Ingrijpende privacywet op komst: EU-toezichthouder gegevensbescherming Peter Hustinx blikt vooruit [interview]

    Buitenlandse opsporingsdiensten, de Nederlandse Belastingdienst en commerciële Big Data-exploitanten grasduinen in persoonsgegevens. De oude Europese richtlijn uit 1995 die het toezicht regelt, wordt eindelijk vervangen. Peter Hustinx, Hoofd van de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming, richt zijn blik op de vergaande Europese Privacy Verordening.

    Het voornemen van ING om - zo leek het - betaalgegevens van klanten door te verkopen aan externe partijen leidde eerder dit jaar tot een storm van kritiek. Het overheersende gevoel: inzage in het huishoudboekje vormt een te grote inbreuk op de privacy. Geschrokken door het oproer van klanten, de Consumentenbond, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, trok ING het plan snel weer in. De privacy-kwestie zal de ‘megatrend’ Big Data niet remmen. Het verzamelen en samenvoegen van zoveel mogelijk data is de Heilige Graal van marketeers. De Boston Consulting Group voorspelt dat het in 2020 in Europa een economische waarde vertegenwoordigt van bijna 1 biljoen euro.

    Toezichthouder Peter Hustinx

    Overheden laten zich ook niet onbetuigd, bleek uit de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden over de voorheen onnavolgbare werkwijze van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. De Nederlandse Belastingdienst is ook volop aan het grasduinen. Zo wist de fiscus in augustus nog in hoger beroep toegang te forceren tot de klantgegevens van de parkeerdienst SMS Parking.

    M HUSTINX Peter Hustinx

    De Nederlandse jurist Peter Hustinx (69) is als Hoofd van de European Data Protection Supervisor (EDPS) vanuit Brussel bezig om toezicht te houden op de gegevensbescherming bij alle EU-instellingen – van de Europese Commissie tot de tientallen agentschappen en de Europese Centrale Bank. Daarnaast geeft de EDPS advies aan de Raad en het Europees Parlement bij de totstandkoming van wetgeving waar gegevensbescherming een rol speelt. De heetste aardappel momenteel: de nieuwe Europese Privacy Verordening die de gedateerde privacyrichtlijn uit 1995 moet vervangen. Het voorstel is in maart met grote meerderheid aangenomen door het Europees Parlement en gaat nu naar de Raad van Ministers die de Verordening, al dan niet geheel of gedeeltelijk, kunnen aannemen. De inwerkingtreding zal naar verwachting pas in 2017 plaatsvinden. De Europese Privacy Verordening is een stuk ingrijpender dan de verouderde richtlijn.
    Europese Privacy Verordening
    • Boetes tot maximaal 100 miljoen euro of 5 procent van de wereldwijde omzet bij overtreding van de regels
    • Strengere eisen aan de beveiliging van privacygevoelige informatie en een meldplicht (aan de toezichthouder) bij datalekken
    • Expliciete toestemming van klanten vereist zodra bedrijven persoonsgegevens (Big Data) willen verwerken. Klanten moeten deze toestemming ook weer kunnen intrekken
    • NO-NSA clausule: Bedrijven mogen persoonsgegevens niet meer zonder toestemming van de toezichthouder delen met buitenlandse overheden
    • Het 'recht om vergeten te worden' in zoekmachines
    • De verplichting om een Functionaris voor de Gegevensbescherming aan te stellen bij instanties die persoonsgegevens verwerken van meer dan 5.000 mensen in een jaar
      U als Europese toezichthouder, maar ook de nationale toezichthouders, werken met wetgeving die is afgeleid van een richtlijn uit 1995. Is dat nog wel houdbaar in het internettijdperk? ‘Een pak melk dat zuur is, ga je niet opdrinken. Dat doen wij helaas nog wel. De huidige regels in de richtlijn hebben hun houdbaarheidsdatum overschreden. Het was destijds een heel goede stap vooruit om zeker te maken dat alle landen in Europa ongeveer dezelfde maatregelen namen op het gebied van gegevensbescherming. Maar inmiddels 20 jaar later zijn er een aantal dingen gebeurd, zoals het internet, sociale netwerken en mobiele communicatie.’ In de voorgestelde Europese Privacy Verordening is een maximale boete vastgelegd van 5 procent van de geconsolideerde jaaromzet zodra bedrijven zich niet houden aan de nieuwe wetgeving. Wat voor krachten worden er losgemaakt zodra dergelijke boetes worden voorgesteld? ‘We hebben in jaren niet zoveel gelobby gezien, parlementsleden zijn werkelijk gebombardeerd. Er is hele zware druk uitgeoefend door buitenlandse regeringen en Europese en Amerikaanse bedrijven die op het internet in Europa actief zijn. Maar ik merk in de discussie dat er teveel uitgegaan wordt van worst case analyses. Zo zijn er bedrijven die zeggen: je moet dadelijk overal toestemming van klanten voor krijgen zodra we hun data willen gebruiken, dat is het einde van internet. Nou, toestemming is een belangrijk element, maar het is niet altijd nodig. Een bedrijf kan er alleen niet meer van uitgaan dat ze wegkomen met dingen als “stilzwijgende toestemming” of “opt-out toestemming” – er is een hele reeks van woorden die ze daarvoor gebruiken. Dan onderschat je de problematiek ongelooflijk, want als dát toestemming is, dan weet ik bijna zeker dat het niet bindend is. En de volgende dag moet je het kunnen intrekken, daar heeft men helemaal geen rekening mee gehouden.’ In de nieuwe verordening wordt ook het principe van “one-stop-shop” toezicht geïntroduceerd: het land waar de hoofdvestiging van een bedrijf is gevestigd, krijgt de verantwoordelijkheid over het gehele toezicht op dat bedrijf. Hoe ziet dat er dadelijk uit in de praktijk? ‘Het toezicht is dadelijk zo verdeeld dat iedere nationale toezichthouder bevoegd blijft op zijn eigen territorium, maar er komt een lead authority, een one-stop-shop. Er is nu een hele discussie over ontbrand wát dat precies inhoudt. Is de toezichthouder dan enkel het land waar de hoofdvestiging van een bedrijf is gevestigd, of doet hij het samen met anderen?’ De toezichthouder in Ierland krijgt het dan druk omdat daar veel grote tech-bedrijven zoals Google, Facebook en Apple daar hun Europese hoofdkantoren hebben gevestigd. ‘Als zo’n bedrijf daar gevestigd is, wordt dat land de lead. In Ierland zijn veel bedrijven neergestreken die een grote rol spelen op internet, dat zal met de taal en het fiscale regime te maken hebben. Als je die one-stop-shop als een exclusieve operatie ziet – en dat was aanvankelijk toch een beetje de beeldvorming – dan is het zorgwekkend dat er misschien verschil in behandeling zou kunnen zijn in Ierland en andere landen. Gaan de Ieren wat soepeler handhaven? Onze ervaring is dat onze Ierse collega’s hun werk uitstekend doen.’ Maar bij hen staat wel een groot deel van hun BBP op het spel als ze besluiten om een boete van 5 procent van de jaaromzet van bijvoorbeeld Google te geven. Wie kan aangesproken worden op falend toezicht? ‘Dat is één van de vragen die nu in het laatste stadium veel hoofdbrekens kosten. Ik verwacht dat het toezicht in de verordening gebaseerd gaat worden op een vorm van samenwerking waarbij de lead een stevige rol krijgt, maar waar beslissingen van de lead op een of andere manier in een groep genomen worden. Door samenwerking moet voorkomen worden dat er forum shopping gaat plaatsvinden.’ Hoe realistisch is het volgens u dat grote internetbedrijven besluiten om hun hoofdvestigingen uit Europa terug te trekken? ‘Helemaal uitsluiten kun je dat niet, zo is nu eenmaal de wereld, maar het is niet erg realistisch. Bedrijven als Google hebben een sterke aanwezigheid op de Europese markt. Hun verantwoordelijkheid ligt daardoor hier. Zelfs als hun data in werkelijkheid in Jersey of op de Kaaimaneilanden zijn opgeslagen, of in de cloud en nobody knows where, zijn ze aansprakelijk voor de beveiliging. Als een bedrijf – ik ga geen namen noemen - de gegevens opslaat in de cloud, en accepteert dat de provider niet kan zeggen wáár dat is – moeten er wel afspraken gemaakt worden of deze de juiste beveiligingsmaatregelen heeft genomen. Het is volstrekt onverantwoord om zonder nadere bepaling van controls gegevens in de cloud op te slaan, want dan kom je je verantwoordelijkheden niet na. Dan ben je in gebreke. Als de markt zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid dan zal de gegevensbescherming toenemen.’ Wie moet dat verantwoordelijkheidsbesef bijbrengen: de toezichthouder of de markt zélf? ‘Bedrijven moeten het zelf oppakken. In de huidige richtlijnen en toekomstige verordening staat dat het bedrijf de verantwoordelijke is voor naleving: het moet de noodzakelijke maatregelen treffen om te verzekeren dat gegevens worden beschermd. En als zij dat niet doen, moet een toezichthouder er iets aan doen. De nieuwe regels en het nieuwe beleid zijn belangrijk om onachtzaamheid aan te pakken. De nieuwe verordening zal een paar keer hard worden toegepast en dan krijg je: “Waarom krijg ík een boete?” Daarna gaat het zich verspreiden en dan zeggen mensen: het schijnt tegenwoordig zo en zo te moeten gebeuren. Ja, dat was eigenlijk al jarenlang zo, maar dat waren we vergeten. We moeten die olietanker zien te draaien - bedrijven die wel de gouden bergen zien, maar onvoldoende over gegevensbescherming hebben nagedacht.’ *********** Dit is een ingekorte weergave van een interview dat onlangs in Tijdschrift voor Compliance werd gepubliceerd. Het vijfde nummer van 2014 is geheel gewijd aan het thema Compliance en Privacy en gaat onder meer over de Big Data trend en gegevensbescherming. Klik hier voor een abonnement of proefnummer.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 937 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren