Er is niets mis met globalisering en vrijhandel (II)

    Vrijhandel en globalisering liggen in de westerse wereld onder vuur omdat ze niet de welvaart zouden hebben gebracht die ze beloofd hebben. Edin Mujagic deelt deze kritiek niet. In het afsluitende deel van zijn tweeluik wijst hij een andere schuldige aan voor het uitblijven van de verwachte economische resultaten.

    De maatschappelijke onvrede over vrijhandel en globalisering neemt in de westerse wereld in rap tempo toe. De meest gehoorde verklaring daarvoor is dat beide niet geleverd hebben wat ze hadden beloofd, een verklaring die ik in een serie van twee artikelen tegen het licht houd. In deel 1 heb ik gesteld dat de verklaring onjuist en gevaarlijk is, en vervolgens heb ik me gericht op de vraag waarom dat volgens mij zo is. In het kort komt het erop neer dat het niet zo is dat globalisering en vrijhandel niet geleverd hebben, maar dat er een kracht is geweest die ervoor gezorgd heeft dat hét grote voordeel van die twee trends voor de middenklasse, namelijk dalende prijzen, is uitgebleven. In dit vervolg zal ik ingaan op wat die kracht is geweest en waarom de eerder genoemde verklaring in mijn ogen gevaarlijk is.

    Onnatuurlijk verschijnsel

    In het eerste deel heb ik laten zien dat structurele inflatie bij een periode van globalisering, vrijhandel en technologische vooruitgang net zo natuurlijk en logisch is als dat Roda JC jaar in jaar uit Nederlands voetbalkampioen wordt. Ik wil nu vanuit een ander perspectief naar het inflatieplaatje kijken. In de grafiek hieronder ziet u de jaarlijkse inflatie in Nederland sinds 1450.

    Een van de dingen die in de grafiek opvallen is dat de prijzen door de decennia en eeuwen heen min of meer net zo vaak zijn gestegen als gedaald. Jaren van inflatie werden gevolgd door jaren van deflatie, waarna de prijzen weer stegen, et cetera. Men zou kunnen concluderen dat structurele inflatie een onnatuurlijk verschijnsel is. Wat we in dezelfde grafiek zien, is dat de prijzen de laatste decennia, ruwweg sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, jaar in jaar uit zijn gestegen. Hoe zeldzaam het ook is om de komeet van Halley te spotten, dalende prijzen in ons deel van de wereld zijn zo mogelijk nog zeldzamer.

    Het is geen toeval dat die onnatuurlijke periode van structurele inflatie samenvalt met het tijdperk waarin ons monetair stelsel is losgemaakt van zijn eeuwenoude anker, namelijk goud (of zilver). De goudstandaard zoals we die heel lang kenden, is in 1944 eerst de facto en in 1971 ook de jure afgeschaft. Twee zaken waar de goudstandaard onder meer voor had gezorgd, is dat overheden in normale tijden (lees: in periodes zonder oorlogen) niet of nauwelijks rood konden staan en de centrale banken niet te veel geld in omloop konden brengen. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en zeker sinds 1971 zijn de overheden en de centrale banken echter verlost van die loodzware kettingen, en dat is te zien: de geldhoeveelheid groeide vaker wél te hard dan niet. In de wetenschap dat inflatie altijd en overal op middellange termijn veroorzaakt wordt door te veel geld in omloop, verbaast het niet dat de lijn in de grafiek die de jaarlijkse inflatie weergeeft, in de afgelopen circa 70 jaar nooit onder de grens van 0 procent is gezakt.

    "De centrale banken hebben er willens en wetens voor gezorgd dat de prijzen elk jaar omhoog gingen"

    Dit is wat ik bedoelde toen ik eerder stelde dat er een kracht aan het werk is geweest die een rem heeft gezet op hét voordeel dat globalisering, vrijhandel en technologische vooruitgang normaal gesproken voor de middenklasse heeft. Die kracht is de centrale bank. Deze instellingen hebben er willens en wetens — dus met voorbedachten rade — voor gezorgd dat de prijzen elk jaar omhoog gingen.

    Structurele inflatie

    ‘Tea. Earl gray. Hot. Wie ooit in zijn jeugd enkele afleveringen van de populaire sciencefictionserie Star Trek heeft gezien, zal ze herkennen: de woorden waarmee de bevelhebber op Enterprise, kapitein Jean Luc Picard, steevast zijn favoriete drankje bestelt. Zelfs als wij morgen een machine zouden uitvinden die, net als op Starship Enterprise, niet alleen een kopje thee — met het kopje en al — maar alles wat je maar kunt bedenken uit het niets creëert tegen zeer lage kosten, dan nog zouden de moderne centrale bankiers streven naar jaarlijkse inflatie van 2 procent. Waar komt dat streven naar structurele inflatie vandaan? Uit de overtuiging die na de Tweede Wereldoorlog in zwang raakte onder politici en beleidsmakers — inclusief veel centrale bankiers — dat de samenleving en economie maakbaar zijn. Ik noem dat ‘voor God spelen’.

    Waar komt dat streven naar structurele inflatie vandaan?

    Wat deden onze beleidsmakers dan ook, als er periodes van lage groei of recessie optraden die konden worden gezien als een soort bewijs dat de economie niet maakbaar is? Simpel, zodra de economische groei terugliep — een overigens volstrekt natuurlijke beweging: een periode van lage groei is het beste te zien als een soort automatisch zelfonderhoud — haalden de overheden en de centrale banken alles uit de kast om de groei aan te jagen. Hoe deden ze dat? De overheden door structureel rood te staan (om de economie te stimuleren) en de centrale banken door te veel geld te drukken om die begrotingstekorten te financieren en/of geld lenen goedkoop en sparen onaantrekkelijk te maken. Dat zorgde ervoor dat de vraag naar goederen en diensten vrij snel steeg, zodat de economie ging groeien. De overtuiging dat de economie maakbaar was én dat onze beleidsmakers haar konden maken, groeide hierdoor alleen maar verder.

    Maar inflatie was niet alleen een neveneffect van de beweging die dacht dat de economie maakbaar is, het versterkte deze beweging ook. Immers, om een economie te sturen moet de rol van de overheid groter worden. Die moest onder meer de economie stimuleren: in goede tijden om bij te sturen en te zorgen dat de groei niet onverhoopt zou terugvallen, in slechte tijden om de goede tijden zo snel mogelijk weer terug te krijgen. Economie structureel stimuleren vereist in dat wereldbeeld structurele begrotingstekorten. Geld lenen betekent echter rente betalen. Naarmate de schuld zich ophoopt, zouden de rentelasten een steeds groter deel van de begroting opsnoepen en uiteindelijk geen ruimte meer overlaten voor stimulering. Tenzij er iets zou zijn wat én die schuldenberg in de loop der tijd effectief zou verlagen én de rentelasten laag zou houden. Structurele inflatie zorgt daarvoor.


    "De overtuiging dat de economie maakbaar was én dat onze beleidsmakers haar konden maken, groeide alleen maar verder"

    Daarmee is de cirkel rond. Structurele inflatie is namelijk alleen mogelijk bij structureel te veel geld drukken, iets wat de centrale banken de afgelopen decennia ook hebben gedaan, door onder meer de officiële rentes per saldo steeds verder omlaag te drukken. Kijk maar naar onderstaande grafiek van de Amerikaanse Federal Reserve, die in feite de centrale bank van de wereld is.

     

    Nepshow

    Wat opvalt, is dat de bank sinds begin jaren ’80 de rente verhoogde naarmate de economische groei toenam om de rentes te verlagen als dat zelfreinigende proces van een economie optrad — een periode van lage groei dus. Maar de rente piekte steeds op een lager niveau en de dalen werden dieper. Let maar op de toppen van ná het begin van de jaren '80: die komen keer op keer lager te liggen. Elke keer als er tekenen waren dat de groei zou kunnen inzakken, verlaagde de Fed de rente fors, en elke keer ging die renteverlaging verder dan de vorige keer. Dat moest ook, want zou de Fed de rente na een periode van renteverhogingen hoger hebben gemaakt dan ervoor, dan zou dat hele stelsel van schuldgedreven groei in elkaar donderen. Dat kan namelijk enkel blijven bestaan bij renteverlagingen. Het angstaanjagende is dat dat spel niet meer door kan gaan nu het dieptepunt in de rente bereikt is.

    Onze economieën zijn in de kern planeconomieën met de centrale banken als centrale planners

    Wat bij dit alles ook nog een belangrijke rol speelde, is dat de commerciële banken van de toezichthouder (vaak de centrale bank!) tegelijkertijd alle ruimte kregen om hun nieuw uitgevonden producten te gebruiken om veel geld uit het niets te creëren en de hefboomwerking volop in te zetten. Dankzij de liberalisering konden de banken met elke dollar in kas, een veelvoud ervan uitlenen, waardoor de geldhoeveelheid nog meer kon expanderen.

    Onze moderne economieën zijn zo bezien eigenlijk een grote nepshow. Het zijn in de kern planeconomieën met de centrale banken als centrale planners. De groei stoelt niet op datgene waar duurzame, houdbare groei op zou moeten leunen, namelijk een toename van de beroepsbevolking en een stijgende productiviteit. Het is daarentegen vooral gebaseerd op het op grote schaal lenen van geld dat uit het niets, en dus ongedekt, is gecreëerd en uitgegeven — om vervolgens nog meer geld te lenen en uit te geven.

    Dat voor God spelen door onze beleidsmakers leek lange tijd te werken. De economische groei bleef hoog en de slechte economische periodes duurden korter en waren minder hevig dan ervoor. Het zag er naar uit dat de Oostenrijkse filosoof Karl Popper geen gelijk had toen hij zei dat de poging om de hemel op aarde te maken altijd de hel voortbrengt. Er was geen hel, we verkeerden in een economische hemel, leek het wel — tot 2008 althans, toen de huidige crisis begon.

    "Deze crisis, die al acht jaar duurt, is bij lange na niet voorbij. Sterker, ik vrees dat het ergste nog moet komen"

    Alleen al het feit dat die crisis nog steeds niet voorbij is en de situatie zeer wankel, zegt in mijn ogen dat Popper toch gelijk heeft. Het is over en uit met het vermogen om de economie te sturen. De centrale bankiers kunnen of willen dat echter niet zien, en blijven haast fundamentalistisch geloven in hun goddelijke vermogens en de maakbare economie. Zij proberen met alle middelen om mensen aan te zetten tot consumptie met geleend geld, zodat de hoge schulden onze schuldgedreven economieën niet tot stilstand brengen — of erger. Ik denk dat het geen nadere uitleg behoeft dat dit geen houdbaar businessmodel is en dat het wachten is tot zich een ware ramp voltrekt. Anders gezegd: deze crisis, die al acht jaar duurt, is bij lange na niet voorbij. Sterker, ik vrees dat het ergste nog moet komen.

    Terug naar het begin: waarom is de verklaring dat globalisering en vrijhandel niet geleverd hebben wat ze zouden leveren, een gevaarlijke verklaring? Omdat die impliceert dat onze beleidsmakers, in het bijzonder de centrale bankiers, niets te verwijten valt en zij juist meer macht en invloed zouden moeten krijgen om ons voor erger te behoeden. Dat is gevaarlijk, omdat nog meer macht en invloed geven aan instellingen die zó veel op hun kerfstok hebben, wel het laatste is wat we zouden moeten doen.

    Over de auteur

    Edin Mujagic

    Gevolgd door 290 leden

    Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid