Eurocrisis: hervormingen alleen zijn niet voldoende

    Het beleid van Merkel koerst op 'gleichschaltung' van de eurozone economieën. Die moeten hervormen om structurele economische groei mogelijk te maken. Hervormingen als tovermiddel voor de crisis? Sommige zijn onvermijdelijk, maar hervormingen alléén lossen de fundamentele economische problemen niet op, zegt onze redacteur Jean Wanningen.

    'Hervormen, hervormen, hervormen,' zo luidt het Brusselse mantra dat wordt uitgedragen door het triumviraat trojka, bestaande uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie (EC), de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationale Monetaire Fonds (IMF).  Met 'hervormen' wordt dan een keur aan maatregelen bedoeld, zoals: het verminderen van de regeldruk zowel bij het opstarten van nieuwe ondernemingen als bij bestaande ondernemingen; aanpassingen van de arbeidsmarkt, dat in de praktijk vooral betekent dat de huidige rechtspositie van werknemers verslechtert, met name waar het gaat om ontslagbescherming en ww-duur; beëindiging allerlei 'beschermde' beroepen (het moet makkelijker worden om tot een bepaalde beroepsgroep toe te treden); aanpassing van de pensioenen, dat in de praktijk neerkomt op verhoging van de pensioenleeftijd en lagere pensioenuitkeringen.

    Doel

    Het doel van deze hervormingen is enerzijds om de concurrentiepositie van de landen te verbeteren, zodat bedrijven van die landen beter bestand zijn tegen de moordende mondiale concurrentieslag. Anderzijds hebben ze tot doel om de verschillende eurozone economieën meer naar elkaar toe te laten convergeren. Een aantal van deze maatregelen zijn voor sommige landen echt heel hard nodig, waarbij met name Frankrijk en Italië – in omvang de nummers twee en drie van de eurozone economie – niet onvermeld mogen blijven. De ironie is echter, dat juist de Franse president François Hollande een grote broek aantrok tijdens de 'onderhandelingen' met Griekenland, maar zelf nog nauwelijks iets heeft gedaan in eigen land om de noodzakelijke hervormingen daar door te voeren. Ik heb het al eens eerder gezegd: met welk recht leest Hollande de Grieken de hervormingsles?
    Frankrijk en Italië tonen om voor de hand liggende redenen begrip voor de Grieken
    Dit verklaart meteen zijn coulante houding ten aanzien van de Grieken. Hollande toonde begrip voor de Griekse eis om een minder stringent austerity beleid te voeren. Hij werd daarin vanzelfsprekend onmiddellijk bijgevallen door zijn Italiaanse collega Matteo Renzi, die net als Hollande de bui al voelt hangen: na Griekenland, Portugal en Spanje zijn hun landen aan de beurt.

    Norm

    Het lijkt er op dat het Duitse austerity model de norm wordt voor de rest van de eurozone, althans daar heeft het alle schijn van. Maar er zit wel een klein addertje onder dat Duitse gras. De Fransen en de Italianen willen dat alle schulden van de eurozone landen worden gedeeld, zoals de bankschulden ook gedeeld worden door de bankenunie. Ook willen Hollande en Renzi 'Europese' werkloosheidsverzekeringen. Lees: wij  kunnen straks betalen voor de Franse werkloosheid, die intussen op recordhoogte staat. Daar komt tenslotte nog bij, dat Frankrijk telkens uitstel krijgt van de EC om haar begrotingstekort binnen de 3 procent van haar bbp te houden. Met andere woorden: uiteindelijk betaalt Noord-Europa tóch de rekening van Latijns-Europa en dat stimuleert die landen niet echt om de noodzakelijke hervormingen alsnog door te voeren. Ik moet dat nog zien gebeuren, temeer daar er in 2017 weer verkiezingen aankomen in Frankrijk én in Duitsland. Dat belooft dus een spannend jaar te worden voor de eurozone.
    2017 belooft een spannend jaar te worden voor de eurozone
    Hoewel ik voorstander ben van bepaalde hervormingen – bijvoorbeeld het wegnemen van bureaucratische regeldruk voor ondernemers, het wegnemen van barrières bij bepaalde beroepsgroepen en een kleinere overheid – meen ik dat we voorzichtig moeten zijn met te snelle invoering van stringente  hervormingen van de arbeidsmarkt. Als mensen gemakkelijker ontslagen kunnen worden, moeilijk aan een vaste baan kunnen komen of uit de markt geconcurreerd worden door de import van goedkope arbeid uit Oost-Europese landen, dan zal dat hun vertrouwen in hun toekomst bepaald niet verbeteren. Dit zal een negatieve invloed hebben op hun consumentenbestedingen, om over de invloed op het prijspeil van de koopwoningmarkt nog maar te zwijgen.

    Tweedeling

    In discussies met euro-hervormingsfetisjisten krijg ik vaak de indruk dat zij punaises poetsen, maar de kist vergeten. Men focust zich eenzijdig op de noodzaak van die hervormingen zónder eerst de volledige analyse van de problematiek te hebben gemaakt.  Zo gaat men er doorgaans aan voorbij dat de structuur van de huidige eurozone een belangrijke oorzaak is van de thans ontstane economische divergentie tussen eurozone lidstaten. De eenheidsmunt heeft niet voor convergentie gezorgd, maar juist voor grotere economische verschillen tussen de eurolanden. De euro is voor een land als Griekenland veel te duur en voor een land als Duitsland te goedkoop. De tweedeling Noord en Zuid heeft daardoor al geleid tot een 'neuro-zeuro' discussie: een aparte euro voor Noord en een voor Zuid.
    De rigide structuur van de eurozone versterkt de verschillen tussen eurolanden
    In mijn optiek zorgt juist die rigide structuur van de eurozone voor het in stand houden van de grote verschillen tussen de eurolanden. Elk weldenkend mens zou dan die oorzaak adresseren, maar dat gebeurt niet omwille van politieke redenen: der euro muss sein.  Consequentie daarvan is wel, dat de zwakke eurolanden de koers van de euro, alsmede het begrotingsbeleid – en daarmee het bestuur van de eurozone, inclusief het monetaire beleid van de ECB –  gaan bepalen. Van de oorspronkelijke gedachte van het Verdrag van Maastricht – een sterke euromunt, geen bail outs van eurolanden en een onafhankelijke ECB – is niets meer overgebleven. En hetzelfde geldt voor het Stabiliteits- en Groei Pact (SGP) uit 1997 en alle convergentie Pacten die daarna zijn afgesproken. Die zijn weinig méér waard dan het papier waarop zij gedrukt staan. Wat heb je aan internationale afspraken als die toch niet nagekomen worden?

    Realiteit

    De realiteit van vandaag is dat de euro flink in waarde is gedaald ten opzichte van bijvoorbeeld de US-dollar. De actuele koers schommelt rond de €1,08 voor de dollar, waar die eigenlijk €1,29 zou moeten zijn. Sommige analisten verwachten zelfs een verdere daling naar par, dat wil zeggen dat de koers van de US-dollar en de euro aan elkaar gelijk zijn. Wellicht streven VS en EU naar een bestendige EUR/USD koers van par om hun valuta-risico's naar de toekomst toe te minimaliseren; nadeel is de daling van de binnenlandse koopkracht voor bijvoorbeeld Nederland en Duitsland. Landen, die toch al niet uitblinken in overmatige consumenten bestedingen. De koopkracht in ons land kachelt al vijftien jaar achteruit, aldus DNB. 'Toevallig' even lang als dat de euro bestaat.
    Sterke eurolanden profiteren juist het meeste van een zwakke euro
    'Een zwakke munt is goed voor de export' is het argument dat doorgaans gebezigd wordt om de zwakke munt te verdedigen. Maar welke landen profiteren daar het meeste van? De landen met kwalitatief hoogwaardige producten, zoals Duitsland. Ook dat vergroot dus weer de verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke eurolanden. Overigens exporteren Nederland en Duitsland steeds meer naar landen buiten de eurozone. Het CBS kwam deze week met cijfers naar buiten waaruit bleek dat de hoogste exportgroei van ons land naar niet-eurolanden is gegaan.  Zie onderstaande grafiek: Grootste-toenames-export-van-Nederlandse-makelij-2005-2015-jan-tm-mei-in-beide-jaren-15-07-31Dit gegeven maakt de noodzaak van de huidige structuur van de muntunie nóg minder. Ook al blijven onze belangrijkste exportlanden vooralsnog Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk, de trend is duidelijk. Niet EU-landen als China, Brazilië, Singapore en zelfs Turkije worden steeds belangrijker afzetgebieden voor de Nederlandse export.

    TMS

    De Duitse exportindustrie profiteert uiteraard het meeste van de zwakke euro, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de Duitse dienstensector, die vooral gericht is op de binnenlandse economie, steen en been klaagt over die zwakke munt. Ook binnen eurolanden zorgt de eenheidsmunt voor een tweedeling. Maar áls de uiteindelijke conclusie is dat Duitsland onder leiding van Merkel ten koste van alles de euro als eenheidsmunt wil behouden, dan zit er maar één ding op om het economische evenwicht tussen de eurolanden te herstellen: creëer een systeem dat binnen het europact voor de broodnodige monetaire flexibiliteit zorgt. En dan komen we uit bij The Matheo Solution (TMS) van André ten Dam. Het alternatief is een permanente transferunie van Noord naar Zuid, ook al slagen de zuidelijke landen erin die 'noodzakelijke hervormingen' door te voeren. De structurele economische verschillen tussen de eurolanden worden daarmee immers niet weggenomen: Duitsers produceren efficiënter dan Fransen en Italianen, en bovendien met kwalitatief betere producten.

    Conclusie

    De conclusie luidt dan ook dat hervormingen alleen geen oplossing vormen voor de onderliggende structurele verschillen. Er is méér nodig voor een min of meer convergente muntunie en dat is het toevoegen van monetaire flexibiliteit binnen het vaste euro-systeem,  zodat landen met een te hoog tekort (tijdelijk) de koers kunnen aanpassen om het evenwicht te herstellen. Het alternatief is betalen voor Zuid, en wel op permanente basis. Het is de vraag of de solidariteit van de noordelijke belastingbetaler hoog genoeg is om die prijs te betalen. Iets zegt mij dat dit niet het geval zal zijn.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 231 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren