In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Lees meer

Het bekendste geval is Vestia, dat door gerommel met derivaten voor bijna 2 miljard euro moest afboeken. De overige corporaties draaiden op voor de schade en berekenden de kosten door aan de huurders. Ook het Rotterdamse Woonbron en het Amsterdamse Rochdale kwamen in het nieuws door schandalen omtrent risicovolle investeringen en graaiende bestuurders. Peter Hendriks volgt het dossier en doet op FTM regelmatig verslag van de ontwikkelingen in deze sector.

175 artikelen

Enquêtecommissie imponeert nog niet

Het systeem deugt, maar het toezicht heeft gefaald, dat was de boodschap van de betrokkenen die woensdag voor de enquêtecommissie woningcorporaties werden gehoord. Hoe dat toezicht beter kan werd echter niet beschreven.

De parlementaire enquête over de woningcorporaties is in zijn openbare fase aangeland. Woensdag 4 juni werden de eerste vier mannen verhoord. Zeven grote affaires staan centraal in deze enquête, maar de vier die woensdag werden verhoord, hebben in directe zin niets met die affaires te maken. Indirect zijn Arnold Moerkamp en Dick Tommel, die als derde en vierde verhoord werden, wel betrokken bij die affaires. Moerkamp was in de jaren negentig topambtenaar op Volkshuisvesting en geldt als de bedenker van de bruteringsoperatie. Bij de brutering streepte de staat toegezegde subsidies aan de woningcorporaties weg tegen de schulden van de sector aan de staat. Deze operatie ging vooraf aan de privatisering van de sector. Volgens velen is die privatisering de oorzaak van de latere ellende. Dick Tommel (D66) was staatsecretaris van 1994 tot 1998. Onder zijn leiding is de bruteringsoperatie uitgevoerd. Hij was politiek verantwoordelijk voor de privatisering van de sector.

Sociaal gezicht

Moerkamp zei nog steeds vierkant achter de bruteringsoperatie te staan. Het oude systeem was volgens hem te bureaucratisch en paste niet meer in die tijd. ‘Het was de tijd waarin bijvoorbeeld ook KPN werd geprivatiseerd. Dat was toen de trend. Er werkten toen op het ministerie honderden mensen die uitsluitend bezig waren met het beoordelen en goedkeuren van plannen van woningcorporaties. Er werd daar zelfs bepaald welk type verwarmingsketel de corporaties moesten gebruiken.’ Moerkamp zei dat hij de latere misstanden niet heeft voorzien. ‘Die nieuwe vrijheden en het beschikbare vermogen hebben een bepaald klimaat geschapen. Directeur-bestuurders gingen om met projectontwikkelaars en wilden meedoen met die types.’ Moerkamp constateerde dat  er na verloop van tijd ook geen commissarissen meer waren die konden optreden als hoeders van het sociale gezicht van de corporatie. Volgens Moerkamp staan de vele incidenten op zich los van het stelsel. Hij ziet ze vooral als het gevolg van ontoereikend toezicht en het teruglopende gezag van de branche-organisatie.

Leefbaarheid

Dick Tommel, tegenwoordig een innemende oudere heer, zit op de zelfde lijn als zijn voormalige topambtenaar. Volgens hem was het oude systeem vooral financieel onhoudbaar. ‘Het ging om een systeem met langjarige verplichtingen voor de staat. Dat zou op termijn te duur worden.’ Ook Tommel vindt dat er al meteen veel schortte aan het toezicht. Vooral de aanvankelijke rol van de gemeenten was in zijn ogen ongelukkig: ‘Gemeenten waren niet toegerust voor extern toezicht op corporaties. Bovendien ontstonden er door fusies corporaties die de gemeentegrenzen overschreden.’ Dat toezicht is toen gedelegeerd naar het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Tommel  is ook de man die ‘leefbaarheid’ als een officiële kerntaak van corporaties invoerde. Commissielid Anne Mulder vroeg Tommel of met die uitbreiding van kerntaken, niet het zaad werd gelegd voor latere excessen. Hij noemde als voorbeeld de uit de hand gelopen kosten van de verbouwing van de SS Rotterdam door Woonbron? Tommel: ‘Die boot had ik natuurlijk nooit voorzien, maar ik vind het voor de bewoners goed dat de verantwoordelijkheid van de corporatie is uitgebreid tot de hele wijk. Dat is ook belangrijk voor de waarde van het bezit.’

Derivaten

Opmerkelijk is dat er ook onder Tommel al een derivatenschandaal was, dat bij elkaar zo’n 100 miljoen gulden heeft gekost. ‘Er is toen op gewezen dat er in de officiële richtlijn voor de sector staat dat er geen grote posities mogen worden ingenomen. Ik weet niet waarom dat later niet door het CFV is gehandhaafd.’
Opmerkelijk is dat er ook onder Tommel al een derivatenschandaal was, dat bij elkaar zo’n 100 miljoen gulden heeft gekost.
De eerste mannen die woensdag werden verhoord, waren Jan van der Schaar en Arnoud Vlak, twee pure deskundigen. Van der Schaar schreef mee aan het toezichtrapport van de Commissie Hoekstra. Deze toezichtspecialist noemde desgevraagd het systeem in essentie heel mooi, maar stelde dat door de stijging van het vermogen en de taakverbreding de focus verdween en dat dit ten koste ging van de efficiëntie: ‘Een non-profit-cultuur werkt goed in tijden van schaarste. Zodra de middelen te ruim zijn ontstaan er inefficiënties.’ Hij adviseerde om nu al maatregelen te nemen, om te voorkomen dat het bij de volgende golf van stijgingen van huisprijzen niet weer spaak loopt. Intern toezicht op de corporaties is volgens Van der Schaar heel lastig. ‘De opdracht is te breed en de normen zijn te vaag. Die moeten worden geëxpliciteerd.’ De toezichtspecialist beschouwt benchmarken, het vergelijken met andere corporaties, als een belangrijk instrument om het toezicht te verbeteren.

One man-show

Arnoud Vlak, die als tweede voor de commissie moest plaatsnemen, is directeur van het benchmarkbedrijf IPD. Hij nam de kans te baat om de voortreffelijkheid van zijn eigen benchmark te verkondigen. ‘Bij mij is iedereen onderling vergelijkbaar.’ Het was opvallend dat geen van de commissieleden ingreep. Vlak maakte er sowieso een beetje een ‘one man-show’ van. Hij was voor de gelegenheid zeker twintig kilo afgevallen en zijn haar zat bijna modieus. Hij doceerde meer dan dat hij vragen direct beantwoordde. Dit bracht voorzitter Roland van Vliet ertoe hem te manen kernachtiger te formuleren. Veel succes had dat verzoek niet. De IPD-directeur koesterde zijn imago van tegendraads denker op het gebied van de volkshuisvesting. Hij stelde bijvoorbeeld dat de wachtlijsten in de sector niet het gevolg zijn van een te lage bouwproductie, maar van de niet marktconforme prijzen in de sector. Hij pleite voor een combinatie van marktconforme huren en een systeem van huursubsidies om mensen met een te laag inkomen te compenseren. Al sprekend schudde Vlak interessante cijfers uit zijn mauw. Zo beweerde hij dat qua operationele efficiëntie, de corporaties een derde duurder zijn dan vergelijkbare particuliere bedrijven. Verder schatte hij dat sinds  het instorten van de woningmarkt het eigen vermogen van de sector is gedaald met 30 miljard euro tot 140 miljard euro.

Dubbeltjes

Tot slot stelde Vlak dat sinds 1852 het vermogen van de sector, aanvankelijk met dubbeltjes en kwartjes, door huurders is opgebouwd. ‘Als je dat nu gaat opmaken, dan moet je als staat vroeg of laat weer met subsidies gaan werken om een nieuw systeem van sociale huisvesting op te bouwen.’ En de commissie zelf? Op de eerste dag waren het in ieder geval niet de meedogenloze inquisiteurs waarop je hoopt. Het voelde een beetje alsof dilettanten goedwillende professionals ondervroegen. Zeker van moeizaam formulerende mannen als Ed Groot of Farshad Bashir gaat niet de dreiging uit, waarnaar je verlangt. Hopelijk kan voormalig rechter en officier van justitie Peter Oskam, als hij eenmaal is warmgedraaid, zorgen voor een beetje court room-drama. Roland van Vliet is met zijn vaderlijke uitstraling wel een natuurlijke voorzitter.

Peter Hendriks is gastauteur van Follow the Money. Hij is als zelfstandig consultant gespecialiseerd in het doorlichten van woningcorporaties in opdracht van Raden van Toezicht. De komende maanden zal hij voor Follow the Money de parlementaire enquete naar de woningcorporaties volgen en van commentaar voorzien.

Email: P.Hendriks.Senior@Gmail.com