© ANP/Robin van Lonkhuijsen

Er valt nog veel te leren over digitalisering in het onderwijs

    De eindexamens zijn in volle gang. Terwijl middelbare scholieren ouderwets aan het zwoegen zijn, komt de Onderwijsraad met een rapport dat pleit voor meer doordachte digitalisering in het onderwijs. FTM sprak hierover met hoogleraar onderwijspsychologie Paul Kirschner.

    Die typische geur van een gymzaal, tafels strak in rijen opgesteld, telefoons netjes in de kluisjes: vorige week woensdag zijn ruim 213.000 scholieren met hun eindexamens begonnen. In deze periode moet je als leerling laten zien dat je over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt die nodig zijn voor het behalen van dat ene belangrijke papiertje.

    En het moet allemaal nog op eigen kracht ook. Een woordenboek of Bosatlas is nog wel toegestaan, maar het gebruik van digitale hulpmiddelen is uit den boze. Je zou dus kunnen zeggen dat de digitalisering tot dusver nog niet binnen de muren van de gymzalen is doorgedrongen. Hoe zit het met de rest van het schoolgebouw? 

    Achterstand

    Volgens de Onderwijsraad loopt het Nederlandse onderwijs achter op het gebied van digitalisering. Leerlingen worden daardoor onvoldoende klaargestoomd voor de moderne samenleving. In een nieuw rapport pleit de raad voor doordachte digitalisering, ‘zodat het onderwijs optimaal profiteert van de mogelijkheden die digitalisering biedt’.

    Digitalisering wordt nog vooral aan het ‘hobbyisme en altruïsme’ van leraren overgelaten

    De Onderwijsraad stelt dat een duidelijke visie op de relatie tussen ICT en onderwijs momenteel ontbreekt. Digitalisering is daardoor nog iets dat vooral aan het ‘hobbyisme en altruïsme’ van een kleine groep leraren wordt overgelaten.

    Wat te doen?

    Om welbewust om te gaan met de kansen die het digitale tijdperk biedt, doet de raad drie aanbevelingen. Tegelijkertijd is er in het rapport ook aandacht voor de eventuele keerzijden van vergaande digitalisering in het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid om scholen meer te ondersteunen in de aanwezigheid van randvoorwaarden voor digitalisering, zoals een basale infrastructuur

    Bovendien zouden de digitale technieken los moeten komen te staan van ICT-toepassingen. ‘Je merkt dat scholen heel erg afhankelijk worden van de aanbieders van de hardware en de software en dat scholen dan verplicht zijn om een hele digitale lijn af te nemen,’ legt Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad, uit op BNR Nieuwsradio. Verder stelt het rapport dat de onderwijssector meer moet worden betrokken bij digitalisering in het onderwijsveld, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van open leermiddelen oftewel open educational resources. Tot slot zou de raad graag zien dat docenten zelf gaan experimenteren met digitale toepassingen in kleinschalige pilots.

    'Je merkt dat scholen heel erg afhankelijk worden van de aanbieders van hardware en de software'

    Follow the Money sprak met hoogleraar onderwijspsychologie van de Open Universiteit Paul Kirschner, die tevens gespecialiseerd is in het gebruik van ICT in het onderwijs, over de inhoud van het nieuwe rapport.

    De Onderwijsraad benadrukt dat digitalisering kansen biedt voor het onderwijs. Zo zou het onze economie concurrerender kunnen maken en ons onderwijs efficiënter. Hoe ziet u dat?

    ‘Ik zit al heel lang in de automatisering en digitalisering van het onderwijs. In 1981 was ik bezig met een uitgeverij om programma’s voor Apple te maken voor gebruik in het onderwijs. Ik hoor al vanaf de jaren ‘80 dat het gebruik van computers dingen goedkoper en efficiënter kan maken: het zou docenten meer tijd geven, enzovoorts. Maar het enige wat ik kan constateren is dat we dit met z’n allen 37 jaar geleden riepen, en nu in 2017 nog steeds.’

    ‘Het is gewoon een fabeltje dat onderwijs door gebruik te maken van ICT enerzijds goedkoper en anderzijds efficiënter wordt. Neem het bijhouden van de leerlingenregistratie. Hoewel dat nu met de computer gedaan wordt, klagen docenten erover dat ze hier uren mee bezig zijn vanwege de hoeveelheid aan systemen.’

    Maar is de oorzaak daarvan dan niet het gebrek aan doordachte digitalisering, waar de Onderwijsraad nu voor pleit?

    ‘Het verzorgen van goed onderwijs is moeilijk. Het vraagt de inzet van tijd en middelen van de docent om het goed te doen. Maar het is meestal even arbeidsintensief om de leerboeken van Noordhoff Uitgevers te gebruiken als de open educational resources. Je zou zelfs bijna kunnen zeggen dat het werken via die laatste manier arbeidsintensiever is. Noordhoff Uitgevers zet het allemaal in een boek en geeft het aan je. Dan hoef je als docent verder weinig te doen, behalve het boek volgen. Maar als je open educational resources gaat maken en gebruiken, moet je het allemaal zelf uitzoeken.’

    'Ik ken geen onderzoek dat laat zien: “goh, wat een tijdsbesparing van het onderwijs in z’n totaliteit”'

    ‘Ik ken geen onderzoek dat laat zien: “goh, wat een tijdsbesparing van het onderwijs in z’n totaliteit.” Wel is het zo dat er initiatieven zijn, zoals Lumen Learning in de VS, waar open onderwijsmateriaal van hoge kwaliteit voor grotere groepen gemaakt en beschikbaar gesteld wordt.’

    De Onderwijsraad stelt dat digitale geletterdheid nodig is om te functioneren in de huidige en toekomstige maatschappij. Is dat inderdaad zo?

    ‘Nou, het is belangrijk voor iedereen. Digitale geletterdheid betekent onder andere dat je in staat bent om voorbij de titel en naar de bronnen te kijken en te kiezen welke betrouwbaar zijn en welke niet. Lang niet alle volwassenen kunnen dat. Dus ja: kinderen moeten dit leren, maar dat geldt ook voor de docenten, die er grotendeels geen snars van begrijpen en het dus ook niet kunnen overdragen.’

    Het rapport erkent dat er nog nergens formele eisen voor de digitale deskundigheid van zittende en nieuwe docenten bestaan, en het adviseert lerarenopleidingen om formele eindtermen te formuleren.

    ‘Ik lees vooral: stimuleer leraren. Terwijl ik denk: als je het belangrijk vindt, eis dan dat het ook gebeurt. En dat mis ik in het hele stuk. Het is een beetje: “we hebben wat leuke ideeën.” Maar kom dan ook met een manier om dat te bereiken en wees niet bang om te zeggen dat de overheid moet eisen dat docenten na- en bijscholing krijgen wanneer dat nodig is om hun doceerbevoegdheid in stand te houden. Net zoals je dat doet bij andere beroepen.’


    Paul Kirschner

    "Als je iets belangrijk vindt, moet je zorgen dat het gebeurt"

    ‘Dus één: herzie de lerarenopleidingen, zodat aankomende docenten digitale vaardigheden leren. En twee: zorg maar dat er een soort verplichte bijscholing is voor de grote groep docenten die al in het onderwijs zit. Alleen zo kan digitale geletterdheid op een juiste manier worden overgedragen. Ik hou niet van de zachte hand hier.’

    Waarom zijn bestaande organisaties volgens u niet deskundig genoeg voor de ontwikkeling van open leermiddelen? Wat is ervoor nodig om dat wel te kunnen?

    ‘Om dit te kunnen doen, moet je kennis hebben van punt één: wat open educational resources zijn, twee: hoe je ze invoert, en drie: hoe je het laat maken en gaat distribueren. En dat is anders dan het uitleveren van een softwarepakket of het opzetten van een database.’

    'Een andere optie: alle docenten zouden er dusdanig goed in moeten zijn en er mee om kunnen gaan dat zij zelf in staat zijn om op het internet de juiste middelen te vinden of te verspreiden — maar dat is nu nog niet het geval. Het zou geweldig zijn als je docenten zover krijgt dat ze het allemaal zelf kunnen doen en dat ze er ook de tijd voor hebben. Dat is misschien iets voor op de lange termijn, over 10 à 15 jaar.’

    ‘Ik zou zeggen, nodig de juiste deskundigen uit — die zijn er namelijk wel, zoals bij Lumen of bij de Open Universiteit, waar er zelfs een leerstoel voor is — en laat hen mensen opleiden. Of zet een samenwerking op met bestaande publieke organisaties. Wat de Onderwijsraad nu doet, is het niet erkennen dat hier een specifieke deskundigheid voor nodig is.’

    Zijn er nog andere zaken die u opvallen?

    'Als je bekijkt wat we per leerling besteden, praat je over een paar dubbeltjes per kind'

    ‘In het rapport staat dat de staatssecretaris van Onderwijs en de minister van Economische Zaken begin 2017 5,5 miljoen euro hebben uitgetrokken om ruim 800 basis- en middelbare scholen die gebrekkig internet hebben, te ondersteunen. Ik heb een klein rekensommetje gemaakt. Allereerst is dat aantal slechts 10 procent van alle scholen, dus dat betekent dat de overige 90 procent blijkbaar wél een uitstekende infrastructuur heeft. Ten tweede: 5,5 miljoen euro voor 800 scholen, dan kom ik uit op ongeveer 7000 euro per school. Dat vind ik niet echt een hoog bedrag om te zorgen dat de basisvoorwaarden zelfs op die scholen goed in orde zijn.’

    ‘Als je dan bekijkt wat we per leerling besteden aan het verbeteren of op peil krijgen van de digitale infrastructuur, praat je over een paar dubbeltjes per kind. Gooi er echt geld tegenaan als je vindt dat het belangrijk is.’

    ‘De uitgangspunten vind ik uitstekend: wij moeten dit allemaal goed doordenken. Maar ze hadden het wat verder mogen uitwerken en mogen komen met meer concrete adviezen aan het eind: doe dit, en dit en dit. Ik ben het echt niet oneens met de ideeën, maar maak het hard en zorg dat dit er daadwerkelijk komt. Zeg maar tegen het komende kabinet en minister: “dit moet er precies gebeuren”.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Sophie Stadhouders

    Gevolgd door 367 leden

    Neemt de wondere wereld van wetenschap en onderwijs onder de loep.

    Volg Sophie Stadhouders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren