Paul Tang op Eurofi, Wenen, september 2018 Beeld via Twitter
© Twitter

    De grootste spelers binnen de Europese financiële sector betalen enorme bedragen voor een halfjaarlijks onderonsje met Europese politici, ambtenaren en toezichthouders. Het doel: de klokken met elkaar gelijk zetten. Welkom op Eurofi, waar je met geld invloed kunt kopen.

    Een belangrijke les die velen uit de financiële crisis trokken, is dat beleidsmakers, toezichthouders en financiële instellingen beter niet te veel bij elkaar op schoot moeten zitten. Te innige samenwerkingsverbanden zouden leiden tot vertroebeling van het zicht op de problemen en risico’s in de financiële sector. Mede om die reden trok voormalig minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën in 2013 de stekker uit het publiek-private samenwerkingsplatform Holland Financial Centre, dat was opgericht om de Nederlandse financiële sector zo goed mogelijk in de markt te zetten. Zoals hij destijds in het tv-programma Buitenhof zei: ‘Ik kijk daarnaar als een relatieve nieuwkomer op dit terrein en ik vraag mij af: waarom dit soort vermenging van rollen en verantwoordelijkheden?’

    Dezelfde vraag stelde Dijsselbloem echter niet toen hij drie jaar later, op 20 april 2016, het podium betrad tijdens een conferentie in het luxueuze Okura-hotel in Amsterdam. Op uitnodiging van de Europese financiële denktank Eurofi sprak de minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep tijdens het ‘galadiner’ een zaal toe met honderden vertegenwoordigers van de financiële sector en enkele tientallen toezichthouders en beleidsmakers.

    Voor Dijsselbloem was het een toespraak als zovele: over de toekomst van de bankenunie, over fintech-ontwikkelingen en het opbouwen van hernieuwd vertrouwen in de financiële sector. Een manier om zijn boodschap over te brengen. ‘Sinds de financiële crisis staan gedrag, ethiek en transparantie hoog op de agenda. We hebben bankiers nodig die zich verantwoordelijk voelen voor hun publieke taak,’ zo preekte hij ten overstaan van de vertegenwoordigers van Barclays, Blackrock, BNP Paribas, Euronext, Goldman Sachs, J.P. Morgan, KPMG, ING, PWC en nog enkele tientallen andere grote financiële instellingen. Ze zijn allemaal lid van Eurofi.

    Ongetwijfeld vol eerbied knikten de topmannen de bewindsman toe. Maar intussen prikten ze aan de lange dinertafels een vorkje met ambtenaren, Europarlementariërs en toezichthouders om hun eigen boodschap over te brengen. Want hoewel Eurofi in 2000 werd opgericht met als doel een platform te bieden ‘voor uitwisselingen tussen de financiële dienstensector en publieke instanties’, staan hun conferenties sindsdien in Brussel te boek als mogelijk het belangrijkste netwerkevenement van Europa. Wie iets voorstelt binnen de sector, is erbij.

    Heidagen

    Public affairs-specialist Joost Mulder maakte de conferenties enkele keren van binnenuit mee. Jarenlang werkte hij voor de financiële lobbywaakhond Finance Watch; in die hoedanigheid kon hij als een van de weinige vertegenwoordigers van publieke organisaties af en toe een kijkje nemen op de bijeenkomsten. ‘Het is het beste voorbeeld van groepsdenken dat ik ken,’ vertelt hij op een herfstige namiddag in een Brusselse koffietent. ‘Je moet het zien als een schoolreisje, of als heidagen. Alle ideeën komen in een snelkookpan terecht en aan het eind van de conferentie is iedereen het eens.’

    Politici en toezichthouders werden tijdens de conferenties door de ene na de andere lobbyist aangeklampt

    Als voorbeeld haalt hij het enkele jaren geleden door de financiële sector opgeworpen probleem van ‘gefragmenteerde kapitaalmarkten’ aan: door verschillen in nationale wetgeving vinden houders van privaat geld het soms lastig om ‘over de grens’ te investeren. Mulder: ‘Uiteindelijk zag iedereen dezelfde oplossing: een Europese kapitaalmarktunie. Ik weet nog dat we met zijn allen in het vliegtuig terug zaten en hoeveel eensgezindheid er was. Een paar maanden later was dit ook een speerpunt van Commissievoorzitter Juncker.’ Of zo’n proces heel bewust wordt gestuurd, durft Mulder niet te zeggen. ‘Achteraf weet natuurlijk niemand meer wat kip en ei was.’

    Wat hem ook opviel is hoe politici en toezichthouders tijdens de conferenties door de ene na de andere lobbyist aangeklampt werden, in een poging hun boodschap even snel onder de aandacht te brengen.‘Het is het feest van de grote jongens,’ zegt Mulder. ‘Die gaan erheen voor de bilateraaltjes. De panels zelf zijn vaak enorm voorspelbaar.’

    Voorwendsel

    Toch zijn het formeel die panels die centraal staan op Eurofi. Bij de conferentie van afgelopen september in Wenen stonden maar liefst 42 paneldiscussies over financiële onderwerpen op de agenda, waarvan de vroegste om 7.45 begon en de laatste ver na achten ’s avonds eindigde om plaats te maken voor de aansluitende cocktail en het ‘galadiner’. Voor de organisatie vormen de panels het ticket waarop ze vertegenwoordigers van toezichthoudende organen, de Europese Commissie, ministers van Financiën en Europarlementariërs kunnen uitnodigen om deel te nemen aan de conferentie.

    Zo telde de recente conferentie in Wenen 12 ministers van Financiën, 14 gespecialiseerde Europarlementariërs (onder wie PvdA’er Paul Tang), 19 vertegenwoordigers van centrale banken (zoals Klaas Knot van De Nederlandsche Bank) en 6 vertegenwoordigers van de Europese Commissie, waaronder vice-president van de Europese Commissie Valdis Dombrovskis. Allemaal kregen ze spreektijd in een paneldiscussie, in onderwerp variërend van duurzaamheidsvraagstukken tot cybersecurity.

    Ook premier David Burt van belastingparadijs Bermuda maakte zijn opwachting in Wenen. Zijn land heeft veel belang bij warme contacten met de financiële sector en met EU-vertegenwoordigers. Journalisten waren er niet: zij zijn niet welkom op deze bijeenkomsten.

    Samenwerking

    Ondanks de grote financiële machtsconcentratie is Eurofi zodoende amper publiekelijk bekend. De website van de denktank geeft evenmin veel prijs. Wel maakt die inzichtelijk dat de driedaagse bijeenkomsten meestal twee keer per jaar plaatsvinden, dikwijls parallel aan de informele ECOFIN-bijeenkomsten – de vergaderingen van de Europese ministers van Financiën en Economische Zaken in de hoofdstad van de lidstaat die op dat moment het EU-voorzitterschap heeft. Zo kunnen er zoveel mogelijk bewindspersonen op de conferenties komen en kunnen lobbyisten het ijzer smeden als het heet is.

    Eurofi wordt geleid door een vierkoppig team, dat vanuit Parijs en Brussel werkt. Over de financiële huishouding wordt niets vermeld, maar uit het ledenoverzicht blijkt dat Eurofi een volledig private instelling is. In dat opzicht is de denktank dus niet te vergelijken met een officieel samenwerkingsverband zoals Holland Financial Centre was, waar de financiële sector en publieke instanties samen in de organisatie zaten.

    Maar daarmee is niet alles gezegd, zo blijkt uit documenten die transparantie-waakhond Corporate Europe Observatory (CEO) onlangs heeft opgevraagd bij de Europese Commissie. Die stukken laten zien dat er elk half jaar, een paar maanden voor de conferenties, overleg plaatsvindt tussen Eurofi en Europese beleidsmakers. Samen sparren ze over de prioriteiten op de beleidsagenda. In juli 2017 was er bijvoorbeeld een gesprek met hoge financiële ambtenaren over de opzet van de conferentie in Talinn, Estland. Uit de aantekeningen blijkt dat de ambtenaren vertelden waar wat hen betreft de focus in bepaalde discussies moest liggen en welke vragen interessant zouden zijn om op te werpen. Over het algemeen betoonden ze zich tevreden over de voorzet van de financiële sector.

    Draaideuren

    Tussen Eurofi en het Europese bestuur bestaan al lang warme banden. Tot enkele jaren terug was Jacques de Larosière de voorzitter van de denktank, een man van statuur: eerder was hij hoofd van het IMF en van de Franse centrale bank. Voorts is hij emeritus-lid van de ‘groep van dertig’ (G30), een economische adviesgroep waar alleen de grootsten der aarde in plaatsnemen, zoals Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (waarvoor de ECB-topman overigens onlangs werd berispt door de Europese ombudsman).

    De Larosière was toen al jaren voorzitter van het volledig door de financiële sector bekostigde Eurofi

    Binnen de EU verwierf De Larosière vooral faam toen hij in 2009 op verzoek van de Europese Commissie het voorstel schreef voor een beter Europees bankentoezicht. Hij was toen al jaren voorzitter van het volledig door de financiële sector bekostigde Eurofi, maar dat bleek geen bezwaar. De meningen over zijn rapport waren verdeeld: enerzijds stelde hij veel verbeteringen voor, anderzijds ontbrak een plan om één machtige, Europese toezichthouder aan te stellen. Zijn argument: dat zouden de lidstaten toch niet aanvaarden.

    Deze praktische kijk op de zaken, verspreidde De Larosière ook op de Eurofi-conferenties. In 2014 promootte hij het idee om securitisatie een tweede kans te geven, de financiële techniek waarbij lastig te verhandelen activa worden verpakt in courante pakketjes; een fenomeen dat mede leidde tot de financiële crisis. Volgens de voormalig bankman zou Europa namelijk dankzij een ‘verantwoorde’ vorm van securitisatie het snelst verlost kunnen worden van het nijpende krediettekort. De beleidsmakers moesten daarvoor wel even de regelgeving aanpassen, zodat de investeerders hun ‘appetite’ voor ‘high-quality assets’ zouden terugkrijgen.

    Prompt werd securitisatie dat voorjaar een prominent thema op de Eurofi-conferentie in Athene, met 19 vermeldingen in het programma. De terugkerende vraag: hoe kan securitisatie in de EU opnieuw tot leven worden gewekt? Drie jaar en een handvol Eurofi-conferenties later bereikten de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement een akkoord om securitisatie ‘nieuw leven’ in te blazen. De ‘heidagen’ waren succesvol geweest.

    De opvolger van De Larosière, David Wright, heeft minstens even goede relaties met het Europees bestuur. In zijn 34 jaar bij de Europese Commissie werkte hij zich op tot topambtenaar op het financiële departement, waar hij onder andere het bankentoezichtsrapport van De Larosière uitwerkte tot beleidsvoorstellen. Wright vertrok in 2011 bij de Europese Commissie, werkte nog een aantal jaar elders in de publieke sector en trad in 2016 aan bij Eurofi, waar hij nu voorzitter is; dit naast zijn werk voor consultancy-kantoor Flint-Global. De kans dat zijn EU-adresboekje in die paar jaar hevig beschimmeld is geraakt, lijkt klein.

    Lobby

    Door deze verwevenheid met politiek en ambtenarij zou je bijna vergeten wat Eurofi eigenlijk is: een lobbyplatform voor de financiële sector. Zelf presenteert de organisatie zich ook maar wat graag als neutraal en onafhankelijk: op de website noemt ze zichzelf een ‘neutral go-between’ tussen spelers van de financiële sector en de autoriteiten. In de loop van 2016 heeft de organisatie zich bovendien uit het transparantieregister geschreven, terwijl registratie daar verplicht is voor consultants en denktanks die de topambtenaren van de Commissie willen belobbyen. Met welk argument Eurofi zich heeft uitgeschreven, wordt nergens vermeld.

    Na meerdere telefoontjes en mailtjes lukt het uiteindelijk om de secretaris-generaal van Eurofi aan de telefoon te krijgen: Didier Cahen. Hij maakt meteen kenbaar dat Eurofi niet geïnteresseerd is in publiciteit en dat alle vragen (opnieuw) per mail kunnen worden ingediend. Na enig aandringen debiteert Cahen evenwel enkele gemeenplaatsen. ‘We werken vanuit het perspectief van het algemeen belang, onze denktank is erg gebalanceerd. We proberen doordachte, constructieve discussies te organiseren, waarbij het voornamelijk gaat over hoe we de gezamenlijke Europese markt verder kunnen ontwikkelen. Zo volgen we het reguleringsproces en proberen dat te verbeteren.’ Om die reden moet Eurofi volgens Cahen ook niet als lobby-organisatie gezien worden, hoewel hij zegt niet te weten hoe het nu precies zit met het transparantieregister: ‘Zet die vraag nog even op de mail.’

    Ook over de voorwaarden voor het lidmaatschap van Eurofi houdt Cahen zich op de vlakte. Hij suggereert dat deze informatie op de website staat (nee), maar dat ook deze vraag anders via de mail kan worden afgehandeld. Op de direct daarop gemailde vragen komt geen reactie. De telefoon wordt niet meer opgenomen.

    Lidmaatschap

    Via andere wegen krijgt FTM alsnog de lidmaatschapsvoorwaarden in handen. Daaruit blijkt wat Eurofi verstaat onder ‘neutraal’ en ‘gebalanceerd’. Een jaarlidmaatschap kost 50.000 euro per organisatie en is voorbehouden aan instituties en bedrijven binnen de financiële sector, zoals banken, verzekeraars en beleggingsgroepen. Voor dat geld mag je meepraten over het programma van de conferenties en kun je deelnemen aan de werkgroepen ter voorbereiding ervan, je organisatie wordt opgenomen in het programmaboekje, je krijgt uitnodigingen voor de conferenties en de galadiners en je mag tijdens één paneldiscussie een inleidend praatje houden.

    Of je kunt upgraden naar ‘lead sponsorship’. Voor 100.000 euro ben je een van de belangrijkste sprekers, krijg je her en der extra spreektijd, word je bedrijfslogo overal extra groot uitgemeten, krijg je een ruimte voor ‘VIP networking’, mag je aanschuiven aan de voornaamste tafel tijdens het galadiner en mag je een volledig eigen tafel, met gasten naar eigen voorkeur, regelen bij het galadiner. Kortom, geld koopt toegang.

    Kerstmis

    Valdis Dombrovskis is vice-president van de Europese Commissie en is als Eurocommissaris verantwoordelijk voor de financiële markten. Vanzelfsprekend behoort hij tot de graag geziene gasten op de Eurofi-bijeenkomsten; sinds 2015 is hij er tenminste eens per jaar te vinden. Vanwege de transparantie die bij zijn functie hoort, biedt Dombrovskis enig inzicht in de bilateraaltjes op zo’n conferentie. Zijn communicatie-adviseur licht per e-mail toe dat Dombrovskis afgelopen september in Wenen sprak met de Bank of Tokyo-Mitsubishi (de grootste Japanse bank), de Nordea Bank (een grote bankengroep in Scandinavië) en J.P. Morgan. Verder had hij een ontmoeting met de voorzitter van de CFTC, een Amerikaans agentschap dat toezicht houdt op een deel van de beurshandel. Het Nederlandse ministerie van Financiën, De Nederlandsche Bank en toezichthouder AFM geven desgevraagd geen openheid van zaken over de ontmoetingen die hun vertegenwoordigers op de conferenties hebben gehad.

    Ook Europarlementariër Paul Tang (PvdA) is vanwege zijn financiële portefeuille meermaals op de Eurofi-conferenties uitgenodigd. Hij zag ze als een handige netwerkbijeenkomst, maar wist niet dat de bedrijven spreektijd kunnen kopen tijdens het congres. ‘Dus die zitten niet in het panel omdat ze zoveel te vertellen hebben, maar omdat ze zoveel geld hebben,’ zegt hij licht verontwaardigd tijdens een telefoongesprek.

    Niettemin ziet Tang praktisch nut in de conferenties. Voor hem is het een manier om alle zeurende lobbyisten in een keer af te werken en bovendien zelf eens een ambtenaar of toezichthouder aan de mouw te trekken. Zodra zijn naam in het programmaboekje wordt vermeld, stromen de uitnodigingen voor bilateraaltjes binnen. ‘Natuurlijk is het kerstmis voor de lobby,’ zegt hij. ‘Maar net als voor hen, is het voor mij heel makkelijk om iedereen bij elkaar te hebben.’

    Tang hoefde niet te betalen voor de conferenties: zijn vliegticket en hotel werden door Eurofi betaald, ‘wat niet ongebruikelijk is als je als spreker voor een congres wordt uitgenodigd’. Zo ging het ook bij Europarlementariër Esther de Lange (CDA), blijkt uit haar publieke opgave. Voormalig Europarlementariër Cora van Nieuwenhuizen (VVD, tegenwoordig minister van Infrastructuur en Waterstaat) was er ook een keer als spreker. Zij laat via haar woordvoerder weten dat ze alle kosten zelf betaalde, uit haar onkostenvergoeding als Europarlementslid. De vertegenwoordigers van De Nederlandsche Bank, de AFM en het ministerie van Financiën declareren de reis- en verblijfskosten bij hun eigen organisatie.

    Transparantie

    Finance Watch, een Europese NGO die tegenwicht wil bieden aan de financiële lobby, vindt het betreurenswaardig dat publieke vertegenwoordigers überhaupt op zo’n ‘lobby-evenement’ verschijnen. ‘Het wordt betaald en georganiseerd door de financiële sector met als duidelijk doel om ongewenste regulering tegen te gaan,’ zegt hun secretaris-generaal Benoit Lalleman. ‘De organisatie achter deze evenementen is enorm. Die probeert de discussie vorm te geven en onderhoudt contacten met de Europese Commissie. Zo creëren ze een bubbel waarbinnen iedereen op een gegeven moment dezelfde taal gaat spreken. En als je eenmaal het narratief beheerst, beheers je ook de agenda. Dan is het voor organisaties als die van ons heel moeilijk om dat nog te kantelen.’

    Margarida Silva van lobbywaakhond CEO, die de documenten over de contacten tussen de Commissie en Eurofi opvroeg, vindt dat Eurofi op zijn minst terug moet in het register voor lobbyisten. Ze dient er een klacht over in bij het secretariaat van het transparantieregister. ‘Eurofi helpt overduidelijk zijn leden, zoals grote banken en andere financiële instituties, aan de perfecte gelegenheid om EU-sleutelfiguren te belobbyen in een sociale setting, en met het voordeel dat er geen maatschappelijke organisaties of media meekijken’, aldus Silva. ‘Het is extra schandalig dat Eurofi dit doet met de hulp van de Europese Commissie, terwijl ze de transparantieregels omzeilen.’

    Intussen wordt de volgende Eurofi-conferentie alweer opgetuigd. Die zal in april 2019 plaatsvinden in Boekarest, aangezien Roemenië dan EU-voorzitter is. Op Eurofi’s website staat de aankondiging al klaar, met de toevoeging: ‘by invitation only.’

    Reacties

    In reactie op dit artikel heeft SP-Kamerlid Renske Leijten al aangekondigd dat ze vragen gaat stellen aan minister Hoekstra van Financiën om opheldering te krijgen over de aanwezigheid van Nederlandse autoriteiten op Eurofi-conferenties. Ze wil een overzicht van de deelname van het ministerie en van toezichthouder DNB, ze wil weten welke contacten er zijn geweest en ook hoe het met de financiering zit. Bovendien zal ze 'wederom' vragen om 'dit soort innige banden met de financiële sector' te verbreken. 

    Ook D66-Europarlementariër Sophie in 't Veld is kritisch. 'Allereerst lijkt het me dat Eurofi zich uiteraard moet registreren als lobby', zegt ze. Ook zou ze graag zien dat de organisatie transparanter te werk gaat. 'Ik zou me zeer bekocht voelen als achteraf blijkt dat er voor spreektijd betaald wordt. Als ik bijvoorbeeld Klaas Knot was, zou ik nu heroverwegen of ik er dan nog wel heen zou willen gaan.' 

    FTM heeft ook om een reactie gevraagd bij het ministerie van Financiën, DNB en AFM. Daar is nog geen antwoord op gekomen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lise Witteman

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 847 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier