Vergroening en verduurzaming zijn nodig als klimaatoplossing. Pakken ze ook zo uit of zijn het nieuwe verdienmodellen? Lees meer

Terwijl de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan evidenter is, bloeit de markt voor vergroening op. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Follow the Money onderzoekt of vergroening en verduurzaming uitpakken zoals ze bedoeld zijn, of dat het enkel leidt tot nieuwe verdienmodellen.
 

23 artikelen

© Leon de Korte | Follow the Money

Zolang duurzaamheid geen definitie krijgt, neemt de markt er een loopje mee

De Sustainable Finance Disclosure Regulation moet beleggers duidelijk maken hoe hun geld bijdraagt aan een duurzamere wereld. Hoewel de fondsen de groene labels handig gebruiken, is het begrip ‘duurzaam’ van elastiek. Veel ‘donkergroene’ fondsen maken die belofte helemaal niet waar, onthulde The Great Green Investment Investigation. Dat kan niet langer, vinden markt én politiek. Maar ze wijzen naar elkaar voor een oplossing.

Een groene wereld begint in de wereld van glas, staal en beton aan de Zuidas, Frankfurt, Londen en in andere financiële centra. Banken, vermogensbeheerders en beleggers zijn als tuinmannen: de planten die zij bewateren groeien sneller. Als duurzame bedrijven makkelijk aan kapitaal komen, zijn hun financieringslasten lager en kunnen ze sneller investeren. 

Dat is het idee achter de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR): de Europese regelgeving, die in 2021 werd ingevoerd, en die ertoe moet leiden dat kapitaal makkelijker naar duurzame initiatieven stroomt. Volgens die regeling moeten vermogensbeheerders een inschatting maken van de duurzaamheid van hun beleggingsfonds: zijn de daarin verzamelde aandelen en obligaties grijs, lichtgroen of donkergroen?

Helemaal lekker loopt dat nog niet. Want: wat is dan ‘duurzaam’? Eerder toonde het door Follow the Money en Investico opgezette internationale onderzoeksconsortium The Great Green Investment Investigation (TGGII) aan dat een deel van de fondsmanagers van mening is dat zelfs investeringen in fossiele industrie of luchtvaart een donkergroene kwalificatie verdienen. 

Duidelijk is dat de regels moeten worden aangescherpt. De Europese toezichthouders (ESA’s) vragen daarbij ook om de mening van anderen: tot de zomer van 2023 mag iedereen zijn mening geven over de regels die bepalen wat fondsmanagers precies openbaar zouden moeten maken.

Ondertussen lobbyen marktpartijen voor een grondige herziening van SFDR, hoewel die duurzame investeringsregels hagelnieuw zijn. Verder valt op dat de Europese Commissie én marktpartijen de verantwoordelijkheid voor een antwoord op de vraag wat duurzaam is van zich afschuiven.   

Duurzaam groeit als kool

Even terug naar het begin. Sinds de Europese regelgeving op 10 maart 2021 van kracht ging, kleurden de fondsen snel groen. Eind april waren er volgens de financiële data-analisten van Morningstar al honderden licht- en donkergroene fondsen in de markt, met een gezamenlijke waarde van 2,16 biljoen euro.

Jezelf duurzaam noemen bleek een fantastisch marketinginstrument. Beleggers op zoek naar een groene bestemming kwamen massaal af op deze belofte van groen en groei. De zichzelf duurzaam noemende fondsen groeiden als kool, anderen werden in ijl tempo opgericht. Halverwege 2022 verkochten Europese fondsen de helft van hun beleggingen als duurzaam, volgens Morningstar. Hun gezamenlijke waarde: 4,18 biljoen euro een bedrag vergelijkbaar met het bruto nationaal product van Duitsland –  of de beurswaarde van Alphabet, Walmart, Nestlé, ExxonMobil, Coca-Cola, Pfizer, ASML, Toyota, Walt Disney en Shell samen.

Aan de belegger ligt het niet: die blijft zoeken naar een duurzamere bestemming voor zijn kapitaal

Zelfs toen de beurskoersen daalden vanwege de oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen en hoge inflatie, bleef het geld toestromen. Onderzoek van European Fund and Asset Management Association (EFAMA) wijst uit dat vorig jaar nog eens tientallen miljarden euro’s extra naar zichzelf duurzaam noemende fondsen stroomden.

Aan de belegger ligt het dus niet: die blijft zoeken naar een duurzame bestemming voor zijn kapitaal, zelfs bij economische tegenspoed. Fondsen die zichzelf volgens de SFDR-regels als ‘donkergroen’ inschalen, komen veel makkelijker aan geld dan anderen. 

‘Die fondsen zijn erg populair en kennen een hogere waardering,’ ziet Joost Schmets van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB): ‘De wereld van duurzaam beleggen is complex.  Beleggers willen graag duurzame fondsen, maar zien door de bomen het bos niet meer, dus grijpen ze naar zo’n classificatie met artikel 9. Dat zouden de fondsen moeten zijn met duurzaamheid als kernthema.’

Overduidelijke klimaatschade

Vanwege de enorme toestroom van kapitaal namen Follow the Money, Investico en negen andere Europese media onder de noemer The Great Green Investment Investigation (TGGII) de zichzelf duurzaam noemende fondsen onder de loep. Speciale aandacht ging daarbij naar deze zogeheten artikel 9-fondsen. Dit is de allerduurzaamste categorie: bedrijven wiens aandelen of obligaties in deze fondsen zijn opgenomen, mogen geen enkele significante schade toebrengen aan enige vorm van duurzaamheid. Geen mensenrechtenschendingen, geen milieuverontreiniging, geen klimaatschade – niets.

Een groot deel van de fondsen kon die duurzame belofte niet waarmaken. Maar liefst de helft van alle artikel 9-fondsen in Europa bleek te investeren in de fossiele industrie of de luchtvaart: sectoren die overduidelijk klimaatschade veroorzaken. 

Dit onderzoeksresultaat leverde de beleggingsfondsen een storm van kritiek op. Europarlementariërs pleitten in het Parlement voor het aanscherpen van de regels. De Franse toezichthouder stelde voor fossiele investeringen uit te sluiten van artikel 9-fondsen. De VEB sprak eveneens haar afkeuring uit: ‘Als je als fonds je groene belofte niet waar kunt maken, doe die belofte dan niet. Adel verplicht. Tooi je niet met groene veren als je die niet verdient.’

Ook de Europese financiële toezichthouders schrokken van het resultaat. Op 12 april publiceerden zij in opdracht van de Europese Commissie een reeks voorstellen om ‘de problemen aan te pakken die ontstaan zijn sinds de introductie van de SFDR’. In het voorstel verwijzen ze expliciet naar het onderzoeksresultaat van TGGII: ‘Het blijkt dat een aanzienlijk deel van de artikel 9-producten (...) blootstaat aan fossiele brandstoffen, en met name aan steenkool-activiteiten. (...) Volgens The Great Green Investment Investigation hebben 269 beleggingsfondsen ten minste één belegging in een onderneming die actief is in de steenkoolindustrie.’

Angst voor greenwashing

Volgens de toezichthouders worden de misstanden deels veroorzaakt doordat fondsmanagers momenteel ‘aanzienlijke vrijheid’ hebben om te bepalen welke investeringen duurzaam zijn en welke niet. Waar de ene fondsmanager de bedrijven in zijn portfolio al groen noemt als ze iets minder broeikasgassen uitstoten dan gemiddeld, gaat een ander expliciet op zoek naar bedrijven die duurzaamheid boven financieel rendement verkiezen. Toch kunnen beide vervolgens worden ingeschaald als ‘artikel 9’, donkergroen dus. De toezichthouders zijn bezorgd dat dit de ‘vergelijkbaarheid kan ondermijnen’ en dat het mogelijk ‘leidt tot greenwashing’.

‘Het hele raamwerk is gebaseerd op de vraag: wat is een duurzame belegging? Maar die vraag is niet beantwoord’

Hoe dit probleem op te lossen valt, is nog onduidelijk. De markt en de politiek wijzen vooral naar elkaar. In een artikel in Financial Times riep een aantal fondsmanagers de Europese Commissie eind maart op om de ‘onstabiele’ definitie van duurzaamheid te verhelderen’. Komt er geen duidelijkheid, dan moet de hele artikel 9-categorie volgens hen maar worden geschrapt.

Randy Patisselanno van de Nederlandse branchevereniging voor vermogensbeheerders Dufas vindt het nog te vroeg om te zeggen of Nederlandse vermogensbeheerders de donkergroene categorie willen afschaffen. De huidige regeling is voor de markt lastig te hanteren, zegt hij. ‘Het hele raamwerk is gebaseerd op de vraag: wat is een duurzame belegging? Maar die vraag is nog steeds niet beantwoord.’

Vlees noch vis-categorie

Naar de politiek wijzen en oproepen om artikel 9 dan maar te schrappen, wekt bij anderen bevreemding. ‘De inkt van deze regelgeving is nog niet eens droog,’ zegt San Lie, directievoorzitter van ASN Impact Investors. ‘Als je dit nu afschaft, zijn we weer helemaal terug bij af. Deze wetgeving implementeren heeft miljarden gekost, de sector heeft een heel leger aan consultants en advocaten ingezet. Daar zou je nu een streep door zetten? Dat moeten we niet willen. Dat geld had ik dan liever besteed aan het vinden van meer duurzame projecten.’

Als er dan een categorie moet verdwijnen, laat het dan het ‘lichtgroene’ artikel 8 zijn, betoogt Lie. ‘Dat bestaat uit een hele brede waaier aan fondsen. Sommige schuren tegen artikel 9 aan, maar zijn dat net niet. Andere fondsen zijn supergrijs en dragen alleen ‘sustainable fund’ in hun naam.’ Juist deze ‘vlees noch vis’-categorie zorgt volgens Lie bij beleggers voor onduidelijkheid.

‘Natuurlijk is het vinden van duurzame bestemmingen voor kapitaal lastig: de wereld ís nog niet duurzaam’  

Hans Stegeman, hoofdeconoom van Triodos, is ook niet voor schrappen. ‘Natuurlijk is het vinden van duurzame bestemmingen voor kapitaal lastig: de wereld ís nog niet duurzaam. De juiste fondsen vinden, kost moeite en commitment, en betekent strikt selecteren.’

‘De klachten vanuit de fondsindustrie komen enigszins pathetisch over,’ zegt ook Schmets van de Vereniging van Effectenbezitters. ‘Vanzelfsprekend is de praktische uitvoerbaarheid van de verordening een belangrijk punt. Maar fondsmanagers lijken nu vooral bang dat hun werk moeilijker wordt. Duurzaam beleggen is nu eenmaal niet eenvoudig. Als fondsmanager moet je de bedrijven in je portefeuille nauwgezet volgen en met ze in gesprek blijven.’

Wie is aan zet: de markt of de politiek?

In de oplossingen die de Europese financiële toezichthouders voorstellen voor de korte termijn wedden zij vooralsnog op beide paarden. Enerzijds denken zij dat verbetering mogelijk is als fondsmanagers meer informatie moeten openbaren, zoals melden welke grenswaardes ze hanteren bij het bepalen of een investering schade toebrengt aan milieu of mensen. Daarmee kan de vergelijkbaarheid van beleggingsfondsen verbeterd worden, terwijl fondsmanagers nog steeds veel vrijheid hebben om te bepalen welke investeringen passen in een donkergroen fonds.

Een andere oplossing ligt volgens hen in een zogenoemde ‘safe haven’ voor investeringen, die voldoen aan de groene taxonomie. Dat is het Europese classificatiesysteem waarin Europa heeft vastgelegd welke activiteiten duurzaam mogen worden genoemd en welke niet. Fondsmanagers zouden investeringen die voorkomen in de taxonomie, zoals zon- of windenergie en (onder zeer specifieke voorwaarden) gas, voortaan niet meer hoeven te toetsen op schade aan het milieu. Dat maakt het voor fondsmanagers makkelijker om te bepalen waarin zij mogen investeren, en om investeringen in deze activiteiten te stimuleren. De verantwoordelijkheid voor wat duurzaam is, komt hier dus meer te liggen bij de politiek.

Tot slot ligt er een voorstel om de huidige regels te behouden, in afwachting van een grondigere herziening. Dat zou ‘marktverstoring’ en verdere implementatiekosten voor de sector voorkomen, schrijven de toezichthouders. 

Publieke consultatie

Tot 3 juli 2023 vragen de toezichthouders om feedback in een publieke consultatie. Joost Schmets van de VEB hoopt dat de financiële sector die handschoen oppakt. ‘Wat ik mis in de fondsindustrie is de echte wil om mee te helpen aan duidelijkere informatie voor beleggers. Wet- en regelgeving is op duurzaam gebied enorm in beweging en de fondsindustrie kan helpen om meer duidelijkheid aan de klanten te bieden. Dan past het niet om alleen maar te klagen, af te keuren en de hakken in het zand te zetten. Kom met duidelijkheid, toon initiatief. Hopelijk helpt deze consultatie daarbij.’

Hoe dan ook blijft voorlopig de verantwoordelijkheid voor het bepalen van wat een duurzame belegging is bij de markt liggen, zo maakte de Europese Commissie op 14 april duidelijk. ‘Financiële marktdeelnemers moeten voor elke investering hun eigen beoordeling maken en de onderliggende aannames openbaar maken,’ schreef het in antwoord op eerder gestelde vragen.

‘Dat SFDR op een gegeven moment herzien wordt, is wel duidelijk,’ zegt Bas Eickhout, Europarlementariër namens GroenLinks en ondervoorzitter van de Europese fractie van De Groenen/Vrije Europese Alliantie. ‘Maar goed, dat zullen het Europees Parlement en de lidstaten gewoon moeten goedkeuren. De Commissie zal dat niet voor de Europese verkiezingen in mei 2024 doen.’

Voorlopig blijft de SFDR-regelgeving dus gewoon van kracht. In juni 2023 zullen Europese vermogensbeheerders met een artikel 9-fonds in hun halfjaarverslagen dus weer gewoon duidelijk moeten maken waarin ze investeren en hoe die beleggingen significante schade voorkomen. Op basis van die verslagen zal het door Follow the Money en Investico geleide internationale onderzoeksconsortium The Great Green Investment Investigation hun portfolio’s opnieuw onder de loep nemen.