Engelen versus Eickhout: de analyse

    Een essay waarin Ewald Engelen linkse politici een vals bewustzijn verwijt omdat ze de Europese Unie als een progressief project zouden beschouwen terwijl het dat in wezen niet is, lokte een stevige repliek uit van Bas Eickhout, europarlementariër namens GroenLinks. Gastauteur Merijn Oudenampsen weegt de standpunten van de twee polemisten.

    Op FTM is een boeiende discussie te lezen tussen Ewald Engelen en Bas Eickhout. De eerste is een van de meest prominente eurosceptische stemmen op links. De laatste behoort als GroenLinks-Europarlementariër tot het kamp dat weliswaar kritisch is tegenover de huidige Europese politiek maar desalniettemin pal staat voor het Europese project. Het is een belangrijk en bovenal achterstallig debat, dat eigenlijk al veel eerder had moeten plaatsvinden.

    Voor wat het waard is, mijn sympathie ligt ergens tussen Eickhout en Engelen in. Ik denk dat Engelen zijn horizon teveel tot het nationale reduceert. Engelen omarmt de slogan van de Britse Brexiteers: take back control. Maar hij wil part noch deel aan de gevolgen van de Brexit: de radicalisering van het Britse neoliberalisme die nu op de agenda staat onder Theresa May. Dat is toch een weinig bevredigende positie: have your cake and eat it, too. Het roept de netelige vraag op hoe Engelen zich denkt te verhouden tot de conservatieve Nexiteers in Nederland, zoals Thierry Baudet en de lieden van het Burgerforum. Is de vijand van een vijand werkelijk een vriend?

    Eickhout doet precies het omgekeerde: hij schrijft de nationale context af als ‘linkse nostalgie naar natiestaten die het kapitalisme zelf wel even zullen temmen’. En deze nostalgie holt ‘slechts de capaciteit uit om Europese waarden te verdedigen in een brute, gewelddadige wereld’.

    Een nogal beperkte Eurocentrische visie: alsof er geen linkse politiek op nationaal niveau buiten de EU bestaat

    Een nogal beperkte Eurocentrische visie: alsof er geen linkse politiek op nationaal niveau buiten de EU bestaat. En wat te zeggen van het idee dat de EU draait om het verdedigen van ‘Europese waarden’? Als daarmee het Europees sociaal model wordt bedoeld: Brussel is hard op weg dat af te breken — denk aan Griekenland, Spanje of Portugal. Als daarmee een Europese voorliefde voor de mensenrechten wordt bedoeld, dan hoor ik graag hoe de Turkije-deal in dat verhaal past. Bovendien geeft Eickhout zelf toe dat de EU het kapitalisme verre van temt.

    Internationale coalitie

    Op beide visies valt zo het nodige aan te merken. Het is misschien een dooddoener, maar elke progressieve hervorming in Europa zal vereende krachten op nationaal en EU-niveau vergen. Zoals de Brexit laat zien, is uittreding uit de EU niet zo eenvoudig als sommigen het doen voorkomen. Het is geen deur die je simpelweg kunt opendoen en weer achter je kunt dichtrekken. Het blijkt in werkelijkheid een heronderhandeling van betrekkingen met de EU. De enige mogelijkheid voor progressieve verandering ontstaat als eurosceptische linkse partijen en pro-Europese linkse partijen samenwerken en een internationale coalitie smeden om het beleid naar links te trekken. Vandaar dat de polemische insteek van het debat op FTM, de vraag welk kamp er nu lijdt onder vals bewustzijn, misschien niet de meest vruchtbare benadering is.

    Voor beide zijden valt ook wel wat te zeggen. Bas Eickhout heeft natuurlijk een punt als hij stelt dat er geen garanties zijn dat de nationale ontsnappingsroute uit de EU die Engelen voorstaat, tot progressieve uitkomsten zal leiden. Denk aan de Brexit-campagne en de Britse ruk naar rechts die velen nu verwachten. Hij heeft ook gelijk als hij stelt dat de voorstellen van SP, PvdD en ChristenUnie voor inkrimping van de EU weinig overtuigend zijn. De slogan ‘Samenwerking ja, superstaat nee’ is zelfs ronduit bedrieglijk. De EU is helemaal geen superstaat maar een ministaat, met de grootte van een uit de kluiten gewassen Nederlands ministerie. Zoals de historicus Perry Anderson heeft gesteld, is de EU eerder een natte droom van de neoliberalen: een zeer kleine staat met een enorme wetgevende macht. Het is de macht en bovenal de inhoud van het beleid, niet de maat van de EU, waar het grootste probleem ligt. Op zijn beurt heeft Ewald Engelen een wezenlijk punt als hij stelt dat de linkse argumenten voor de Europese Unie aan geloofwaardigheid hebben ingeboet. Het idee dat de EU een progressief tegenwicht kan bieden in een globaliserende wereld, overtuigt weinigen meer.

    De EU is helemaal geen superstaat maar een ministaat, met de grootte van een uit de kluiten gewassen Nederlands ministerie

    Historisch gezien is de EU eerder een aanjager van neoliberale globalisering geweest dan dat ze een rem op die ontwikkeling heeft gezet. Dat is nog immer het geval: denk aan een handelsakkoord als TTIP. Europees progressief beleid komt in de praktijk maar mondjesmaat tot stand. Daar is Bas Eickhout zich overigens zeer goed van bewust. Hij is weinig optimistisch over het progressieve potentieel van de EU. Zijn argument voor het Europese project is in feite de doctrine van het mindere kwaad. De EU is misschien weinig transparant en democratisch, maar het terugschroeven van supranationale samenwerking en de terugkeer naar intergouvernementele onderhandeling tussen staten, leidt enkel tot nog minder transparantie en democratie. De terugkeer naar de natiestaat is geen verbetering want op het nationale niveau domineren rechts en de lobby van het bedrijfsleven evengoed.

    Sociologisch versus liberaal

    Van een afstandje bekeken valt op hoe moedeloos de situatie eigenlijk is: noch op het niveau van de natiestaat, nog op het internationale niveau zijn er op dit moment hoopvolle vooruitzichten voor progressieve politiek. Bas Eickhout lijkt zelf geen geloof te hechten aan de toch wat naïef optimistische toon van de campagne van GroenLinks, die ‘Macht pakken met Europa’ als slogan heeft:

    Ondanks enkele van deze harde wapenfeiten van de Europese samenwerking houd ik er geen enkele utopische illusie op na. Net als in nationale democratieën of andere internationale samenwerkingsverbanden, komen in de Europese Unie politieke besluiten tot stand die soms deugen, maar vaker niet. Dagelijks zie ik hoe wisselende rechtse, conservatieve, fossiele meerderheden van politici het beleid in de Europese Unie de verkeerde kant op drukken. Niet omdat het Verdrag van Lissabon hen daartoe dwingt, maar simpelweg omdat zij deel uitmaken van politieke partijen die de status quo verdedigen.

    De werkelijk positie van Bas Eickhout is daarmee een stuk kritischer dan het GroenLinks-campagnemateriaal waar Ewald Engelen in zijn stuk op reageerde. Dat is ook alleszins begrijpelijk. Met genuanceerde scepsis over het eigen vermogen om verandering te bewerkstellingen win je natuurlijk geen verkiezingen. ‘In de marge progressieve winst boeken in een door rechtse meerderheden gedomineerd Europa’ bekt net wat minder lekker.

    Maar de onenigheid beperkt zich natuurlijk niet tot de toon. Aan de basis van deze discussie ligt een dieper analytisch meningsverschil over de aard van de EU. Ewald Engelen ziet de EU als een dwingende structuur, hij beschrijft het als een machine of apparaat. Bas Eickhout benadrukt juist het open, formeel neutrale karakter van de EU: het zijn de rechtse meerderheden die het hem doen. Hier zien we eigenlijk twee visies over politiek: een sociologische versus een liberale visie.

    Ewald Engelen ziet de EU als een dwingende structuur, Bas Eickhout benadrukt juist het open, formeel neutrale karakter van de EU

    De liberale visie legt de nadruk op politiek als autonoom proces. De overheid is een formeel neutrale instantie, en de agenda wordt bepaald door politici die een mandaat krijgen in verkiezingen. De verhoudingen in de politiek zijn daarmee een reflectie van de voorkeuren van de kiezers. Dat er op Europees niveau een rechtse politiek domineert, heeft te maken met de rechtse preferenties van het Europese electoraat en de daaruit volgende dominantie van rechtse meerderheden in het Europees Parlement. De visie van Eickhout neigt naar een liberale visie. Hij bekritiseert Ewald Engelen omdat hij de EU als ‘apparaat’ ziet, en concludeert dat de EU bovenal ‘nieuw bloed’ nodig heeft, een wisseling van de wacht:

    Engelen noemt de Europese Unie een 'apparaat' dat je simpelweg zou kunnen uitzetten, en hij meent dat daarmee dan alles beter wordt. Maar de noodzaak tot samenwerking verdwijnt daarmee niet en het door en door politieke karakter van die samenwerking evenmin. Als je dan toch een metafoor wilt gebruiken, noem ik de Europese Unie liever ‘een politiek strijdtoneel met voornamelijk slechte acteurs die hard aan vervanging toe zijn’.

    Specifiek economisch project

    Volgens de sociologische visie is de politiek ingebed in een groter veld van machtsverhoudingen, waarbinnen economische actoren in achterkamertjes een dominante invloed uitoefenen op de politiek. Volgens de sociologische analyse zijn het bovenal de politieke, ambtelijke en economische elites die het beleid bepalen. Dat geldt voor de EU, maar kan natuurlijk ook van het nationale niveau gezegd worden. De EU is echter bijzonder omdat het de politieke uitdrukking is van een zeer specifiek economisch project, de Europese interne markt en de eurozone. Met het Verdrag van Maastricht is de architectuur van dit project bepaald, en het electoraat heeft daar weinig over te zeggen gehad. Deze architectuur is niet neutraal, maar heeft een duidelijke politieke kleur. Een links economisch beleid is bijvoorbeeld niet mogelijk onder de regels van de eurozone. Velen, waaronder de Europese Centrale Bank, wijzen er nu op dat de euro niet tot economische convergentie maar tot divergentie leidt. Dat heeft ook consequenties op politiek vlak: de Duitse bevolking raakt gebeten op de Grieken, de Grieken op de Duitsers. De eurozone heeft zo een eigen politieke dynamiek. Daarbij bepaalt de Europese Centrale Bank een groot deel van het economisch beleid, buiten de politiek om. Een wisseling van de wacht, of simpelweg het leveren van ‘nieuw bloed,’ zal daarin weinig veranderen.


    Bas Eickhout

    "Engelen noemt de Europese Unie een 'apparaat' dat je simpelweg zou kunnen uitzetten, en hij meent dat daarmee dan alles beter wordt. Maar de noodzaak tot samenwerking verdwijnt daarmee niet"

    Engelen gaat uit van een dergelijke sociologische visie als hij de EU een ‘neoliberaliseringsmachine’ of een ‘apparaat’ noemt. Daarmee bedoelt hij niet dat de EU niets dan een neoliberaliseringsmachine is, zoals Eickhout tegenwerpt:

    Als de EU daadwerkelijk niets dan een 'neoliberaliseringsmachine' is, waarom legt het dan — tegen de zin van het Verenigd Koninkrijk — een limiet op aan de bonussen die City-bankiers kunnen krijgen?

    Het argument van Engelen is eerder dat de Europese architectuur zoals die is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, een neoliberaal stempel draagt. Daar staat hij zeker niet alleen in. Frits Bolkestein stelde in zijn tijd als Eurocommissaris dat de Europese agenda van vrij verkeer van personen, goederen, diensten, en kapitaal, is gebaseerd op de principes van het ordoliberalisme, de Duitse pendant van het neoliberalisme. Mario Draghi zei iets zeer vergelijkbaars over de economische politiek van de ECB. Dat betekent natuurlijk niet dat er helemaal niets mogelijk is op progressief gebied binnen de EU. Net als een persoon in wezen een klootzak kan zijn, met wie je toch zo nu en dan iets gaat drinken vanwege zijn onwaarschijnlijk goede gevoel voor humor, zo heeft ook de EU haar saving graces. De vraag is echter of de structuur van de EU politiek neutraal is. Ik denk dat Ewald Engelen op dat punt toch wat realistischer is in zijn analyse.

    De vraag is of de structuur van de EU politiek neutraal is. Ik denk dat Ewald Engelen op dat punt wat realistischer is

    Kwade trouw

    De notie van vals bewustzijn lijkt me echter niet op zijn plaats. Ik denk dat we meer hebben aan Jean Paul Sartre’s notie van kwade trouw of mauvaise foi. Sartre doelde daarmee op een vorm van zelfbedrog waarin je jezelf ervan overtuigt dat je geen keuzes hebt uit angst voor de mogelijke consequenties van die keuzes. Je dwingt jezelf om ergens in te geloven waar je bij nader inzien toch niet helemaal overtuigd van bent, omdat het nu eenmaal makkelijker is om erin te geloven. Sartre geeft als voorbeeld een slechte relatie, waarin beide partners eigenlijk al weten dat ze toch niet bij elkaar passen. Ze houden zichzelf echter voor de gek, ze voeren een show op voor elkaar en doen het voorkomen alsof ze nog echt van elkaar houden, omdat het afbreken van de relatie een groter risico inhoudt dan het in stand houden ervan. Dat is volgens mij een meer gerechtvaardige kritiek van pro-EU links, ook omdat de risico’s van een verwerping en ineenstorting van het huidige Europese project moeilijk in te schatten zijn.

    Er is  echter nog die andere keuze: een radicale progressieve hervorming van de Europese Unie en de euro. Wil dat een serieuze mogelijkheid zijn, dan zullen mensen als Engelen en Eickhout elkaar als partner moeten vinden. Te goeder trouw.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren