Het ‘eigen pensioenpotje’ is vooral een goed plan voor werkgevers

    Dé oplossing voor ons pensioenprobleem zou het 'eigen pensioenpotje' zijn, dan weet iedereen waar hij aan toe is. Maar dat argument snijdt totaal geen hout, zo betoogt gastauteur Erik Daae. ‘Er is helemaal geen nieuwe werkelijkheid in de wereld van het pensioen. Alleen onwil.’

    Er wordt de laatste tijd door de politiek en sommige organisaties vaak naar voren gebracht dat alle problemen met ons pensioenstelsel worden opgelost door het overgaan op ‘persoonlijke pensioenpotjes’. Het is de vraag of dat de oplossing is voor onze pensioenproblemen. Ik meen van niet.

    Alle opgebouwde pensioenen zijn vorderingen op een pensioenfonds. De veruit meest voorkomende wettelijke collectieve pensioenuitkeringsovereenkomst wordt vanwege de wijze van financiering ook wel collective defined contribution (oftewel ‘cdc’) genoemd. Dat is omdat de werkgever bij problemen niet hoeft bij te storten en bijna alle risico’s bij de deelnemer liggen. Zelfs bij een dreigende pensioenverlaging, hetgeen mogelijk is volgens de pensioenwet, hoeft de werkgever namelijk niet financieel bij te springen.

    Bijna alle risico’s liggen bij de deelnemer

    Volgens de Pensioenwet zijn de opgebouwde pensioenaanspraak van de werkenden en het pensioenrecht van de gepensioneerden wettelijk een vordering tot uitbetaling van een op dat moment bekend pensioenbedrag. Deze vordering is iemands individuele eigendom — zoals de Hoge Raad al in 2012 heeft bepaald — want de vordering valt onder het vermogensrecht volgens ons Burgerlijk Wetboek. Deze individuele vordering maakt deel uit van alle pensioenvorderingen op het betreffende pensioenfonds, die deze vorderingen dan pensioenverplichtingen noemt. Hetzelfde geldt voor individuele pensioenovereenkomsten (individual defined contribution oftewel ‘idc’) met een pensioenverzekeraar, ook bij kapitaal- en premie-overeenkomsten.

    "De argumentatie van de voorstanders van ‘persoonlijke pensioenpotjes’ snijdt totaal geen hout"

    Onzin

    Er bestaat dus geen individueel eigendom op een (afgescheiden) deel van het vermogen van het pensioenfonds. De door de werkgever betaalde premies en het daarop gemaakte rendement behoren toe aan het pensioenfonds. Dit is vergelijkbaar met een spaartegoed bij een bank met alleen een individueel vorderingsrecht op deze bank.

    Desondanks stellen sommige politieke partijen en organisaties zoals de overheid voor om ons pensioenstelsel met de uitkeringsovereenkomst van pensioenfondsen te wijzigen in zogenaamde ‘individuele pensioenpotjes’ om meer inzicht te krijgen. Maar dat is onzin, omdat de pensioenvorderingen al individueel zijn en de ‘pensioenpotjes’ van het fonds zijn en dus geen eigendom van de deelnemer.

    ‘Voorwaardelijke’ uitkering

    Bij de huidige uitkeringsovereenkomsten bestaat de pensioenopgave wel uit een ‘doeluitkering’ op de datum van pensionering, omdat de mogelijkheid bestaat van het verlagen van het bedrag volgens de Pensioenwet. Daarom noemt staatssecretaris Klijnsma de uitkeringsovereenkomst ‘voorwaardelijk’. Dat kan niet bij verzekeraars, want zij kennen de doeluitkering niet.

    Staatssecretaris Klijnsma noemt de uitkeringsovereenkomst ‘voorwaardelijk’

    En juist dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat de werkgevers — met de overheid als werkgever voorop — zo sterk pleit voor ‘individuele pensioenpotjes’. Dan zijn de werkgevers af van hun laatste taakstelling: om goed te zorgen voor een adequate voorziening van onze oude dag. Het doel: een afschaffing van pensioen als arbeidsvoorwaarde, want het moet een financieel product worden — zoals de verzekeraars en hun adviseurs omwille van hun omzet en winst dat zo graag willen zien.

    De door deze voorstanders van ‘persoonlijke pensioenpotjes’ gebruikte argumentatie snijdt totaal geen hout. Pensioenregelingen bestaan al vanaf 1881 – toen machinefabriek Stork als eerste een pensioen- en een medezeggenchapsregeling instelde – en niet sinds de oorlog. Het regelmatig wisselen van baan is echter van álle tijden, al wordt vaak geopperd dat dit een recent fenomeen is. En al langere tijd bestaat ook de keuze om het pensioen wel of niet mee te nemen naar het pensioenfonds van de nieuwe werkgever. Kortom, er is helemaal geen nieuwe werkelijkheid in de wereld van het pensioen. Alleen onwil.

    Meer duidelijkheid graag

    Wel zou het nuttig zijn indien op elk jaarlijks door pensioenfondsen te verstrekken pensioenoverzicht ook het tot dat moment opgebouwde jaarbedrag aan pensioen zou worden vermeld. Dus niet het vermelden van het opgebouwde kapitaal want dat geeft geen inzicht in het toekomstig besteedbaar inkomen. En bij kapitaal- en premie-overeenkomsten van verzekeraars (idc) zou wel het opgebouwde kapitaal gepubliceerd moeten worden, omdat de overeenkomst de opbouwfase immers nog ‘voorwaardelijk’ is en er geen pensioenbedrag kan worden opgegeven. Dat kan pas op de pensioendatum, in tegenstelling tot uitkeringsovereenkomsten. Het wordt tijd dat deze realiteit wordt erkend.

    Erik L. Daae is jurist en voorzitter van de Stichting Pensioenbehoud en schrijft deze column op persoonlijke titel.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 193 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren