© JanJaap Rypkema

  • En Volt haalde in 2014 ook 0% van de stemmen.
  • FvD haalde in 2014 0% van de stemmen. Waarom dit percentage, waarom niet alle partijen die een zetel hebben gehaald?

Tijdens de campagne voor de Europese Parlementsverkiezingen worden kiezers om de oren geslagen met standpunten over de Nexit, een Europees Leger, en het verhuiscircus naar Straatsburg. Allemaal punten waar niet het Europarlement, maar de Europese Raad van regeringsleiders over gaat. Waar gaan deze verkiezingen dan wél over?

Onder toeziend oog van de internationale pers stappen regeringsleiders uit hun glanzende vierwielers om vervolgens achter gesloten deuren in conclaaf te gaan. Steevast volgt na het overleg een groepsfoto en Mark Rutte die, geflankeerd door een EU-vlag, een persconferentie houdt. Aan de verzamelde pers doet de premier uit de doeken wat hij voor de Nederlandse burgers in Brussel heeft geregeld.

Dit is in een notendop wat burgers voorgeschoteld krijgen over de Europese Unie. Maar wat de Nederlandse volksvertegenwoordigers nu precies doen in Brussel, daar wordt maar weinig over gesproken.

‘Nexit. Meer of minder Europa. Ja, daar gaat het natuurlijk in het parlement helemáál niet over,’ constateert journalist Chris Aalberts. ‘In het Europarlement gaat het om het werk naar de stemming toe.’ In zijn boek Wat doen ze daar eigenlijk? onderzocht hij samen met Mendeltje van Keulen, lector aan de Haagse Hogeschool, wat onze Nederlandse Europarlementariërs eigenlijk uitspoken. 

Ze onderhandelen vooral over wetteksten, viel hen op: ‘Dan zitten ze daar achter gesloten deuren te vlooien over een of ander detail, bijvoorbeeld onder welke omstandigheden gegevens wel of niet op mogen worden geslagen. Dat is dus eigenlijk heel ambtelijk werk. Feitelijk zijn Europarlementariërs ongecontroleerde ambtenaren, omdat dit proces vooral achter gesloten deuren gebeurt in voorbereidende commissies.’ De gang van zaken vormt een schril contrast met de Haagse politiek, vindt Aalberts: ‘Hier dien je een motie in, stel je een Kamervraag, vraag je een debatje aan. Dat is in het Europarlement echt niet zo.’

Toch doen Europarlementariërs naar buiten toe of het wel zo werkt. ‘Dan heb je bijvoorbeeld Annie Schreier van het CDA, die aankondigt dat ze in het Europarlement ergens vragen over gaat stellen,’ zegt Aalberts. ‘Maar dat is niet hoe het werkt: als je niet in voorbereidende groepen gaat zitten en geen rapporten aanneemt, dan bereik je niets. Ondertussen zegt Annie Schreier in haar krantje “ik heb iets gezegd over de boeren”, en dan lijkt het alsof ze wat heeft gedaan. Maar het slaat natuurlijk helemaal nergens op.’

Het parlement in Brussel wordt dus ten onrechte gezien als verlengstuk van het Haagse, en de Europese verkiezingscampagne gaat voornamelijk over onderwerpen waar Europarlementariërs niets of amper wat over te zeggen hebben. Daarom vroeg Follow the Money Nederlandse lijsttrekkers wat ze nu precies willen doen de komende vijf jaar, en welke middelen ze daarvoor gaan gebruiken. Voorwaarde: ze mochten het alleen hebben over zaken die binnen hun mandaat als parlementariër vallen. Dus geen Nexit, Europees leger of Straatsburg.

Wie hebben we geïnterviewd?

Aan dit artikelen waren uiteindelijk vijf lijsttrekkers bereid om mee te werken: D66, ChristenUnie, GroenLinks, SP en Volt. CDA, PvdA, VVD en Forum voor Democratie reageerden niet op (herhaaldelijke) interviewverzoeken.

We hebben de PVV niet gevraagd: de partij heeft het standpunt dat de Europese Unie in zijn geheel moet worden afgeschaft en stemt daarom consequent tegen alle nieuwe regelgeving. Verder bemoeit ze zich niet met het maken van beleid.

We hebben niet gekeken naar partijen die in 2014 meededen, maar minder dan 5% van de stemmen haalden.

Lees verder Inklappen

Partijen die kritisch het bedrijfsleven volgen, kunnen daarmee in deze economische unie relatief makkelijk uit de voeten. Zo is het Europarlement mede-wetgever op de onderwerpen die GroenLinks belangrijk vindt, constateert lijsttrekker Bas Eickhout tevreden. Hij somt op: ‘CO2-beprijzing voor de industrie, normen voor auto’s, eenmalig-gebruik-plastic, hervormingen van het landbouwbeleid. Naast de lidstaten heeft ook zeker het Europarlement hier iets over te zeggen, dus dit zijn dan ook onze prioriteiten voor de komende periode.’

Sophie in ‘t Veld, lijsttrekker voor D66, is ook van plan in te zetten op het klimaatbeleid, maar ziet dat de ambities van haar collega-Europarlementariërs hoger liggen dan die van nationale regeringsleiders, die bijeenkomen in de Europese Raad. ‘Daar moeten we dus druk op gaan zetten. In het politieke spel kunnen we als parlementariër verschillende kaarten inzetten om een andere Europese instelling in beweging te krijgen.’

Zo kan het Europarlement bepaalde dossiers — zoals de begroting — vasthouden, of met een dossier naar het Europees Hof stappen. GroenLinks-lijsttrekker Eickhout wijst er ook op dat het Europarlement onderwerpen op de agenda van de Brusselse politiek kan zetten: ‘De Groenen hebben een studie uitgebracht over belastingontwijking door meubelgigant IKEA. Daar buigt de Europese Commissie zich nu wel over.’

Politieke arena

Het Europarlement is niet alleen bij het wetsontwerp afhankelijk van hoe de wind waait in nationale regeringen, maar ook zodra de wet af is. In ‘t Veld: ‘We hebben heel veel wetgeving in Europa, maar de handhaving wordt aan de lidstaten overgelaten. Helaas zien we in de praktijk dat een model met nationaal toezicht niet werkt. Ierland knijpt een oogje toe als het gaat om privacy, Nederland en Malta als het gaat om witwassen. Dat is ongelooflijk frustrerend.’

‘We zijn momenteel echt “de” politieke arena van de Europese Unie’

Ieder land is immers wel ergens op tegen, herkent ook Reinier van Lanschot, lijsttrekker van de pro-Europese partij Volt: ‘Polen wil geen kolencentrales sluiten, Duitsland geen strengere normen voor de auto-industrie, Ierland en Nederland geen strikte controles op brievenbusmaatschappijen.’

Volt is de eerste ‘Pan-Europese partij’ en doet dit jaar voor het eerst mee aan de verkiezingen. Het oprichten was makkelijker gezegd dan gedaan: ‘Het probleem was niet om mensen met dezelfde idealen te vinden, maar vooral de barrières waar je tegenaan loopt als je een gezamenlijke partij wilt oprichten,’ vertelt Van Lanschot. Omdat Europese verkiezingen lopen via nationale partijen (die meedoen en afgevaardigden sturen) moeten er nationale partijafdelingen worden opgericht waar mensen zich bij aan kunnen sluiten. Volgens de lijsttrekker had zonder al die moeilijkheden de kiezer niet vanuit acht, maar vanuit veertien landen op Volt kunnen stemmen.

Want hoewel Volt een pan-Europese politieke beweging vormt, moeten mensen zich in elke lidstaat aansluiten bij een nationale partijafdeling, ‘die ook weer aan 28 verschillende eisen moeten voldoen,’ zegt Van Lanschot. ‘In Nederland moet je als politieke partij een vereniging zijn, maar in Duitsland is er een aparte wetgeving voor politieke partijen.’

Sophie in t Veld van D66 ziet de komst van Volt als een teken dat het Europees Parlement in beweging is: ‘Mijn fractie heeft zich hard gemaakt voor transnationale lijsten, maar had hiervoor helaas geen meerderheid. Vergeet niet dat het Europarlement een jong instituut in beweging is, en we zijn momenteel echt dé politieke arena van de Europese Unie geworden.’

Waar pro-Europese partijen graag wijzen op ontwikkelingen die laten zien dat er sprake kan zijn in de toekomst van een ‘Europese demos’, zien de meer Eurokritische partijen zoals de SP het politieke zwaartepunt vooral in de nationale hoofdstad. SP-lijsttrekker Arnout Hoekstra hamert juist op een goede relatie met de Tweede Kamerfractie, en de Brusselse vertegenwoordiging is sterk verankerd met Den Haag: ‘Als bevoegdheden namelijk worden overdragen aan Brussel moet dat altijd eerst nog langs de nationale parlementen. Dus de prioriteit ligt voor ons om het in Den Haag tegen te houden. Als er dan alsnog bevoegdheden naar Brussel gaan, dan proberen we via amendementen in het Europees Parlement de schade beperkt te houden.’

Opvallend genoeg reppen alleen de SP en de ChristenUnie over de noodzaak om zitting te kunnen hebben in voorbereidende commissies, de clubs waar Europarlementariërs achter gesloten deuren onderhandelen en sleutelen aan de details van wetgeving. Peter van Dalen, lijsttrekker van de ChristenUnie, mailt zelfs per speerpunt een boodschappenlijst aan commissies. Een voorbeeld: om een dikke vinger in de visserij-pap te garanderen, en het toekomstige visserijbeleid zo ‘duurzaam, innovatief en regionaal’ mogelijk te maken, wil Van Dalen niet alleen ‘actief lid worden in twee commissies’, maar ook de overige betrokken 20 commissies ‘op de voet volgen.’

‘Ik blijf mij echt verbazen over de intransparantie van de PES en de EPP’

Wat betreft het functioneren van de EU zelf hebben meerdere partijen nog enkele ideeën. De SP wil graag het werk van scheidend Europarlementariër Dennis de Jong voortzetten, zegt diens opvolgend lijsttrekker Hoekstra: ‘Een van onze doelen is dat het samenwerkingsverband van Europarlementariërs over transparantie behouden blijft, dat moet op de agenda blijven staan. We willen graag een verplicht lobbyregister, wat door [PvdA-lijsttrekker, red.] Frans Timmermans de nek is omgedraaid. Een van de belangrijkste redenen dat er geen draagvlak is voor de EU, is juist door die intransparantie en dat er zoveel geld verspild wordt. Dus wil je een sterk samenwerkingsverband wilt hebben, dan begint dat bij draagvlak en vertrouwen.’

Ook Volt is kritisch op het gebrek aan transparantie. De partij ziet de gesloten houding van de Europese Unie als haar eigen ergste vijand. Van Lanschot: ‘Ik was laatst in het Europarlement en de munitie voor eurosceptici ligt letterlijk voor het oprapen daar. Ik blijf mij echt verbazen over de intransparantie van de PES en de EPP, maar ook over het gerommel met vergoedingen. Die terechte kritiek leidt af van het gesprek dat we wél moeten voeren.’

Eickhout van GroenLinks vindt transparantie eveneens ‘cruciaal voor het vertrouwen in de Europese Unie’: ‘Er is meer inzicht nodig over hoe de democratische worst wordt gemaakt.’

Versplintering

Niet alleen zijn deze verkiezingen bijzonder omdat voor het eerst een pan-Europese partij meedoet. Eickhout ziet ook een andere belangrijke ontwikkeling: ‘Voor het eerst in de geschiedenis krijgen de PES en de EPP waarschijnlijk geen meerderheid in het Europarlement. Vanaf het begin van de Europese Unie hebben ze de macht gehad en dus ook de baantjes: van de Europese Commissie tot het hoogste ambtelijke niveau. Ze zijn gewend dat ze altijd de regels voor zichzelf hebben kunnen maken, maar met een minderheid wordt dat lastig. Daar worden ze heel zenuwachtig van. Ze hebben het dus ook alleen maar over die populisten en de ondergang van Europa.’

Hoe de nationale evenknieën PvdA en CDA hiernaar kijken, is onbekend. De PvdA heeft sinds de aanvang van dit onderzoek steevast alle vragen en interviewverzoeken van Follow the Money genegeerd. Ook het CDA ging niet in op het interviewverzoek voor dit artikel.

De partijen die wel bereikbaar waren om toe te lichten hoe ze te werk willen gaan (ChristenUnie, D66, GroenLinks, SP en Volt), kunnen het intussen ook niet laten om hardop te dromen over verdragswijzigingen. Punten waar toch echt de nationale lidstaten voor nodig zijn. En die zijn terughoudend, omdat zo’n wijziging wel eens een Doos van Pandora kan openen: als één land met een voorstel komt, komen alle anderen ook met ellenlange wensenlijstjes.

‘Hebben de politieke partijen zélf wel enig idee wat hun mensen doen?’

Desalniettemin wijst Hoekstra van de SP op het Straatsburgse verhuiscircus, hekelt in ‘t Veld van D66 de Europese Unie als economische reus en (geo)politieke dwerg en verwijst Van Lanschot van Volt naar een appendix bij het partijprogramma waarin per standpunt de benodigde verdragswijzigingen zijn aangegeven. Ook wordt er gerept over het smeden van nieuwe coalities met landen: als het aan de ChristenUnie ligt komt er bijvoorbeeld een Europese variant van het zogeheten pooierverbod. Lijsttrekker Peter van Dalen hoopt daarvoor mogelijke coalitiepartners bij diverse (christelijke) partijen te vinden in Finland, Frankrijk, Zweden en Nederland.

Maar hoe is het nu mogelijk om te bepalen wat een Europarlementariër effectief maakt? Volgens Aalberts gaat er vooral veel mis bij die evaluatie, zowel door de partijen zelf als in de publieke opinie: ‘Je hebt eigenlijk twee soorten Europarlementariërs. Mensen met een breed profiel kun je voor alles vragen, denk maar aan Dennis de Jong [SP, red.], Esther de Lange [CDA], Agnes Jongerius [PvdA] en Sophie in t’ Veld [D66]. Dat zijn een beetje de smaakmakers. Dan heb je nog de mensen — en dat is de meerderheid — waar je nooit wat van hoort. Een deel daarvan doet ook echt niets, en zijn niet aanwezig op sociale media. Dat zie je vooral bij SGP en PVV. En hier komt het: de vraag is of deze laatste groep mensen wordt gecontroleerd door hun eigen partij. Hebben de politieke partijen zélf eigenlijk wel enig idee wat hun mensen wel, of vooral niet, doen?’

Aalberts noemt als voorbeeld het geval van Matthijs van Miltenburg van D66. De Europarlementariër moest tegen zijn zin weg en haalde vervolgens in de media hard uit naar D66-lijsttrekker In ‘t Veld, die volgens hem ‘geen tegenspraak’ zou dulden: ‘Mensen zoals Van Miltenburg hebben ons laten weten dat ze helemaal niet geëvalueerd zijn, en op vragen hierover komt vanuit de partij ook geen antwoord. Dan wordt het wankel,’ zegt Aalberts. ‘Van Miltenburg moest uiteindelijk weg omdat hij niet met Sophie in ‘t Veld door een deur kan, terwijl het hier wel gaat om belangrijke wetgevers die daar zitten namens Nederlandse burgers.’

Bovendien: of iemand het volgens de kiezer ‘goed doet’ in Brussel, hangt ook samen van toeval, constateert Aalberts. ‘Iemand als Sargentini van GroenLinks was geen zichtbare Europarlementariër. Maar door slim te onderhandelen heeft zij het rapport-Hongarije onder zich gekregen en nu is ze ineens een wereldster, de meest invloedrijke Europarlementariër.’

Het slimme onderhandelen gebeurt vooral in achterkamertjes en buiten het zicht van de kiezer. Dit maakt controle lastig. Aalberts waarschuwt dat ook Eurosceptische partijen zoals PVV en straks Forum voor Democratie hierdoor nooit afgerekend worden op gelummel: ‘Voor alles wat ze willen is geen meerderheid, ze zitten verspreid over meerdere fracties dus ze kunnen geen vuist maken. De komende vijf jaar zullen zij er ook geen baat bij hebben om dingen te verantwoorden. Dus minimale bekendheid, minimale social media aanwezigheid en bijna geen parlementaire activiteiten behalve filmpjes opnemen. Dat is het dan.’ 

Dit betekent niet dat de meer zichtbare Europarlementariërs ook meteen de betere zijn. Als ze actief zijn binnen commissies, blijft het onzichtbaar voor de kiezer wat er precies is uitonderhandeld. Hierdoor blijft ook voor Aalberts na jarenlang onderzoek een beetje in de lucht hangen wat nou een goede Europarlementariër maakt: ‘Het is bijna niet te evalueren wat deze mensen precies doen.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Dieuwertje Kuijpers

Gevolgd door 902 leden

Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

Volg Dieuwertje Kuijpers
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Lise Witteman

Gevolgd door 280 leden

Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

Volg Lise Witteman
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Brusselse geldbronnen

Gevolgd door 845 leden

Waar halen Europese politieke partijen hun centen vandaan? En waar gaat dat geld vervolgens naartoe? Welke gulle gevers doner...

Volg dossier