Hoofdkwartier Mitsubishi Heavy Industries, Tokyo 2014
© AFP / Toru Yamanaka

De nieuwe eigenaar van Eneco exploiteerde Nederlandse dwangarbeiders

Op korte termijn beslissen 44 Nederlandse gemeenten of ze hun aandelen Eneco verkopen aan het Japanse concern Mitsubishi. De aandeelhouderscommissie van Eneco is al akkoord met de voorgenomen deal van 4,1 miljard euro. Wat vrijwel iedereen over het hoofd ziet, is het zwarte oorlogsverleden van Mitsubishi.

Dit stuk in 1 minuut
  • Energiebedrijf Eneco, nu nog in handen van 44 gemeenten, wordt binnenkort verkocht. Vandaag, op 16 januari, wordt het besluit besproken in de gemeenteraad van Den Haag, en op 30 januari in die van Rotterdam. Deze twee gemeenten zijn de grootste aandeelhouders van Eneco.

  • Bij de voorbereidingen van dat besluit zijn de gemeenten niet ingelicht over het oorlogsverleden van de beoogde koper, Mitsubishi. Dit Japanse bedrijf heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden ingezet als dwangarbeiders. Naar schatting moesten indertijd 661 Nederlandse ex-krijgsgevangenen voor Mitsubishi werken.

  • In de jaren ’90 heeft een delegatie van deze Nederlandse krijgsgevangenen gepoogd compensatie van het Japanse bedrijf te krijgen; dat is mislukt. Ook tot excuses is het nooit gekomen. Mitsubishi bood Amerikaanse oud-krijgsgevangenen wel excuses aan, dit na sterke druk van de VS zelf.

Lees verder

In de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Japanse militaire agressie in Zuidoost-Azië, werden geallieerde krijgsgevangenen geëxploiteerd door de zaibatsu’s – de grote conglomeraten in het bezit van Japanse families. Ook Koreaanse en Chinese dwangarbeiders werden tewerkgesteld in de Japanse oorlogsmachine. De ‘grote vier’ waren Mitsubishi (opgericht in 1870), Mitsui, Sumitomo en Yasuda. Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 werd Kiyoshi Goko, de directeur van Mitsubishi Heavy Industries, opgepakt. Wegens gebrek aan concreet bewijs voor dwangarbeid als oorlogsmisdaad werd hij in het voorjaar van 1946 vrijgelaten door de Amerikaanse procureur-generaal van het Tokio Tribunaal. Dit na een verhoor van drie dagen.

Voor een beperkt aantal dwangarbeiders is er jaren later gerechtigheid gekomen. In 2014 slaagde een groep Chinese ex-werkkrachten erin het Japanse bedrijf aan te klagen. De mannen waren destijds tewerkgesteld in kolenmijnen, en hadden – anders dan veel lotgenoten – de gevolgen van ondervoeding en geweld overleefd. In juni 2016 werd overeenstemming bereikt: Mitsubishi Materials erkende dat bij haar voorganger, Mitsubishi Mining, 3.765 Chinese dwangarbeiders werkzaam waren geweest en bood officiële excuses aan.

Overlevenden of nabestaanden van omgekomen dwangarbeiders kunnen daardoor aanspraak maken op 13.560 euro: het bedrag is als lump sum uitonderhandeld. Wanneer alle gerechtigden dat bedrag innen, heeft Mitsubishi in totaal zo’n 50 miljoen euro uitgekeerd. Het is de grootste schadevergoeding die een Japans bedrijf ooit heeft betaald voor de exploitatie van dwangarbeiders.

Daar bleef het niet bij. Eind november 2018 veroordeelde het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof Mitsubishi Heavy Industries tot het betalen van een schadevergoeding aan voormalige Koreaanse dwangarbeiders. Zij waren in 1944 in onder meer een munitie- en een vliegtuigfabriek in Japan tewerkgesteld.

Het hof kende vier vrouwelijke dwangarbeiders een schadevergoeding toe van 100 tot 120 miljoen won per persoon (78.000 tot 94.000 euro), en zes mannen ieder 80 miljoen won (61.603 euro). Het vonnis werd in Japan met grote woede ontvangen: Mitsubishi noemde het ‘zeer betreurenswaardig’, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Kono in een verklaring sprak van een ‘totaal onacceptabel vonnis’.

Excuses voor Amerikaanse dwangarbeiders

Geld is één kant van de zaak. Mitsubishi Heavy Industries heeft de duizenden dwangarbeiders nooit officieel excuses aangeboden. Mitsubishi Materials – als rechtsopvolger van Mitsubishi Mining verantwoordelijk voor de exploitatie van vier mijnen in Nagasaki – bood in augustus 2015 wel excuses aan de Amerikaanse krijgsgevangenen aan, die daar destijds tewerkgesteld waren. ‘Het is een detail waarvan zowel Mitsubishi als de Japanse regering hopen dat de gajin [buitenlanders, red.] het over het hoofd zien,’ zegt Mindy Kotler Smith. Als directeur van het Amerikaanse onafhankelijke researchcentrum Asia Policy Point in Washington DC, volgt ze de ontwikkelingen rond het oorlogsverleden van Japanse bedrijven op de voet.

‘Het kostte veel tijd om Mitsubishi aan de onderhandelingstafel te krijgen, waarbij de VS de Japanse regering bleven aanspreken om zich oprecht door te verontschuldigen’

Die excuses kwamen tijdens een persconferentie van Mitsubishi in het Simon Wiesenthal Center in Los Angeles, vlak voor de 70e herdenking van de capitulatie van Japan. ‘Het was een lang proces om Mitsubishi aan de onderhandelingstafel te krijgen, waarbij de Verenigde Staten de Japanse regering bleven aanspreken om zich oprecht door te verontschuldigen,’ stelt ze. ‘Die excuses hadden echter niets te maken met verantwoordelijkheidsgevoel of oprechte wroeging. Mitsubishi Materials heeft grote zakelijke belangen in de Verenigde Staten. Dankzij internet zijn alle feiten over Japanse dwangarbeid te raadplegen. Het was een kwestie van tijd voordat het oorlogsverleden van Mitsubishi aan het licht zou komen.’

Ook Nederlandse, Canadese, Engelse, Italiaanse, Indiase, Australische en Nieuw-Zeelandse krijgsgevangenen – plus een aantal mensen van wie de nationaliteit nader onderzoek vergt – hebben tijdens de oorlog dwangarbeid op de scheepswerven en in de vliegtuigfabrieken en mijnen van Mitsubishi moeten verrichten. ‘Geen van hun regeringen is bereid geweest om jarenlang tijd te steken in onderhandelingen met Mitsubishi,’ meent Kotler Smith.

Nadat Mitsubishi Materials in 2015 zijn verontschuldigingen had aangeboden aan de Amerikaanse krijgsgevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid moesten verrichten, lag de weg open voor de Nederlandse regering om excuses af te dwingen. Kotler Smith wijst erop dat de tijd dringt. ‘Het is nu aan de Nederlandse regering om Mitsubishi te benaderen om ook aan alle Nederlandse ex-dwangarbeiders excuses aan te bieden.’

Voor de naar schatting 661 Nederlandse ex-krijgsgevangenen die voor Mitsubishi moesten werken, heeft een delegatie in de jaren ’90 gepoogd compensatie van het Japanse bedrijf te krijgen. Doordat de Nederlandse overheid echter in 1956 als uitvloeisel van het Vredesverdrag van San Francisco akkoord ging met financiële compensatie voor Nederlandse krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden tegen finale kwijting, is sindsdien iedere individuele claim niet-ontvankelijk verklaard in de rechtbank. Onder dit zogeheten Yoshida-Stikkerakkoord, vernoemd naar de Japanse en Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken, ontving iedere ex-krijgsgevangene 264 gulden.

 

Winst dankzij goedkope arbeid

Van de groep Nederlandse dwangarbeiders was in 2015 nog een klein aantal in leven. Christiaan Kwasanco, een Nederlander van Indo-Afrikaanse afkomst, werkte zowel in de mijnen als op de scheepswerf van Mitsubishi. ‘Zeventig jaar lang heeft het bedrijf gezwegen,’ zei hij destijds in Trouw. ‘En dan bieden ze de Amerikaanse dwangarbeiders excuses aan, maar alle andere ex-krijgsgevangenen niet? Dit is heel erg pijnlijk.’ Het bracht ook traumatische herinneringen naar boven. Toen op 9 augustus 1945 de Amerikaanse atoombom op Nagasaki werd gegooid, bleef het mijnenkamp gespaard. ‘Als ik nog in kamp 14 naast de scheepswerven geïnterneerd was geweest, was ik waarschijnlijk niet meer in leven geweest.’

Over de hele linie heeft Mitsubishi het meest geprofiteerd van slavenarbeid: het bouwde in opdracht van de Japanse Keizerlijke Marine ten minste zeventien  hell ships die krijgsgevangenen en ‘troostmeisjes’ naar hun dwangarbeidbestemming in Zuidoost-Azië vervoerden. Daarnaast leverde het 362 kilometer aan houten dwarsliggers voor de beruchte Birmaspoorweg, die eveneens op basis van dwangarbeid is aangelegd.

Christiaan Kwasanco kan geen vuist meer maken tegen het Japanse bedrijf: hij overleed in het najaar van 2015. Ook Eddy Gravenberch, een Surinaams-Indonesische werknemer van de Militaire Luchtvaart van het KNIL, is inmiddels overleden; hij stierf in 2017. Zijn dochters spreken zich nu uit. ‘Onze vader zag het stijgende succes van Japanse bedrijven met lede ogen aan. Hij meende dat ze na de overgave winst konden behalen dankzij goedkope arbeid tijdens de oorlogsjaren,’ merkt Joanne Gravenberch op.

‘Hij heeft het altijd bedenkelijk gevonden dat er op regeringsniveau en vanuit het Koninklijk Huis warme relaties met de Japanse regering en Japanse bedrijven onderhouden worden,’ vult Sylvia Gravenberch aan. ‘Er was geen oog voor de duizenden mensen die de Japanners bevochten voor de Nederlandse vlag. Dat Mitsubishi geen enkel excuus heeft aangeboden voor het door hen aangedane leed, heeft voor verbittering gezorgd.’ 

Na de oorlog werden de failliete werf en dokken opgekocht door Mitsubishi, zonder dat er enige compensatie aan de dwangarbeiders is verschaft

George de Brouwer keerde getekend terug uit de kolenmijnen van Mitsubishi. Zoals ‘de Jap’ hem gestraft had, strafte hij zijn echtgenote en kinderen. Dochter Toby de Brouwer heeft zich pas na zijn dood in 1982 met hem verzoend. ‘Hij kon nauwelijks vertellen wat hem destijds is aangedaan, behalve dat hij soms op een schoenzool kauwde om het hongergevoel tegen te gaan.’

Excuses van Mitsubishi is wat de nog levende dwangarbeiders nu eisen. Zoals de Indo-Europese marineman Henk Kleijn (95), die tewerkgesteld was op de scheepswerf van Kawanami Shipbuilding in Nagasaki, een andere zaibatsu. Na de oorlog werden de failliete werf en dokken opgekocht door Mitsubishi, zonder dat er enige compensatie aan de dwangarbeiders is verschaft.

‘Ik heb nooit ook maar een bloemetje van Mitsubishi gekregen,’ zei Kleijn in zijn woning in Den Helder. ‘Klappen daarentegen heb ik genoeg gehad van de Jap. Iedereen in het werkkamp werd geslagen.’ Hij ontsnapte ternauwernood aan de dood toen de atoombom boven Nagasaki tot ontploffing werd gebracht. ‘Toen die ochtend de sirene voor de derde maal loeide, dacht ik: ‘Ik ren niet weer naar de schuilkelder, ik blijf mooi hier.’ Plotseling was er een verblindend licht en sloeg een keiharde luchtdrukwind over het dok. De ramen in het dak braken daardoor en scherven zeilden naar beneden. We doken razendsnel onder de romp van het schip.’ Toen het gevaar geweken leek, klommen de mannen uit het drijvende dok. Kleijn: ‘Ik zag de hele stad branden en een enorme paddenstoelwolk steeg op naar de hemel. Het was angstaanjagend.’

In augustus 2015 reageerde Bert Koenders, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, op Kamervragen van de SP nadat bekend was geworden dat Mitsubishi excuses had aangeboden aan Amerikaanse ex-dwangarbeiders. Koenders: ‘Volgens recente mediaberichten heeft een lid van de directie van Mitsubishi Materials aangegeven dat het bedrijf overweegt ook excuses aan te bieden aan ex-krijgsgevangenen van andere nationaliteiten die dwangarbeid voor dat bedrijf hebben verricht. Een dergelijk excuus uit eigen initiatief aan Nederlandse slachtoffers die voor het Mitsubishi-conglomeraat dwangarbeid hebben verricht, zou ik zeker verwelkomen.’ De Nederlandse dwangarbeiders wachten er nog steeds op.


Gemeente Haarlemmermeer

"De gemeente is niet de aangewezen instantie om een antwoord te formuleren op het oorlogsverleden van Mitsubishi"

Verkoop Eneco aan Mitsubishi

De oorlogsgeschiedenis van Mitsubishi is ineens zeer relevant: het Japanse bedrijf is de gedoodverfde koper van energiebedrijf Eneco. Die ophanden zijnde verkoop is het rechtstreekse gevolg van de splitsing tussen Eneco en netwerkbeheerder Stedin in februari 2017: bij de liberalisering van de energiemarkt in 2004 eiste het kabinet dat energiebedrijven hun stroom- en gasnetten zouden afstoten. Het netbeheer moest in publieke handen blijven.

Het gevolg was dat de 44 gemeenten die samen de aandeelhouders van Eneco vormen, eigenaar waren van een commercieel gerund energiebedrijf, dat inmiddels ook actief is in België, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. In 2017 gaven de drie grootste aandeelhouders – Rotterdam, Den Haag en Dordrecht – te kennen dat ze hun aandelen van de hand wilden doen; later volgden meer gemeenten. Op 25 november 2019 werd bekend dat Eneco en haar verkopende aandeelhouders ‘na een zorgvuldige selectieprocedure’ een overeenkomst hebben bereikt met een consortium van Mitsubishi Corporation en Chubu Electric Power. Mitsubishi is al geruime tijd een partner van Eneco in de opwekking en opslag van duurzame energie.

De aandelenverkoop lijkt al beslist voordat de 44 afzonderlijke gemeenten gestemd hebben over het bod van 4,1 miljard euro. In de provincie Noord-Holland, waar Henk Kleijn en twee andere voormalige dwangarbeiders wonen, gaat het om Amstelveen, Aalsmeer, Bloemendaal, Castricum, Haarlemmermeer, Heemstede, Uithoorn en Zandvoort die binnenkort stemmen. Gezamenlijk zullen ze 208 miljoen euro toucheren. Maar de discussie over Mitsubishi’s oorlogsverleden gaan de gemeenten uit de weg. ‘De gemeente is niet de aangewezen instantie om een antwoord te formuleren op het oorlogsverleden van Mitsubishi,’ zegt de woordvoerder van Haarlemmermeer op vragen van FTM.

‘Ik vind dat de bestuurders van de betreffende gemeenten zich ervan bewust moeten zijn dat de Amerikanen wél invloed hebben uitgeoefend op Mitsubishi,’ zegt Linda Pijls, de dochter van Henk Kleijn. ‘Het bedrijf heeft nooit excuses aangeboden aan mijn vader. Niet dat we op geld uit zijn. De ruim drie jaar dat mijn vader als een slaaf van de Japanners misbruikt is, kun je toch nooit meer goedmaken. Maar er is wel degelijk een handreiking geweest aan de Amerikaanse krijgsgevangenen. Waarom gebeurt het daar wel en in Nederland niet?’

Noch het college, noch de raadsfracties bleken op de hoogte van het oorlogsverleden van Mitsubishi

Ook oud-KNIL-militair Jan Oostdam (100) wacht op een gebaar. Hij verrichtte zes dagen per week dwangarbeid op de werf van Kawanami. ‘Ik had nummer shi ni ichi [421, red.] merkt hij op. ‘Ik kan nog steeds tot honderd tellen in het Japans.’ Oostdam wil dat de slepende kwestie geregeld wordt. ‘Ik zou ook graag in gesprek gaan over de rol van Mitsubishi zelf dat net zo goed dwangarbeiders geëxploiteerd heeft. Het gaat me niet om compensatie voor mijn dwangarbeid. Ik wil voorkomen dat het oorlogsverleden van het bedrijf voorgoed uitgewist wordt.’

Oostdam heeft zijn leven lang in Vianen gewoond, dat inmiddels is opgegaan in Vijfheerenlanden, een van de 44 ‘Eneco-gemeenten’. Noch het college, noch de raadsfracties bleken op de hoogte van het oorlogsverleden van Mitsubishi. ‘Wij vinden het zeer aangrijpend’, laat burgemeester Sjors Fröhlich via zijn woordvoerder aan FTM weten. 

‘Hoewel de gemeente voornemens is voor verkoop te stemmen, willen we ook passende aandacht geven aan deze inwoner van Vianen die zoveel heeft moeten doorstaan. Ik kan me voorstellen dat zijn verleden als dwangarbeider zeer bepalend is geweest voor hemzelf en zijn omgeving. We hebben daarom contact met hem gezocht en gaan samen kijken of hij behoefte heeft om er met ons over spreken. Wellicht kan dit een plek krijgen in het herdenken van 75 jaar vrijheid.’

Voor Vijfheerenlanden levert de verkoop van Eneco 79,2 miljoen euro op. Fröhlich: ‘Het college heeft besloten tot verkoop over te gaan en zal dit aan de gemeenteraad voorstellen. De gemeenteraad zal op 6 februari de verkoop van Eneco aan Mitsubishi bespreken. De gemeente zal daarna uitvoering geven aan het besluit.’

 

Japanse zilvervloot

Alle aandeelhouders van Eneco dienen afzonderlijk te stemmen over het bod van 4,1 miljard euro, waarna berekend wordt welk totaalpercentage ermee ingestemd heeft. Daarbij telt het procentuele aandeelhouderschap.Hoewel 96 procent van de gemeenten al heeft aangegeven in principe akkoord te zijn, kan het bod nog afgewezen worden wanneer de houders van een kwart van de aandelen tegenstemmen. 

Eneco zelf loopt vooruit op de uitslag van de stemming: op de website staat inmiddels vermeld dat het bedrijf ‘haar duurzame koers versterkt met het consortium Mitsubishi Corporation (80%) en Chubu Electric Power (20%) als nieuwe aandeelhouders’. 

Nu de deal door zwaargewichten is uitonderhandeld – het financieel adviesbureau Aperghis, advocatenbureau De Brauw Blackstone Westbroek, onafhankelijk waarderingsdeskundige Duff & Phelps en financieel adviseur Citigroup Global Markets – is de vraag of de leden van de aandeelhouderscommissie, waarin acht gemeenten een onderhandelingsmandaat hebben, op de hoogte waren van Mitsubishi’s openstaande schuld aan Nederlandse ex-dwangarbeiders.

Arjan van Gils, wethouder Financiën (D66) van de gemeente Rotterdam, is voorzitter van deze onderhandelingscommissie. Met 31,6 procent van de aandelen staat de havenstad op het punt ruim 1,2 miljard euro te cashen. Ondanks meerdere verzoeken weigert Van Gils de vraag te beantwoorden of hij voor de onderhandelingen op de hoogte was van Mitsubishi’s verleden.

Het Rotterdamse raadslid Aart van Zevenbergen (SP) is compleet verrast door het oorlogsverleden van Eneco’s beoogde koper

De woordvoerder van de onderhandelingscommissie zelf grijpt in: ‘Wij kennen de schokkende en aangrijpende verhalen van de krijgsgevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid hebben moeten verrichten voor Japan. We hebben deze verhalen en de zorgen overgebracht aan vertegenwoordigers van Mitsubishi Corporation.’ Hij voegt eraan toe dat dit gebeurd is naar aanleiding van ‘recente publicaties’. De eerste daarvan dateert echter van 31 december 2019. Een maand ervoor, op 25 november, werd het nieuws over de voorgenomen aandelenverkoop bekendgemaakt.

Aart van Zevenbergen (SP) is compleet verrast door het oorlogsverleden van Eneco’s beoogde koper. ‘Mijn stellige overtuiging is dat wethouder Van Gils de gemeenteraad onvoldoende heeft ingelicht over deze cruciale feiten. Zolang Mitsubishi geen excuses heeft aangeboden of schadevergoeding heeft betaald, kan niemand op mijn steun rekenen. Het geld klotst tegen de plinten bij het Japanse bedrijf, maar voor de gedupeerden heeft men blijkbaar niets over.’ Van Zevenbergen heeft een debat aangevraagd op 30 januari, de dag van de stemming. Aansluitend wil hij een motie indienen.

De tweede ‘grootverdiener’ is Den Haag, in de commissie vertegenwoordigd door Boudewijn Revis, loco-burgemeester en wethouder Financiën (VVD). Vlak voor het kerstreces wees de raadsfractie van de Partij voor de Dieren hem op Mitsubishi’s beladen verleden. De aanvankelijke lacherigheid van Revis verdween op slag. ‘Dat Eneco nu wordt verkocht aan Mitsubishi voelt als een klap in het gezicht van de dwangarbeiders en hun nabestaanden,’ zegt PvdD-fractievoorzitter Robert Barker.

‘Tegelijkertijd is Mitsubishi een bedrijf dat zich voordoet als ethisch en duurzaam, maar daar is weinig van te merken: het houdt zich voornamelijk bezig met fossiele brandstoffen, het leegvissen van de oceanen en het produceren van oorlogsmateriaal. Indien het echt voornemens is een ethisch bedrijf te worden, dan zou de overname van het publieke Eneco hét moment zijn om 75 jaar na de capitulatie van Japan haar excuses aan te bieden.’

Revis zelf wist tijdens de onderhandelingen kennelijk niet van de hoed en de rand, maar wil niet reageren op vragen. De PvdD-fractie is van plan om op 16 januari (vandaag) tegen de verkoop te stemmen. Over de precieze tekst van een in te dienen motie wordt nog overlegd. Barker: ‘Los van het feit dat Den Haag 675 miljoen euro beurt na aftrek van de transactiekosten zullen de andere gemeenten niet snel tegenstemmen. Nu de Japanse zilvervloot komt binnenvaren, hebben ze het geld al uitgegeven. Mijn partij hoopt hoe dan ook te bewerkstelligen dat Mitsubishi officiële excuses aan de Nederlandse dwangarbeiders aanbiedt.’


Rudi Hoenson, ex-dwangarbeider Fukuoka 14

"In totaal heb ik 1.200 dagen, oftewel 12.000 uur, voor het bedrijf moeten werken. Dat mogen ze me uitbetalen"

Vanuit Tokio laat de persvoorlichter van Mitsubishi Corporation (MC) weten dat hier geen sprake van kan zijn. ‘Ons onafhankelijke, beursgenoteerde bedrijf is in 1954 opgericht, negen jaar na de Tweede Wereldoorlog. Momenteel zijn er zo’n 500 bedrijven met de naam Mitsubishi die hun zakelijke activiteiten onafhankelijk van elkaar uitvoeren en zelfs onderling met elkaar concurreren. Dit betekent concreet dat MC een totaal ander bedrijf is dan al die andere bedrijven die de naam Mitsubishi dragen, zoals Mitsubishi Motors of Mitsubishi Materials.’

Wat hij onvermeld laat, is dat tijdens de naoorlogse Amerikaanse bezetting van Japan de zaibatsu Mitsubishi ontbonden is, waarna alle bedrijven verzelfstandigd werden. Na het Vredesverdrag van San Francisco in 1952 werd het toegestaan om de namen en logo's van de zaibatsu weer te gebruiken. In 1954 vormden meer dan 100 bedrijven het conglomeraat Mitsubishi. De voormalige bedrijven van Mitsubishi Heavy Industries voegden zich daar in 1964 bij.

Rudi Hoenson was gedetineerd in het werkkamp Fukuoka 14 in Nagasaki, destijds eigendom van Mitsubishi Heavy. Wat hem betreft mag het bedrijf per omgaand compensatie uitbetalen. Vanuit zijn woonplaats Victoria in Canada liet de 96-jarige zakenman en filantroop eerder weten dat hij echt niet zit te wachten op ‘een of andere stompzinnige verontschuldiging’ van Mitsubishi. 

‘In totaal heb ik 1.200 dagen, oftewel 12.000 uur, voor het bedrijf moeten werken. Dat mogen ze me uitbetalen in plaats van excuses aan te bieden voor al het geld dat ze over de ruggen van de dwangarbeiders verdiend heeft. Ik zou willen dat de Nederlandse regering eindelijk opkwam voor haar eigen ex-krijgsgevangenen.’

Griselda Molemans
Onderzoeksjournalist en documentairemaker.
Gevolgd door 165 leden