Internationale vrijhandelsverdragen

Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen als CETA, TTIP en TiSA worden daarom uitonderhandeld. Maar ís bijvoorbeeld de Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) wel zo'n 'no brainer' als de voorstanders beweren? Het handels- en investeringsverdrag dat de EU en de VS nu onderhandelen levert, zeggen ze, nieuwe banen op. En het zou het mkb een impuls geven.

Klopt dat? Met vrijhandel heeft TTIP vooralsnog weinig te maken. Achter de gesloten deuren waar de onderhandelingen plaatsvinden, zijn nu lobbygroepen bezig hun belangen veilig te stellen. Er bestaan dan ook grote zorgen dat TTIP niet de belangen van de EU-burgers dient, maar vooral die van grote ondernemingen aan deze en gene zijde van de Atlantische Oceaan.

Die zorgen zijn terecht. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de kwaliteit van ons voedsel? Ons energiebeleid? Gaat de belastingbetaler straks opdraaien voor claims van Amerikaanse multinationals als we chloorkippen en -eieren uit onze schappen weren? Of als we kerncentrales sluiten?

Internationale vrijhandelsverdragen als TTIP, CETA en TiSA zijn complexe ondoorzichtige dossiers met mogelijk grote gevolgen. We Follow The Money – ook in Brussel.

76 Artikelen

Europa betaalt de rekening van eigen verdragsbeleid

Verschillende Europese landen worden gedaagd in internationale arbitragetribunalen vanwege overheidsbeleid tijdens de financiële crisis. Europa profiteerde lange tijd van haar netwerk aan investeringsverdragen, maar komt nu steeds vaker aan de ontvangende kant van de claims te staan.

Midscheeps werd Cyprus getroffen door de financiële crisis bij haar Griekse buren.  Het Griekse staatspapier gestald bij Cyprotische banken daalde met zo’n zeventig procent in waarde. Dat doet een bancair systeem geen goed. Om het eiland voor een faillissement te behoeden, vroeg de Cypriotische regering Europese noodsteun aan. In ruil daarvoor moesten ze in 2013 de Laiki Bank, de tweede grootste financiële instelling, ontmantelen. De Trojka stak tien miljard euro in het eiland.

En met succes. De Eurogroep maakte in februari bekend tevreden te zijn over de voortgang in Cyprus. Toch kan de economische crisis Cyprus nog meer gaan kosten. Door het faillissement van Laiki Bank zijn alle obligatiehouders hun inleg kwijt. Maar buitenlandse investeerders hebben door bilaterale investeringsverdragen de mogelijkheid om het geld terug te krijgen. Het private equity fonds Marfin Investment Group (MIG) wil een schadevergoeding van 824 euro miljoen euro en twintig andere personen en bedrijven hebben zich hierbij aangesloten en eisen 229 miljoen euro.

Ruim één miljard euro aan compensatie is daarmee de eis. En de eisers? Die komen uit Griekenland.

Golf van arbitrageclaims

Sinds 2008 bevindt Europa zich in een financiële crisis. Verschillende Europese landen zagen zich genoodzaakt om banken en andere financiële instellingen te redden, noodsteun aan te vragen en vergaande bezuinigingen door te voeren om het land economisch weer op de rit te krijgen.

Zo is België voor een arbitragetribunaal gesleept vanwege de nationalisatie van Fortis in 2008. Ping An, een Chinese verzekeraar, had een belang van vijf procent in de bank, maar verloor na de redding van Fortis bijna haar hele investering van drie miljard euro.

Volgens het rapport 'Profiting from Crisis' van het Transnational Institute (TNI) zijn dit geen incidenten, maar kan de Europese economische crisis tot een golf van claims leiden. Reden: bilaterale investeringsverdragen. Door de mogelijkheid overheden voor een arbitragetribunaal te dagen, hebben bedrijven een juridische stok in handen gekregen om mee te slaan. De financiële crisis is bovendien een potentiële goudmijn voor advocatenkantoren, die zich inmiddels ook bewust zijn van de kansen om verliezen ontstaan in de financiële crisis aan te vechten en attenderen cliënten op de mogelijkheden om middels internationale arbitrage schadevergoedingen af te dwingen, zo bleek uit het onderzoek van TNI.

Naast Cyprus en België, is ook Griekenland voor een arbitragetribunaal gedaagd vanwege haar beleid in de financiële crisis. De Slowaakse Postava Banka en haar Cyprotische aandeelhouder eisen een schadevergoeding vanwege de gemaakte verliezen door de Griekse obligatieruil in 2012. Postova Banka had in 2010 obligaties gekocht, toen de problemen in Griekenland al in volle gang waren. Uiteindelijk moest de bank 275 miljoen euro afschrijven op haar investering van 500 miljoen euro en eist nu dat de Griekse regering dit compenseert. Spanje heeft maar liefst zeven zaken tegen zich lopen vanwege crisismaatregelen. In 2008 besloot de regering de subsidies te annuleren die het gaf aan bedrijven die investeerden in duurzame energie. Spanje verkeerde in een economische crisis en kon de subsidies niet langer betalen. Ondanks dat het merendeel van deze bedrijven de investering pas deed, of nog uitbouwde, toen Spanje al bekend had gemaakt dat er geen subsidies meer zouden zijn, bieden de bilaterale verdragen toch de mogelijkheid om een procedure te starten.

Argentijnse crisisclaims

Crises zijn buiten Europa al langer een aanleiding voor bedrijven om arbitrageprocedures te starten. Van de 55 bekende claims tegen Argentinië, zijn er 41 het gevolg van de economische crisis die het land kende in 2001 en 2002. Toen het land in 2001 in een zware recessie raakte, had het niet de mogelijkheid om de peso te devalueren omdat deze gekoppeld was aan de dollar. Om de wisselkoers toch op peil te houden, moest Argentinië daarom steeds meer lenen.

Het resultaat was torenhoge schulden, een stijgende werkloosheid, armoede en hyperinflatie. In 2002 koppelde Argentinië daarom ook de munteenheid los van de dollar en en lieten de crediteuren weten dat ze de schulden niet meer konden betalen. Onder leiding van het IMF werd zo’n zeventig procent van de schulden aan het buitenland kwijtgescholden.  Maar niet door iedereen. Verschillende buitenlandse investeerders begonnen arbitrageprocedures, 41 in totaal. Vijftien van deze zaken zijn gewonnen door de investeerders. Prijskaartje: 980 miljoen dollar. Tien zaken werden geschikt voor onbekende bedragen, Argentinië won drie zaken en nog eens drie werden afgewezen door het arbitragetribunaal. Tien arbitrageprocedures lopen nog. In de Abaclat versus Argentinië eisen 60.000 Italiaanse obligatiehouders 1 miljard dollar. Net als bij veel andere zaken, protesteerde de Argentijnse regering. Obligaties kwalificeerden namelijk niet als onteigening, aldus het land. Maar ze vonden geen gehoor, het tribunaal besloot dat dit wel degelijk binnen het investeringsverdrag tussen Argentinië en Italië viel.

Europa aan de ontvangende kant

Tot op heden heeft Europa relatief weinig nadelen ondervonden van de bilaterale investeringsverdragen. In totaal zijn er 84 claims aangespannen tegen Europa, waarvan 77 tegen Centraal- en Oost Europese landen. Opvallend genoeg komt het merendeel van deze claims vanuit andere Europese landen. Zo’n 65 procent is het gevolg van investeringsverdragen tussen EU-lidstaten.

De EU wil op den duur alle andere individuele verdragen van lidstaten vervangen door Europese verdragen. Tot nog toe beperkt de EU zich echter tot de grootste handelspartners India, Canada, Rusland, de Verenigde Staten waardoor de tientallen bilaterale investeringsverdragen die Europese lidstaten hebben afgesloten voorlopig nog blijven bestaan.

Lange tijd waren het vooral ontwikkelingslanden die werden gedaagd. Maar deze recente ontwikkelingen laten zien dat Europa steeds vaker aan de ontvangende kant van de claims komt te staan.

 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jessica de Vlieger

Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...

Dit artikel zit in het dossier

Internationale vrijhandelsverdragen

Gevolgd door 561 leden

Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

Volg dossier