© Katja Fred

De Europese Unie stelt subsidies beschikbaar om mensen tot 40 jaar het vissersvak in te krijgen, om vergrijzing in de sector tegen te gaan. In Nederland blijken de voorwaarden echter te onaantrekkelijk. Ook is er helemaal geen robuuste data die laat zien dat vissers structureel ouder worden.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

  • De Europese Unie stelt Europees belastinggeld beschikbaar in de vorm van subsidies om jonge beroepsvissers te helpen bij het aanschaffen van hun eerste vaartuig.

  • Het idee is dat de kwetsbare sector dreigt te vergrijzen en de nieuwe generatie overheidssteun nodig heeft. 

Waarom moet ik dit lezen?

  • De visserijsector doet het in Nederland sinds 2015 bijzonder goed. Vorig jaar had de beroepsgroep een netto bedrijfsresultaat van 54 miljoen euro. Heeft zo’n sector dan nog wel een subsidie nodig van de Europese belastingbetaler?

  • De instellingen van de Europese Unie onderhandelen deze maand over het EU-visserijbeleid van 2021-2027. Ze lijken van plan de subsidieregeling voor jonge vissers voort te zetten.

Hoe heeft Follow the Money dit onderzocht?

  • De gegevens van ontvangers uit de jaren 2015-2018 staan in een openbaar document op de website van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland, die de subsidies verdeelt. 

  • Follow the Money zocht ook naar betrouwbare historische gegevens over de leeftijdsopbouw van Nederlandse vissers. Die bleken niet te bestaan.

Lees verder

Nederlandse vissers onder de 40 jaar die met overheidssteun hun eerste boot willen kopen, hebben nog een paar weken de tijd. Op 27 december, uiterlijk om 17.00 uur, moet de aanvraag voor de subsidieregeling voor jonge vissers binnen zijn bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het gaat om een subsidie van maximaal 75.000 euro, die de ontvanger kan gebruiken om maximaal 25 procent van de aankoopkosten van een vissersvaartuig te dekken.

De afgelopen jaren ging het goed met de Nederlandse visserij. Sinds 2012 heeft de sector een positief nettoresultaat dat in 2016 steeg tot wel 81 miljoen euro. De afgelopen twee jaar lag het resultaat weer iets lager, maar nog altijd flink hoger dan voor 2015. Vorig jaar hield de sector zo’n 54 miljoen euro over. De afgelopen drie jaar waren de beste in zeker vijftien jaar. Vorig jaar bood de visserij volgens de Wageningen University & Research (WUR) werkgelegenheid aan in totaal 2287 opvarenden, iets minder dan het jaar daarvoor, maar meer dan in de jaren 2012-2016. 

‘Door de goede opbrengsten sinds 2015 hebben ondernemers geïnvesteerd in groot onderhoud, verbetering, aankoop en nieuwbouw van schepen,’ aldus de WUR in de meest recente jaarlijkse rapportage. De WUR schat dat er vorig jaar een recordbedrag van 43 miljoen euro werd geïnvesteerd.

Toch heeft deze sector volgens de Nederlandse overheid financiële ondersteuning nodig van de Europese belastingbetaler. De subsidie voor jonge vissers wordt als volgt gerechtvaardigd: ‘Beroepsvissers leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Om concurrerend te blijven is het belangrijk dat er genoeg jonge vissers instromen. Het opstarten van een bedrijf in deze sector is alleen een grote financiële uitdaging. Daarom stimuleert het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hen met deze subsidie.’

Geen enkele belangstelling

De subsidies voor jonge vissers worden verdeeld aan de hand van het principe wie het eerst komt, wie het eerst maalt. In totaal is er dit jaar 350.000 euro beschikbaar, genoeg voor zeker vier vissers. Aanvragen kan al sinds 7 januari, maar er is niet echt sprake van een moordende concurrentiestrijd.

Het hele jaar is er nog geen enkele aanvraag binnengekomen, blijkt na vragen van Follow the Money bij een woordvoerder van RVO. 2019 is het vijfde jaar dat de subsidieregeling ‘Jonge Vissers’ beschikbaar is. Ook daarvoor was de animo beperkt.

In de periode 2015-2018 ontvingen in totaal negen Nederlandse vissers de subsidie. Ze kregen bij elkaar 377.943 euro, terwijl er 1.180.000 euro beschikbaar was. Daarmee lieten vissers al ongeveer 800.000 euro aan subsidies liggen. Dat geld is wel gereserveerd geweest en kon dus niet voor andere maatschappelijke doeleinden gebruikt worden. Het onbestede bedrag hoeft niet direct terug naar Brussel, maar moet wel naar de visserijsector gaan.

Dossier: EU-geld in Nederland

Nederland ontvangt jaarlijks ruim twee miljard aan EU-subsidies. De controle daarop richt zich meestal op of de regels zijn gevolgd. Maar waaraan wordt dat EU-geld daadwerkelijk besteed? Gebeurt dat doelmatig en effectief? En welke belangen spelen er?

Wil je op de hoogte blijven? Volg dit dossier, dan sturen we je een seintje als er een nieuw artikel online staat.

Lees verder Inklappen
Volg dit dossier

In België bleek de regeling nog minder populair: daar is de subsidie sinds de invoering nog geen enkele keer uitgedeeld.

Waarom hebben maar zo weinig vissers gebruik gemaakt van dit geldschip, dat voor driekwart afkomstig is uit Brussel en voor de rest is aangevuld met Nederlands belastinggeld? En hoe staat het eigenlijk met die instroom van jonge vissers?

Zelfstandig aanvragen

Het is onwaarschijnlijk dat de doelgroep de subsidie niet kende, zegt Durk van Tuinen. Hij is  voorzitter van het Jongerennetwerk Visserij en geeft namens de Nederlandse Vissersbond advies over subsidies. ‘Ik denk dat bijna iedereen wel van de subsidieregeling gehoord heeft. Ik zou het vreemd vinden als ze er niet van af wisten. Ik wijt het aan de voorwaarden,’ zegt Van Tuinen.

Een belangrijke voorwaarde is dat het aan te schaffen vissersvaartuig niet langer mag zijn dan 24 meter, waardoor de in Nederland veelgebruikte boomkorkotters en pulskorschepen al afvallen. Deze schepen worden vooral gebruikt om in de Noordzee op platvis te vissen.

Nederland is in de EU na België het land dat relatief de meeste schepen langer dan 24 meter heeft, blijkt uit cijfers van Eurostat. Bijna 30 procent van de nationale vissersvloot bestaat uit schepen langer dan 24 meter: 247 van de 833 schepen. In België is dat de helft, overigens van een kleiner absoluut aantal: 34 van de 68 schepen.

Het komt beslist niet heel vaak voor dat er vissers van buiten de sector een eigen schip kopen

De Nederlandse en Belgische situatie is in Europees perspectief uitzonderlijk: slechts 3,3 procent van alle Europese vissersschepen is langer dan 24 meter. Alleen in Litouwen komt  het aandeel schepen van die lengte ook boven de 10 procent, namelijk 25,7 procent (37 van de 144 schepen).

Ook is het volgens Van Tuinen een drempel dat de subsidie niet beschikbaar is voor rechtspersonen. Een jonge visser moet de subsidie zelfstandig aanvragen, terwijl het in de sector gebruikelijk is dat starters eerst een tijd deelnemen aan een familiebedrijf. 

Scheepsmakelaar ESB Group verkoopt vaartuigen voor prijzen tussen de 75.000 en 550.000 euro. De negen vissersschepen die met de subsidie zijn gekocht, kostten gemiddeld 400.000 euro.

‘Het komt beslist niet heel vaak voor dat er vissers van buiten de sector een eigen schip kopen,’ zegt Arie Mol, sector- en dataspecialist visserij bij de Wageningen Economic Research. ‘Het is meestal toch een kwestie van familiebedrijven waarbinnen de opvolging gezocht wordt.’ 

De Brusselse visserslobbyorganisatie Europeche heeft algemenere kritiek op de beschikbare EU-subsidies voor vissers. Volgens beleidsadviseur Rosalie Tukker is er ‘te veel bureaucratie en veel controle’, waardoor vissers ‘gefrustreerd’ en ‘ontmoedigd’ raken.

Slechts een kleine ondersteuning

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) erkent via een woordvoerder dat de voorwaarden ‘beperkend [zijn] voor de Nederlandse jonge vissers’: ‘Bij de onderhandelingen over deze verordening heeft Nederland geprobeerd om de lengte van het vaartuig eruit te halen, omdat veel jonge vissers in Nederland een grotere kotter overnemen. Maar dat is niet gelukt,’ aldus de woordvoerder. 

Het ministerie LNV geeft nog een mogelijke verklaring waarom de subsidie niet wordt gebruikt: gedeeltelijk eigenaarschap mag niet. Daardoor komen jonge vissers die samen met familieleden in een bedrijf zitten niet aanmerking.

Dit was ook het grootste probleem bij de zuiderburen. In Vlaanderen was voor jonge vissers in de periode 2014-2019 een bedrag van 350.000 euro beschikbaar, waarvan de helft uit de EU-begroting komt. Die pot is nog volledig onaangeroerd. ‘De subsidie is in Vlaanderen nog niet uitgekeerd doordat in de Europese verordening sprake is dat de ‘jonge visser’ een natuurlijk persoon moet zijn,’ aldus een woordvoerder van Vlaams minister van Landbouw en Visserij Hilde Crevits. ‘In Vlaanderen werkt men in de visserijsector onder vennootschapsvorm, dus kan die voorwaarde niet ingevuld worden.’

Geen mens wil meer van zondagnacht tot vrijdagavond van huis af zijn. De meesten willen een sociaal leven 

Het Nederlandse ministerie noemt het maximum-bedrag van 75.000 euro ‘slechts een kleine ondersteuning’. Daarom is het voor het ministerie ‘geen grote verrassing dat er relatief weinig begunstigden zijn,’ aldus de LNV-woordvoerder. ‘Tegelijk wilden we degenen die aan de voorwaarden voldoen, deze mogelijkheid niet ontnemen. Bovendien is er sprake van vergrijzing in de visserijsector en vroeg ook de Tweede Kamer destijds om gebruik te maken van de jongevissersregeling.’

RVO heeft de meeste persoonsgegevens van de ontvangers van de subsidie geanonimiseerd, maar Follow the Money slaagde er in een van de ontvangers te spreken te krijgen. Deze visser wilde dat echter alleen op basis van anonimiteit doen, want: ‘de vissersgemeenschap is een klein wereldje’. ‘Het duurt erg lang voor je de subsidie hebt en de aanvraagprocedure was ingewikkeld,’ steekt de visser van wal. ‘Ik heb een adviseur in de hand genomen, die kost 25 procent van het aangevraagde geld, dus dat ben je alweer kwijt.’

Hij had echter geen principiële bezwaren tegen de voorwaarden, die ook omvatten dat aanvragers minimaal vijf jaar visserij-ervaring moeten hebben en dat hun papieren op orde zijn. ‘Anders zou iedereen er maar gebruik van kunnen maken, toch?’

De jonge visser benadrukt echter dat de kosten van een vissersboot lang niet het enige obstakel is dat jongeren ervan weerhoudt om het vak in te gaan. ‘Er is heel veel jeugd die niet meer wil vissen. Geen mens wil meer van zondagnacht tot vrijdagavond van huis af zijn. Soms ben je ook gewoon twaalf dagen weg. De meesten willen gewoon ’s avonds thuis zijn en een sociaal leven hebben. Je kan je vrienden ’s avonds niet bezoeken doordeweeks. Je moet het echt leuk vinden. Het moet je passie zijn. Je moet er een hoop voor laten.’

Moeilijk koers bepalen

Het vissersvak is niet iets waar je als buitenstaander zomaar even in rolt. Daar wijst ook Durk van Tuinen van de Nederlandse Vissersbond op. ‘Het is een manier van leven,’ zegt Van Tuinen. ‘Je moet de starters vinden binnen de sector: een zoon of familielid.’

Onlangs werden vissers er weer aan herinnerd hoe gevaarlijk hun beroep kan zijn, toen de lichamen van twee vissers uit Urk werden gevonden in de stuurhut van hun gezonken schip.

Sarah Verroen is beleidsmedewerker van Visned, dat zichzelf ‘de spreekbuis van de Nederlandse kottervissers’ noemt. Ze benadrukt in een e-mail aan Follow the Money dat de goede resultaten van de afgelopen jaren ook dienen als buffer voor de toekomst. ‘De opbrengsten in het grotere segment zijn vooral te danken aan de pulsvisserij, maar nu, met het pulsverbod, ligt een terugval in het verschiet, tenzij er een alternatieve vismethode wordt ontwikkeld. Ook in de garnalen zie je grote schommelingen waarbij hele goede jaren en hele slechte jaren elkaar afwisselen,’ zegt Verroen.

‘De goede jaren voor de grotere kottervloot sinds 2015, met dank aan puls, zijn grotendeels benut om aflossingen te doen en investeringen in onderhoud van materiaal en schepen, wat in tien jaar ervoor waarin het resultaat negatief was, is blijven liggen,’ zegt ze.

Wageningen-expert Mol voegt toe dat er veel onzekerheid heerst in de sector over nieuwe Europese regels en andere omstandigheden waar ze weinig invloed op hebben.

‘Er komt heel veel op de vissers af: de aanlandplicht, de puls, Brexit en de windparken. Het is voor een visser gewoon heel moeilijk om koers te bepalen, om maar even in vakjargon te blijven,’ aldus Mol. De onderzoeker betwijfelt echter of er echt een sterke mate van vergrijzing is in de sector. ‘Visser is toch wel een vrij zwaar beroep waar je op jonge leeftijd mee begint,’ zegt hij. Volgens Mol stoppen de meeste vissers uiterlijk als ze in de veertig zijn.

Data van ‘lage betrouwbaarheid’

Onduidelijk is hoe groot het probleem van vergrijzing in de visserij is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt niet te beschikken over cijfers van vissers per leeftijdsklasse en verwijst naar een dataset op basis van de zogeheten Standaard Bedrijfsindeling (SBI), die informatie geeft over de leeftijdsklasse van werkenden met de overkoepelende SBI-classificatie ‘landbouw, visserij en bosbouw’.

Daaruit blijkt dat de totale hoeveelheid van mensen onder de 35 die in die sectoren werkt, flink is gedaald sinds 2009. Het is echter niet duidelijk welk aandeel het aantal jonge vissers in die daling hebben.

Eurostat heeft wel wat gegevens over leeftijdsopbouw van Europese vissers, maar wie naar de onderliggende data kijkt ziet dat veel gegevens ontbreken. Slechts zes van de achtentwintig EU-lidstaten weten hoeveel vissers er in 2018 waren in de leeftijdsgroep 15 tot 39 jaar. Bij twee van die zes heeft Eurostat dan ook nog eens de waarschuwing ‘lage betrouwbaarheid’ geplaatst. De algemene trend in die zes landen is dat de groep jonge vissers de afgelopen tien jaar daalt in aantal. Bij vier van de zes landen wordt data ouder dan 2016 voorzien van de stempel ‘lage betrouwbaarheid’.

Voor Nederland heeft Eurostat maar voor één jaar data over het aantal vissers tussen 15 en 39 jaar: in 2011 zouden het er 1600 zijn geweest

In Frankrijk steeg het aantal jonge vissers van 11.600 in 2016 naar 13.100 het jaar daarop, maar daalde het weer naar 10.800 vorig jaar. Volgens gegevens van de Franse overheid is in dat land de jongevisserssubsidie 105 keer uitgekeerd. 

Voor Nederland heeft Eurostat maar voor één jaar data over het aantal vissers in Nederland van 15 tot 39 jaar: in 2011 zouden het er 1600 zijn geweest. Of dat klopt is onzeker, want bijna alle cellen in de tabel over Nederland hebben het label ‘lage betrouwbaarheid’.

Geen cijfers, toch vergrijzing

Pas afgelopen zomer verscheen voor het eerst een EU-breed onderzoek waarin per land een inventaris is gemaakt van de verschillende leeftijdsklassen van vissers in Europa. Volgens dit onderzoek telde Nederland in 2017 745 vissers boven de 40 jaar en 952 vissers onder de 40. De jonge vissers zijn in Nederland dus nog altijd in de meerderheid. Europabreed is de groep vissers tot 40 jaar echter wel in de minderheid: 30 procent.

Een historische vergelijking, om te zien of er sprake is van trendmatige vergrijzing – ook nodig om te weten of het EU-beleid om jonge vissers te steunen effect heeft – is door het gebrek aan (betrouwbare) data niet mogelijk. 

De data die er zijn, bij Eurostat, laten geen duidelijke stijgende trend zien van de groep Europese vissers boven de 40: in 2018 waren er minder 40-plussers dan in 2008-2012 en dan in 2017.

Toch zegt de woordvoerder van LNV dat ‘er sprake [is] van vergrijzing in de visserijsector’ en zijn de EU-instellingen van plan om ook in de volgende begrotingsperiode (2021-2027) subsidies beschikbaar te maken voor vissers onder de 40 jaar.

Volgens Sarah Verroen is het probleem vooral dat jonge vissers minder vaak de bestuurlijke leiding hebben in een vissersbedrijf. Ze wijst erop dat vissersschepen tussen de twee en zes bemanningsleden hebben. ‘Vaak zijn de jongeren degenen die aan dek staan en de ouderen op ‘de brug’. In de meeste gevallen maken de bemanningsleden geen kans op bedrijfsovername omdat ze werkzaam zijn aan boord van (andermans) familiebedrijf.'

'Onze inschatting is dat de meeste eigenaren-schippers vijftigplus zijn, waarvan een minderheid opvolging heeft (maar dus wel jongeren aan dek, alleen die kunnen een bedrijf,  overname of eigen start-up, niet bekostigen),' schrijft Verroen.

En de 40-plussers dan?

Voormalig Europarlementariër Alain Cadec is de afgelopen jaren anders gaan kijken naar de subsidie voor jonge vissers, zo blijkt uit een vraag die hij stelde aan de Europese Commissie. De Fransman was in 2013 namens het Europees Parlement naar voren geschoven als coördinator in het visserijdossier. Hij stelde voor dat EU-subsidies beschikbaar zouden moeten zijn voor vissers tot 35 jaar, maar accepteerde in onderhandelingen met de Raad en Commissie dat die leeftijdsgrens opschoof tot 40 jaar.

In 2016 kwam hij kennelijk tot een nieuw inzicht. Zonder te benoemen dat hij bij de totstandkoming van de voorwaarden betrokken was, schreef Cadec in een vraag aan de Commissie dat ‘de wetgever’ had besloten om een leeftijdscriterium in te stellen. ‘Het lijkt echter een drempel op te werpen en veel vissers van ouder dan 40 jaar de mogelijkheid te beroven om voor het eerst een vaartuig aan te schaffen.’ 

Cadec leek dus verbaasd dat het leeftijdscriterium, waar hij zelf voorstander van was, als effect had dat mensen van een bepaalde leeftijd van de regeling werden uitgesloten. Hij vroeg de Commissie om na 2020 een opstartsubsidie voor vissers in te stellen zonder leeftijdscriterium. 

De Commissie heeft dat verzoek naast zich neergelegd. Het Comité der Regio’s, dat namens gemeenten en provincies advies geeft, was wel voorstander van het laten vallen van het leeftijdscriterium, ‘om oudere vissers niet te discrimineren’. De adviezen van het Comité der Regio’s belanden in Brussel echter meestal onderin een la.

Lees verder Inklappen

Eurostat heeft wel data over de totale werkgelegenheid in de visserij. Die laat zien dat het aantal vissers in Nederland sterk is gedaald sinds midden jaren negentig, maar dat die dalende trend sinds 2012 is vervangen door een schommeling.

Geen evaluatie, toch doorgaan

De jongevissersregeling is onderdeel van het veel grotere Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). De Europese Commissie heeft de specifieke regeling over jonge vissers niet laten evalueren, blijkt uit het antwoord op een wob-verzoek van Follow the Money, waarin de Commissie zegt ook geen evaluaties te hebben ontvangen van de lidstaten.

De Europese Commissie wil niet on the record reageren. Wel wil een Commissie-ambtenaar op voorwaarde van anonimiteit enkele vragen beantwoorden. Zij e-mailt dat de gemiddelde leeftijd van vissers ‘blijft stijgen’ (hoewel de ambtenaar in dezelfde mail erkent dat er een gebrek is aan vergelijkbare data). Ook is nog niet duidelijk hoeveel Europese jonge vissers in totaal een subsidie hebben ontvangen, maar volgens ‘vroege schattingen’ hebben 135 jonge Europese vissers van de regeling geprofiteerd. 

De visserijcommissie van het Europees Parlement heeft een extern bureau gevraagd om een algemene evaluatie van de uitvoering van het gehele EFMZV. Daarin wordt kort gerefereerd aan de jongevissersregeling, die de auteurs ‘slecht ontworpen’ noemen. Toch wilde een ruime meerderheid van het Parlement jonge vissers blijven ondersteunen met EU-geld. 

De Europese Commissie stelt voor de periode 2021-2027 een nieuw EFMZV voor, opnieuw met steun voor jonge vissers. De Commissie wil het lengtecriterium nog verder aanscherpen: van maximaal 24 meter naar maximaal 12 meter. De anonieme Commissiebron zegt dat die beperking is toegevoegd omdat bijna driekwart van alle geregistreerde visserijvaartuigen in de EU korter zijn dan 12 meter en het vissers zijn met kleine boten die de meeste moeite hebben om hun aanschaf te financieren.

De Raad van de EU, die met het EFMZV moet instemmen, heeft in zijn onderhandelingsmandaat echter vastgesteld dat de maximale lengte 24 meter moet blijven. Hier is voor Nederland de schade dus beperkt: geen stap vooruit, maar ook geen stap achteruit. Wel is de Raad er nu voorstander van om de voorwaarden zo te verruimen dat ook rechtspersonen de subsidie kunnen aanvragen, zoals Nederland en België willen.

Op 10 december kwamen vertegenwoordigers van Commissie, Parlement en de Raad van de EU bijeen om achter gesloten deuren te onderhandelen over het EFMZV-voorstel. Een Brusselse bron laat op voorwaarde van anonimiteit weten dat steun voor jonge vissers niet aan de orde is gekomen. 

Pas na de jaarwisseling komen de drie EU-instellingen weer bij elkaar om verder te onderhandelen over het visserijfonds. Wat jonge vissers steun betreft zal dit gaan over de specifieke voorwaarden zoals het lengtecriterium. Maar dat er opnieuw een subsidieregeling moet komen voor jonge vissers, ondanks dat er nauwelijks een met cijfers onderbouwde analyse is van de noodzaak, daarover lijken de drie EU-instellingen het nu al eens.

Dit artikel is op 18 december 2019 om 10.00 uur aangevuld met een reactie van Sarah Verroen.

Peter Teffer
Peter Teffer
Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.
Gevolgd door 496 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren