© ANP / Sem van der Wal

  • produceert de fabriek: 1) 7miljard m3 stikstof, of 2) genoeg stikstof om 7 miljard m3 G-gas te maken?
  • Huishouden gebruiken tot nu toe laatste jaren juist elke jaar wat minder electriciteit, zie http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=S

Terwijl Nederland middenin de energietransitie zit, wordt de Groningse gaskraan dichtgedraaid. Deze ontwikkelingen raken elkaar, maar hebben elk hun eigen achtergrond en gevolgen. Daardoor bestaat veel onduidelijkheid hoe in de toekomst in Nederlandse huizen gestookt en gekookt zal worden. Ties Joosten schept licht in de duisternis.

Toen minister Wiebes in maart 2018 bekend maakte dat de gasproductie in Groningen de komende jaren fors zal worden afgebouwd en de gaskraan uiterlijk per 2030 zal worden dichtgedraaid, ging bij veel mensen in het noorden van Nederland de vlag uit. Het jarenlange protest tegen de gaswinning wierp eindelijk zijn vruchten af. De strijd is nog lang niet gestreden, de schadeafhandeling is bijvoorbeeld nog altijd een kafkaësk drama, maar deze slag was gewonnen.

Het is onmogelijk om het dichtdraaien van de gaskraan los te zien van Groningse emoties. Toen in de haven van Rotterdam twee gloednieuwe kolencentrales opgestart werden, schreef ik al dat de Rotterdammers wat volkswoede betreft wel wat konden leren van Groningen. Want al die boosheid ten spijt, moet de eerste aardbevingsdode nog vallen. Ondertussen zullen in de regio Rotterdam jaarlijks tientallen mensen vroegtijdig sterven door de luchtverontreiniging van de kolencentrales. 

Het is bovendien onduidelijk in hoeverre het tempo waarmee de gaskraan nu wordt dichtgedraaid bijdraagt aan een vermindering van de aardbevingen. Follow the Money stelde eerder al vast al dat de Groningers hoe dan ook nog jarenlang last zullen hebben van een trillende bodem. Het dichtdraaien van de Groningse gaskraan is dan ook een politiek besluit, waarbij rationele en emotionele argumenten door elkaar heenlopen. Of je het met dat besluit eens bent, hangt af van de mate waarin je begrip kunt opbrengen voor de Groninger volkswoede en in hoeverre je van mening bent dat de met de gaswinning gepaard gaande kosten nog opwegen tegen de baten.

Volstrekt ondenkbaar

Voor wie wil weten hoe de energievoorziening en de economie van de toekomst eruit zullen zien, is dit echter irrelevant. Veel belangrijker dan de vraag óf je begrijpt dat de Groningse gaskraan dicht gaat, is de onderkenning dát die gaskraan dicht gaat. Het is immers volstrekt ondenkbaar dat Wiebes (of diens opvolger) over vijf jaar de Groningers komt uitleggen dat de gasproductie toch weer opgeschroefd zal worden: zo iemand zal gelyncht worden op de Grote Markt. Elke schets van de energietransitie moet dus beginnen bij de acceptatie dat Gronings gas per 2030 (en mogelijk al eerder) uitgefaseerd zal zijn. 

In 2017 werd 23,6 miljard kubieke meter gas uit het Groningse gasveld opgepompt. Dat is al een afname ten opzichte van de jaren daarvoor: in 2013 bedroeg die hoeveelheid bijvoorbeeld nog 53,9 miljard kubieke meter.

Het is niet mogelijk om gas uit het buitenland te importeren en onbewerkt aan Nederlandse huishoudens te leveren

De komende jaren wordt de productie in rap tempo verder afgebouwd. Over drie jaar (2021-2022) duikt de gasproductie vermoedelijk al onder de 12 miljard kubieke meter; een jaar later is de verwachte gasproductie nog maar 4 miljard kuub. Daarna wordt tot 2030 in een wat langzamer tempo afgebouwd naar nul. 

Het Gronings gas is uniek

Maar deze uitfasering brengt een ris moeilijkheden met zich mee. De voornaamste: het Groningse gas is een uniek type gas, dat vrijwel nergens anders ter wereld in deze hoeveelheden gevonden wordt. Dit zogenaamde G-gas heeft een ‘laagcalorische waarde’ en alle gasfornuizen en cv-ketels in Nederland (en België, Duitsland en Frankrijk) zijn daarop afgesteld.

Het is technisch dus niet mogelijk om gas uit het buitenland te importeren en onbewerkt aan Nederlandse huishoudens te leveren: het buitenlandse gas is hoogcalorisch (H-gas) en moet in speciale fabrieken eerst laagcalorisch worden gemaakt, door er stikstof aan toe te voegen. Nederland heeft al een paar van die fabrieken staan, maar die zitten al aan de top van hun capaciteit. Er moet dus capaciteit bij, zoals Sam Gerrits al eerder bij FTM concludeerde. Dit soort fabrieken zijn nogal kostbaar, en het duurt bovendien jaren om ze te bouwen. Staatsgasbedrijf Gasunie gaat nu een stikstoffabriek bouwen bij het Groningse dorpje Zuidbroek. Die kost een half miljard euro, zal op zijn vroegst  in 2022 in gebruik worden genomen en heeft een capaciteit van ongeveer 7 miljard kubieke meter gas per jaar. 

Echter: op dit moment wordt alleen al door huishoudens jaarlijks 9 miljard kubieke meter Gronings gas geconsumeerd. Bovendien zijn niet alleen huishoudens afhankelijk van Gronings gas: ook in gemeentehuizen, ziekenhuizen, bibliotheken, winkels, kantoren en bedrijfspanden wordt verwarmd en gekookt met laagcalorisch gas uit Groningen.

In totaal ligt het binnenlands verbruik van aardgas op zo’n 40 miljard kubieke meter, waarbij ongeveer de helft wordt gebruikt in de gebouwde omgeving. Dit zijn dus vrijwel allemaal cv-ketels en gasfornuizen die zijn ingesteld op het verbranden van laagcalorisch gas uit Groningen of met stikstof aangelengd gas uit het buitenland.

Deze transitie heeft in de eerste plaats te maken met de wens om iets te doen aan de aardbevingen

Als die totale hoeveelheid niet omlaag gaat, is de extra fabriek bij Zuidbroek dus nooit voldoende om het wegvallen van de Groningse aardgasproductie op te vangen.

Daar gaan we: klimaatverandering

Het valt u wellicht op dat u inmiddels zo’n 750 woorden gelezen heeft over wat Syp Wynia in Elsevier als het ‘gasverbod’ brandmerkte, maar dat het woord ‘klimaatverandering’ nog niet één keer is gevallen (oké, nu wel). Volgens Wynia wil het Kabinet-Rutte III ‘met bijkans revolutionair elan’ van Nederland ‘een gidsland’ maken op het gebied van klimaatverandering, hetgeen zou leiden tot een ‘politieke anti-gashysterie’.

Dat klopt niet. Deze transitie heeft in de eerste plaats te maken met de wens om iets aan de aardbevingen in Groningen te doen, en pas daarna met die om iets tegen klimaatverandering te doen. Dat komt ook tot uitdrukking in de doelstellingen van de zogeheten ‘klimaattafels’, waar het maatschappelijke middenveld (politiek, vakbonden, werkgeversorganisaties, bedrijven, milieuorganisaties, enzovoort) onderhandeld over een nieuw klimaatakkoord. Er zijn vijf klimaattafels, elk met een eigen thema en besparingsdoelstelling. De klimaattafel voor de gebouwde omgeving, geleid door Diederik Samsom, heeft de laagste doelstelling van allemaal: 3,4 megaton minder CO2-uitstoot in 2030. Van de industrie (14,3 megaton CO2-uitstoot minder in 2030) en de elektriciteitssector (20,2 megaton minder) wordt een veel grotere besparing geëist.

Toch speelt de wens om iets aan klimaatverandering te doen hier wel degelijk een rol. In het Klimaatakkoord van Parijs is namelijk afgesproken dat de opwarming van de aarde beneden de 2 graden Celsius moet blijven. Wetenschappers hebben uitgerekend dat de wereldwijde CO2-uitstoot in 2050 daarom met 95 procent moet zijn afgebouwd. Nederland heeft dat vertaald in een streven om de Nederlandse CO2-uitstoot in 2030 te halveren.

Dat zijn duidelijke stippen op de horizon. Ze maken duidelijk dat vroeg of laat óók iets gedaan zal moeten worden aan de op aardgas gestookte fornuizen en cv-ketels in Nederlandse huishoudens. Aardgas is immers een fossiele brandstof, en bij de verbranding daarvan komt CO2 vrij. Bij sommige industrieën liggen kansen om CO2 af te vangen en onder de grond op te slaan, maar bij de decentrale verbranding in miljoenen kleine keteltjes, boilertjes en fornuizen is al duidelijk dat daartoe geen mogelijkheden bestaan. De klimaatdoelstellingen maken duidelijk dat de CO2-uitstoot bij het koken en het verwarmen van huizen uiteindelijk naar nul moet. Met andere woorden: linksom of rechtsom gaan die CV-ketels en gasfornuizen er uiteindelijk uit. De vraag is alleen: wanneer, in welk tempo, en welke kosten zijn daarmee gemoeid?

Die vragen worden deels beantwoord door de behoefte aan meer en grotere stikstoffabrieken om buitenlands gas voor de Nederlandse huishoudens geschikt te maken. Maar hoe zinvol is het om daarin te investeren, als je weet dat die huishoudens uiteindelijk aardgasvrij moeten worden?

Het lijkt verstandiger nu alvast in te zetten op een algehele uitfasering van de cv-ketel

Het lijkt verstandiger om meteen in te zetten op een algehele uitfasering van de cv-ketel: dan heeft de Gasunie minder van die dure stikstoffabrieken nodig. Het kabinet bewandelt hierin een middenpad, waarbij één nieuwe stikstoffabriek gebouwd wordt (die bij Zuidbroek) en tegelijk wordt ingezet op de uitfasering van het aardgasgebruik in huishoudens. 

Dat heeft dus vooral te maken met de wens om iets te doen aan de Groningse aardbevingen. Met andere woorden: als het oppompen van aardgas geen aardbevingen zou veroorzaken, had de uitfasering van aardgas in huishoudens een minder hoge prioriteit in het klimaatbeleid gehad. Dat is de achtergrond waartegen nu plannen gemaakt worden om woningen en andere gebouwen anders te verwarmen. Nog lang niet alles is duidelijk, maar de contouren van die transitie tekenen zich langzaamaan wel af:

1. Aansluitverplichting vervalt

In de eerste plaats wordt gekeken naar nieuwbouw. In het algemeen is het immers eenvoudiger om de isolatie en warmtevoorziening in een nieuwbouwwoning zo te regelen, dat aardgasverwarming niet nodig is. Afgelopen zomer heeft de Tweede Kamer daarom de verplichting afgeschaft dat alle nieuwbouwwoningen (met een bouwvergunning van na 1 juli 2018) op het aardgasnet moeten worden aangesloten. Dit is waar Syp Wynia de term ‘gasverbod’ op baseert, omdat de meeste nieuwe woningen hierdoor geen aardgasaansluiting meer mogen krijgen. Als er echter ‘zwaarwegende redenen van algemeen belang’ spelen, mag een netbeheerder alsnog van dit aardgasvrije principe afwijken. 

2. Warmtenetten

Daarnaast wordt gekeken naar stadsverwarming. Bij industriële productieprocessen of bij het verbranden van afval komt warmte vrij, in de vorm van stoom onder druk. Deze stoom wordt zoveel mogelijk hergebruikt, maar als de temperatuur onder de 120 graden zakt, kunnen de meeste industrieën er niet zoveel meer mee. Voor huishoudens is dit echter perfect; teministe, als die warmte via ondergrondse pijpleidingen naar die woningen getransporteerd kan worden.

Van een gasverbod is hier niet bepaald sprake

In verschillende steden is hier al ruim ervaring mee. Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft bijvoorbeeld al zo’n 56.000 woningen en 800 bedrijven gekoppeld aan de restwarmte van onder andere de verbrandingsovens van de AVR-afvalcentrale bij Rozenburg. Momenteel worden er plannen gemaakt om de olieraffinaderij van Shell in Pernis op het warmtenet aan te sluiten (zodat het aanbod van warmte groter wordt). Ook wordt een warmtepijpleiding naar Leiden onderzocht. Het ligt in de lijn der verwachting dat zulke warmtenetten in de toekomst een grotere rol gaan spelen. 

3. CV-ketelverbod

Ten derde lijkt het erop dat de klassieke gasgestookte cv-ketel na 2021 uit de winkelschappen zal verdwijnen: die mag dan niet meer verkocht worden (een eerder aangekochte cv-ketel mag natuurlijk wel gewoon gebruikt blijven worden). Anders dan Syp Wynia beweert, is dit geen plan uit de koker van CDA en D66, maar een breedgedragen voorstel dat gesteund wordt door onder meer Essent, Eneco, Gasunie, Milieudefensie en de belangenorganisatie van ketelfabrikanten (VFK). Volgens Wynia worden huishoudens hiermee gedwongen hun woning volledig elektrisch te gaan verwarmen, maar ook dat klopt niet: hybride warmtepompen, die vrijwel het hele jaar op elektriciteit draaien maar op gas overschakelen als de temperatuur onder een bepaalde waarde zakt, blijven gewoon te koop. Deze hybride warmtepompen zijn bovendien vele malen goedkoper dan een volledig elektrische variant. Doel van deze maatregel is om huishoudens naar een meer elektrische warmtevoorziening te sturen, zodra hun gasgestookte cv-ketel aan vervanging toe is. Maar van een gasverbod is dus bepaald geen sprake. 

4. Energiebelasting

In de vierde plaats kijken de onderhandelaars aan de klimaattafel voor de gebouwde omgeving naar de energiebelasting. Eén van de voorlopige uitkomsten is dat de energiebelasting op aardgas omhoog moet, en die op elektriciteit omlaag. Daarmee zou de terugverdientijd van een (hybride) warmtepomp drastisch omlaag gaan. Het is nog niet duidelijk hoe de energiebelastingen zich de komende jaren precies zullen ontwikkelen. Wel maken de recente tariefwijzigingen duidelijk dat het gat tussen de energiebelasting voor grootverbruikers en de energiebelasting voor kleine bedrijven en huishoudens – een kloof die nu al gigantisch is – de komende jaren nog groter zal worden. 

Kloof tussen arm en rijk

Al deze ontwikkelingen brengen de nodige problemen en uitdagingen met zich mee. Om met het cv-ketelverbod en de energiebelastingen te beginnen: het gevaar van een groter gat tussen arm en rijk dreigt. Een hybride warmtepomp is met 6.000 euro veel goedkoper dan de enorme bedragen waar Wynia mee schermt, maar feit blijft dat zo’n apparaat nog altijd viermaal duurder is dan de klassieke cv-ketel. Niet iedereen heeft dat geld zomaar op de plank liggen. Ondertussen lijken wel de energiebelastingen op aardgas verhoogd te worden. Hierdoor bestaat het risico dat de eigenaar van de prachtig geïsoleerde villa met vloerverwarming straks profiteert van een lage energiebelasting op elektriciteit, terwijl Koos Werkloos zich in zijn arbeiderswoning blauw betaalt aan de energiebelasting op aardgas omdat hij geen warmtepomp kan betalen. 

Suggesties om hier iets aan te doen zijn er wel. Samsom sprak bijvoorbeeld over een aanpassing van de loonbelasting of een extra hypotheek bij de bank. Ook zijn er bedrijven die slimme financieringsconstructies kunnen optuigen, waarbij mensen via de energierekening de investering terugbetalen. Allemaal interessante opties, maar hoe dit probleem voor de armste huiseigenaren precies opgelost zal worden, is nog niet duidelijk. 

De uitdagingen hier zijn enorm

Daar komt bij dat huurders aan de grillen van hun huisbaas zijn overgeleverd. De woningcorporaties, die 2,3 miljoen huizen bezitten, praten mee bij de onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord. Zij zullen zich dus wel achter de uitkomsten scharen – en in ruil daarvoor wordt de verhuurdersbelasting die zij moeten betalen (nu 2,1 miljard per jaar) waarschijnlijk gehalveerd. Maar hoe wordt de transitie van de ruim een miljoen particuliere huurwoningen in gang gezet? Vaak (maar niet altijd) moeten de huurders gas en elektriciteit betalen, maar worden de investeringen in cv-ketel of warmtepomp gedragen door de huiseigenaar. Hoe die richting elektrificatie bewogen worden, is nog onduidelijk.  

Voldoende duurzame energie

Verder brengt de inzet op elektrificatie en warmtenetten de vraag met zich mee hoe die energie wordt opgewekt. Door alle laptops, smartphones, flatscreens en keukenspullen gebruiken huishoudens elk jaar meer elektriciteit. Als de verwarming en het fornuis ook elektrisch worden, neemt de elektriciteitsbehoefte per huishouden gigantisch toe. Als die elektriciteit niet duurzaam wordt opgewekt, maar bijvoorbeeld met steenkoolcentrales, kan het klimaat er zelfs op achteruit gaan. De uitdagingen hier zijn enorm, want in 2017 werd nog geen 14 procent van de Nederlandse elektriciteit duurzaam opgewekt. 

Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij de warmtenetten. Het benutten van restwarmte klinkt heel mooi, maar het betekent wel dat hele wijken gekoppeld worden aan industrie en afvalverbranders. Die koppeling brengt een nieuwe afhankelijkheid met zich mee: kan de Shell-raffinaderij in Pernis straks nog wel dicht, als woningen van Rotterdam-Zuid tot aan Leiden afhankelijk zijn van de warmte die het bedrijf levert? Moet de AVR straks een minimale hoeveelheid afval verbranden om aan de warmteverplichtingen te voldoen? Hoe strookt dat met de ambitie om minder afval te produceren en naar een circulaire economie toe te groeien? De antwoorden die de industrie en energiesector op deze vragen formuleren, beïnvloeden de klimaatwinst die in de gebouwde omgeving geboekt kan worden. 

Enorme bedragen

Een ander probleem met de grotere elektriciteitsbehoefte van huishoudens is dat het net op veel plekken in Nederland verzwaard moet worden. Nederland heeft drie grote, regionale netbeheerders: Enexis, Alliander en Stedin. Samen hebben deze bedrijven zo’n 290.000 kilometer aan elektriciteitskabels in de grond liggen. Als huishoudens meer elektriciteit gaan gebruiken, betekent dat heel simpel dat er veel meer kabels de grond in moeten. Dat kost geld. Met nog geen 150 miljoen per jaar tot 2030 zijn die investeringen volgens de netbeheerders nog wel te dragen. Maar daarna is onduidelijker hoe de transitie betaald moet worden. Eigenlijk zouden de tarieven omhoog moeten, maar omdat de netbeheerders in handen zijn van de overheid is dat uiteindelijk een politiek besluit. 

Als het over de energietransitie gaat, worden vaak enorme bedragen genoemd. Wynia meent zelfs dat de transitie ‘duizenden miljarden’ kan kosten. Het is goed om te beseffen dat dit geld niet de verbrandingsoven wordt ingedragen, maar dat zulke bedragen voor een belangrijk deel uit personeelskosten bestaan. Met andere woorden: die miljarden vloeien via de portemonnee van de werknemers voor een belangrijk deel de economie weer in. Tegenstanders noemen dit een kostenpost, voorstanders noemen dit het creëren van banen. 

Van netbeheerders tot installateurs: iedereen kampt met een gebrek aan personeel

Allebei gaan ze echter voorbij aan het feit dat er op dit moment al een groot tekort aan mensen bestaat om de energietransitie ten uitvoer te brengen. Om alle aanpassingen te doen, zijn namelijk veel extra technici nodig. En die zijn er (nog) niet. Zowel Alliander als Stedin luidden afgelopen maanden de noodklok: ze hebben simpelweg te veel werk en te weinig mensen. De bedrijven maken nu al gebruik van buitenlandse technici; Stedin werkt inmiddels ook met statushouders: asielzoekers met een verblijfsvergunning die worden omgeschoold. De bedrijven verwachten dat het personeelstekort blijft aanhouden, want er komt in de toekomst alleen maar meer werk aan. 

Dit personeelstekort wordt over de gehele linie gevoeld en is misschien wel het grootste probleem in de energietransitie. Van netbeheerders tot installateurs: iedereen kampt met een gebrek aan personeel. Met name aan ‘blauwe boorden’, dat wil zeggen: mensen die de kabels in de grond kunnen stoppen en de warmtepomp komen installeren, is een gigantische behoefte. Volgens Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), zal de energietransitie zelfs stranden op een tekort aan technisch personeel, als de overheid hier niet iets aan doet. Zonder deze mensen zullen de miljarden waar critici mee schermen niet uitgegeven worden, omdat de banen waarop voorstanders zich beroepen, niet gevuld worden. 

Het kabinet zou een gasverbod willen invoeren omdat het van Nederland zo nodig een gidsland wil maken op het gebied van klimaatverandering: het is al met al een nogal groteske voorstelling van zaken. Dat Nederland van het aardgas af wil, heeft veel meer met boze Groningers te maken dan met klimaatverandering. En dat huishoudens hierdoor geraakt worden, heeft vooral te maken met de unieke samenstelling van Gronings gas. Maar daardoor heeft de aanpassing van de warmtevoorziening van Nederlandse huishoudens wél een extra prioriteit gekregen bij de onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord.

Deze onderhandelingen zijn nog in volle gang. De contouren van deze energietransitie zijn inmiddels duidelijk, maar tegelijk zijn er nog belangrijke uitdagingen. Misschien wel de belangrijkste: een nijpend personeelstekort. Het zijn doodgewone Groningers die de gasexit op de kaart hebben gezet, het zijn doodgewone huishoudens die hierdoor geraakt worden, en het zijn doodgewone MBO’ers met een opleiding elektrotechniek die de oplossing kunnen brengen. En zo raakt de energietransitie ons uiteindelijk allemaal.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ties Joosten

Gevolgd door 404 leden

Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

Volg Ties Joosten
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Aardgas in Groningen

Gevolgd door 579 leden

Naar aanleiding van tips van lezers is Follow the Money gedoken in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de...

Volg dossier