Beeld © JanJaap Rypkema

China houdt maar weinig vrienden over in het Europees Parlement

De voorzitter van het Europees Parlement laat onderzoeken of er integriteitsregels zijn geschonden door leden van een officieuze Chinaclub. Maar had die club, ondanks al haar inspanningen, überhaupt enig nut voor China?

Frederique vraagt door
Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit verhaal over?

  • China heeft de afgelopen vijftien jaar geprobeerd om zijn imago in het Europees Parlement te verbeteren door reizen en borrels van een zogeheten EU-China Vriendschapsgroep te sponsoren. Follow the Money onderzocht of deze pogingen tot beïnvloeding enig effect hadden.

Waarom is dit van belang?

  • Eind 2020 sloten de EU en China een principeakkoord over bescherming van investeerders en verbeterde markttoegang van Europese investeerders in China. Het Europees Parlement heeft de macht om dit mogelijk verstrekkende akkoord goed te keuren of tegen te houden.

Hoe heeft FTM dit onderzocht?

  • Follow the Money heeft bij het Europees Parlement inzage gevraagd in documenten die te maken hebben met de EU-China Vriendschapsgroep. Ook analyseerden we het stemgedrag van Europarlementariërs wanneer kritiek op China werd voorgesteld.
Lees verder

Drankjes en snacks aannemen op een Europees-Chinees feestje kan voor sommige Europarlementariërs nog een staartje krijgen. David Sassoli, de voorzitter van het Europees Parlement, heeft een onderzoek ingesteld naar de zogenaamde EU-China Vriendschapsgroep, zo blijkt uit een brief van zijn hoogste ambtenaar aan Follow the Money, in een reactie op ons verzoek om inzage in documenten.

De vriendschapsgroep, een officieuze club van China-geïnteresseerde Europarlementariërs die in 2006 is opgericht, hield in oktober 2019 een bijeenkomst in Straatsburg. Volgens nieuwswebsite Politico Europe werden de versnaperingen betaald door de Chinese EU-ambassade. Eerder werden leden van de vriendschapsgroep meermaals uitgenodigd voor reizen naar China, op kosten van de Chinese staat, zo blijkt uit verklaringen van Europarlementariërs.

De activiteiten van de EU-China Vriendschapsgroep, zoals reisjes naar China, creëerden kansen voor Chinese staatsmedia om positieve uitspraken op te tekenen uit de mond van Europese politici, zo bleek uit uitgebreid onderzoek van de Tsjechische denktank Sinopsis. Vooral de oud-voorzitter van de club, de Brit Nirj Deva, deed herhaaldelijk uitspraken die Beijing zou verwelkomen. Hij noemde China in het Europees Parlement ‘geen bedreiging maar een kans,’ trok de toespraak van een Oeigoerse activist in twijfel en typeerde het idee dat China koloniale aspiraties zou hebben als ‘absolute nonsens’.

De Chinees Gai Lin, destijds parlementair assistent van Deva, claimt de groep te hebben opgericht

De uitspraken worden ingezet als propagandamiddel voor het Chinese publiek. Tegelijkertijd komt het China ook niet slecht uit als Europarlementariërs in Europese media een positief of neutraal geluid over China laten horen. De Chinees Gai Lin, destijds parlementair assistent van Deva, claimt de groep te hebben opgericht, zo schrijven Clive Hamilton en Mareike Ohlberg in hun boek Hidden Hand. Volgens Hamilton en Ohlberg had de groep ten doel leden van het Europees Parlement China beter te laten ‘begrijpen’, via ‘positieve propaganda’.

Dat past in een bredere strategie die al eerder werd gesignaleerd door de Belgische geheime dienst. In een rapport uit augustus 2018 schreef die dat de Chinese inlichtingendiensten ‘naar allerlei mogelijkheden [zoeken] om invloed uit te oefenen op Europese beleidsmakers, in de hoop dat die een pro-Chinese houding aannemen’.

Officieel niet-bestaand

De EU-China Vriendschapsgroep heeft, evenals andere vriendschapsgroepen, een vreemde status. Officieel bestaan dergelijke clubs niet, maar als concept worden ze wel door het Europees Parlement erkend. ‘EP-leden zetten soms niet-officiële groepen op om overleg te voeren over en met derde landen. Deze “vriendschapsgroepen”, die soms worden gesponsord door lobbyisten of buitenlandse regeringen, zijn geen officiële organen van het Europees Parlement,’ zo vermeldt de website van het Europees Parlement.

Derk Jan Eppink (JA21) werd tijdens zijn vorige termijn gevraagd als vicepresident van de vriendschapsgroep

Voor zover bekend is slechts een Nederlandse Europarlementariër lid (geweest) van de EU-China Vriendschapsgroep: Derk Jan Eppink (JA21), die in een schriftelijke reactie aan Follow the Money zijn betrokkenheid bevestigt. Op de borrel in Straatsburg sprak Eppink ‘onder aanwezigheid van Chinese diplomaten [..] ook nog enkele woorden’.

Volgens Eppink werd hij tijdens zijn vorige termijn gevraagd als vicepresident van de vriendschapsgroep, omdat hij Mandarijn spreekt. ‘Het werd mijn taak Chinese delegaties in het Europees Parlement te verwelkomen met een vriendelijke toespraak,’ zegt Eppink. Toen hij in 2019 terugkeerde als Europarlementariër, werd hij opnieuw gevraagd. Maar afgezien van een bezoek van een Chinese delegatie aan de Commissie economische en monetaire zaken van het parlement, organiseerde de groep volgens Eppink in die periode maar weinig activiteiten. Een reis naar China ging vanwege de pandemie niet door, en de relaties tussen EU en China waren inmiddels verslechterd.

De huidige voorzitter van de EU-China Vriendschapsgroep, de Tsjech Jan Zahradil, maakte eind vorig jaar zelfs bekend dat alle activiteiten zijn ‘opgeschort’. Hij liet dat weten tijdens een hoorzitting van een parlementaire onderzoekscommissie die buitenlandse inmenging in democratische processen binnen de EU onderzoekt, waarin ook het Sinopsis-onderzoek aan bod kwam.

EP-voorzitter Sassoli wil nog steeds weten of de gedragscode voor Europarlementariërs is geschonden en heeft een onderzoek gelast

Later benadrukte Zahradil in een tweet dat hij zijn besluit eigenstandig had genomen, en dat had gedaan ‘om de verspreiding van nepnieuws, complottheorieën en spionagespelletjes door activisten, media en inlichtingenbronnen tegen te gaan’. Hij schreef dat de ‘paranoia over China’ hem herinnerde aan de sfeer van communistisch Tsjechoslowakije in de jaren zeventig en tachtig.

Maar Sassoli wil nog steeds weten of de gedragscode voor Europarlementariërs is geschonden. Hij heeft het Raadgevend comité voor het gedrag van de leden opdracht gegeven te controleren of er giften zijn gedaan die leden van de vriendschapsgroep hadden moeten melden. Dit comité bestaat uit vijf Europarlementariërs en is aangesteld om ‘vermoedelijke gevallen van overtreding’ van de gedragscode te beoordelen.

Een formele lijst van (oud-)leden van de vriendschapsgroep is er niet. Follow the Money vroeg bij het Europees Parlement alle stukken op die betrekking hebben op de EU-China Vriendschapsgroep. Die bleken er nauwelijks te zijn. ‘Aangezien de EU-China Vriendschapsgroep geen officieel orgaan van het parlement is, heeft [het Europees Parlement] geen documenten met betrekking tot haar activiteiten,’ schreef Klaus Welle, secretaris-generaal van het Europees Parlement, in een officiële reactie op het wob-verzoek van FTM.

Dossier

Dossier China

China neemt nadrukkelijk zijn plaats op het wereldtoneel in. Op allerlei manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat betekent dit voor Nederland, dat al innig met China is verbonden?

Volg dit dossier

Welle vond slechts vier documenten inzake de vriendschapsgroep in de systemen van het Europees Parlement. Het voornaamste daarvan was een brief van parlementsvoorzitter Sassoli aan het hoofd van het Raadgevend comité; daaraan waren de andere drie aangehecht. Secretaris-generaal Welle weigerde deze stukken openbaar te maken. In zijn toelichting daarop onthulde hij dat Sassoli in zijn brief het Raadgevend comité om een onderzoek had gevraagd; tussentijdse openbaarmaking zou dat onderzoek hinderen. Welke parlementsleden worden onderzocht, is niet duidelijk.

Welle wees in zijn toelichting aan FTM tot slot op de ‘politiek beladen context’, waarin enerzijds de pers en ‘sommige politici’ kritiek hebben geuit op de vriendschapsgroep, en anderzijds vriendschapsgroepvoorzitter Zahradil volhield dat alle regels in acht waren genomen.

Gevolgen overtreding gedragscode

Europarlementariërs moeten zich houden aan een gedragscode ‘inzake financiële belangen en belangenconflicten’, die voorschrijft dat alle ‘financiële, personele of materiële steun’ van derde partijen wordt gemeld. Wanneer het Raadgevend comité voor het gedrag van de leden constateert dat een EP-lid de code heeft overtreden, geeft het advies aan de voorzitter van het parlement over mogelijke maatregelen.

De voorzitter bepaalt vervolgens of, en zo ja hoe, de overtreding wordt bestraft. Het reglement kent verschillende sancties, zoals een berisping of het inhouden van twee tot dertig dagen van de verblijfsvergoeding waarop Europarlementariërs recht hebben. Die verblijfsvergoeding (ook wel dagvergoeding genoemd) is 324 euro; de sanctie kan dus oplopen tot bijna tienduizend euro. Een andere optie is om de Europarlementariër maximaal een jaar toegang tot vertrouwelijke informatie te ontzeggen. 

Voor Eppink zou geen van deze sancties gevolgen hebben, indien er bij hem een overtreding wordt geconstateerd. Hij stond op de derde plaats op de kieslijst van JA21 en is in de Tweede Kamer gekozen. Op 31 maart werd hij beëdigd.

Het is sowieso de vraag of Europarlementariërs, mochten zij over de schreef zijn gegaan, daadwerkelijk zullen worden bestraft. Het Raadgevend comité schreef in zijn laatste verslag van de vorige parlementaire termijn (2014-2019) dat het de voorkeur geniet om overtredingen van de gedragscode op te lossen met de betreffende Europarlementariër. Het ‘risico’ dat de voorzitter ‘zijn toevlucht moet nemen tot sancties’ diende verkleind te worden. Als een Europarlementariër de vastgestelde overtreding snel ‘verhelpt’ – bijvoorbeeld door een gift of belang alsnog openbaar te maken – dan ‘is het Raadgevend comité altijd van mening geweest dat verdere stappen niet nodig zijn’.

Lees verder Inklappen

Dat China pogingen doet om politieke invloed uit te oefenen, moge duidelijk zijn. Maar is dat met die vriendschapsgroep gelukt? Heeft de EU-China Vriendschapsgroep in zijn vijftienjarig bestaan (sommige) Europarlementariërs kunnen overhalen tot een ‘pro-Chinese houding’?

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die vraag sowieso moeilijk is te beantwoorden. Politieke invloed is lastig te meten en motivaties van politici zijn zelden terug te brengen tot één oorzaak. Om de politieke invloed van de EU-China Vriendschapsgroep te kunnen meten zou je ook moeten weten hoe politici hadden gestemd als de vriendschapsgroep niet had bestaan.

Toch kunnen we enig inzicht krijgen in de invloed van de groep door te kijken naar het stemgedrag van Europarlementariërs in de afgelopen jaren. Als het contingent EP-leden dat kritisch is over China geslonken is in de tijd dat de vriendschapsgroep actief was, is die correlatie op zijn minst interessant. En hoewel er geen officiële ledenlijst is, is van een aantal Europarlementariërs bekend dat ze in de vriendschapsgroep zaten. Hoe stemden zij bij dossiers die China betroffen?

Nederlandse Europarlementariërs en China

Om dicht bij huis te beginnen: het stemgedrag van de Nederlandse Europarlementariërs.

Resoluties waarin schendingen van mensenrechten in China worden veroordeeld, krijgen ruime steun. Alleen de PVV stemt consequent tegen dergelijke resoluties. Dat heeft overigens weinig met China te maken, en alles met hun opstelling jegens de Europese Unie: de PVV vindt dat de EU überhaupt geen eigen buitenlandbeleid hoort te hebben. ‘Wij willen dat de lidstaten individueel hun verhouding tot andere landen kunnen bepalen,’ verklaart PVV’er Marcel de Graaff in een e-mail aan Follow the Money. ‘Dat geldt dus niet alleen voor China maar voor elk land waar het Europees Parlement iets over meent te moeten zeggen.’

De drie Europarlementariërs van Forum voor Democratie/JA21, die zich bij stemmingen over China-resoluties onthielden, geven een vergelijkbare verklaring. ‘In principe onthouden wij ons van eindstemmingen inzake buitenlands beleid. Dit omdat deze bevoegdheid volgens ons toekomt aan de lidstaten. Hier wordt in uitzonderlijke omstandigheden van afgeweken.’ Een voorbeeld daarvan deed zich in januari 2021 voor, toen JA21 een kritische resolutie over Hongkong steunde.

De stemming over een resolutie gaat in fasen: eerst komt er een concepttekst, dan wordt die vaak uitonderhandeld door grotere fracties, vervolgens stemmen Europarlementariërs nog over specifieke wijzigingen (amendementen) en tot slot stemt het Europees Parlement over de tekst als geheel.

Follow the Money keek ook naar de steun voor specifieke amendementen. Zo werd er in juni 2020 gestemd over een lange paragraaf waarin het parlement de Europese Commissie opriep onderhandelingen over een investeringsakkoord tussen de EU en China te gebruiken om druk op China uit te oefenen inzake Hongkong.

De Europarlementariërs van de PVV en Forum/JA21 stemden tegen. Naar eigen zeggen was dat niet om kritiek op China te ontwijken

De Europarlementariërs van de PVV en Forum/JA21 stemden tegen die tekst. Naar eigen zeggen was dat niet om kritiek op China te ontwijken: ‘Wij hebben toen tegengestemd omdat wij geen voorstander zijn van multilaterale EU-handelsakkoorden. Dit staat los van de mensenrechtensituatie,’ zegt een JA21-woordvoerder. Volgens Marcel de Graaff gold hetzelfde voor de PVV: ‘De PVV wil dat Nederland zelf een handelsverdrag met China kan afsluiten en dan is het aan Nederland om wel of niet iets te vinden van de mensenrechten in dat land.’

Europarlementariër Anja Hazekamp (Partij voor de Dieren) wijkt met haar stemgedrag soms ook af. Zo stemde ze ‘onthouding’ bij het amendement over het investeringsakkoord, maar steunde wel de resolutie over Hongkong als geheel (inclusief die paragraaf over het investeringsakkoord). Drie jaar eerder onthield ze zich nog van stemming toen een resolutie over Hongkong voorlag.

Haar woordvoerder laat weten dat Hazekamp ‘met de kennis van nu’ over de verslechterde situatie in Hongkong, in 2017 ook had kunnen voorstemmen. Het specifieke amendement over het investeringsakkoord kon ze niet steunen vanwege haar ‘principiële afwijzing van het investeringsverdrag’, maar ze wilde China wel aanspreken ‘op de voortdurende ernstige mensenrechtenschendingen’.

Vriendelijke stemmen

Hoe stemden leden van de EU-China Vriendschapsgroep? Het beeld dat daaruit naar voren komt, is niet eenduidig.

De Britse toenmalig Europarlementariër Nirj Deva richtte de groep in 2006 op en was haar voorzitter tot de verkiezingen van het Europees Parlement in 2019. Toen het parlement op 12 september 2018 over de ‘Stand van de betrekkingen tussen de EU en China’ stemde, was er een opvallende discrepantie tussen Deva’s stemgedrag en dat van zijn partijgenoten. Deva was de enige in zijn toen 75 leden tellende fractie (de ECH), en dus ook van zijn eigen Conservatieve Partij, die tegenstemde. De resolutie van 92 alinea’s bevatte onder meer kritische opmerkingen over Tibet, Hongkong en Taiwan. 

Ook Deva’s opvolger als voorzitter van de vriendschapsgroep, Jan Zahradil, toont grillig stemgedrag inzake China

Wel stemde Deva voor een resolutie die een jaar later ter stemming kwam over ‘de toenemende onderdrukking waar verschillende religieuze en etnische minderheden, met name de Oeigoeren en Kazakken, Tibetanen en christenen, mee te maken hebben’.

Ook Deva’s opvolger als voorzitter van de EU-China Vriendschapsgroep, Jan Zahradil, toont grillig stemgedrag als het over China gaat. Hij stemde in 2017 voor de resolutie over Hongkong, maar onthield zich van stemming in 2018 (‘Stand van de betrekkingen tussen de EU en China’) en 2020 (over Oeigoerse dwangarbeid). Het is opvallend dat Zahradil bij de Oeigoeren-resolutie ‘onthouding’ stemde, terwijl zijn drie Tsjechische partijgenoten voor stemden.

Zoals gezegd is onduidelijk welke Europarlementariërs allemaal lid zijn (geweest) van de vriendengroep, maar onderzoeker Jichang Lulu deed een poging dit te achterhalen, in een artikel voor de Tsjechische denktank Sinopsis. Sommige Europarlementariërs die Jichang op basis van anonieme bronnen identificeerde als lid, vertoonden opmerkelijk stemgedrag. Dit bewijst Jichangs vermoedens niet meteen, maar roept wel vragen op.

Een voorbeeld hiervan is de Hongaarse sociaaldemocraat István Ujhelyi, tevens oprichter van een toeristisch-culturele Europees-Chinese netwerkorganisatie en voorzitter van de raad van bestuur van het Confucius Instituut in Szeged. Hij reageerde aanvankelijk niet op een verzoek om commentaar, maar na publicatie van dit artikel bevestigde Ujhelyi aan Follow the Money dat hij sinds zijn herverkiezing in 2019 lid was van de Vriendschapsgroep. ‘Als ik het me goed herinner, hadden we maar twee bijeenkomsten voordat de pandemie toesloeg.’

Er waren ook (veronderstelde) leden van de vriendschapsgroep die mensenrechtenresoluties consequent steunden

Blijkens de notulen bracht Ujhelyi geen stem uit toen op 17 december 2020 de resolutie over Oeigoerse dwangarbeid langskwam. Hij was wel degelijk aanwezig: Ujhelyi bracht namelijk wel een stem uit bij de resoluties die voor en na deze China-resolutie op de agenda stonden. Hetzelfde gebeurde op 12 september 2018, toen er gestemd werd over de betrekkingen tussen EU en China: Ujhelyi was aanwezig, stemde over het vorige item op de agenda, maar hield zich afzijdig toen het onderwerp China aan de beurt was. Ook op woensdag 13 december 2017 stopte Ujhelyi even met stemmen toen Hongkong aan bod kwam.

Ujhelyi vindt dat sommige resoluties een ‘onnodig misleidende en vermanende toon en commentaar’ bevatten en dat die ‘de Europese economische noch diplomatieke belangen dienen’. Hij benadrukt het belang van samenwerking en wederzijds begrip. ‘Als voormalig verantwoordelijk lid van de Hongaarse regering wil ik niet bijdragen aan onnodige politieke spelletjes door voor, tegen of onthouding te stemmen. Het is waar, de gemakkelijkste manier is dan om niet te stemmen.’ De Hongaar denkt dat de ‘aanvallen’ op de EU-China Vriendschapsgroep ‘puur politiek gemotiveerd’ zijn.

Er waren ook (veronderstelde) leden van de vriendschapsgroep die mensenrechtenresoluties consequent steunden: sommige ‘vrienden’ durfden dus wel degelijk kritiek te hebben op China.

Zo verklaarde Yana Toom (uit Estland, van de liberale Renew-groep) op 11 december 2019 dat de Chinese Communistische Partij de voorgaande maand haar reiskosten en accommodatie had betaald voor een symposium over Chinese samenwerking met Centraal- en Oost-Europese landen. Dat was echter geen garantie voor een pro-Chinese houding. In de daaropvolgende anderhalf jaar stemde Toom voor de kritische Hongkong-resolutie, voor de kritische Oeigoeren-resolutie en stemde ze in januari 2021 ook voor toen het parlement opnieuw een kritisch standpunt ten aanzien van Hongkong in stemming bracht.

Een ‘vriendschap’ met China betekent dus niet automatisch een kritiekloze houding. Maar zelfs als dat wel het geval was, was de invloed op de stemmingen beperkt. Zo meldt onderzoeker Jichang aan FTM: ‘De vriendschapsgroep had geen noemenswaardige invloed als “stemblok”. Hun gewicht is te verwaarlozen binnen het volledige parlement.’ In zijn onderzoek concludeerde Jichang verder dat claims dat de groep 46 of 48 leden zou hebben, hoogstwaarschijnlijk overdreven zijn. ‘Ik heb geen bewijs gezien dat de groep ooit meer dan een dozijn actieve leden had,’ zegt Jichang. In het grotere geheel is hun aantal dan marginaal: het Europees Parlement heeft ruim 700 leden.

"Als de vriendschapsgroep ten doel had het aantal China-vriendelijke Europarlementariërs te vergroten, moet die missie als gefaald worden gezien"

Bovendien, zelfs als vriendschapsgroepsleden pro-Chinese standpunten hadden, is het nog de vraag of ze die dankzij hun lidmaatschap kregen. ‘Correlatie betekent niet meteen causaliteit. Hun standpunten over China dateren vaak van vóór bekend werd dat ze iets te maken hadden met de groep,’ zegt Jichang.

Steeds kritischer

De vriendschapsgroep heeft niet kunnen voorkomen dat China de afgelopen jaren steeds meer kritiek van het Europees Parlement krijgt te verduren, tot frustratie van de Chinese EU-ambassade in Brussel. Als de vriendschapsgroep ten doel had het aantal China-vriendelijke Europarlementariërs te vergroten, moet die missie als gefaald worden gezien. 

‘Resoluties van het Europees Parlement over mensenrechtenschendingen van China zijn de laatste jaren vermenigvuldigd en de taal ervan is steviger geworden,’ zegt Claudio Francavilla, lobbyist in Brussel voor Human Rights Watch tegen Follow the Money. Bovendien kunnen teksten met kritiek op China op zeer comfortabele meerderheden rekenen. De zes recente China-resoluties waarbij hoofdelijk werd gestemd, kregen allemaal de steun van ten minste acht op de tien leden.

Op 22 maart maakte China zich nog minder populair bij het Europees Parlement. Die dag reageerde Beijing vrijwel direct op Europese sancties tegen vier Chinezen die volgens de EU verantwoordelijkheid dragen voor schendingen van mensenrechten, vanwege ‘de grootschalige willekeurige opsluiting van met name Oeigoeren in Xinjiang’. Als reactie besloot China dat vijf Europarlementariërs China, Hongkong en Macau niet meer binnenkomen, omdat ze ‘opzettelijk leugens en desinformatie’ over het land zouden verspreiden. Ook de hele Subcommissie Mensenrechten werd op China’s zwarte lijst gezet.

Het gevolg: strijdvaardige taal van parlementsvoorzitter David Sassoli. ‘Het Europees Parlement laat zich niet intimideren.’ Ook de Duitse Manfred Weber, leider van de grootste fractie (de Europese Volkspartij), sprak zich uit: ‘Het aanvallen van vrij gekozen parlementsleden toont ons de minachting die Beijing koestert voor de democratie.’ Daarnaast lieten de leden van de een-na-grootste fractie, de Socialisten en Democraten, meteen weten dat wat hen betreft China eerst de sancties tegen de Europarlementariërs moet intrekken, voordat zij verder willen praten over een nieuw investeringsakkoord tussen de EU en China.

Voorlopig is een stemming over dat investeringsakkoord sowieso niet aan de orde. Hoewel vlak voor de jaarwisseling een principeakkoord werd aangekondigd, zijn de juristen van de Europese Commissie nog altijd bezig de tekst te controleren. Het akkoord geldt alleen als daarna de lidstaten en het Europees Parlement akkoord gaan.

In de resolutie van afgelopen januari over Hongkong kondigde het parlement al aan dat het ‘rekening zal houden met de mensenrechtensituatie in China, ook in Hongkong, wanneer het gevraagd wordt de investeringsovereenkomst of toekomstige handelsovereenkomsten met de Volksrepubliek China goed te keuren’.

Maar een niet-bindende resolutie over mensenrechten aannemen is geen garantie op een rechte rug wanneer het er echt toe doet. Bij de stemming over een handelsakkoord spelen ook economische belangen mee. Een resolutie is in feite een politieke verklaring die ‘gratis’ is, maar het besluit om een handelsakkoord niet te ratificeren, kan economisch pijn doen.

Human Rights Watch-lobbyist Francavilla wijst op het vrijhandelsakkoord dat de EU onlangs met Vietnam sloot. Het Europees Parlement vroeg in november 2018 in een resolutie de vrijlating van een aantal Vietnamese activisten, onder wie journalist Pham Chi Dung.

Maar in februari 2020, toen het parlement daadwerkelijk druk kon uitoefenen, ging het akkoord met het vrijhandelsakkoord zonder die vrijlating te eisen. Een jaar later vroeg het parlement opnieuw om vrijlating – maar dat was weer in een niet-bindende resolutie.

Het zal nog even duren voordat het EU-China investeringsakkoord in Straatsburg ter stemming komt. Pas dan zullen we zien wat de mooie woorden van het parlement waard zijn – en of ze hebben geleerd van hun ervaringen met Vietnam. Pham Chi Dung zit nog altijd gevangen.

Europarlementariërs Jan Zahradil reageerde niet op verzoeken om commentaar. István Ujhelyi reageerde pas na publicatie; dit artikel is op vrijdag 9 april aangevuld met zijn commentaar.