Onderzoek naar onafhankelijkheid en integriteit binnen de Rotterdam School of Management (RSM) legt risico's voor de wetenschappelijke integriteit bloot en wijst op een gebrek aan vrijheid om die te bespreken. Het bestuur van de Erasmus Universiteit benadrukt echter ‘verheugd’ te zijn ‘dat er geen directe invloed is van het bedrijfsleven op het onderwijs of wetenschappelijke onderzoeken van de RSM.'

    De oppositiepartijen willen een nieuw debat over de afschaffing van de dividendbelasting. De onderbouwing van deze belastingmaatregel – die Nederland 1,4 miljard euro per jaar zal kosten – is flinterdun en blijkt gestoeld te zijn op een dubieus onderzoeksrapport van de Rotterdam School of Management (RSM), een faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Follow the Money onthulde vorige week hoe dat onderzoeksrapport, met de titel Wederzijds Profijt, al sinds 2009 door werkgeversorganisatie VNO-NCW wordt gebruikt in de lobby voor lastenverlichting. 

    Shell, Unilever, Akzo Nobel, DSM en Philips waren in het geheim mede-opdrachtgever van het RSM-onderzoek dat door Shell werd betaald, alleen werkgeversorganisatie VNO-NCW stond als zodanig vermeld. Deze overtreding van de Gedragscode Wetenschapsbeoefening kwam in mei 2017 aan het licht dankzij het onderzoek van Changerism, een denktank onder leiding van Vatan Hüzeir, promovendus aan de EUR en milieuactivist. Hüzeir diende in november een tuchtklacht in tegen een van de auteurs van het rapport, RSM-hoogleraar strategisch management Henk Volberda, vanwege vermeende schending van de wetenschappelijke integriteit. De zaak is in behandeling bij de integriteitscommissie van de EUR.  

    Het Changerism-onderzoek openbaarde ook dat de RSM overeenkomsten heeft gesloten met Shell en de ING. Daarin staat dat deze bedrijven het curriculum van de RSM mogen beïnvloeden. 

    De bevindingen van Changerism waren aanleiding voor Kamervragen van SP-Kamerlid Sandra Beckerman en een Tweede Kamerdebat over ‘de banden tussen de fossiele industrie en universiteiten’. De RSM ontkende in eerste instantie de aantijgingen van Changerism en noemde hun rapport ‘tendentieus, vooringenomen, feitelijk onjuist en beneden academische standaard’. Ook bestempelden ze de beschuldigen aan het adres van Volberda als 'ongefundeerd'. De ‘maatschappelijke en politieke discussie die ontstond’ noopte het College van Bestuur (CvB) van de EUR echter een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen. Die commissie, onder leiding van emeritus hoogleraar strafrecht Gerard Mols (commissie-Mols), publiceerde afgelopen donderdag, zes uur na de FTM-publicatie over de rol van het Wederzijds Profijtrapport in de belastinglobby, haar bevindingen over de banden tussen de RSM en het bedrijfsleven.

    Ongelukkige formulering

    De commissie wijst op het belang van de relatie tussen universiteiten en het bedrijfsleven voor kennisuitwisseling en voor 'valorisatie', de toepassing van wetenschappelijke kennis in de praktijk. Belastinggeld dat besteed wordt aan wetenschappelijk onderwijs en onderzoek moet via valorisatie weer naar de samenleving vloeien — door te zorgen voor economisch en maatschappelijk nut. 

    De cultuur binnen de RSM bereidt de studenten voor op de cultuur van het grootbedrijf

    De commissie bespreekt uitgebreid de historie van de RSM en wijdt uit over het belang van contacten met het bedrijfsleven. Voor het verrichten van onderzoek, om studenten 'al tijdens de studie kennis te maken met potentiële werkgevers', en ook vanuit financieel oogpunt. 'Prestige en reputatie bepalen in hoge mate het collegegeld dat aan de studenten kan worden gevraagd.'

    De commissie schrijft: ‘De vanzelfsprekende gerichtheid van RSM op het internationale bedrijfsleven, heeft een specifieke bedrijfscultuur tot gevolg. Staf en studenten gaan mee in de ondernemerszin, flexibiliteit, mobiliteit, internationale oriëntatie en statuur van de corporate world.’ De cultuur binnen de RSM bereidt de studenten voor op de cultuur van het grootbedrijf. Dat is ook wat de business school beoogt. De banden tussen universiteit en bedrijfsleven kunnen echter ook te nauw worden. Daarvan is sprake wanneer de integriteit en onafhankelijkheid van het onderwijs en onderzoek in het geding komen. De belangrijke opdracht voor de commissie-Mols was dan ook om vast te stellen of daar sprake van is. 

    Wat betreft onderwijs was het antwoord van de commissie kort maar krachtig: er zijn geen aanwijzingen gevonden van daadwerkelijke beïnvloeding door Shell op het onderwijsprogramma. ‘De contracten zijn ongelukkig geformuleerd [maar] hebben er niet toe geleid dat deze bedrijven invloed hebben gehad op het onderwijsprogramma of op het profiel van de studenten of inzage in hun CV's hebben gekregen.’ Wel schrijft de commissie: ‘Via de gastcolleges kan het bedrijf invloed uitoefenen op het geboden onderwijs.’ Maar de ‘kwaliteit en integriteit’ worden ‘adequaat geborgd’ omdat de inhoud ‘tevoren wordt afgestemd met de docent dan wel de wetenschappelijk programma directeur’. 

    Commissievoorzitter Mols licht telefonisch toe: ‘Als het goed is hebben die gastcolleges enige invloed op de kennis en kunde van de studenten. In zoverre is er altijd sprake van een zekere mate van beïnvloeding. Anders hoef je ook geen onderwijs te geven.’ Hij vertelt dat de commissie alle notulen van de externe adviesraad — waarin vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zetelen — van de afgelopen vijf jaar heeft gelezen. Het gaat in die notulen over strategie en marktontwikkelingen. ‘Dat is allemaal prima — goed advies van die bedrijven. Er wordt niets gezegd met de strekking "gij zult het curriculum zus en zo inrichten”.’


    Gerard Mols

    "Er is bij de RSM weinig kennis aanwezig over het juridisch karakter van overeenkomsten"

    Wel zegt hij: ‘Er is bij de RSM weinig kennis aanwezig over het juridisch karakter van overeenkomsten en wat je er vooral in moet zetten en wat vooral niet.’ Hij vult aan: ‘Dat is een beetje amateuristisch, lijkt mij.’

    De betreffende overeenkomsten hingen tot voor kort, ingelijst en wel, aan een wand op de derde verdieping van het faculteitsgebouw, maar zijn inmiddels van de muur gehaald. Dat is ergens in de afgelopen weken gebeurd zegt RSM-woordvoerder Marianne Schouten tegen FTM.   ‘De afspraken met ING waren al verlopen en het contract met Shell is inmiddels aangepast aan de bevindingen van de commissie Mols.’

    Bagatelliseren van conclusies 

    Op basis van de deelconclusie over het onderwijs schrijft het CvB van de EUR in zijn officiële reactie: ‘Het CvB is verheugd dat de commissie heeft geconcludeerd dat er geen directe invloed is op het onderwijs of de wetenschappelijke onderzoeken van RSM door het bedrijfsleven.’ De communicatieafdeling van de RSM kopte op zijn website: ‘Geen directe invloed bedrijfsleven op het onderwijs en onderzoek RSM.’ ‘De faculteit heeft de procedures en protocollen op orde, maar aanscherping van de werkwijze en meer transparantie is wel relevant.’ RSM-decaan Steef van de Velde, die de auteurs van het Wederzijds Profijtrapport vorige week nog verbood met FTM te praten, belooft de aanbevelingen van de commissie-Mols ter harte te nemen. ‘Dit past ook allemaal in het kader van onze in mei vorig jaar aangekondigde nieuwe missie,’ zegt hij. Die luidde: ‘RSM – a force for positive change in the world’.

    De CvB van de EUR en RSM-decaan Van der Velde bagatelliseren zo de conclusies van de commissie-Mols. Die schrijft namelijk: 'De commissie is bij RSM verschillende omstandigheden tegengekomen die een mogelijk risico vormen voor de integriteit van de wetenschapsbeoefening.' 

    Mols zegt hierover tegen Follow the Money: ‘De kop van het persbericht is op zichzelf juist.’ Op de formulering wil hij niet verder ingaan. ‘U vindt het vast niet erg als ik niet in de interne verhoudingen ga treden.’ 

    Verder zegt hij: ‘De stelling "Shell bepaalt hier het curriculum", is uit ons onderzoek niet waar gebleken.’ De commissie heeft ‘op basis van wat wij gezien hebben in de contracten — en dat waren er heel wat’ geen ‘overdracht van de autonomie op het gebied van wetenschappelijk onderzoek’ vastgesteld. ‘Maar als het gaat om nevenwerkzaamheden: daar kunnen wij geen oordeel over geven omdat we dat gewoon niet gezien hebben.’

    De commissie signaleert risico’s rond nevenactiviteiten bij de RSM

    Mols schept helderheid over wat precies onderzocht is en wat niet: ‘Als wij integriteitsschendingen zouden tegenkomen, dan zouden we die vermelden. Wij zijn niet op zoek gegaan naar schendingen van de wetenschappelijke integriteit. Dat was uitdrukkelijk uitgesloten van onze opdracht.’ De commissie heeft dus geen specifieke onderzoeken bestudeerd om na te gaan of er sprake was van integriteitsschending. ‘Wij hadden de opdracht om na te gaan of er sprake was van risico's op het terrein van wetenschappelijk onderwijs of onderzoek. Wij hebben de risico's geïnventariseerd en die hebben we duidelijk aangegeven.’ 

    Het CvB van de EUR en de RSM trekken dus stevige conclusies over de afwezigheid van corporate influence bij RSM-onderzoeken, terwijl dat niet grondig onderzocht is door de commissie.

    Nevenwerkzaamheden

    De commissie signaleert risico’s rond nevenactiviteiten bij de RSM. ‘Een aantal stafleden had nevenwerkzaamheden niet vermeld en het is de commissie voorts gebleken dat het enige tijd heeft geduurd en er nogal wat aandrang nodig was om de lijst te completeren. Die lijkt overigens nog niet compleet te zijn.’ Mols geeft FTM een voorbeeld waarbij een consultancy-opdracht werd gemeld maar ‘er geen bedragen worden genoemd die daarmee gemoeid waren.’ 

    ‘De commissie heeft [ook] geen zicht kunnen krijgen op de aard en de omvang van de consultancywerkzaamheden door individuele stafleden als natuurlijke personen. En daarmee kan de commissie niet uitsluiten dat er niet toegestane nevenwerkzaamheden zouden kunnen plaatsvinden.’ De commissie concludeert: ‘Door niet vermelden kan geen toezicht worden gehouden op mogelijke tegenstrijdige belangen.’ Dat vormt ‘een risico voor de wetenschappelijke integriteit.’

    De commissie bekritiseert daarnaast een regeling die toelaat dat hoogleraren en docenten betaalde nevenwerkzaamheden verrichten zonder gekort te worden op het salaris. ‘Een dergelijke faciliteit kan ten koste gaan van de tijd die wordt besteed aan het reguliere werk voor de universiteit. Hierbij kan de doelmatigheid van de inzet van publieke middelen in het geding komen.’ De commissie pleit voor transparantie op dit gebied om te voorkomen dat individuen ‘zich focussen op primair zeer lucratieve activiteiten, hetzij verleid worden tot het relativeren van de aan de wetenschapper te stellen normen op het terrein van de wetenschappelijke integriteit.’

    De BV’s van de EUR

    De commissie-Mols bespreekt voorts de ‘ingewikkelde organisatiestructuur’ van de RSM. ‘Het is niet altijd duidelijk waar precies taken en verantwoordelijkheden liggen. Dat komt mede doordat er sprake is van een RSM Faculteit met daarnaast een RSM BV en ook nog een EUR Holding BV.’

    Het wordt ‘aanlokkelijk gemaakt’ om met speciale arrangementen werkzaamheden te verrichten

    Het is voor medewerkers van de RSM mogelijk om te ‘switchen’ tussen juridische structuren, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. Ze kunnen bijvoorbeeld een deel van hun werkzaamheden verrichten binnen de EUR Holding BV, die volgens de commissie ‘zijn onttrokken aan het reguliere toezicht binnen de faculteit’. Binnen de RSM BV en de EUR Holding BV wordt de Gedragscode Wetenschapsbeoefening volgens de commissie niet zonder meer toegepast. ‘Dat vormt naar het oordeel van de commissie een zeker risico voor wetenschappelijk integer handelen.’

    Ook wordt het ‘aanlokkelijk gemaakt’ om met speciale arrangementen werkzaamheden te verrichten via de BV’s. ‘Dit is een onduidelijke en weinig transparante situatie.’ Vakgroepvoorzitters mogen tot 50.000 euro contracten aangaan met het bedrijfsleven; contracten die ‘moeilijk zijn terug te vinden’. ‘Het is de commissie gebleken dat er geen centrale registratie bestaat van alle met derden gesloten contracten.’

    De commissie schrijft dat binnen de RSM-faculteit voldoende regels en procedures bestaan. Het is echter van belang dat ‘dezelfde regels en procedures ook onverkort gelden voor RSM BV en de BV’s onder de Holding BV.’

    Mols licht telefonisch toe: ‘De organisatiestructuur is zodanig dat de free-riders die zijn aangesteld op de faculteit ook in de holding kunnen werken. En het zicht op wat daar gebeurt is niet heel duidelijk. Dat moeten ze echt veranderen.’

    Het CvB van de Erasmus Universiteit Rotterdam kondigt aan een onafhankelijke adviescommissie in te stellen die met concrete adviezen moet komen om de problemen met deze complexe organisatiestructuur op te lossen. 

    Mols vindt dat verstandig. ‘Wij hebben gezegd: als je dit doet, kom je op het goede spoor. Als men dat niet doet, ja, dan zou je mogelijk over twee jaar weer een groot probleem hebben. Dat wil je dus niet.’

    "Je moet zorgen dat er een cultuur is waarin mensen zich vrij voelen elkaar aan te spreken"

    Cultuur

    Een derde punt dat de commissie-Mols aankaart is ‘de cultuur binnen de instelling.’ ‘De commissie heeft de indruk gekregen dat de relatieve autonomie van, meer in het bijzonder senior, hoogleraren kan bijdragen aan een cultuur waarbinnen stafleden niet de vrijheid voelen om zich te uiten over wetenschappelijke integriteit.’ De commissie beveelt daarom aan om een eerder aangekondigde cultuuromslag voor een open en kritische dialoog ‘stevig door te zetten’. Die cultuuromslag werd vijf jaar geleden aangekondigd, nadat PwC soortgelijke conclusies trok naar aanleiding van een integriteitskwestie binnen de RSM: in 2012 werd hoogleraar Consument en Samenleving Dirk Smeesters ontslagen vanwege wetenschappelijke fraude. 

    Mols: ‘Je moet zorgen dat er een cultuur is waarin mensen zich vrij voelen elkaar aan te spreken op mogelijke schendingen van wetenschappelijk integriteit of een potentieel risico dat er iets fout dreigt te gaan. In zo'n cultuur wil je werken. Dat is een betere garantie voor wetenschappelijk integer handelen dan iedereen een verklaring laten ondertekenen dat je de gedragscode kent. Dat werkt gewoon niet. En dus hebben wij gezegd dat PwC zinvolle zaken benoemt.’

    RSM-decaan Van de Velde beaamde gisteren in een interview met Erasmus Magazine dat ‘cultuur niet alleen regeltjes’ is. Hij zegt echter ook dat de aanbevelingen van PwC al grotendeels zijn doorgevoerd. ‘Een hele belangrijke aanbeveling was om na te denken over een common purpose. Dus we hebben een nieuwe missie gecreëerd – a force for positive change – waar we heel trots op zijn en die ook veel steun geniet binnen de faculteit.’            

    Het CvB draagt in zijn reactie de RSM-decaan echter op ‘te rapporteren over [..] de implementatie van de aanbevelingen over de cultuur, en om een actieplan op te stellen voor de aanbevelingen die mogelijk nog niet zijn opgepakt. Het CvB zal de voortgang van de implementatie monitoren.’   

    Van de Velde erkent  tegen Erasmus Magazine: ‘Het rapport geeft aanleiding om eens te kijken naar welk consultancywerk we wel en niet moeten ondernemen.’ Die activiteiten zijn volgens Van de Velde een blind spot geweest. ‘We hebben dat nooit als een nevenwerkzaamheid gezien, maar als onderdeel van onze reguliere taak. Wij moeten dat nu registreren als nevenactiviteit.’

    De brief van Wientjes

    Wat tenslotte opvalt, is de aandacht die de commissie vraagt ‘voor het verschijnsel van de side-letter waarin zaken worden geregeld buiten het contract om’. De commissie-Mols schrijft: ‘Gelet op de vertrouwelijkheid waarmee de contracten nog al eens worden omgeven, kan de commissie, alhoewel haar geen side-letters zijn aangeboden, niet uitsluiten dat zij bestaan. Dergelijke brieven zijn in strijd met de aan de academie gewenste transparantie.’

    De commissie Mols heeft het Wederzijds Profijtrapport van professor Volberda niet bekeken

    Mols doelt hier in algemene zin op het verschijnsel van niet-officiële brieven met afspraken die buiten de openbare contracten worden opgesteld en ‘in een la verdwijnen’. 

    De commissie Mols heeft het Wederzijds Profijtrapport van professor Volberda niet bekeken. ‘In de kwestie Volberda is een aparte commissie [de integriteitscommissie van de EUR, red] gericht aan het werk gegaan op basis van een specifieke klacht. Dat behoorde niet tot onze competentie en daar hebben wij ons dus ook niet over uitgelaten.’

    Het rapport doet daarom ook geen uitspraken over ‘de brief van Wientjes' die in de opdrachtbevestiging van het Wederzijds Profijtrapport staat genoemd. VNO-NCW, Shell en de andere vier bedrijven verwijzen daarin naar een brief waarin VNO-NCW voorzitter Wientjes bedrijven vraagt om hun medewerking en een bijdrage in de kosten voor het onderzoek.

    ‘Daar moet je als onderzoeker eigenlijk van uit de buurt blijven,’ zei hoogleraar onderzoeksmethodologie Bernard Veldkamp vorige week hierover tegen FTM. Als wetenschapper hoor je immers je onafhankelijkheid te bewaken en mogelijke ‘bias’ te allen tijde te beperken. VNO-NCW, maar ook de RSM weigert om die brief met Follow the Money te delen. We blijven onverminderd zoeken naar deze brief, die wellicht nog ergens in een la ligt.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 1190 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Volg Thomas Bollen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Wetenschap op bestelling

    Gevolgd door 326 leden

    Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwonge...

    Volg dossier