Het Energieakkoord kan meteen de prullenbak in

    Het Planbureau voor de Leefomgeving velt een vernietigend oordeel over het Energieakkoord dat de sociale partners en het kabinet hebben gesloten. Vage afspraken en een onthutsend gebrek aan visie op de rol van technologie in de energietransitie maken het akkoord waardeloos.

    Het is een treurige, maar veelzeggende grafiek, die van de Zwitserse organisatie SolarSuperstate. Duitsland is wereldkampioen in geïnstalleerd fotovoltaïsch vermogen – zonnepanelen – per hoofd van de bevolking. Buurland Liechtenstein staat op nummer 2, Italië op nummer 3. België staat op nummer 5.  En gidsland Nederland? Het land dat vorig jaar nog op nummer 5 stond in de lijst van meest concurrerende en innovatieve economieën ter wereld – dat land staat met een schamele 16 watt geïnstalleerd vermogen per hoofd van de bevolking op nummer 29, tussen Kaapverdië en Tonga. Het contrast tussen de Nederlandse en de Duitse energiepolitiek is groot. De trage energietransitie van ons land en het gebrek aan zowel een toekomstvisie als ambitie is voor Duitsers moeilijk te bevatten. De verbijstering daarover speelt ook een rol bij de uiterst kritische bejegening van Tennet, het Nederlandse staatsbedrijf dat onbedoeld een spilfunctie heeft gekregen in de Energiewende omdat het als netwerkeigenaar verantwoordelijk is voor de uitbreiding van het Duitse elektriciteitsnetwerk. Een investering waarvoor €20 miljard nodig is. Nederland voerde in het verleden  altijd de hoogste toon als het ging om milieu- en energiebeleid. Nu verkeert het voormalige gidsland op het gebied van duurzame energie in de achterhoede en het onlangs gesloten Energieakkoord zal daar niets aan veranderen.  

    Lauwe ontvangst Energieakkoord

    Het SER-Energieakkoord is een typisch polderproduct, waar veertig (! ) partijen compromissen moesten sluiten om tot een bloedeloos akkoord te komen. Alleen al de manier waarop het tot stand kwam was hemeltergend. Eerst zou het met veel bombarie aangekondigde akkoord nog voor het zomerreces worden getekend, toen leek het vlak voor de zomervakantie plotseling van de baan om er uiteindelijk toch nog te komen.  En vervolgens werd het vol trots gepresenteerd als een visionaire mijlpaal in de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening. Dat hadden we toch maar weer mooi voor elkaar gekregen met zijn allen. Dat de veertig partijen, waaronder het kabinet, de vakbonden, milieu-organisaties en werkgevers, uiteindelijk hun handtekening hebben gezet, is op zich een prestatie van formaat. Maar het resultaat is een slap compromis, vol met vage toezeggingen, afspraken zonder sancties en een onthutsend gebrek aan een technische visie op duurzame energie. 'Een duurzame energievoorziening is een stap dichterbij. Bovendien levert het akkoord banen op,' jubelde de agitprop van de Rijksoverheid onder leiding van minister van Economische Zaken Henk Kamp. Maar uit de hele gang van zaken sprak meer opluchting dan oprecht enthousiasme. Weer een issue minder waar het kabinet een besluit over hoeft te nemen. Het meest opmerkelijke aan het hele Energieakkoord is nog dat het niemand wezenlijk lijkt te interesseren. In tegenstelling tot in buurland Duitsland, waar het energiebeleid een van de strijdpunten is in de verkiezingen van 22 september, staat de toekomst van onze energievoorziening totaal niet op de politieke agenda. Alleen de gaslobby is er in geslaagd om schaliegas naar binnen te manoeuvreren. En ook de burger, murw geslagen door het flipperbeleid van de kabinetten Balkenende en Rutte, lijkt het energievraagstuk inmiddels koud te laten. Hij calculeert en koopt zelf wel zonnepanelen, al dan niet met subsidie.  

    Weinig concreet

    Het Energieakkoord is een flinterdun plan, vol met onzekere aannames en weinig  meetbare doelstellingen. Op het resultaat zal vooral de lobby van de bouwsector met de nodige champagne hebben geklonken. 'De afspraken die de sociale partners met elkaar hebben gemaakt zijn weinig concreet en kunnen op verschillende manieren worden ingevuld,' concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn deze week verschenen rapport. In dat rapport fileert het PBL de gemaakte afspraken. Belangrijkste pijler van het Energieakkoord is energiebesparing. Op zich is dat prima en logisch. Het is een quick fix, iets wat sowieso had moeten gebeuren. Een hygiëne-factor, zou een consultant zeggen. Maar is het voldoende om de klimaat- en CO2-doelstellingen waar Nederland zich aan heeft gecommitteerd te halen? Volgens de berekeningen van PBL en ECN zal het akkoord ertoe leiden dat duurzame energie in 2020 een aandeel van 14 procent in het totale energieverbruik heeft. Precies zoveel als is toegezegd aan Brussel. Maar dat zal alleen lukken als alle afspraken rond energiebesparing maximaal effectief zullen zijn en de hindernissen voor windenergie worden overkomen. En dat het Rijk inderdaad 375 miljoen investeert. Een realistischer scenario is 13 procent, concludeert het PBL. Ach, een procentje meer of minder – wat maakt het uit? Je ziet het premier Rutte denken.
    Het aantal nieuwe banen valt in het niet vergeleken bij Duitsland. De Energiewende kost geen banen, maar crëert ze
    Dan zou het akkoord onder de streep ook nog banen opleveren, vanaf 2017 10 tot 15 duizend per jaar. Dat klinkt veelbelovend en is een belangrijk argument in een tijd van oplopende werkeloosheid. Maar vergelijk dat getal eens met Duitsland, waar dankzij de Energiewende tot 2012 in de duurzame energiesector 377 duizend banen zijn gecreëerd. Ter vergelijking: in de gehele Duitse energiesector werken 182 duizend mensen. De verklaring voor de groei aan werkgelegenheid is verbluffend simpel:  duurzame energie en efficiency maatregelen vervangen de import van olie en uranium door lokaal toegevoegde waarde. En dat levert netto nieuwe banen op.
     

    Duurzame banen

     

    Blinde vlek voor technologie

    Het gebrek aan een duidelijk visie in het Energieakkoord op de technologie en innovatie die noodzakelijk is voor een energietransitie, maakt de overgang naar een duurzame energievoorziening onnodig moeilijk, zo niet onmogelijk. Een overgang naar een nieuw energiesysteem vraagt immers om keuzes en investeringen die de Nederlandse regering niet wil, kan of durft te doen. Het kabinet-Rutte heeft de mond vol over het belang van innovatie, duurzaamheid en uitstekend technisch onderwijs, maar blijkt zelf een blinde vlek voor technologie en techniek te hebben. 'Een aantal innovatieve technische opties die daarvoor (de energietransitie, red.) nodig zijn krijgen nauwelijks nieuwe impulsen', aldus het PBL in zijn rapport. Juist op dat vlak had het kabinet een voortrekkersrol moeten spelen. Maar dat doet het niet. Is het onwil of onkunde? Waarschijnlijk het laatste.   Kijk maar naar de belangrijkste bevindingen van het PBL:
    • Innovatie algemeen: geen integrale visie op de energietransitie en het vernieuwingsproces
    • Innovatieve opties voor energiebesparing: Geen nieuwe initiatieven voor innovaties in de industrie
    • CO2-vrije elektriciteitsproductie: als het leertraject voor windenergie op zee niet tot de beoogde kostenreductie leidt, bestaat het risico dat het stilvalt
    • Elektrificatie: geen plan van aanpak voor emissieloze auto's
    • Opslag/hergebruik CO2: geen concrete nieuwe afspraken
    • Decentrale warmtevoorziening: ondersteuning van lopende trajecten met –toe maar! –  organisatorische maatregelen
      Wie het akkoord doorbladert en de bevindingen van het PBL-rapport goed tot zich laat doordringen, kan maar een conclusie trekken: dit Energieakkoord is niet de grote stap voorwaarts richting een duurzame energievoorziening waar het kabinet de mond van vol heeft. Integendeel, in deze vorm is het gedoemd te mislukken, een politieke stoplap om maar geen echte beslissing te hoeven nemen. Het is prutswerk. 'Zonder regie is de kans op succesvolle uitvoering en uitwerking immers niet groot,' zegt het PBL. En juist aan regie ontbreekt het. Het kabinet-Rutte zou die in handen kunnen en moeten nemen, dat is immers de essentie van regeren, maar heeft niet laten blijken zo'n leidende rol te ambiëren. Ook op dat vlak is het contrast met Duitsland opmerkelijk groot.   Ergo: de kans dat het Energieakkoord een succes wordt, is nihil. Nederland blijft aanmodderen met duurzame energie.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 602 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren