Het eerlijke verhaal

2 Connecties

Onderwerpen

Troonrede

Organisaties

Overheid
0 Reacties

Senator Kees de Lange was niet erg onder de indruk van de eerste troonrede van koning Willem Alexander en maakt een analyse van de toestand in de politiek

Bij iedere publicitaire gelegenheid die zich voordoet, duwt PvdA voorman Diederik Samsom de toehoorder ‘het eerlijke verhaal’ door de strot. Nu kan iemand die bij zinnen is onmogelijk bezwaar tegen eerlijkheid hebben. Maar helaas, ‘het eerlijke verhaal’ is toch een wat andere versie dan die van Samsom. Over de troonrede van afgelopen dinsdag is al veel gezegd. Het persoonlijke woord waarmee Koning Willem Alexander begon was een andere maar hartverwarmende benadering dan die uit eerdere jaren. Toen de Koning moest overgaan tot de regeringstekst bleek die vooral geïnspireerd te zijn door het neoliberale handboek. Vooral het niet zo nieuwe begrip van de ‘participatiesamenleving’ is voer voor cabaretiers en naar verwachting staan ons hierover nog vele grollen te wachten. Zo overgiet je kennelijk de schrikbarende leegte van deze troonrede door en voor boekhouders met een dun ideologisch sausje. Als dan het stof van Prinsjesdag en de troonrede enigszins is neergedaald, rijst de vraag van hoe nu verder. Aangezien in de politiek de cynische kijk meestal de juiste is, is het nuttig te inventariseren waar de belangen van de diverse parijen liggen. Laten we beginnen met de coalitiepartners VVD en PvdA. Hun maatschappelijk draagvlak is weggeslagen op een manier die zonder meer historisch genoemd kan worden. Peilingen wijzen uit dat nog maar 1 op de 8 Nederlanders vertrouwen in dit kabinet heeft, en de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar gaan een prima lakmoestest opleveren.
'Zoals we zullen zien is de waarheid prozaïscher en is er doorgaans simpelweg sprake van plat eigenbelang'
Dat in feite de positie van de coalitie nu al onhoudbaar is, wordt natuurlijk in Haagse kringen al uitgebreid onder ogen gezien. Dat deze coalitie verzuimd heeft zich te verzekeren van de steun van de meerderheid der Staten-Generaal is een blunder waarvoor onze toenmalige Koningin Beatrix hen waarschijnlijk had kunnen behoeden, als men de wijsheid had gehad haar bij het proces van regeringsvorming te betrekken. Nu leidt het feit dat er geen automatische meerderheid in de Eerste Kamer bestaat tot een proces van verlamming en eindeloos gepalaver met allerlei maatschappelijke en politieke groeperingen die allemaal te koop zijn ‘if the price is right’. Al die groeperingen beroepen zich ter rechtvaardiging van hun opstelling zonder uitzondering op het landsbelang en op hun constructieve houding. Dat zijn ongetwijfeld mooie woorden die helaas een steeds kleiner deel van de bevolking overtuigen. Zoals we zullen zien is de waarheid prozaïscher en is er doorgaans simpelweg sprake van plat eigenbelang.  

Kont tegen de krib

Omdat het eerste onderwerp met grote budgettaire implicaties de behandeling van de pensioenproblematiek in de Eerste Kamer is, is dat een goede illustratie van al die dingen die momenteel achter de schermen spelen. De regering wil ongeveer 3 miljard euro binnenhalen door de fiscale tegemoetkomingen bij het sparen voor pensioen terug te draaien. Dit treft vooral de huidige werkenden die hun toekomstig pensioen in belangrijke mate zien verdampen. In de Tweede Kamer waren alleen de coalitiepartners voorstanders van dit heilloze plan. De volledige oppositie stemde tegen. Dat lijkt het recept voor problemen in de Eerste Kamer, het kabinet beseft dat en gooit als reactie de kont tegen de krib. Staatssecretaris Frans Weekers maant de Eerste Kamer tot spoed, suggererend dat die oude zakken maar wat zitten te slapen. De werkelijkheid is dat de vaste Commissie voor Financiën van de Eerste Kamer tijdens de afgelopen recesperiode zich uitgebreid heeft beziggehouden met de behandeling en het opstellen van vragen over dit dossier. Toen een flink deel van de fracties de Memorie van Antwoord van de regering niet overtuigend vond, is besloten tot een tweede ronde van vragen. Als de antwoorden van de regering daarop voldoende zijn, vindt op 8 oktober het plenaire debat en op 15 oktober de stemming plaats. De zorgen van de Eerste Kamer lijken me meer dan terecht, zeker als we ons realiseren dat de Raad van State, een college van juridische hoogwaardigheidsbekleders die doorgaans niet de wegbereiders van de revolutie zijn, gehakt van de wetsvoorstellen van Weekers gemaakt hebben. De reactie van Halbe Zijlstra, fractieleider van de VVD was weer eens typerend. Als de coalitie zijn zin niet krijgt, kun je maar beter de Eerste Kamer afschaffen. Natuurlijk deed ook beroepslobbyist en zelfbenoemde goeroe van regeringsbeleid Bernard Wientjes zijn duitje in het zakje. De Eerste Kamer moest zijn sociale akkoord steunen en zich niet te buiten gaan aan ‘politieke spelletjes’. Dat een groot deel van de Eerste Kamer ernstige en wellicht onoverkomelijke bezwaren heeft tegen de kwaliteit van de voorgestelde wetgeving, daar zwijgt men liever over.  

Sigaar uit eigen pensioendoos

Nog een tweetal curieuze waarnemingen. Onlangs kwam het bureau Mercer dat toonaangevend is op pensioengebied uit met een kort rapport waarin de aannamen van staatssecretaris Weekers als onrealistisch werden bestempeld. De berekeningen van Mercer gaven onomstotelijk aan dat de gevolgen van de voorgestelde wetgeving voor de pensioen van jongeren veel ernstiger waren dan de regering ons verkiest voor te spiegelen. Precies een dag voor Prinsjesdag kwam het grootste pensioenfonds van ons land, het ABP, heel toevallig (??) met het bericht dat de premie aanzienlijk omlaag kon, en dat de werkenden meer direct te besteden kregen. Dat dit een sigaar uit de eigen pensioendoos was, werd uiteraard niet vermeld. Het is meer dan gênant te moeten constateren dat nu al vooruitgelopen wordt op wetgeving waarover de discussie in de volksvertegenwoordiging nog gaande is, waarbij de overheid zijn dubbelrol als werkgever en wetgever op schandelijke wijze door elkaar haalt. Ook de vraag hoe onafhankelijk het ABP bestuur is, dringt zich nadrukkelijk op. Wat kunnen we verwachten? VVD en PvdA hebben geen enkel belang bij vervroegde verkiezingen, en zullen alles (ik herhaal alles) doen om een dergelijk scenario te voorkomen. De oppositie hinkt op diverse gedachten. Allereerst heeft de huidige oppositie geen enkele gemeenschappelijk visie over hoe het verder moet met Nederland. Daar gaat het waarschijnlijk ook niet echt om. Elke partij zal bekijken in hoeverre het laten vallen van dit kabinet in hun eigen belang is. En dan wordt al snel duidelijk dat ook partijen als CDA en GroenLinks vooral veel te verliezen hebben bij een kabinetscrisis. En daarmee wordt de opstelling van deze partijen, en hun geflirt met dit kabinet, heel begrijpelijk. D66 heeft op dit moment veel te winnen bij komende verkiezingen, maar om dat al te hard te roepen zou door velen, met name ook in de eigen achterban, slecht begrepen worden. Pechtold stelt dus vooral eisen waarvan hij weet dat ze goed vallen in zijn achterban, maar waarvan hij ook beseft dat deze regering ze nooit over zal nemen. Ook 50plus heeft belang bij verkiezingen, maar het ontbreken van enige kennis over pensioenen bij hun volksvertegenwoordigers leidt slechts tot uitglijders en treurige ongeloofwaardigheid.
'Elke partij zal bekijken in hoeverre het laten vallen van dit kabinet in hun eigen belang is'
De regering maakt veel werk, niet echt werk natuurlijk, maar spreekwoordelijk werk, van contacten met de sociale partners. De omklemming waarin kabinet, werkgevers en vakbonden elkaar houden met een zogenaamd sociaal akkoord is tekenend voor de zwakke representativiteit van alle drie de deelnemers in dit onzalige gelegenheidsverbond. Het werkgeversfront, voor zover het ooit een front was, is gedecimeerd door het vertrek van MKB voorman Hans Biesheuvel die liever zijn eigen weg gaat. De vakbonden vertegenwoordigen slechts zo’n 17% van de oudere autochtone werkenden, maar nauwelijks jongeren, vrouwen en gepensioneerden. Als je dus niets anders hebt om je aan vast te houden, dan houdt je je krampachtig aan elkaar vast. Maatschappelijk draagvlak, zo noemt het kabinet deze wankele constructie bij voorkeur. Terug naar de Eerste Kamer, waar het CDA nu nog groot genoeg is om zelfstandig het kabinet uit de brand te helpen. CDA coryfeeën zijn niet van de kwelbuis weg te slaan om hun constructieve houding te benadrukken. We begrijpen na bovenstaande analyse ook precies waarom. D66 en GroenLinks doen vergelijkbare pogingen, maar kunnen ieder afzonderlijk niet het verschil maken. En de verschillen tussen die partijen zijn te groot om echt samen op te trekken. PVV en SP zijn in feite klaar met dit kabinet en koersen op nieuwe verkiezingen. De kleinere fracties hebben te weinig gemeen om, zelfs indien ze het kabinet zouden willen steunen, een stabiel element in een toekomstig regeringsbeleid te betekenen. In elk geval draagt het schofferen van mijn eigen fractie door staatssecretaris Klijnsma in het debat over de ‘governance’ van pensioenfondsen op 9 juli j.l niet bij aan de goede sfeer die nodig is om tot wederzijds begrip te komen. Het CDA vervult dus een sleutelrol, en weet dat zelf natuurlijk ook. De aanvankelijk opstelling van Sybrand van Haersma Buma in de Tweede Kamer liet weinig ruimte voor de Eerste Kamer fractie om een totaal ander geluid te laten horen. Maar dat het CDA alle ervaring in mistmakerij die het over vele decennia heeft opgebouwd zal inzetten om de eigen belangen optimaal te dienen, dat is in elk geval een zekerheid te midden van alle huidige onzekerheden. Natuurlijk is er geen enkele reden tot vreugde als we deze analyse en de gevolgen ervan goed op ons in laten werken. De maatschappelijke verdeeldheid die Nederland kenmerkt en die voorlopig niet verdwenen zal zijn, leidt tot politieke verlamming, eindeloze vertraging bij alle elementen van besluitvorming, en tot een afkalvende internationale positie op velerlei gebied. Waar het niet aan ontbreekt zijn mooie maar zo langzamerhand betekenisloze woorden. Aan de sleetse begrippen innovatie, solidariteit, onderwijsvernieuwing en maatschappelijk draagvlak is nu als nieuwe loot de ‘participatiesamenleving’ toegevoegd. Maar dat loze woorden en begrippen ons niet uit het slop zullen halen, dat lijkt me toch ‘het eerlijke verhaal’.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Kees de Lange