CC by-SA 2.0

CC by-SA 2.0
© Wikimedia Commons

Waarom een van de belangrijkste economische wetten al lang niet meer werkt

De afgeketste acquisitie van Unilever door de combinatie van branchegenoot Kraft Heinz en private-equityfonds 3G is volgens Ben Ligteringen een sprekend voorbeeld van het soort overname dat louter wordt gedreven door de beginselen van de financiële economie. Het is deze financiële economie die de kern vormt van de globalisering. De grote econoom David Ricardo, ‘poster child’ van de mondiale vrijhandel, had het graag anders gezien.

Opnieuw stonden de barbaren voor de poort. Even leek het er op dat Unilever zou worden overgenomen door het voedingsconcern Kraft Heinz. Unilever is weliswaar een stuk groter — in omzet en marktwaarde — maar achter Kraft Heinz stond de macht van het speculatiekapitaal verzameld in private equity-fonds 3G. Over wat er dan te gebeuren zou staan hoeft niemand zich veel illusies te maken: opknippen, uitponden en volplempen met schulden om zich daaruit ‘schadeloos’ te stellen voor de kosten van de overname. En van de duurzaamheidsdoelen die Unilever zichzelf heeft gesteld zouden we nooit meer iets hebben vernomen.

Maar even snel als de dreiging was gekomen, was zij ook weer verdwenen. Wonderlijk, want meestal geven aasgierfondsen niet zo snel op. Over het waarom doen allerlei geruchten de ronde. Misschien heeft een rol gespeeld dat Theresa May, zoals Het Financieele Dagblad berichtte, eerder had aangekondigd overnames van Britse concerns te zullen blokkeren als deze nadelig zouden zijn voor de Britse economie. Als dat het geval zou zijn, zou dat wellicht op een trendbreuk kunnen wijzen. Want tot nu toe was de communis opinio onder economen en beleidsmakers dat dergelijke acquisities misschien wel een uitwas van de globalisering vormen, maar dat deze in het niet valt bij de voordelen die de mondiale economie ons brengt.

Algemeen nut

Economen beroepen zich bij hun verdediging van de globalisering steevast op de wet van de comparatieve kosten, die teruggaat op het werk van David Ricardo (1772-1823) en zijn magnum opus Principles of political economy and taxation (1817). Deze ‘wet’ houdt in dat, als ieder land zich toelegt op de productie waarin het het meest competitief is, het algemeen nut van de wereldbevolking als geheel daarmee wordt gediend. Ricardo formuleerde het als volgt.

Het streven naar individueel voordeel sluit voortreffelijk aan bij het algemeen nut van de samenleving als geheel. Het verspreidt de algemeen maatschappelijke opbrengst en verbindt, door een netwerk van belangen en handelsverkeer, de gemeenschap van naties over de hele beschaafde wereld. Het is dit principe dat bepaalt dat wijn wordt gemaakt in Frankrijk in Portugal, graan wordt verbouwd in Amerika en Polen en machines worden gefabriceerd in Engeland.

Dit is een van de oudste ‘wetten’ in de economische wetenschap, en op zich is er niets tegen in te brengen. Vertaald naar onze eigen tijd: als China een concurrentievoordeel heeft in de productie van elektronische gadgets, kijk eens wat dat de Europeanen aan consumptievoordeel oplevert. En in het algemeen heeft de globalisering een intensivering van de concurrentie op wereldschaal ingezet die leidt tot continue prijsdalingen. De lage inflatie die wij al decennia meemaken levert het dagelijks bewijs voor de wet van de comparatieve kosten.

Als ieder land zich toespitst op de eigen specialiteit, wordt het algemeen nut van de wereldbevolking gediend

Verplaatsing van kapitaal

En toch is het maar de helft van het verhaal. Want niet alleen menselijke arbeid wordt gestimuleerd om zich toe te leggen op die activiteiten die de meeste opbrengst garanderen, ook het financieel kapitaal wordt geprikkeld op zoek te gaan naar het hoogste rendement op investeringen. Ricardo geeft het voorbeeld van Engeland en Portugal, die respectievelijk handelen in textiel en wijn. Elk van beide kan dit product rendabeler produceren dan de ander, zodat zij beide van de wederzijdse handel profiteren.

Maar vervolgens stelt Ricardo zijn eigen theorie op de proef. Wat zou er gebeuren in het theoretische geval dat Portugal een concurrentievoordeel tegenover Engeland zou hebben voor wat betreft beide producten?

Het zou ontegenzeggelijk in het voordeel zijn van de kapitalisten in Engeland en van de consumenten in beide landen, dat onder deze omstandigheden zowel de wijn als het textiel zouden worden geproduceerd in Portugal. Daartoe zouden het kapitaal en de arbeid die in Engeland worden aangewend in de textielproductie moeten worden verplaatst.

De verplaatsing van kapitaal en arbeid is wat we dagelijks zien gebeuren, al decennialang. De naoorlogse periode werd aanvankelijk gekenmerkt door stringente controle op de kapitaalstromen. De de-industrialisatie in Europa die zich aftekende in de jaren 1970 — waarbij Nederland bijvoorbeeld 35 procent van haar textielindustrie en 12 procent van haar scheepsbouw verloor — verliep parallel aan de liberalisering van het mondiale monetaire systeem, die een aanvang nam in 1972. Deze ontwikkeling culmineerde in de volledige vrijmaking van de financiële markten onder Reagan en Thatcher. De effecten daarvan vormen de golf waarop de populisten in de wereld surfen, van Trump tot Wilders. En begrijpelijk. De winnaars van de globalisering zijn de consumenten, maar dat voordeel voltrekt zich geleidelijk en ongemerkt. De keerzijde, het mogelijk massaal verlies van werkgelegenheid, wordt ervaren als een schok. Je went aan de Primark en de Action, maar elke verlate fabriek staart je aan. Hele gebieden kunnen ontwricht raken als het financiële kapitaal de benen neemt. Arbeid is dan ‘te duur’ geworden, maar de vergelijking wat ‘te duur’ is kan alleen worden gemaakt bij de gratie van een onbelemmerd mondiaal kapitaalverkeer.

Vooronderstelling achterhaald

Maar de wet van de comparatieve kosten zwijgt daarover, want dat zou volgens Ricardo zo’n vaart niet lopen:

De ervaring leert echter dat het reële of vermeende risico voor het kapitaal, als het zich niet onder de directe zeggenschap van zijn eigenaar bevindt, tezamen met de tegenzin van elkeen om zijn geboorteland te verlaten en zich te plaatsen onder het gezag van een vreemde overheid en nieuwe wetten, de emigratie van het kapitaal beperken. Deze gevoelens, waarvan ik zou betreuren dat ze in kracht zouden afnemen, brengen de meeste vermogende mensen ertoe zich tevreden te stellen met een lage winstmarge in hun eigen land, in plaats van een hogere opbrengst van hun vermogen te zoeken in het buitenland.

Ricardo’s theorie van het wederzijds handelsvoordeel was dus gebaseerd op de vooronderstelling dat, dankzij de internationale immobiliteit van het financiële kapitaal, geen enkel land ooit een extern handelsverlies kon lijden. In zijn tijd zal het ongetwijfeld een juiste waarneming zijn geweest dat het financieel kapitaal niet op reis ging zonder zijn eigenaar. Maar dan... In de jaren 1860 werd het trans-Atlantische telegraafnet aangelegd. De kapitalist hoefde zijn kapitaal niet meer te begeleiden naar verre oorden, maar kon het op afstand volgen. Daarmee was Ricardo’s vooronderstelling in één klap achterhaald. Dat luidde de eerste globaliseringsgolf in, die tragisch eindigde met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In 1913 had Engeland — de beste graadmeter voor de economische ontwikkeling gedurende de 19e eeuw — meer dan 8,5 maal het netto nationaal inkomen uitstaan aan directe buitenlandse investeringen, verdeeld over alle werelddelen.

"De mobiliteit van het financiële kapitaal is de kern van de globalisering, niet de goederenhandel"

Structurele economische nadelen

De mobiliteit van het financiële kapitaal is de kern van de globalisering, niet de goederenhandel — dat deden de Phoeniciërs al. De opkomst van China als industriële grootmacht zou onmogelijk zijn bij een systeem van deviezencontrole als we hadden in de jaren 1950-’60. En met de rol van het financiële kapitaal houdt de wet van de comparatieve kosten geen rekening.

Het financieel kapitaal heeft, eenmaal los van de leiband, de neiging de reële economie in omvang verre te overtreffen. Daarmee brengt het processen op gang die belangrijke gevolgen hebben voor de economische structuur, het ‘verdienmodel’ van de nationale economie. Als economische activiteiten vanuit het oogmerk van financieel gewin op korte termijn (aandeelhouderswaarde) worden verplaatst, kan dat structurele economische nadelen opleveren die de potentiële consumptievoordelen van de globalisering verre kunnen overtreffen. Dan is niet langer gegarandeerd dat het streven naar individueel voordeel voortreffelijk aansluit bij het algemeen nut van de samenleving als geheel, zoals Ricardo meende.

En nog even verder denkend: waarom zou er een vrij verkeer van kapitaal moeten zijn als er overduidelijk geen vrij verkeer van personen bestaat? Want dat is grote verschil met de eerste globaliseringsgolf. De elite reisde toen zonder paspoort de wereld rond. En arme mensen reisden zonder paspoort als landverhuizers naar immigratielanden als de VS.

In het pleidooi voor de globalisering vallen gaten

In het pleidooi voor de globalisering vallen gaten, maar niet het gat waar het populistisch protest zich op richt. Wilders richt zich op personen, Trump op het vrij verkeer van goederen. Het is ondenkbaar dat de laatste zich zou richten tegen de achterliggende oorzaak van het verdwijnen van werkgelegenheid op lange termijn: het vrij verkeer van kapitaal. Niet alleen ligt dat buiten zijn benul, het zou ook strijdig zijn met zijn belang.

Ricardo’s wet van de comparatieve kosten blijft het centrale leerstuk in het globaliserings-discours, terwijl de omstandigheden waaronder deze wet functioneert al anderhalve eeuw niet meer gelden — en vooral niet meer in de laatste decennia, waarin enorme bedragen vrijelijk de wereld over flitsen. En zo zijn degenen die zich het liefst op Ricardo beroepen, ook degenen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan en voortduren van een situatie die de grote econoom naar eigen zeggen zou betreuren.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ben Ligteringen

Ben Ligteringen (1940) studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, en begon nog tijdens die studie aan ee...

Volg Ben Ligteringen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren