De vermaarde Rotterdam School of Management, een van de grootste faculteiten van de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft innige banden met olie- en gasbedrijf Shell. Uit een onderzoeksrapport dat vandaag verschijnt blijkt dat hiermee ook de wetenschappelijke integriteit van de faculteit in het geding komt.

    De Rotterdam School of Management (RSM) onderhoudt hechte banden met olie- en gasbedrijf Shell. Deze gaan al een halve eeuw terug. In 1966 vierde Royal Dutch Shell, de grootste multinational van Nederland, haar 75-jarig bestaan. Om deze mijlpaal kracht bij te zetten besloot het olie- en gasbedrijf een bedrag van enkele honderdduizenden guldens bij te dragen aan de oprichting van de Interfaculteit Bedrijfskunde.

    Dit Rotterdamse instituut, waar ook bedrijven als Philips en Unilever in investeerden, vormde de voorloper van de Rotterdam School of Management. Die managementfaculteit werd in 1984 opgericht als onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Shell noemde ‘het gebrek aan geschikte professionele opleidingen voor managers uit het Nederlandse bedrijfsleven’ toentertijd een belangrijke reden om financieel betrokken te raken bij de oprichting van wat uiteindelijk een van de meest gerespecteerde managementfaculteiten zou worden — zowel in Nederland als daarbuiten.

    De samenwerking gaat zo ver dat de wetenschappelijke integriteit van de faculteit in het geding komt

    Uit een onderzoeksrapport dat duurzaamheids-denktank Changerism vandaag naar buiten brengt, blijkt dat de RSM ook vijftig jaar na haar oprichting nog altijd intensief samenwerkt met het fossiele energiebedrijf — en dat Shell daar flink van profiteert. De samenwerking gaat zelfs zo ver dat de wetenschappelijke integriteit van de Rotterdam School of Management, momenteel een van de grootste faculteiten van de Erasmus Universiteit, in het geding komt.

    Het Shell & RSM Partnership

    Denk- en doetank Changerism deed een jaar lang onderzoek naar de directe en indirecte manieren waarop Shell en de RSM aan elkaar gelieerd zijn. Hiervoor spraken de onderzoekers uitgebreid met RSM-medewerkers en studenten en analyseerden zij interne documenten die met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (wob) werden verkregen.

    De meest concrete vorm waarin de invloed van Shell op de Rotterdamse faculteit naar voren komt, is een officieel samenwerkingsverband dat Changerism nu voor het eerst in zijn volledigheid wist te verkijgen. Het Shell & RSM Partnership, dat beide partijen in 2012 ondertekenden, schrijft voor dat er een stuurgroep moet komen die Shell de mogelijkheid geeft om de ‘opzet van het RSM-curriculum en de profielen van studenten’ te beïnvloeden. Hiermee raakt het partnership direct de academische onafhankelijkheid van het onderwijs aan de managementfaculteit.

    Uit het contract blijkt dat het partnership tot stand kwam als gevolg van een duidelijke wens van Shell. Er valt te lezen hoe Shell een ‘aanzienlijke interesse’ kenbaar maakte in het rekruteren van studenten van de MSc-programma's in Business Administration aan de RSM. Ook kreeg Shell op basis van het contract een officiële plek in de adviesraad van de RSM. In deze adviesraad — waarin ook vertegenwoordigers van andere bedrijven zitten — wordt nagedacht over de langetermijnstrategie van de faculteit.

    Shell heeft een haast constante fysieke aanwezigheid op het terrein van de RSM

    Pauline van der Meer Mohr, toenmalig voorzitter van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit, laat weten op de hoogte te zijn geweest van het samenwerkingscontract. De managementfaculteit heeft volgens haar voldoende duidelijk gemaakt aan het college dat het curriculum niet aangetast zou kunnen worden. ‘Alle betrokkenen waren (en zijn) zich terdege bewust van het feit dat een curriculum niet "te koop" is.’

    Volgens de oud-collegevoorzitter kunnen bedrijven door middel van samenwerkingen hun ideeën over aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt uiten. ‘Een business school voedt zich altijd met praktijkvoorbeelden, om relevant te blijven.’ Daarbij kunnen de bedrijven het curriculum niet meebepalen, aldus Van der Meer Mohr. Ze kunnen echter wel uitgenodigd worden om ‘op metaniveau’ over het curriculum mee te denken.

    Deze uitspraak is echter in tegenspraak met het samenwerkingscontract: daarin valt toch echt expliciet te lezen dat de ‘opzet van het RSM-curriculum’ kan worden beïnvloed door Shell.

    Ook uit emails van juni vorig jaar, in handen van Changerism en Follow the Money, blijkt de innige band met Shell. Deze emails laten zien dat Marjan van Loon, CEO van Shell Nederland, uitgenodigd werd om met het bestuur van de RSM na te denken over een ‘nog meer substantiële strategische samenwerking tussen Shell en RSM.’

    Onafhankelijk onderzoek?

    Changerism maakte een gedetailleerde studie van de aanwezigheid van Shell op de RSM-campus. Hieruit blijkt dat de afspraken uit het samenwerkingscontract in elk geval deels zijn doorgevoerd. Het bedrijf heeft een haast constante fysieke aanwezigheid op het terrein van de faculteit, onder andere dankzij sponsoring van evenementen, gastcolleges, en de ruim 30 alumni (en huidige Shell-medewerkers) die optreden als studentencoaches. Alles met het oog op het binnenhalen van potentiële Shell-managers.

    Maar ook het onderzoek van de RSM zelf wordt door Shell beïnvloed. Uit het rapport blijkt dat de RSM in opdracht van Shell verschillende onderzoeken heeft uitgevoerd waar het fossiele energiebedrijf overduidelijk van profiteerde. Hierbij vervaagden volgens Changerism de grenzen tussen de wetenschap en de commerciële belangen.

    "De RSM heeft in opdracht van Shell verschillende onderzoeken uitgevoerd waar het fossiele energiebedrijf overduidelijk van profiteerde"

    Zo droeg de RSM tussen 2013 en 2015 bij aan een onderzoek van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) naar mogelijkheden om de zogenoemde ‘license to operate’ (het maatschappelijk draagvlak) van de Nederlandse gassector te vergroten. Shell financierde dit onderzoek, samen met enkele andere Nederlandse gasbedrijven.

    Het advies van de RSM aan de bedrijven luidde om het maatschappelijk debat over het afbouwen van het gas te beïnvloeden — dit ondanks de grootschalige maatschappelijke onvrede rond de gaswinning in Groningen. Daarmee droeg de RSM als wetenschappelijk instituut bij aan een onderzoek waar van tevoren al van vastlag dat het de commerciële belangen van de gassector moest dienen.

    Volgens Changerism roept dergelijk gedrag veel vragen op over de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek aan de RSM. Verschillende RSM-medewerkers blijken daarnaast ook rechtstreeks in opdracht van een aantal fossiele energiebedrijven te werken, zonder dat dit vermeld wordt in hun overzicht van nevenfuncties.

    Hoofdpijndossier ‘Hoofdkantoren’

    Eén onderzoek dat RSM in opdracht van zowel VNO-NCW als Shell uitvoerde is wel heel illustratief van de manier waarop de wetenschappelijke integriteit aan de RSM in gevaar komt. Uit het onderzoek van Changerism blijkt dat Shell meer dan 300 duizend euro heeft betaald aan de Rotterdam School of Management voor een onderzoek naar het wederzijds profijt van multinational-hoofdkantoren in Nederland. Deze betalingen zijn echter nooit publiek gemaakt en Shell staat niet vermeld als opdrachtgever van het onderzoek, hoewel dat wel vereist is volgens de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

    Het onderzoeksrapport — en mede-auteur en RSM-professor Henk Volberda — speelden vervolgens een cruciale rol bij de invoering van een belastingmaatregel waarvan vooral multinationals profiteren. Een uitgebreide analyse van dit voorval is vandaag te lezen in dit artikel op Follow the Money.

    Lees verder Inklappen

    De decaan aan het woord

    In een schriftelijke verklaring noemt de Rotterdam School of Management de conclusies van Changerism ongefundeerd. Het rapport voldoet volgens de faculteit ‘niet aan de academische standaarden die wij aan onderzoeksrapporten stellen.’

    Follow the Money sprak ook telefonisch met Steef van de Velde, decaan van de RSM. Van de Velde noemt de bewuste passage in het samenwerkingscontract — over beïnvloeding van het curriculum door Shell — een ‘ongelukkige formulering’. Volgens Van de Velde is het woordje ‘potentieel’ hierbij belangrijk: ‘Shell heeft geen directe invloed. Ik heb geen idee hoe ze het curriculum zouden kunnen beïnvloeden. Daarvoor zijn allerlei commissies en inspraakrondes nodig.’ Waarom deze mogelijkheid dan tóch expliciet is opgenomen in het contract waar hij nota bene zelf zijn handtekening onder heeft gezet, kan Van de Velde niet uitleggen.

    De faculteit ziet de samenwerking met Shell als een kans om bij te dragen aan de energietransitie

    De decaan van de RSM benadrukt dat samenwerking met het bedrijfsleven voor de faculteit juist cruciaal is, ‘en zelfs een voorwaarde voor de vereiste accreditatie.’ Ook ziet de faculteit de samenwerking met Shell juist als een uitgelezen kans om bij te dragen aan de energietransitie. Van de Velde wijst trots op een van zijn alumni, die nu leiding geeft aan de energietransitie-projecten van Shell Nederland. Welke concrete invloed de RSM door middel van de samenwerking op het beleid van Shell heeft kunnen uitoefenen blijft echter onduidelijk.

    Waar deze samenwerking toch spaak loopt

    Aloy Soppe is universitair hoofddocent financiële ethiek aan de Erasmus School of Law, de rechtenfaculteit van de Rotterdamse Universiteit. In zijn ogen bevestigt het onderzoek alleen maar de vermoedens die hij al langer had: ‘Changerism heeft goed onderzoekswerk verricht,’ zo laat hij na bestudering van het rapport weten. ‘Ik ben blij met dit rapport. Ik vermoedde het al langer, maar het rapport onderbouwt nu ook dat deze relaties tussen de RSM en Shell bestaan.’

    Vorig jaar liet Soppe zich in het Erasmus Magazine al kritisch uit over de te dominante aanwezigheid van het bedrijfsleven op de Rotterdamse universiteit. Hij weet zeker dat deze problemen ook bij andere faculteiten van de universiteit spelen, ‘maar niet op de schaal zoals we die hier bij RSM zien.’ Volgens Soppe is de samenwerking met Shell echter niet principieel verkeerd: ‘Universiteiten en het bedrijfsleven — zeker in het geval van business schools — horen bij elkaar. Het zit in de genen van de RSM om samenwerkingen aan te gaan.’

    Toch gaat de faculteit volgens Soppe op twee manieren de fout in. Allereerst wat betreft de transparantie: ‘Die ontbreekt bij de RSM. Als je zo nadrukkelijk samenwerkt met het bedrijfsleven moet je dat goed communiceren.’

    Help mee met het maken van onafhankelijke journalistiek

    Omdat we ons niet willen laten beïnvloeden door de macht van pagina-views of grote adverteerders, plaatsen we geen advertenties op onze website.

    Maar het maken van diepgravende onderzoeksjournalistiek kost nog steeds een hoop tijd en geld. Word daarom lid van FTM of steun ons met een donatie.

    Daarnaast heeft de universiteit een verantwoordelijkheid om wetenschappelijke inzichten te ondersteunen. ‘Klimaatverandering is een wetenschappelijk feit. Dat was ook in 2012 al zo.’ Als vertegenwoordiger van de wetenschap moet de RSM dat zeker meenemen in haar samenwerkingen met het bedrijfsleven, vindt Soppe. ‘RSM schiet daarin tekort. Ze had eerder een duurzame richting in moeten slaan. Die samenwerkingen uit het verleden zijn als een stoomtrein: ze lopen gewoon door, terwijl de wereld ondertussen is veranderd. Dat kan dus niet voor een wetenschappelijk instituut.’

    Ook verschillende medewerkers van RSM zelf uiten in het rapport van Changerism (anoniem) hun twijfels bij de ethische aspecten van de samenwerking met Shell. ‘Ik vind de samenwerking met Shell een beetje vreemd,’ vertelt een van de medewerkers. ‘Door als instituut zo’n partnership te ondertekenen legitimeer je in zekere zin de rol van Shell als “olie- en gaskoning.” Dat vind ik een verkeerd signaal.’

    Welke oorzaak zit hier achter?

    De steeds hechtere samenwerking van de RSM met Shell is een gevolg van verminderde financiële ondersteuning van de overheid. ‘Het geld moet uit de markt komen,’ zei Van de Velde daar in 2014 zelf nog over in een interview met de Britse Financial Times. Nederlandse universiteiten hebben in de afgelopen 10 jaar een terugval van zo’n 25 procent in hun inkomsten gezien, zei hij toen. ‘In bepaald opzicht moeten we commerciëler worden.’

    Soppe onderschrijft deze conclusie. ‘Natuurlijk is het zo dat verminderde overheidsfinanciering hieraan heeft bijgedragen.’ Hij hoopt dat het onderzoek van Changerism een aanleiding voor de RSM zal zijn om kritisch na te denken over wat deze commercialisering voor de academische integriteit van de faculteit betekent.


    Aloy Soppe, universitair docent financiële ethiek

    "Die samenwerkingen uit het verleden zijn als een stoomtrein: ze lopen gewoon door, terwijl de wereld ondertussen is veranderd"

    Naast de verminderde overheidsfinanciering zijn de problemen ook te wijten aan de steeds belangrijkere internationale rankings van universitaire opleidingen, schrijft Changerism. De belangrijkste internationale ranking voor business schools is die van de Financial Times. Factoren als het startsalaris van alumni en de salarisverhoging in de eerste jaren na het afstuderen spelen hierin een grote rol. Volgens het onderzoek leiden deze rankings tot perverse prikkels die de faculteit aanjagen om het curriculum en de studentenpopulatie zo perfect mogelijk aan te laten sluiten op — bijvoorbeeld — een loopbaan bij Shell.

    Is dit problematisch?

    Vatan Hüzeir, directeur van Changerism en hoofdauteur van het rapport, schrijft dat de RSM op deze manier bedrijfsmodellen ondersteunt ‘die fundamenteel afhangen van productie en consumptie van fossiele energie. Dat maakt de faculteit medeplichtig aan het faciliteren van klimaatverandering.’ De RSM laat in een reactie weten het hier fundamenteel mee oneens te zijn. Volgens de faculteit heeft Hüzeir alleen naar de negatieve banden gekeken, en maakt hij bewust geen melding van alle positieve stappen die de RSM de afgelopen jaren heeft gezet op het gebied van duurzaamheid. Hüzeir is echter van mening dat het een niet simpelweg tegen het ander valt weg te strepen.

    Shell zelf zegt van oudsher een groot belang te hechten aan goede samenwerking met universiteiten. ‘Universiteiten benaderen Shell regelmatig voor het starten van samenwerkingsverbanden,’ laat een woordvoerder weten. ‘Er bestaan verschillende soorten van samenwerking met andere universiteiten.’

    ‘RSM wil transparant zijn en heeft niets te verbergen’

    Een intieme samenwerking met het bedrijfsleven zou echter wel minder problematisch zijn als het om Unilever of Philips ging, denkt Soppe. Een samenwerking met Shell is gezien de realiteit van klimaatverandering moeilijk te verantwoorden voor een wetenschappelijk instituut. ‘Maar ook bij andere bedrijven geldt dat je wel bij je rol moet blijven. Je mag nooit het verlengstuk van de commerciële tak worden. Dat is hier blijkbaar fout gegaan.’

    De Correspondent schrijft vandaag naar aanleiding van het rapport van Changerism dat dit probleem zich niet alleen in het hoger onderwijs voordoet: ook lesprogramma’s op middelbare scholen worden soms door de sector zelf opgezet op een manier waarop het commerciële voor het maatschappelijke belang zou kunnen doorgaan; een voorbeeld is het lesprogramma van gashandelsbedrijf GasTerra over de energietransitie.

    Los van het klimaatprobleem blijft het gebrek aan wetenschappelijke integriteit rond het RSM-onderzoek naar het Nederlandse hoofdkantorenbeleid problematisch. De RSM benadrukt dat ze naar aanleiding van het rapport wel van plan zijn om een openbaar register aan te leggen met alle bedrijfsrelaties. ‘RSM wil transparant zijn en heeft niets te verbergen,’ aldus Van de Velde.

    Dat lijkt een eerste stap in de goede richting om de problemen aan te pakken. Soppe: ‘De Erasmus Universiteit is niet de meest progressieve universiteit. De EUR onderscheidt zich juist door banden met het bedrijfsleven. Maar ze moeten hun rol als universiteit wel waarmaken.’

    Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Thomas BollenLees ook zijn verslag van ons onderzoek naar het rapport-'Hoofdkantoren' dat de RSM in opdracht van Shell schreef:

    Over de auteur

    Bart Crezee

    Milieuwetenschapper en schrijft over olie- en gasboringen, de energietransitie en klimaatverandering.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Wetenschap op bestelling

    Gevolgd door 185 leden

    Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwonge...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid