Europa heeft een ‘ECB’ nodig voor energie

    Wil het energiebeleid kans van slagen hebben dan is Europese samenwerking vereist, net als in de financiële sector. Rochus van der Weg en Rens Knegt pleiten daarom voor een gezamenlijke aanpak én een 'Energie-unie'.

    ‘Europa, zonder nieuwe politieke leiders, die een beter begrip hebben voor de economie van energie, kan geconfronteerd worden met decennia van de-industrialisatie en economische stagnatie’. Dit zijn de woorden van Robert A. Hefner - auteur van het boek The Grand Energy Transition - in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs (mei/juni 2014). De beschikbaarheid van betaalbare en ‘veilige’ energie is een noodzakelijke voorwaarde voor welvaart en - sterker nog - voor een menswaardig bestaan. Energie is een basisvoorziening voor de samenleving; het belang ervan doet niet onder voor dat van geld. Het immense belang van de energievoorziening blijkt uit de vele recente pleidooien voor een gemeenschappelijke Europese aanpak. Voor de twijfelaars: lees het boek Black-out van Marc Elsberg. Energie vergt een aanpak die vergelijkbaar is met die in de monetaire sector. We hebben een energieunie nodig zoals er een bankenunie is gekomen. Met een autoriteit die vergelijkbaar is met die van de ECB. Zoals Robert Hefner aangeeft vereist de welvaartsgroei van Europa een nauwe samenwerking, die uitsluitend tot stand kan komen door een ‘Energie ECB’ met vergelijkbare verstrekkende autoriteit en bevoegdheden.

    Never waste a good crisis

    Het ontbreken van een coherent Europees energiebeleid wordt dezer dagen geïllustreerd door de ‘Europese’ reactie op de crisis in Oekraïne. Terecht gaan er steeds meer gezaghebbende stemmen op (onder andere van de Britse premier Cameron en de Poolse premier Tusk) om tot een gezamenlijk antwoord te komen op drie uitdagingen: het klimaat (en andere omgevingsfactoren), de concurrentiepositie van de EU en de betrouwbaarheid (voorzieningszekerheid). Deze pleidooien impliceren het deels opgeven van het eigen nationale beleid. Deze consequentie wordt echter niet genoemd door Tusk, Cameron, Merkel of door Rutte in zijn inmiddels beruchte 'vijf punten'. Dat is buitengewoon betreurenswaardig, want het never waste a good crisis zou wel degelijk tot het verplaatsen van bevoegdheden naar de EU moeten leiden.

    Kwetsbare voorzieningszekerheid

    Laten we de drie EU energie uitdagingen - betrouwbaarheid, concurrentiepositie en klimaat- eens nader bekijken. Door de crisis in Oekraïne is de voorzieningszekerheid weer een centraal thema geworden. Van het aardgasgebruik in de EU komt immers 30 procent uit Rusland.
    De beschikbaarheid van betaalbare en ‘veilige’ energie is een noodzakelijke voorwaarde voor welvaart
    De Oekraïne-crisis is van tijdelijke aard, maar gaat gepaard met het opleven van een veel ouder gevoel van kwetsbaarheid: het grootste deel van onze ruwe olie komt nog altijd uit het politiek onvoorspelbare en instabiele Midden-Oosten. Deze kwetsbaarheid wordt op het moment van schrijven geïllustreerd door de dreigende Saoedi-Arabische handelsboycot van Nederland. De zorg om de kwetsbare EU voorzieningszekerheid voor aardgas groeit met de dag. Oude en nieuwe oplossingen worden voorgesteld: als EU gezamenlijk onderhandelen met leveranciers van buiten Europa, zoveel mogelijk spreiding van leveranciers, volop inzetten op de onuitputtelijke bronnen zon en wind en toch kerncentrales (langer) open houden.

    Verslechterende concurrentiepositie

    Dan de concurrentiepositie van de EU. Het lijdt geen twijfel dat deze onder druk staat. Door de grootschalige productie van goedkoop schaliegas in de VS hebben de Amerikaanse energie-intensieve bedrijven hun productiekosten aanzienlijk kunnen verlagen en daardoor hun concurrentie positie versterkt. In Europa zijn de mogelijkheden voor grootschalige schaliegaswinning - politiek en geologisch - beperkt en zijn de gasprijzen substantieel hoger dan in de VS. Dat dit de concurrentiepositie van de Europese energie-intensieve industrie benadeelt is evident. De ontsnappingsroute is het gebruik van kolen in elektriciteitscentrales. Door het wegvallen van een belangrijk deel van vraag naar kolen in de VS zijn mondiaal goedkoper geworden. De redding voor onze industrie? Misschien. Maar hoe dan ook direct in strijd met de derde uitdaging: de klimaatverslechtering door de CO2-emissies.

    Duurzaam is duur, omdat vervuilen goedkoop is

    Binnen de EU geldt als streven dat in 2050 de energievoorziening CO2 emissie-vrij moet plaats vinden. Duurzame energie - zon, wind, biomassa, water - gaat dan gepaard met verschillende vormen van centrale en decentrale opslag. Deze opslag is een voorwaarde voor volledige vervanging van fossiele brandstoffen. Dit streven komt ernstig onder druk te staan door de opleving van het gebruik van kolen. In Nederland komt er zelfs grootschalig kolenvermogen bij in 2015. Het dilemma waar de EU mee wordt geconfronteerd is dat duurzame energie opwekking ten koste gaat van onze mondiale concurrentiepositie en dat kolen deze positie wel verbeteren, maar ten koste gaan van het behalen van de emissiedoelstellingen. Dat dilemma ontstaat, omdat er geen mondiaal systeem is om vervuiling (lees: CO2-emissies) een prijs toe te kennen.
    Het dilemma: duurzame energie-opwekking gaat ten koste van onze mondiale concurrentiepositie
    Bovendien faalt het Europese ETS-systeem, gelet op de uitkomst: een prijs van € 5 per ton CO2 is nog geen tiende van de werkelijke kosten van de schade die klimaatverandering veroorzaakt. Daardoor is een kWh opgewekt door de zon  in dit deel van de wereld nog altijd twee keer zo duur als een kWh opgewekt met kolen. Gelet op de risico’s van klimaatverandering en de enorme kosten die o.a. een hogere zeespiegel t.z.t. met zich mee zal brengen is ingrijpende besluitvorming onvermijdelijk. Op Europees niveau, maar aansluitend ook op mondiaal niveau.

    De ‘Tinbergen Rule’

    Het in harmonie voldoen aan de drie doelstellingen van het energiebeleid stelt hoge eisen aan de beleidsmakers en politici. Nobelprijswinnaar Tinbergen heeft ons hier al vele jaren geleden op gewezen met zijn ‘Tinbergen Rule’; we hebben minimaal evenveel instrumenten nodig als dat er doelvariabelen zijn. Als ieder EU-lidstaat deze doelstellingen op eigen houtje gaat proberen te realiseren wordt het een chaos. De gevolgen van de ‘Energiewende’ voor Duitsland en voor de omringende langen laten dit duidelijk zien. Deze problematiek zou de EU politici moeten doen inzien dat alleen een gezamenlijke EU aanpak de enige oplossing is met een kans op succes. Bijna 25 jaar nadat de Europese Commissie de eerste voorstellen lanceerde voor een interne energiemarkt is de urgentie nu groter dan ooit. Niet alleen voor de interne energiemarkt, ook voor een gezamenlijk extern EU-beleid

    Voorwaarden voor een Europees energiebeleid

    Een gezamenlijke EU aanpak moet aan twee voorwaarden voldoen. In de eerste plaats zullen politici duidelijk moeten maken dat er geen eenvoudige en goedkope oplossingen bestaan. Een betrouwbare, concurrerende en schone energievoorziening heeft een maatschappelijke prijs; kost de belastingbetaler geld. Twee voorbeelden. Een afgewogen ruimtelijke benutting van vestigingsplaatsen van centrales - ongeacht of dit fossiele of duurzame eenheden zijn – vergt transsportverbindingen voor elektriciteit over  28  landen. Deze zogenaamde ‘koperen plaat’ zal een investering vragen van tientallen miljarden euro’s.
    De financiële sector toont eens te meer aan dat het waarborgen van de nutsfunctie alleen op Europees niveau kan plaatsvinden
    Daarnaast: de maatschappij moet geld willen investeren in de overgangsperiode naar  duurzame energie.  De kosten van de ‘Energiewende’ in Duitsland en ook de Nederlandse subsidieregelingen voor duurzaam illustreren dit eens te meer. Uitgaande van een doorzettende daling van de productiekosten van duurzame elektriciteit - er is geen reden om daaraan te twijfelen - is dit een tijdelijke kostenpost, maar gelet op de huidige economische situatie, met hoge werkloosheid, wel een nijpend probleem. Het alternatief - afschaffen van de belastingvoordelen op het gebruik van fossiele brandstoffen - ligt voor de hand, maar dan zullen andere belastingen omhoog moeten. De tweede voorwaarde moet recht doen aan het feit, dat de energievoorziening een nutsfunctie ‘pur sang’ is. De overheid zal hier altijd op aangesproken moeten kunnen worden, ongeacht hoeveel marktwerking we ook introduceren. Dat is begrijpelijk en terecht. De financiële sector toont eens te meer aan dat na de uitwassen van de afgelopen vijf jaar het waarborgen van de nutsfunctie alleen op Europees niveau kan plaatsvinden. Naast de ECB kwam er een bankenunie. De onafhankelijke autoriteit van de ECB is en wordt bevestigd door de rol die Draghi c.s. spelen bij het oplossen van de crisis. Een rol, die los staat van de politieke waan van de dag en de daarmee gepaard gaand electoraal opportunisme. De wortels van de EU liggen bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Deze kende een Hoge Autoriteit. Een verantwoord Europees energiebeleid vergt eveneens een dergelijke instelling. Het energiebeleid is te belangrijk om dit alleen aan de politici over te laten en maakt een ‘Energie ECB’ noodzakelijk.   Rens Knegt is voormalig plaatsvervangend Directeur Generaal Energie op het Ministerie van Economische Zaken, voormalig Directeur bij Eneco en bij Netbeheer Nederland. Rochus van der Weg is voormalig executive bij ExxonMobil en voormalig partner bij Amrop Executive Search.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Rochus van der Weg

    Rochus van der Weg heeft systeemtheorie gestudeerd in Groningen en in Toulouse en is vervolgens 20 jaar werkzaam geweest bij...

    Volg Rochus van der Weg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren