Energie uit zon, wind, water… en moeras?

    De energievoorraad raakt wereldwijd steeds meer uitgeput, terwijl het gebruik van fossiele energie nog steeds toeneemt. Hoe moeten we de wereld in de toekomst van energie voorzien? 'Het idee dat energie uit één dominante bron komt is achterhaald.'

    In Nederland gebruiken we gemiddeld zo’n 34 gigajoule per inwoner per jaar. Daarmee zou je gemakkelijk met een elektrische auto een rondje om de aarde kunnen rijden. Om in ons energieverbruik te voorzien gebruiken we al tientallen jaren traditionele energiebronnen zoals aardolie, aardgas en kolen. Deze traditionele energiesystemen vervuilen onze planeet met carbon dioxide en afval. De consequenties zijn onherroepelijk: onze wereld wordt geconfronteerd met een energiecrisis.

    Energieverbruik per inwoner in Nederland

    Energieverbruik per inwoner in Nederland, 1950-2012 

    Met het opraken van de voorraad fossiele brandstoffen zijn alternatieve manieren van energie opwekken steeds vaker onderwerp van discussie. Overheden staan voor lastige keuzes en belangengroeperingen zijn het niet altijd met elkaar eens. Ondertussen schiet de brandstofprijs omhoog en blijft de wereldbevolking gestaag doorgroeien. Een groeiende vraag naar alternatieve, hernieuwbare en duurzame bronnen is daarmee onontkoombaar.

    Hernieuwbare bronnen

    Mochten we in de toekomst dezelfde hoeveelheid energie willen blijven gebruiken, dan moet in 2050 23 procent van de energietoevoer hernieuwbaar -dus niet eindig- zijn. Daarom stelt de Europese Unie alvast haar doeleinden: minimaal twintig procent van het energiegebruik moet in 2020 uit hernieuwbare bronnen komen. Daaronder valt ook een eis voor transportbrandstoffen, waarvan tien procent uit hernieuwbare bronnen moet komen.

    Er bestaan al verschillende alternatieve energiebronnen die uitkomst kunnen bieden, maar geen van hen lijkt dé uitkomst voor het energieprobleem. Biobrandstoffen, gewonnen uit gewassen zoals mais, raapzaad en suikerbiet, werden ooit gezien als de ideale vervanger van fossiele brandstoffen. Maar grootschalige implementatie bleek een motief voor landgrabbing en het verbouwen van biobrandstofgewassen verdrong voedsel van het veld, met stijgende voedselprijzen tot gevolg. De EU stelde daardoor in juni een nieuw plafond in. Van de tien procent hernieuwbare energie voor transportbrandstoffen mag maximaal zeven procent uit biobrandstoffen bestaan die uit voedselgewassen gewonnen worden.

    'Grootschaligheidsproblematiek'

    Net als biobrandstoffen lijken ook andere alternatieve energiebronnen, direct of indirect afkomstig van zon, wind, water en biomassa, te stuiten op ‘grootschaligheidsproblematiek’. Wat op lokaal niveau lijkt te werken - een zonnepaneel op het dak, een windmolen om een boerderij van stroom te voorzien of een Keniaanse akker waarop naast mais ook jatropha wordt verbouwd– werkt op grote schaal minder goed. Want windmolens en zonne-energie mogen dan in populariteit toenemen, ze bieden geen betrouwbare basis om heel Nederland van stroom te voorzien. Een windmolen ‘in je achtertuin’ roept de nodige frustratie op en tot op heden is zonne-energie niet goed op te brengen voor die vele bewolkte dagen die Nederland kent.

    Percentage hernieuwbare energie van het totale electriciteitsgebruik in NL Percentage hernieuwbare energie van het totale electriciteitsgebruik in Nederland

    Plant-e: Energie uit een moeras

    De oplossing voor het energieprobleem zal eerder bestaan uit een combinatie van bovenstaande ideeën. In Nederland zien we een landschap waar verschillende locaties over eigen energiebronnen kunnen beschikken. Waterenergie uit de plassen en zeeën en windmolens op vlakke plattelandsgebieden.

    Een ander voorbeeld dat inspeelt op het gevarieerde Nederlandse landschap is het Wageningse ‘Plant-e’ project, een methode om energie op te wekken uit levende planten via de bodem van moerasgebieden of andere ‘wetlands’. De planten maken suiker met behulp van fotosynthese. Een deel van die suiker wordt naar de bodem afgevoerd waar het door bacteriën wordt afgebroken. Bij dit proces komen elektronen vrij die via een koolstofelektrode worden opgevangen. Plantenergie zou net als wind, zon en water kunnen bijdragen aan het al bestaande alternatieve energiesysteem. ‘Wij hebben immers geen provincies vol met moeras of rijstvelden om heel Nederland van stroom te voorzien,’ vertelt mede oprichter David Strik.

    'Planten maken suiker met behulp van fotosynthese, waarbij elektronen vrij komen die via een koolstofelektrode worden opgevangen'

    Op internationale schaal levert het wel een ander rekensommetje op, legt hij uit. Wereldwijd is er zo’n 800 miljoen hectare wetland. Dit zou, maal de 0,25 watt per vierkante meter die nu in het lab wordt opgewekt, gelijk staan aan de 18.000 TWH die we op de aardbol gebruiken. ‘Zo ver is het echter nog niet, we zijn nog bezig met de kostprijs berekenen van een grootschalig systeem,’ aldus Strik.

    Misschien moeten we dus niet alleen afscheid nemen van fossiele energie, maar ook van het idee dat energie uit één dominante bron moet komen. Door verschillende initiatieven te combineren kan alternatieve energie veel sneller groeien. Iedere locatie zijn eigen energie, waardoor we op den duur op geheel groene wijze aan de energievraag kunnen voldoen.

    Lees volgende week meer over Plant-e bij Follow the Money

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Fleur Launspach

    Fleur Launspach verkeert 24/7 in een soort 'natural high'. Ze stuitert van hot naar her, camera of pen in de aansla...

    Volg Fleur Launspach
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren