De Europese Unie staat ter discussie als nooit tevoren. Een witboek van de Europese Commissie beschrijft vijf scenario’s voor de toekomst van de Europese samenwerking. Euro-romanticus Christiaan Vos verkent de scenario’s en legt ze naast de plannen die de Nederlandse partijen na de verkiezingen met Europa hebben.

    Als ik eraan terugdenk was het helemaal geen meneer, het was een blonde blozende jongeman die mij glunderend het verkiezingsprogramma van de Europese liberalen kwam brengen. Bij mij thuis nog wel — ik kan me zijn blauwe blazer en stropdas nog herinneren. Ik moet net 19 zijn geweest en mocht voor het eerst stemmen. Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1982 mocht ik nog niet meedoen; ik was te jong. Nu ging het om de Europese verkiezingen van 1984, die voor de tweede keer in de geschiedenis gehouden werden. Ik vond het machtig mooi.

    Misschien was het mijn jeugdigheid, maar ik voelde me opgenomen in iets wat groter was dan wat we als Hollanders konden bevatten. Voor mij voelde het dat de Eiffeltoren nu ook van ons was, dat ik eigenlijk geen toerist meer was in Londen. Nee, ik was Europeaan!

    Voor mij voelde het dat de Eiffeltoren nu ook van ons was, dat ik eigenlijk geen toerist meer was in Londen

    Misschien was ik ook wel naïef, dat ik me helemaal niet afvroeg wat er dan zo leuk is aan Europeaan zijn. Dat ik me niet afvroeg of dat grotere waar ik onderdeel van was geworden, wel goed voor me was. Ik wist dat gewoon. Voor mij was Europa volstrekt legitiem. Net als voor bijna iedereen die ik kende.

    Vijf scenario’s

    Dat ligt nu wel anders. De legitimiteit van Europa is ondermijnd geraakt. Het politieke spectrum waaiert uit van volledige afwijzing van de EU (PVV) tot een roep om juist meer samenwerking: een federaal Europa (D66). Wat voor Europa willen we dan en wat kan Europese samenwerking legitimeren? Waar kunnen we voor kiezen op 15 maart? Veel burgers hebben het gehad met de EU en willen zich terugtrekken achter de dijken. De Britten zijn de eersten, en voorlopig de enigen, die opstappen. Maar hoe nu verder? Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker presenteerde deze week een witboek met vijf scenario’s voor de toekomst van de Europese Unie. Zit daar een goede marsroute tussen? En wat staat er in de verschillende verkiezingsprogramma’s?

    Maar eerst nog even terug in de tijd. Europa heeft lange tijd eigenlijk niet ter discussie gestaan. Dat had in belangrijke mate te maken met de ontstaansgeschiedenis. Begonnen als een kolen- en staalgemeenschap met voorzichtige economische coördinatie tussen de lidstaten, moest de voorganger van de EU ook vrede en veiligheid binnen Europa waarborgen. Vandaar ook die kolen en staal: het waren de voornaamste ingrediënten van de wapenindustrie, dus het coördineren van de productie verkleinde het gevaar van (Duitse) herbewapening. Bovendien, zo was de gedachte, als landen handel met elkaar drijven, beginnen ze niet meer aan onderlinge oorlogen. En die handel kon het beste floreren met één Europese markt waar personen, goederen, diensten en kapitaal vrijelijk over de grens kunnen gaan.

    De Europese samenwerking had dan ook vooral een instrumenteel karakter: het stimuleren van handel en industrie was een middel om meer welvaart en veiligheid voor Europese burgers te creëren. Europese burgers, jawel, maar met even zoveel identiteiten als dat er Europese landen, streken en gewesten zijn.

    Een gedeelde Europese identiteit was er niet echt. Ik was mogelijk de uitzondering. Een Europa dat ruimte liet aan individuele lidstaten om hun eigen identiteit voorop te stellen riep daarom weinig weerstand op. Het schuurde wel eens, maar de vooral economische voordelen van de Europese samenwerking waren voor bijna iedereen merkbaar en voelbaar. Vragen over legitimiteit werden nauwelijks gesteld. Dat Nederland een netto-betaler was, daar waren we eigenlijk zelfs wel een beetje trots op.

    Nauwelijks democratisch

    Het kantelpunt was de val van de Berlijnse Muur, zo denk ik wel eens. Die zorgde voor een toevloed van nieuwe lidstaten en een snel uitdijende unie. Hij zorgde ook voor de Duitse hereniging die uiteindelijk het losgeld geweest is voor de opheffing van de D-mark waardoor de euro ingevoerd kon worden. Een Frans-Duits onderonsje was daarvoor genoeg: Kohl kreeg zijn vurig gewenste hereniging en Mitterand was verlost van een voor Frankrijk bedreigende D-Mark. De legitimiteit van Europa kwam hiermee onder druk te staan.

    Dat Nederland een netto-betaler was, daar waren we eigenlijk zelfs wel een beetje trots op

    Het waren stappen die verder gingen dan de oorspronkelijke redenen voor Europese samenwerking en de besluitvorming daarover kreeg een nauwelijks democratisch te noemen eigen dynamiek. Grote beslissingen werden door de belangrijkste lidstaten doorgedrukt.  Het momentum was blijkbaar daar, maar de euro was niet noodzakelijk en is door een groot deel van de Europese lidstaten daarom ook niet omarmd. Het gevolg: na het echec van Schengen, nog een keer een Europa met twee snelheden.

    Sindsdien hebben de lidstaten van de Europese Unie niet langer parallelle belangen en is zij in toenemende mate haar gemeenschappelijk bestaansrecht kwijtgeraakt. Dat raakt aan de legitimiteit van de Europese samenwerking: waarom hebben we de EU eigenlijk? In ieder geval niet om lidstaten te zien knokken voor hun eigen belangen, zoals bij de eurocrisis, of bij het Europees migratiebeleid dat maar niet van de grond komt. Het Verenigd Koninkrijk gaf er inmiddels de brui aan en in Nederland klinkt de lokroep van de PVV: Nexit!

    Herijking en bezinning

    Het is terecht dat de vraag gesteld wordt of we wel behoefte hebben aan Europese samenwerking. Maar de vraag stellen is hem ook meteen beantwoorden. Niet samenwerken is geen optie, we zijn nu eenmaal elkaars buren. Je kunt niet niet-samenwerken met je buren. Het gaat dus veeleer om de vraag op welke vlakken we willen samenwerken en hoe die samenwerking moet worden vormgegeven.


    "De euro was niet noodzakelijk en is door een groot deel van de Europese lidstaten daarom ook niet omarmd"

    Juncker gaf deze week dus een voorzetje met zijn witboek met vijf scenario’s. Bedoeld als een stuk om een inhoudelijk debat over de toekomst van de EU met 27 lidstaten op gang te brengen, zal dit stuk ook een centrale rol gaan spelen bij de EU-top van 25 maart aanstaande. Dan wordt het 60-jarig bestaan gevierd van de Europese Unie en haar voorlopers, en dat biedt volgens Juncker een goed moment voor herijking en bezinning. Nederland zal daar vertegenwoordigd zijn door onze dan demissionaire premier Mark Rutte. Met welke boodschap zal die daar naartoe gaan? Hoe verhouden Juncker’s scenario’s zich tot de veelvoud aan wensen en plannen voor Europa die in ons versplinterde politieke landschap zijn opgekomen. Leest u mee?

    Juncker’s eerste scenario, carrying on genoemd, is eigenlijk het doormodderscenario. Geen grote hervormingen, dezelfde trage stap voor stap methode die de laatste decennia gekenmerkt hebben. De PvdA is de enige partij die zich voor dit scenario lijkt op te maken. Het verkiezingsprogramma komt niet veel verder dan een lijstje wensen passend binnen de huidige agenda van de EU, zoals een herschikking van het budget door minder aan landbouw en meer aan duurzaamheid en solidariteit toe te kennen. De PvdA wil ook wat aan te goedkope Polen doen, de strikte eisen van het stabiliteitspact verzachten en belastingontwijking Europees tegengaan. Het enige punt waar de PvdA een meer principiële uitspraak doet is de afwijzing van het Europa van twee snelheden, het derde scenario van Juncker: those who want more do more.

    De perfectionering van de interne markt is een Paard van Troje gebleken

    In het tweede scenario wordt de EU uitgekleed tot slechts het borgen van de interne markt: nothing but the single market. Hier kiest de VVD in hoofdzaak voor. Weliswaar zien de liberalen ook op de terreinen veiligheid en migratie een rol weggelegd voor de EU, maar deze maatregelen zijn vooral bedoeld om de interne markt te beschermen tegen een toevloed van kansloze migranten. Het klinkt aardig, terug naar de kern van economische samenwerking, maar de perfectionering van de interne markt is een Paard van Troje gebleken.

    Gevaarlijke splijtzwam

    Het oorspronkelijke idee dat de economische samenwerking waar de Europese Unie op gebouwd is alleen maar welvaart brengt en zo fijn neutraal is, zodat elke lidstaat zijn eigen ding kan blijven doen en zijn identiteit kan behouden, is al lang niet meer houdbaar gebleken. Het ideaal van de interne markt werkt in toenemende mate verstorend: welvaartsverschillen binnen Europa leiden tot een toevloed van goedkope arbeidskrachten, lidstaten worden erdoor gehinderd ferm op te treden tegen belastingontwijking door multinationals, huisartsen mogen door Europese concurrentieregels niet samenwerken om hun onderhandelingspositie tegenover machtige verzekeraars te versterken et cetera.

    En het pet project van de interne markt, de euro, heeft zijn ware aard laten zien: lidstaten die het tempo niet kunnen bijbenen, zoals Griekenland en Spanje, kunnen niets anders doen dan de lonen en pensioenen verlagen, de werkloosheid hoog op laten lopen en hopen op een spoedig herstel. Op solidariteit van de rijkere noordelijke lidstaten hoeven ze niet te rekenen. De euro is niet de beloofde bindende factor geworden, maar is een gevaarlijke splijtzwam die verder knaagt aan de legitimiteit van de Europese Unie.

    De Europese Unie als grootmarkt-meester is dus een te zwakke basis gebleken voor succesvolle samenwerking. Het onderliggende marktmodel is gemodelleerd naar welbegrepen eigenbelang, naar de onzichtbare hand van Adam Smith die in zijn Wealth of Nations liet zien hoe het streven naar eigenbelang ook het collectieve belang dient. Maar Smith wees er ook op dat er verstandige bestuurders moeten zijn die het streven naar eigenbelang in goede banen moeten leiden, en dat je moet waken voor te grote welvaartsverschillen omdat anders het systeem zichzelf zou kunnen vernietigen door gebrek aan onderling vertrouwen. Smith was dan ook een voorstander van herverdelende belastingen en voor andere vormen van solidariteit.

    Boekhoudersmentaliteit

    Dat is wat we binnen Europa node missen: een gevoel van urgentie ten aanzien van thema’s als onderling vertrouwen en solidariteit. En dat heeft alles te maken met de boekhoudersmentaliteit die overheerst: we nemen elkaar constant de maat en zijn niet langer bereid zomaar iets weg te geven. Die Grieken moeten eerst maar eens… Of zouden wij eerst eens iets moeten doen?

    We moeten dus andere onderwerpen op de Europese agenda zetten. Daar gaan de scenario’s 4 en 5 in Junckers witboek over. Scenario 4, doing less more efficiently, benadrukt het belang van herijking van de agenda van de Europese Unie en van een focus op die onderwerpen die het meeste draagvlak hebben binnen Europa en met goed resultaat uitgevoerd kunnen worden. Nou, ga er maar aan staan. Hoe vul je deze holle managementfrasen dan in?

    "Dat is wat we binnen Europa node missen: een gevoel van urgentie ten aanzien van thema’s als onderling vertrouwen en solidariteit"

    Het CDA doet een dappere poging. Van alle verkiezingsprogramma’s heeft dat van de christendemocraten de meeste concreet uitgewerkte voorstellen voor zaken die op Europees niveau uitgevoerd zouden moeten worden en de zaken die niet meer door Europa geregeld moeten worden. Enkele voorbeelden: economische en monetaire stabiliteit moet een kerntaak worden, Europa moet zelfvoorzienend worden in voedsel, grote banken moeten gesplitst worden in hoog- en laagrisicobanken en het beleid van de ECB moet op de schop. Ook het CDA is voor een Europese Unie met twee snelheden.

    GroenLinks, de SP en de Partij voor de Dieren koersen ook aan op het vierde scenario. De SP wil het minste EU. Zij pleit voor het afschaffen van de Europese Commissie, het terugdringen van lobbyisten, het verlagen van onze afdracht aan de Europese Unie  en een dubbel mandaat voor nationale parlementariërs, die dan dus ook zitting moeten nemen in het Europese Parlement.  De Partij voor de Dieren wijst een federaal Europa expliciet af. Nieuwe bevoegdheden zouden alleen nog mogen worden overgedragen na een goedkeurend referendum, en de onafhankelijk opererende ECB is de partij een doorn in het oog. Voor het overige wil de PvdD vooral kwesties aangaande milieu en dierenwelzijn op de Europese agenda plaatsen en pleit ze voor een zich verder terugtrekkende Unie. Ook GroenLinks agendeert vooral milieu- en energievraagstukken, en pleit voor democratischer spelregels zonder overigens daarbij concrete oplossingen aan te dragen. Europese solidariteit krijgt wel een plek bij GroenLinks, maar in plaats van te pleiten voor meer  ‘interne’ solidariteit tussen de lidstaten van de Unie, pleit GroenLinks voor mee ‘externe’ solidariteit van de Europese Unie met de wereld om haar heen.

    Principiële zelfreflectie

    Dan komen we aan bij de twee uiterste visies in Nederland: de PVV, die eenvoudigweg uit de EU wil en D66 die expliciet voor een federaal Europa pleit en daarmee het vijfde scenario van Juncker,  scenario 5 (doing much more together) feitelijk omarmt. In haar verkiezingsprogramma stelt D66 dat een federaal Europa per definitie ‘alle ruimte [biedt] voor de diversiteit van nationale, regionale en menselijke verschillen en identiteiten’. D66 pleit dan ook voor het overdragen van veel meer bevoegdheden aan Europa. Waar dat nodig is wil D66 ‘onze eigen schijn-soevereiniteit’ opgeven, zo valt te lezen in haar verkiezingsprogramma. Schijn-soevereiniteit, daar moet ik nog eens over nadenken. Europa moet volgens D66 een rol gaan spelen op het gebied van energie, milieu, buitenlands beleid, met EU-ambassades wereldwijd. De Europese Commissie en het Europees Parlement moeten een zwaarder mandaat krijgen en daarboven moet een Europese Senaat ingesteld gaan worden. Tot slot pleit D66 voor één uniforme Europese winstbelasting, de CCCTB. De VVD is daar pertinent tegen. De andere partijen zwijgen over de CCCTB.

    Kunt u er nog wijs uit worden?

    Juncker heeft geen scenario bedacht over hoe we binnen Europa met elkaar omgaan

    Wat opvalt aan de voorzet van Juncker is het instrumentele karakter ervan. Het geeft alleen maar mogelijke antwoorden op de vraag wat we binnen Europa zouden moeten regelen, maar geeft geen richting voor hoe we dat moeten doen. Juncker heeft geen scenario bedacht over hoe we binnen Europa met elkaar omgaan en hoe we op Europees niveau besluiten nemen. Dat is teleurstellend, want het gebrek aan procedurele legitimiteit van Europa, verloren gegaan in stroperigheid en achterkamertjes met ronkende draaideuren, voedt de ontevredenheid bij Europese burgers misschien nog wel het meest. Er is te weinig democratische controle en er zijn te weinig middelen om de Europese Raad en de Europese Commissie ter verantwoording te roepen. Wie heeft daar een scenario voor?

    Ik ben geen voorstander van meer Europese verkiezingen. Een rechtstreeks gekozen commissie of Europese president lijkt mij alleen maar een recept voor nog meer rampen. Gekozen politici hebben een sterk mandaat, maar welk mandaat gaat dan voor: het Europese mandaat of het nationale mandaat? Wie heeft het dan nog voor het zeggen? Ik denk dat we het moeten gaan zoeken in meer openbaarheid en sterkere vormen van verantwoording. Maar eerst zullen we het moeten zoeken in een intrinsieke principiële zelfreflectie. Wat voor Europa we willen zijn, solidair of individueel, met meer of minder markt, met gezamenlijke of individuele doelen? Ik kies voor een Europa waar idealen boven boekhoudregels gaan, waar de belangen van mensen boven die van bedrijven en instituties staan. Een Europa waar weer geloofd wordt in het voordeel van samenwerken, een Europa waar cynisme weer plaats maakt voor hoop. Het mag weer machtig mooi worden. Of ben ik nu te romantisch?

     

    9 maart: een Gepeperd Gesprek

    Het gesprek over de toekomst van de Europese Unie is het belangrijkste dat er op dit moment in ons deel van de wereld bestaat. En toch wil het maar niet van de grond komen. Dat is vreemd: de onvrede over de EU is immers groter dan ooit. Het Europa van nu lijkt alleen nog maar over markt te gaan en schiet democratisch en bestuurlijk tekort. Er moet iets gebeuren, maar wat? Is er ook een ánder Europa denkbaar? Tijd voor een gepeperd gesprek.

    Op donderdag 9 maart brengt Follow the Money Wim Boonstra, chef-econoom van Rabobank, journalist Hella Hueck, filosoof/fiscalist Christiaan Vos en Europa-specialist van D66 Kees Verhoeven samen met de altijd goedgebekte FTM-hoofdredacteur Eric Smit. Het doel: het eens stevig over de toekomst van Europa hebben. Save the date en verzeker je nu van een ticket!

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Christiaan Vos

    Fiscaal-econoom, filosoof, gastdocent bij de UvA. Ervaren fiscalist, mede-oprichter van nachtclub Panama en DJ.

    Volg Christiaan Vos
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 501 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Volg dossier