreid in de krant of diepgravend in een boekje stond opgetekend, we hebben onszelf op vele manieren kunnen verdiepen in de voor- en nadelen van een verdrag dat raakt aan enkele existentiële vraagstukken voor Europa. Dat is hoe dan ook winst.

    Sinds vorige week weten we dat drie initiatiefnemers van het referendum de EU het liefst ten onder zien gaan. Arjan van Dixhoorn, voorzitter van burgercomité EU, wond er in NRC geen doekjes om. Van Dixhoorn, die historicus schijnt te zijn, gooit de aspiraties van de EU op een hoop met die van Hitler die in Europa een duizendjarig rijk wilde vestigen. Die zienswijze vormt de basis voor verzet. ‘Wij hopen dat de imperialistische Europese Unie in elkaar stuikt’, aldus Van Dixhoorn. De EU moet kapot en vandaar ook het initiatief tot het referendum. ‘Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen,’ zei Van Dixhoorn. Een Nexit is waar de drie vooral voor ijveren, maar, ‘een Nexit-referendum, is tot nu toe niet mogelijk. Daarom grijpen wij alle mogelijkheden aan om de relatie tussen Nederland en de EU onder spanning te zetten.’

    Terechte opmerkingen

    De uitspraken van de vertegenwoordigers van Burgerforum EU maakten veel los. Veel mensen, onder wie politici, commentatoren en journalisten (ook ikzelf) lieten op sociale media hun afkeer blijken. De abjecte, door en door cynische beweegreden van de initiatiefnemers van het referendum ten spijt, maakte het trio echter ook enkele terechte opmerkingen over de Westerse inbreng bij het conflict in Oekraïne. Over zaken die door de meeste politici onder het tapijt worden geveegd.

    De weerzin tegen de EU is overal in Europa waarneembaar

    Van Dixhoorn c.s. lieten ook zien hoe diep verankerd de haat tegen de EU bij sommigen is. Ik schrijf ‘sommigen’, maar het is een grote vergissing de omvang van deze groep mensen te onderschatten. De weerzin tegen de EU is overal in Europa waarneembaar, het meest nadrukkelijk in het Verenigd Koninkrijk, waar deze zomer in een bindend referendum over het Britse vertrek uit de EU gestemd zal worden. Populisten gedijen bij het massale ongenoegen. Tekenend is de grote, internationale populariteit van de Britse, extreem Euro-sceptische politicus Nigel Farage die maandagmiddag nog bij een druk bezocht GeenPeil-evenement in Volendam een toespraak hield.

    Het is volstrekt helder dat de eenheid van het moderne Europa meer dan ooit onder druk staat en het zorgelijke is dat de middelpuntvliedende krachten dagelijks toenemen. Prominente wetenschappers, politici en intellectuelen spreken openlijk hun vrees uit voor het uiteenvallen van de Europese Unie. FTM-gastauteurs Hella Hueck en Robert Went lieten in dit artikel zien dat de economische crisis van de afgelopen acht jaar en de fouten in de constructie van de Europese Unie daarbij een grote rol spelen.

    De Europese Unie heeft de grote economische belofte die zij met zich meedraagt, niet waar kunnen maken. In plaats van dat de zuidelijke Europese landen economisch naar de noordelijke landen toegroeiden, is het tegenovergestelde gebeurd en moeten belastingbetalers uit Duitsland en Nederland die uit Griekenland en Italië tegemoet komen om erger te voorkomen. 

    Dat werkt niet in een unie waar het noorden een cultuur kent met een hoge belastingmoraal en het zuiden niet. Het is politiek ondoenlijk om van Nederlandse en Duitse belastingbetalers te vragen om solidair zijn met Italianen en Grieken als die Italianen en Grieken onderling niet solidair zijn en niet in staat zijn om structurele fiscale en economische hervormingen door te voeren.

    Groeiende ongelijkheid

    Bij dit alles heeft zich nog een fundamentele ontwikkeling voorgedaan: grote groepen mensen hebben de afgelopen decennia niet meegeprofiteerd van de economische groei. De ongelijkheid nam toe. Tegelijkertijd zijn de economische vooruitzichten, op zijn zachtst gezegd, nogal dunnetjes te noemen. Christine Lagarde, topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds, bevestigt dat vandaag voor de zoveelste keer.

    Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog denkt een groot deel van een generatie dat haar kinderen het in de toekomst minder goed zullen hebben. Het optimisme verdwijnt en de solidariteit — een fundamenteel onderdeel van iedere democratie — staat onder steeds grotere druk. Populisten weten daar handig op in te spelen: eigen volk eerst! Hun momentum zal alleen maar in omvang en kracht toenemen als de gematigde politiek in de EU geen andere koers gaat varen.

    Solidariteit — een fundamenteel onderdeel van iedere democratie — staat onder steeds grotere druk. Populisten weten daar handig op in te spelen: eigen volk eerst!

    Voorlopig lijken alle grote problemen in Europa echter te worden opgelost door meer stappen naar voren te nemen. Politieke integratie is in de EU het antwoord op de disfunctionele euro, we kunnen een halfslachtige oplossing voor het vluchtelingenprobleem alleen voor elkaar krijgen door het door een despoot geregeerde Turkije uitzicht te geven op toelating tot de EU. De economie wordt bevorderd door met de Verenigde Staten het giga-handelsverdrag Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) aan te gaan. Het probleem is dat deze formule is uitgewerkt en het electorale draagvlak ervoor in hoog tempo verdwijnt — als die al niet voor een groot deel verdampt is.


    Eric Smit

    "De goede bedoelingen die het Associatieverdrag zonder twijfel ook bevat, dienen tegen de achtergrond van het conflict te worden bezien. Zo kunnen de analyses die gebaseerd zijn op een situatie van vrede — dat zijn de meeste — rechtstreeks de prullenbak in"

    Het is in dit krachtenspel dat Europese leiders stellen dat Europese burgers solidair moeten zijn met de naar een deugdelijke democratie hunkerende Oekraïense bevolking. Dat deze wens van Oekraïense mensen legitiem is, staat buiten iedere discussie. De vraag is of de EU sterk en stabiel genoeg is om Oekraïne daarbij te helpen en in hoeverre Europese hulp voordelig is of juist contraproductief werkt.

    Conflictsituatie en ingestorte economie

    Laat ik nog verder gaan door vast te stellen dat alles anders is geworden sinds het verdrag in 2013 de aanleiding was voor een staatsgreep en het uitbreken van een burgeroorlog in Oekraïne. De goede bedoelingen die het Associatieverdrag zonder twijfel ook bevat, dienen tegen de achtergrond van dit conflict te worden bezien. Zo kunnen de analyses die gebaseerd zijn op een situatie van vrede — dat zijn de meeste — rechtstreeks de prullenbak in. 

    Met name de verwachtingen over economische groei zijn waardeloos geworden. Het verdrag waarvan de vele honderden pagina’s voor 85-90 procent over handel gaan, beoogt vanzelfsprekend het handelsverkeer tussen Oekraïne en de EU te bevorderen. De afgelopen maanden hebben we op Follow the Money met een uitgebreide serie diepgravende artikelen laten zien dat er inhoudelijk al het nodige op het verdrag valt aan te merken.

    Er valt ook veel voor te zeggen dat het verdrag onder normale omstandigheden  goed zou zijn geweest. De omstandigheden zijn echter niet normaal en het onmiskenbare feit ligt er dat de economie van Oekraïne de afgelopen twee jaar volledig is ingestort. Het bruto binnenlands product kelderde in twee jaar tijd van ongeveer 180 miljard dollar eind 2013 naar minder dan 100 miljard eind 2015. De economie werd bijna gehalveerd!

    De economie werd bijna gehalveerd!

    Ook de Nederlandse handel met Oekraïne kelderde tussen 2013 en 2016 met 46 procent. Eind 2015 resteerde er een uitvoerwaarde van 650 miljoen euro. Dat is minder dan 1 promille van het Nederlands bruto binnenlands product in 2015 (678 miljard).

    Hoewel de Oekraïense economie in de eerste maanden van dit jaar begint op te krabbelen, lijkt de kans dat de economie van Oekraïne zich in de komende vijf jaar herstelt tot het niveau van voor het conflict, verwaarloosbaar. De agitator Poetin is daar ook niet bij gebaat.

    Morele plicht

    De voorstanders van het associatieverdrag blijven niettemin hameren op de morele plicht om Oekraïne te helpen. ‘Wanneer de EU op dit moment Oekraïne in de steek laat en het Associatieverdrag van tafel haalt, is er slechts één winnaar en die zit in het Kremlin,’ schreef Oost-Europa-expert Tony van der Togt van Instituut Clingendael afgelopen zaterdag in de Volkskrant. Met een ‘nee’ zal de EU zijn kans ‘verspelen’ om een stabiliserende rol te spelen tussen Oekraïne en Rusland en er zal zelfs een momentum ontstaan waarbij op grond van een soort dominotheorie Rusland zijn grote geopolitieke aspiraties verder zal ontplooien.

    Ook geopolitiek deskundige Rob de Wijk van het HCSS Centre for Strategic Studies, met wie ik twee keer bij het radioprogramma Met het oog op morgen over het Associatieverdrag in gesprek ging, is hiervan ten diepste overtuigd.

    Zes Russische politicologen die NRC sprak, denken daar echter anders over. ‘Voor Poetin is jullie referendum totaal irrelevant,’ zei een van hen. ‘De problemen in de verhouding met Rusland en tussen Rusland en Oekraïne zijn een feit. Tot de crisis was uitstel van de ondertekening van het verdrag een verstandige stap geweest. Maar nu de boel niet meer is terug te draaien, zullen de problemen die het gevolg zijn van dat verdrag gewoon blijven bestaan.’

    Het leed is dus al geschied, zeggen deze politicologen zonder uitzondering. Wat ze ook zeggen is dat het Westen daarin een nogal bepalende rol speelde. Het is die rol die door Van der Togt en De Wijk, en met hen vele Westerse politici, structureel buiten beschouwing laten. Poetin wordt voorgesteld als een corrupte potentaat — die hij ook is — en de centrale agressor. De man waartegen het Westen, en dus ook de EU, wel moét optreden. De voorname westerse rol in de totstandkoming van het conflict in Oekraïne wordt amper benoemd. Dat is een zeer ernstige tekortkoming, omdat deze rol nu juist van doorslaggevende invloed is op de crisis die zich sinds 2013 in Oekraïne heeft ontvouwd.

    Van der Togt en De Wijk etaleren, evenals de meeste Europese en Amerikaanse leiders, een blinde vlek. Van der Togt toont die duidelijk in zijn betoog in de Volkskrant. In zijn ogen staat democratisering gelijk aan Europeanisering en heeft Europa met het ondersteunen van Oekraïne het morele gelijk aan zijn zijde. De hoofdredactie van NRC is het met hem eens en gaf zijn lezers een positief stemadvies: ‘De Oekraïners die nog altijd voor hun vrijheid strijden mogen niet in de steek worden gelaten’. Overal klinkt dat morele argument. Onze verheven democratische beginselen staan in Oekraïne tegenover de nietsontziende machtspolitiek van Poetins corrupte Rusland.

    Opmars naar het Oosten

    De situatie ligt natuurlijk veel genuanceerder en kent een lange voorgeschiedenis die zelfs tot de middeleeuwen teruggaat. Zo ver wil ik hier niet gaan. Wel is het van belang om een blik te werpen op de laatste twee decennia.

    De vermaarde Amerikaanse politicoloog John J. Mearsheimer beschreef in 2014 in het september/oktober nummer van Foreign Affairs hoe Europa de afgelopen twintig jaar door de Navo-ambities werd meegesleurd in een aanhoudende opmars naar het Oosten. Deze leidde ertoe dat in 1999 Tsjechië, Hongarije en Polen en in 2004 Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Slovenië en Slowakije tot de Navo toetraden. In 2009 werden ook Kroatië en Albanië lid.

    Mearsheimer is erg duidelijk over de Westerse politiek met betrekking tot Oekraïne: ‘U.S. and European leaders blundered in attempting to turn Ukraine into a Western stronghold on Russia’s border. Now that the consequences have been laid bare, it would be an even greater mistake to continue this misbegotten policy.

    Al vanaf het begin van de jaren negentig hebben Russische leiders bij herhaling laten weten dat ze tegen een verdere oostelijke uitbreiding van de Navo zijn. De ambities van de Navo lieten zich echter niet beknotten, en in 2008 werd de blik naar Georgië en Oekraïne gewend. Frankrijk en Duitsland waren het hier niet mee eens, uit vrees Rusland nog meer tegen de haren in te strijken. Het proces werd tot stilstand gebracht, maar de Navo verklaarde niettemin dat het op termijn die twee landen graag tot het verbond zag toetreden. 

    Mearsheimer haalt in zijn artikel Alexander Grushko aan, toenmalig plaatsvervangend minister van buitenlandse zaken van Rusland, die het volgende zei: ‘Georgia’s and Ukraine’s membership in the alliance is a huge strategic mistake which would have most serious consequences for pan-­European security.’ 

    De Navo-expansie oostwaarts is een tragische vergissing, zo liet de Amerikaanse diplomaat George Kennan al in 1998 weten. ‘I think the Russians will gradually react quite adversely and it will affect their policies. I think it is a tragic mistake. There was no reason for this whatsoever. No one was threatening anyone else.’

    Slechte vooruitzichten

    De voortschrijdende EU-expansie wordt volgens Mearsheimer in datzelfde licht bezien. De aanhoudende hulp die Europa Oekraïne zal moeten bieden, wil het land zich kunnen hervormen, zal door het Kremlin als ongewenst of zelfs vijandelijk worden geïnterpreteerd. Meer democratie in Oekraïne is vanzelfsprekend een goede zaak, meer EU in Oekraïne is dat niet per se. Het vooruitzicht is een zich lang voortslepend conflict dat het land verder ten gronde zal richten. Daar komt bij dat onze eigen Westerse democratie een stresstest van jewelste ondergaat. We zouden ons moeten afvragen in hoeverre we — onder geopolitieke druk van de Verenigde Staten — ‘onze verantwoordelijkheid’ in Oekraïne moeten en kunnen nemen.

    Nieuwe strategie

    De oplossing die Mearsheimer aandraagt is een andere strategie. Niet langer ‘Europeaniseren,’ maar het land helpen geleidelijk economisch te hervormen, met de steun van zowel het IMF, de Verenigde Staten als Rusland. Het land moet een neutrale buffer worden. Alleen dan is er goede kans dat het conflict wordt beëindigd, de stabiliteit terugkeert en het land zich zal ontwikkelen tot een volwaardige democratie. De politieke leiders in Oekraïne moeten ook gaan beseffen welke rol ze spelen op het geopolitieke toneel, en dat een strategie van onafhankelijke buffer tussen Rusland en de EU in, beter is dan een eenzijdig op het Westen gericht beleid.

    Wat de uitkomst van woensdag ook zal zijn, het referendum heeft in mijn ogen een bijdrage geleverd aan de verspreiding van kennis over deze grote problemen en de noodzaak om een intelligente strategie te formuleren. Die kans is niet voorbij als mensen ‘ja’ stemmen, net zo min als er iets is bereikt bij een eventueel ‘nee’. Ik ben er zeker van dat het nog een tijd gaat duren voordat we in Europa de pauzeknop weten te vinden om de verdergaande expansie en integratie stop te zetten. Maar dat we die knop moeten vinden, staat voor mij vast. Anders loopt het prachtige project Europa roemloos van de rails.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2880 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Associatieverdrag Oekraïne

    Gevolgd door 120 leden

    Waarom is dit akkoord met Oekraïne zo belangrijk? Harde feiten lijken beperkt voorhanden, meningen domineren het debat. Daaro...

    Volg dossier