© ANP / Bart Maat

Een oproep aan minister Dijsselbloem

    Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep, beweerde in een interview dat de euro meer op de Duitse mark lijkt dan op de Italiaanse lire. Die opmerking deed Edin Mujagic naar zijn toetsenbord grijpen voor een stevige repliek. Schriftelijk om te beginnen, maar graag, als de minister zijn oproep beantwoordt, ook persoonlijk.

    Volgende week vergadert het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). Grote kans dat de geldkraan nog verder open gedraaid zal worden, opdat nog meer geld de euro-economie kan overspoelen. De bank heeft na de laatste vergadering namelijk in feite al gezegd meer inflatie na te streven dan afgesproken: die afspraak stond op 2 procent per jaar, maar daar mag nu dus (langdurig) overheen gegaan worden. Als die geldontwaarding eenmaal zo hoog is, is het ECB voornemens die een tijdlang gedogen. In Brussel komt het ene na het andere euroland weg met herhaaldelijke overtreding van de Europese begrotingsregels. Tot slot daalde de euro de laatste paar weken behoorlijk in waarde ten opzichte van de dollar — de ECB verwelkomt het met open armen.

    Met dit alles in het achterhoofd herinnerde ik mij twee interviews die onze minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem heeft gegeven. Een is van afgelopen september, in dagblad Trouw. Het andere vraaggesprek was vorig jaar te lezen in het Financieele Dagblad. In die laatste noemde de minister het ECB-beleid destijds ‘goed voor Nederland’; In Trouw stelde Dijsselbloem op een gegeven moment dat de euro ‘niet het probleem is’. Zijn argument: de munt ‘lijkt weliswaar meer op de gulden en de D-mark dan op de Italiaanse lire, maar dat is wat we wilden: prijsstabiliteit, monetaire stabiliteit.’

    Ik kan eigenlijk alleen maar instemmen met het eerste deel: het is inderdaad niet onze gemeenschappelijke munt die voor problemen zorgt (of ze oplost, trouwens). Het werkelijke probleem is dat te veel deelnemende landen de munt gebruiken om op kosten van anderen op de pof te leven en de vaak archaïsche economieën van deze landen niet hervormd worden.

    Het huidige ECB-beleid goed voor Nederland? Met alle respect: dat is kolder

    Maar dat de euro meer op de gulden en de Duitse mark lijkt dan op de lire?! Dat het huidige ECB-beleid goed is voor Nederland!? Met alle respect voor de heer Dijsselbloem en zijn ambt: dat is kolder. Alleen iemand die niets of erg weinig weet over monetaire historie in het algemeen, en onze monetaire historie in het bijzonder, kan zoiets beweren.

    Wrang

    Toegegeven, de minister roept niet zomaar iets. Hij voert twee argumenten aan om zijn stelling dat de euro op de gulden en de mark lijkt te onderbouwen. Ten eerste: in de eurozone hebben we prijsstabiliteit — oftewel lage inflatie. Dat is inderdaad een zeer belangrijk kenmerk van het tijdperk van de gulden c.q. Duitse mark. Verder is de eurozone een oase van monetaire stabiliteit, aldus de minister. Ook al iets wat je inderdaad veel eerder associeert met de gulden en de mark dan met de lire.

    Maar kloppen die veronderstellingen wel? In een eerdere bijdrage heb ik al eens stilgestaan bij de financiële en monetaire stabiliteit in de eurozone. Kort samengevat: in mijn ogen geldt dat de ECB met haar monetair beleid juist een enorme bron is van ínstabiliteit. Hoe zit het dan met die prijsstabiliteit? Om te beginnen: formeel gezien heeft minister Dijsselbloem gelijk. In de eurozone spreken economen van stabiele prijzen als de prijzen elk jaar stijgen met een niveau dat net onder de 2 procent ligt. En inderdaad, gemiddeld stegen de prijzen in de eurozone sinds 1999 elk jaar met iets minder dan 2 procent.

    Het heeft echter iets wrangs om van prijsstabiliteit te spreken nu de prijzen sinds de komst van de euro in Nederland met 38 procent zijn gestegen. Maar goed, in het tijdperk van de gulden stegen de prijzen ook elk jaar, dus je kunt stellen dat Dijsselbloem in ieder geval geen óngelijk heeft.

    Als we echter alle prestaties van de eurozone op het gebied van prijzen beoordelen volgens de formele maatstaven, dan moeten we concluderen dat er in de eurozone de laatste jaren juist géén sprake is geweest van prijsstabiliteit. Zoals gezegd spreken economen en centrale bankiers immers van prijsstabiliteit als de prijzen elk jaar stijgen met een niveau dat net onder de 2 procent ligt. Met die definitie in het achterhoofd — en in de wetenschap dat de inflatie in de eurozone al een lange tijd om en nabij 0 procent ligt — kunnen we het argument van Dijsselbloem eigenlijk van tafel vegen.

    "2 procent inflatie per jaar betekent dat het prijsniveau in één generatie verdubbelt. Dat is geen prijsstabiliteit"

    De legendarische voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Paul Volcker omschreef de definitie van ‘stabiele prijzen’ ooit als ‘niets anders dan misbruik van de taal’. In een van onze gesprekken zei Volcker tegen me: ‘De taal wordt misbruikt, de betekenis van bepaalde zaken is veranderd. Als je 2 procent inflatie per jaar nastreeft, dan betekent dat dat na een decennium alle prijzen met meer dan 20 procent zijn gestegen en dat het prijsniveau in één generatie verdubbelt. Dat is geen prijsstabiliteit, maar de centrale bankiers noemen het wél zo.

    Meetlat voor de euro

    Bovendien is de ontwikkeling van de prijzen in de jaren die achter ons liggen veel minder belangrijk om de euro te beoordelen dan wat de toekomst ons brengt. Daarvoor moeten we kijken naar het monetair beleid en het begrotingsbeleid, en de mogelijke gevolgen daarvan — zowel op de korte termijn als op de wat langere termijn.

    Wat zien wij op dat vlak? In 2015 en de eerste helft van 2016 heb ik me intensief bezig gehouden met de Nederlandse monetaire geschiedenis sinds de periode 1814-1816. Dit heeft geresulteerd in het boek Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816. Ik heb daarin onder meer geprobeerd een soort meetlat te maken waarlangs we de ECB en de euro kunnen leggen om precies die vraag te kunnen beantwoorden die Dijsselbloem ook kreeg: hoe beoordeel je de euro als munt?

    Wij hebben een ijzersterke valuta waar zo’n beetje iedereen groot vertrouwen in had, de gulden, ingeleverd voor de euro. Waarom die gulden zo gewaardeerd was, laat onze monetaire geschiedenis zien. Daarmee is die geschiedenis in mijn ogen dus ook dé meetlat om de euro te beoordelen.

    Kijken we bijvoorbeeld naar het beleid achter de gulden, dan zien we dat dat gericht was op zo min mogelijk inmenging in de economie, lage inflatie en redelijk en relatief gezonde overheidsfinanciën. Dat laatste heeft ertoe geleid dat de Nederlandse staatsschuld bijvoorbeeld relatief laag is: in dit land vinden we begrotingstekorten prima, maar het moet allemaal niet te gortig worden. 

    Het monetaire beleid van de ECB kenmerkt zich in feite door alles wat een land níet moet doen

    Vergelijk ik dat met wat in de eurozone op deze gebieden gebeurt, dan luidt mijn conclusie dat het beleid achter de euro eigenlijk haaks staat op het Nederlandse beleid dat de gulden zo gewaardeerd maakte. Voor begrotingstekorten in de eurozone geldt dat die fors mogen zijn zonder dat iemand dat erg vindt, laat staan ertegen optreedt. Torenhoge staatsschulden vinden we niet erg en noemen we zelfs ‘houdbaar’; dit is althans hoe ECB-president Mario Draghi deze week de Italiaanse staatsschuld omschreef. 

    Maar Italië zeult een schuld met zich mee van ruim 130 procent van het Italiaanse bruto binnenlands product (!) en het groeivermogen van de Italiaanse economie — ofwel het vermogen om die schuld ooit terug te betalen — was zelfs in de gouden economische jaren vóór de crisis belabberd te noemen. Daar waar bijvoorbeeld de Nederlandse economie tegen 3 procent aan zat, groeide de Italiaanse economie in die periode gemiddeld met minder dan 1 procent per jaar.

    Het beleid van de Nederlandse en Duitse centrale banken beloonde prudent gedrag of strafte dat in ieder geval niet genadeloos af. Hoe anders is het bij de ECB: het monetaire beleid van die laatste kenmerkt zich in feite met alles wat een land níet moet doen als het een goede, harde valuta wil hebben: langdurig de rente op 0 procent houden, negatieve rente hanteren, op grote schaal staats- en bedrijfsobligaties opkopen, dat desnoods zonder limiet en jarenlang willen doen, et cetera.

    Wie zwijgt, stemt toe

    De ECB streeft naar een hoger prijspeil, zelfs hoger dan de 2 procent die de bank officieel als streefpercentage heeft. De laatste weken hebben Draghi en anderen impliciet aangegeven een tijdlang een inflatie boven 2 procent per jaar te zullen gedogen. Een zwakke munt hoort daar bij. En hoewel de bank de mond vol heeft van de noodzaak om begrotingstekorten te verlagen, stimuleert ze met haar gratis-geldbeleid en het opkopen van staatsobligaties de blijvend hoge tekorten in vele eurolanden. Geen daden maar woorden dus.

    Voor de volledigheid kijken we ook even naar de Italiaanse geschiedenis op die gebieden. Het streven naar een zwakke munt was — en is — de kern van het Italiaanse economische model, samen met het accepteren en zelfs omarmen van hoge inflatie en het beschouwen van staatsschuld en eeuwige en hoge begrotingstekorten als kenmerken van goed economisch beleid. Vorig jaar zei de Italiaanse minister-president Renzi bijvoorbeeld te hopen dat de euro 20 procent in waarde zou dalen. De ECB reageerde er niet op, wat in feite veel zegt over waar die bank voor staat. Zoals het oude adagium luidt: ‘wie zwijgt, stemt toe’.

    "Als zelfs de Italianen een munt dumpen — zoals deze week gebeurt — weet je wel wat die waard is"

    In mijn ogen lijkt de euro in alle opzichten nu al veel meer op de lire dan op de gulden of de Duitse mark. Die gelijkenis neemt ook nog eens met de dag toe. Als zelfs de Italianen een munt dumpen, zoals deze week gebeurt — ze boeken massaal hun spaargeld naar Zwitserland of nemen hun geld op om er goud van te kopen — dan weet je ongeveer wel wat zo’n munt waard is.

    Uitnodiging

    Ik begrijp dat minister Dijsselbloem een ongelooflijk volle agenda heeft. In zijn interview in Trouw zei hij echter ook dat je ‘jezelf en je eigen opvattingen aan moet scherpen’ en daartoe onder meer veel moet lezen, ‘het hele jaar door. Er zijn economen waar je het meer mee eens bent dan anderen. Maar als je alleen diegene leest met wie je het eens bent, heb je al snel oogkleppen op.’  

    Aangezien de minister veel leest en het blijkbaar belangrijk vindt ook over economisch-historische zaken te lezen, schenk ik hem heel graag een exemplaar van mijn boek. Tevens geef ik hem, als hij ergens in de komende weken een half uurtje vrij kan maken, graag een korte presentatie over de inhoud. Hopelijk hoeft hij dan over tien jaar niet een opvolger vanEurope’s Orphanmaar dan over de economische en maatschappelijke crisis als gevolg van het huidige beleid van de ECB en ‘Brussel’ — aan te prijzen. Zoals de Amerikaanse econoom Thomas Sowell ooit zei: ‘Bij nader inzien blijken veel problemen van vandaag het gevolg te zijn van de oplossingen van gisteren.’

    Tot slot is het in dat opzicht misschien niet onbelangrijk ook nog even te vermelden dat ikzelf, in tegenstelling tot onder meer minister Dijsselbloem, aan den lijve ondervonden heb wat zo’n Italiaans beleid met een economie en met een maatschappij kan doen. Geloof me: het is — om een flink understatement te gebruiken — geen pretje.

    Geachte minister Dijsselbloem, ik zie uw uitnodiging graag tegemoet. U kunt mij mailen op edin@monetairegeschiedenis.nl. Tot ziens!

    P.S: 23 december zou prima zijn, niet alleen omdat het een vrijdag is, maar ook omdat we dan meteen stil kunnen staan bij het feit dat 15 jaar geleden Jelle Zijlstra, een legendarische oud-president van DNB, minister-president en kortstondig minister van Financiën, is overleden. En dat op 24 december 1909 respectievelijk 1884 twee andere DNB-grootheden, presidenten Nicolaas Pierson en Willem Mees, zijn overleden. Hun opvattingen over monetaire- en begrotingszaken zijn anno 2016 actueler, belangrijker en relevanter dan ooit.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Edin Mujagic

    Gevolgd door 909 leden

    Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

    Volg Edin Mujagic
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren