Een robot aan je bed - zorginnovatie ontwikkelt zich onherroepelijk

    Was 2015 het jaar waarin een technologisch Utopia een stap dichterbij kwam in de zorgsector? Follow the Money kijkt terug en blikt vooruit op innovaties die de zorg beter en efficiënter moeten maken.

    Een arts die de operatie filmt met een GoPro, een robot als sociale praatpaal, sensoren die een seintje geven  aan de alarmcentrale bij een ongelukkige val - toekomstmuziek? Nee: het gebeurt in de praktijk. Slaan we met deze technologische uitvindingen de goede richting in voor de zorg? We vroegen enkele experts naar successen en missers van afgelopen jaar. De meest in het oog springende technologische vondst van 2015 was zonder twijfel zorgrobot 'Alice'. De documentaire Ik ben Alice liet op een intrigerende wijze een pilot zien van een robotje dat drie vereenzaamde bejaarden opvrolijkt met sociale interactie. De documentaire werd uitvoerig geprezen en bekroond door Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW), met de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie en een daaraan gekoppeld geldbedrag van 15.000 euro, mede gefinancierd door het Walree fonds. Bij monde van de jury ‘voor hun bijzondere bijdrage aan het vergroten van de kennis en betrokkenheid van een breed publiek bij de wetenschap.’ Het riep een science fiction-achtig beeld op van ouderen die met de hulp van robots verzorgd worden en sociaal actief blijven. De toekomst waar we al decennialang over fantaseren in films leek daadwerkelijk aangebroken. Maar zijn zorgrobots ook al echt in trek bij zorginstellingen?
    ‘Het bestaat niet dat deze robot zonder menselijke inbreng een intelligent gesprek kan hebben’
    Ja, luidt het antwoord sinds kort. Volgens een nieuwsbericht in De Telegraaf hebben vijftien zorginstellingen in Utrecht de robot Zora - vergelijkbaar met Alice - aangeschaft voor 15.000 euro per stuk. Een echte doorbraak voor de zorgrobot dus, zo op het eerste gezicht.

    Niet zelfstandig

    Maar denkt iedereen daar zo over? ‘Ik heb sterk mijn twijfels over het kunnen van deze robots’, zegt hoogleraar robotica Pieter Jonker van de Technische Universiteit Delft. ‘Ik weet niet of dat ligt aan hoe de documentairemakers dit hebben gefilmd of dat de ontwikkelaars een mooier beeld willen schetsen. Deze robot kan misschien als geheugensteun fungeren voor dementerenden, maar ze lieten ook voorbeelden zien van hoe deze robot een heel sociaal gesprek kan voeren met mensen die heel goed bij de tijd zijn. Het bestaat niet dat zo’n robot zonder menselijke inbreng een intelligent gesprek kan hebben met een oudere dame over hoe het met de kinderen gaat of terugkomt op elementen van een vorig gesprek. Zo ver is het nog lang niet.’ Pardon? Zorgrobots als Alice en Zora, te zien bij Dit is de dag, kunnen dus helemaal niet zelfstandig een gesprek voeren met een oudere? Volgens Jonker is dat inderdaad niet het geval. 'Wat er vaak niet bij verteld wordt, is dat er altijd nog iemand zo’n robot moet besturen en de regie heeft over het gesprek. Dan zit daar nog steeds een mens tussen, die meekijkt en meeluistert door de camera en microfoon in de robot en dan op afstand een antwoord intypt of inspreekt wat de robot dan uitspreekt. Het is een simpele conversatie gecombineerd met een soort chatten en mijns inziens niks voor ouderen die nog goed bij de tijd zijn.'
    'dit is niks voor ouderen die nog goed bij de tijd zijn'
    Dit worden, volgens Jonker 'Wizard of Oz studies' genoemd. 'Die moeten aantonen dat dit scenario's zijn die in de toekomst kunnen gebeuren en hoe mensen daar dan op zouden reageren. Maar zo ver is het nog lang niet en dat komt in de documentaires over dit onderwerp niet goed uit de verf. Wat wel werkt, en door klinisch onderzoek bewezen is door de Universiteit Maastricht, is de Paro robot in de vorm van een zeehond. Deze robots bieden non-verbale communicatie en emotionele interactie, door bijvoorbeeld knuffelen, met dementerenden. Dit heeft een gunstig therapeutisch effect.’

    Oppassen met investeren

    Nieuwe technologie in de praktijk gebruiken gaat dus niet zomaar. Investeringen door instellingen helpen ontwikkelingen vooruit, maar houden ook een risico in. ‘Dat investeren kan inderdaad erg riskant zijn voor de zorginstellingen,’ vertelt José Peeters, onderzoeker binnen onderzoeksinstituut NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Elk jaar doet NIVEL, in samenwerking met kenniscentrum Nictiz, een grootschalig onderzoek naar het gebruik van e-health. E-health wordt door de Raad voor Volksgezondheid en Zorg gedefinieerd als het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën om gezondheid en zorg te verbeteren.
    'de PATIËNT krijgt een actievere rol bij bezoek aan de dokter'
    ‘Het is vaak een groepje pioniers dat durft te investeren, maar de grote massa wacht af.' Peeters heeft zelf voorbeelden gezien waarbij zorginstellingen investeerden in wat uiteindelijk een misser bleek. 'In beeldcommunicatie bijvoorbeeld, waardoor de patiënt met de zorgverlener via een beeld kan praten, daar werd in 2007 al in geïnvesteerd.' Peeters verwijst naar het soort vinding dat een belangrijke rol speelde in het uiteindelijke faillissement van Meavita. De organisatie stak destijds miljoenen in het project TV-foon, dat uiteindelijk totaal flopte. 'Het communiceren ging destijds via een kastje en een televisiescherm, door de uitvinding van de iPad is dit systeem nu alweer verouderd. Dat is soms lastig. De techniek gaat snel en de implementaties gaan vaak erg langzaam.’

    Big Data: liever voorkomen dan genezen

    Op basis van het NIVEL-onderzoek van dit jaar denkt Peeters dat de patiënt in de toekomst een actievere rol krijgt bij een bezoek aan de dokter. Internet is voor zorggebruikers een belangrijke bron om aan informatie over zorg en gezondheid te komen en nieuwe apparaatjes en apps bieden mogelijkheden om zelf actief met zorg bezig te zijn. ‘Door zelf gezondheid en levensstijl te registreren kunnen gegevens nauwkeurig teruggehaald worden in een bijgehouden programma.' Dat beaamt Chris Doomernik, directeur van Health Valley, een netwerk van ongeveer 250 bedrijven en kennis- en zorginstellingen die zich bezig houden met innovatie. ‘Dat is zeker waar de focus in 2015 lag. Er zijn bijvoorbeeld veel apparaten ontwikkeld die metingen thuis mogelijk maken. Bij een apparaat hoort tegenwoordig een app. Er wordt zoveel data vastgelegd dat met analyse daarvan belangrijke trends voor de bevolking afgeleid kunnen worden.’
    'publieke middelen zijn nodig om te kunnen investeren in veelbelovende innovaties'
    Volgens Doomernik biedt Big Data veel kansen voor de zorg. ‘Artsen worden met die data straks geholpen bij het stellen van een diagnose bij de behandeling van de patiënt. Er kan worden voorspeld of je een verhoogd risico op een ziekte hebt. Dan kun je naar de dokter om te voorkomen dat je ziek wordt, in plaats van voor een behandeling als je al ziek bent.' Health Valley wil een katalysator zijn van die ontwikkeling, legt Doomernik uit: 'Wat wij doen is bedrijven verbinden met investeerders. Wij geven zelf ook enkele fondsen tot 375.000 euro uit. Alleen voor die bedrijven die veelbelovend zijn maar waar de bank niet in wil investeren om dat er te veel risico’s aanzitten. Dan zijn publieke middelen in de vorm van een fonds nodig.’

    Nachtzuster

    Een ander gebied waarop de technologie afgelopen jaar voortschreed, was de nachtzorg - de zorg voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen en GGZ-instellingen tijdens de nachtelijke uren. In een poging om het aantal 'nachtzusters' te kunnen beperken werd jarenlang gerekend op een alarmknop waarmee personeel gewaarschuwd kon worden bij nood. ‘De alarmknop met trekkoord, die heeft vijftien jaar lang bestaan in zorginstellingen,' zegt Henk Herman Nap, onderzoeker bij Vilans. 'De afgelopen vijf jaar hebben ontwikkelingen op dit gebied in een enorme versnelling gezeten.’ Nap doet onderzoek naar het gebruik van domotica, ofwel: detectiesensoren en camera’s die via wifi een alarm met beeld- en geluidsfragmenten kunnen sturen naar een alarmcentrale wanneer een patiënt valt in zijn of haar kamer. ‘Er is nog een aantal dingen die beter kunnen, maar conclusie van het onderzoek is dat de nieuwste ontwikkelde systemen in staat zijn om het aantal loze meldingen te reduceren. Dit heeft als resultaat dat er meer verantwoorde nachtzorg gegeven kan worden, met meer nachtrust en privacy voor bewoners.’
    'Systemen die niet met elkaar kunnen communiceren omdat ze niet van dezelfde leverancier zijn: dat gebeurt nogal eens'

    Vendor lock-in

    Maar ook de ontwikkeling van domotica kent hobbels. Uit een evaluatie van kenniscentrum Vilans eind dit jaar bleek dat systemen voor domotica vaak niet kunnen communiceren met de al bestaande systemen. Nap: ‘Het is meestal een geval van vendor lock-in: alle producten en kastjes die samenwerken moeten van dezelfde leverancier zijn, anders werkt het niet. Dat gebeurt inderdaad nogal eens. Dat zijn vaak bedrijven die al wat langer in de markt zijn gevestigd. Doordat zij al een groot klantenbestand hebben opgebouwd, voelen ze niet meer de nood om te blijven innoveren.' Maar het kan ook anders, zegt Nap: 'Bedrijven die luisteren naar adviezen van de afnemers, dat zijn de goede innoverende bedrijven.’ Om technische innovatie in 2016 en verder echt zinvol in te zetten in de zorg acht Nap het noodzakelijk dat er naar zorgverleners geluisterd wordt. 'Het probleem is dat leverancier en zorgverlener niet dezelfde taal spreken en dat is erg lastig. Maar dat gaat veranderen, leveranciers hebben door dat systemen moeten kunnen samenwerken en zorgverleners hebben door dat techniek een goede ondersteuning kan zijn en dat ze meer personeel nodig hebben met verstand van ICT. De oplossing is een sleutelfiguur: iemand die beide talen spreekt.’

    Revolutionaire ontwikkeling

    Zo’n sleutelfiguur is Hans Flu. Deze voormalige vaatchirurg onderbrak zijn carrière als medicus om zich volledig te gaan wijden aan het bedrijf dat volgens kenners wel eens een echte revolutie in zorginnovatie zou kunnen ontketenen: MDLinking. Het idee is een kennisplatform waarop artsen op termijn wereldwijd direct met elkaar kunnen communiceren en kennis kunnen delen. Flu: ‘Er zijn veel handelingen die nu nog veel te omslachtig gaan in de gezondheidszorg, gezien het tijdperk waarin we leven. Echt waar: sommige aantekeningen worden nog gemaakt met pen en papier. Dat is verloren kennis.'
    'veel handelingen in de gezondheidszorg gaan veel te omslachtig gezien het tijdperk waarin we leven'
    'Al vanaf het begin ging ik naast mijn baan als chirurg in de avonduren door om twee websites over mijn vakgebied bij te houden. Hierop bundelde ik alles wat het dagelijkse functioneren van een arts zou kunnen vergemakkelijken. De belangrijke richtlijnen in de vaatchirurgie ben ik bijvoorbeeld gaan rubriceren per ziektebeeld en behandeling in een makkelijk toegankelijke website. Aan de hand van de juiste ‘evidence’, kan de arts het beleid gewoon copy-pasten in het Elektronisch Patiëntendossier. Dat bespaart het alsmaar uittikken.’ Op het platform van MDLinking kunnen artsen bovendien op een veilige manier documenten, foto’s en video’s met elkaar delen. Artsen die deelnemer willen worden, gaan eerst door een uitvoerige screening, waar bijvoorbeeld gecheckt wordt of ze staan ingeschreven in het BIG-register.
    'Foto's van wonden worden verstuurd via Whatsapp'
    ‘Er zijn heel veel mogelijkheden om de gezondheidszorg beter te maken, maar wie houdt grip op integriteit?' legt Flu uit. 'Wie vertelt mij de intenties van derden? Het gebeurt vaak dat artsen met elkaar overleggen over een bepaalde behandeling. Standaard wordt er van de wond, huidirritatie, litteken enzovoort, een foto, vaak met de iPhone, ter observatie gemaakt. Deze laten ze dan zien aan andere collega’s of sturen ze per mail of Whatsapp. We weten nauwelijks wie meekijkt en hebben geen weet van of en waar de foto uiteindelijk rond gaat dwalen. Het is uiterst belangrijk in dit vakgebied om je daarvan bewust te zijn, maar ik snap het wel. Een veiligere, net zo efficiënte, optie is er niet.

    Veredelde chatsessie

    Maar die wil Flu dus nu wel gaan bieden met MDLinking. ‘Via de chatservice in MDLinking kunnen artsen veilig met elkaar praten omdat we extra beveiligingsservices aanbieden. Berichten worden niet opgeslagen, kunnen versleuteld verstuurd worden en kunnen zichzelf na een ingestelde tijd verwijderen. De verzamelde data is niet van een groot bedrijf als Google of Apple. De data is van ons, we verkopen die niet door aan derden. Er kan dus veilig gechat worden met artsen aan de andere kant van de wereld met dezelfde specialisatie. Als jij met juist die collega kan spreken die veel ervaring heeft met een bepaald soort behandeling waar je vragen over hebt, kom je snel een heel stuk verder. Dat overleggen kan nu wel maar dan moet je maar net een naam weten of uren gaan googelen. Dat oneindige uitzoeken, daar heeft de arts geen tijd voor.’ ‘Sinds kort werken we ook met GoPro’s. Artsen zetten deze op hun hoofd tijdens een complexe operatie. De opgenomen filmpjes zijn erg gedetailleerd en zijn precies vanaf de allerduidelijkste positie gefilmd. Deze zijn dan alleen toegankelijk voor artsen. Zij kunnen het op hun beurt gebruiken als instructiemateriaal voor artsen in opleiding. Hierbij kun je dus ook denken aan artsen in derdewereldlanden. De mogelijkheden van Virtual Reality hebben we zeker ook in het vizier. Een simulatieoperatie voor de arts in opleiding kan straks wellicht een belangrijk onderdeel worden van de studie.’
    'een simulatieoperatie met gebruik van virtual reality kan straks een belangrijk onderdeel worden van de studie'
    Als ondernemer maakt Flu nu dus de oplossingen waar hij als medicus zelf naar verlangde. 'Ik werd niet gestimuleerd in mijn eigen ideeën, eerder tegengehouden. Als ik iets wilde verbeteren moest ik daar maar zelf in investeren. Dat doe ik nu, soort van.’ Dat sloeg aan bij investeerders, zoals ondernemer Alec Behrens. Behrens gelooft dat vooral de intrinsieke behoefte waaruit MDLinking ontstond het bedrijf potentieel waardevol maakt: 'Het is fijn dat degene die de tool ontwikkelt uit het werkveld komt waarvoor het bestemd is. Hij snapt heel goed met wat voor gevoelige informatie er gewerkt wordt. Hij heeft juist het belang van de patiënt en de arts voor ogen.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Marjolein Bakker

    Volg Marjolein Bakker
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren