Fragment omslag Donald Duck Europa-special
© Disney

Na enkele maanden vertraging geeft de Europese Commissie Follow the Money gelijk: ambtenaren lakten te veel informatie weg naar aanleiding van ons Wobverzoek over een Donald Duck EU-special. De nieuwe versies van de openbaar gemaakte documenten geven meer openheid over zaken die aanvankelijk waren weggelakt. De kosten van het uit de EU-begroting betaalde project zijn inmiddels ook openbaar: 141.943 euro.

Op dinsdagmiddag 9 juli 2019 stuurt een medewerker van Sanoma een e-mail naar het Nederlandse kantoor van de Europese Commissie in Den Haag. In de e-mail praat Sanoma de Commissie bij over de productie van een speciale bijlage bij het Donald Duck Weekblad, die het dagelijks bestuur van de EU bij Sanoma had besteld.

‘Ik heb de verhalen ook vast naar Disney gestuurd, om de snelheid erin te houden,’ schrijft de Sanoma-medewerker. De e-mail werd in januari op verzoek van Follow the Money samen met andere documenten over de productie van de Europa-special vrijgegeven. Het woord ‘Disney’ was destijds echter weggelakt; in plaats daarvan stond er een grijs vlakje. Dat was omdat het hier ging om ‘commercieel gevoelige gegevens’, zo verklaarde een begeleidende brief van het directoraat-generaal (DG) communicatie van de Commissie in januari.

De Commissie had nog meer zinnen verduisterd voordat het de documenten openbaar maakte. Onterecht, zo blijkt nu: het secretariaat-generaal van de Europese Commissie heeft het Wob-verzoek van Follow the Money opnieuw beoordeeld in een soort beroepsprocedure, in EU-jargon: een ‘confirmatief verzoek’.

Op 21 juli heeft het secretariaat-generaal de documenten opnieuw vrijgegeven, nu met minder grijs gelakte stukken. Hiermee erkent de Commissie, zij het impliciet, dat haar ambtenaren in januari bij nader inzien te royaal gebruik hebben gemaakt van de grijze viltstift. Er is dan ook niets commercieel gevoeligs aan het feit dat Sanoma contact had met Disney: iedereen weet dat het Amerikaanse bedrijf eigenaar is van de personages uit Donald Duck Weekblad.

Het secretariaat-generaal geeft geen uitleg waarom het DG communicatie aanvankelijk meer zinnen verborg. Ook het hoofd van de vertegenwoordiging in Den Haag, Didier Herbert, kan niet zeggen waarom in eerste instantie meer werd weggelakt. Hij zegt telefonisch dat juridisch gezien het oorspronkelijke antwoord van de Commissie uit januari nu ‘is komen te vervallen’.

In februari zei de Commissie nog dat zij niet bekend kon maken hoeveel de EU-Duck had gekost. Enkele maanden later is het bedrag gewoon gepubliceerd

Een andere curieuze keuze van de lakkende ambtenaar: een verwijzing naar Frans Timmermans werd verdoezeld. Op dinsdag 8 oktober 2019, toen de Donald Duck EU-special bijna naar de drukker kon, had de Commissie nog een opmerking over het door de Nederlandse Eurocommissaris ondertekende voorwoord. ‘Doordat Frans Timmermans op 1 november van titel verandert, is het nog niet helemaal duidelijk hoe zijn functie geschreven moet worden’, aldus de e-mail. De woorden ‘Frans Timmermans op 1 november van titel verandert’ waren aanvankelijk weggelakt. 

‘Politieke dingetjes’

In dezelfde vrijgegeven e-mail verwijst de Commissie naar een bijlage met opmerkingen ‘over spelling/onduidelijkheden/politieke dingetjes’. Die woorden werden weggelaten. 

Ironisch genoeg werd de bijlage met daarin de bewuste ‘politieke dingetjes’ wél vrijgegeven. De bijlage bevatte één van de duidelijke aanwijzingen aan de redactie waaruit bleek dat de Commissie invloed had op de inhoud van het blad. Een verwijzing van Dagobert Duck naar het concept ‘meebetalen’ moest worden vermeden, want ‘burger en geld betalen aan de EU ligt helaas heel erg gevoelig’.

Over geld gesproken, inmiddels is ook bekend hoeveel de speciale EU-editie van Donald Duck de Europese burger heeft gekost: 141.943 euro. Voor dat bedrag heeft Sanoma een verhaal op maat laten maken en zijn er 285.000 exemplaren van het tijdschrift gedrukt. 

Ter vergelijking: het Nederlandse ministerie van Financiën heeft een Dagobert Duck-special besteld in het kader van de Week van het Geld, eerder dit jaar. Voor een oplage van een miljoen exemplaren betaalde het ministerie 181.000 euro. En vorig jaar betaalde het ministerie van Binnenlandse Zaken Sanoma 431.646 euro voor ‘Donald Duck duikt in de digitale wereld’, maar dat was wel inclusief een lespakket. Ook hier lag de oplage hoger: bijna 700.000 exemplaren.

Het bedrag van 141.943 euro staat in een document dat het secretariaat-generaal in juli vrijgaf, maar waarvan het DG communicatie in januari het bestaan nog niet had erkend. In februari zei de Commissie nog tegen Follow the Money dat zij niet bekend kon maken hoeveel de EU-Duck had gekost. Waarom is onduidelijk, want enkele maanden later is het bedrag gewoon gepubliceerd in het Financial Transparency System, een website waar de Europese Commissie jaarlijks bekend maakt waar EU-geld naar toe is gegaan.

Dossier: EU-geld in Nederland

Nederland ontvangt jaarlijks ruim twee miljard aan EU-subsidies. De controle daarop richt zich meestal op of de regels zijn gevolgd. Maar waaraan wordt dat EU-geld daadwerkelijk besteed? En welke belangen spelen er?

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Duck-abonnees zijn ‘global citizens’ en ‘independents’

Het nieuw vrijgegeven document is een zogenaamde ‘explanatory note’, waarin de vertegenwoordiging van de Commissie in Den Haag toestemming vraagt om het contract met Sanoma af te sluiten zonder openbare aanbesteding. Europese regels staan dat onder strikte voorwaarden toe als ‘de werken, leveringen of diensten alleen kunnen worden verricht door één bepaalde ondernemer’. 

Didier Herbert, het hoofd van de Nederlandse vertegenwoordiging, beargumenteerde in het stuk dat Donald Duck ‘het enige magazine is waarmee we kinderen, jongvolwassenen en volwassenen van twee van onze vier doelgroepen tegelijk op zo een grote schaal kunnen bereiken’. Die doelgroepen zijn de ‘global citizens’ en ‘independents’. Sanoma is de enige aanbieder van Donald Duck in Nederland en dus gold het criterium dat slechts ‘één bepaalde ondernemer’ het werk kon verrichten, betoogde Herbert.

Follow the Money heeft de vertegenwoordiging een dertiental vragen gesteld — waaronder over de Wob-procedure en of de doelgroep is bereikt — maar die kon de Commissie niet in anderhalve week beantwoorden.

Een andere nog onbeantwoorde vraag is ook waarom het afhandelen van het ‘confirmatief verzoek’ zo lang moest duren. Volgens de EU-verordening hebben burgers het recht op een reactie binnen 15 werkdagen. De EU-instelling heeft de mogelijkheid om die reageerperiode eenmaal met 15 werkdagen te verlengen. Follow the Money ontving de herziene reactie op het Wob-verzoek pas na 114 werkdagen, een vertraging die niet alleen kan worden verklaard door lockdownomstandigheden (zie kader). 

Tijdlijn van het wob-verzoek

24 november 2019: Wob-verzoek ingediend. Wettelijke termijn voor de Commissie om te reageren: 15 werkdagen.

13 december: Directoraat-generaal (DG) Communicatie laat weten dat het 15 extra werkdagen nodig heeft.

16 januari 2020: DG Communicatie verstuurt documenten, precies 2 x 15 = 30 werkdagen na het indienen van het wob-verzoek.

5 februari: In beroep gegaan via een zogenaamd ‘confirmatief verzoek’. Secretariaat-generaal (SG) van de Europese Commissie heeft tot 26 februari (15 werkdagen) om te reageren.

26 februari: SG laat weten dat het 15 extra werkdagen nodig heeft. De nieuwe deadline loopt af op 18 maart.

18 maart: Het SG schrijft: ‘Ik moet u helaas meedelen dat wij niet binnen de verlengde termijn, die op 18 maart 2020 verstrijkt, zullen kunnen reageren, aangezien het interne overleg nog niet is afgerond. Ik kan u echter verzekeren dat wij er alles aan doen om dit overleg af te ronden en u zo snel mogelijk een definitief antwoord zullen geven.’

11 mei: Ik laat SG weten dat er ruim zeven weken sinds de uiterste deadline waren verstreken.

12 mei: SG schrijft: ‘Wij wensen ons oprecht te verontschuldigen voor de vertraging opgelopen bij de behandeling van uw aanvraag.’ Het laat weten dat de Commissie ‘het nodige interne en externe overleg’ moest voeren over nieuwe documenten die geïdentificeerd waren, inclusief met een ‘derde partij’. ‘Het vereiste overleg heeft langer geduurd dan verwacht als gevolg van de toegenomen werklast en de buitengewone omstandigheden tijdens de COVID-19 pandemie. Wij hopen dit overleg echter snel te kunnen afronden zodat we u zo spoedig mogelijk een antwoord kunnen geven op uw confirmatieve aanvraag.’

20 mei: SG schrijft: ‘Wij willen u meedelen dat de vereiste interne/externe raadplegingen zijn afgerond. Bovendien kunnen wij u meedelen dat er een ontwerp-besluit in het Engels is opgesteld en dat wij klaar zijn om de goedkeuring ervan binnen het Secretariaat-Generaal aan te vragen.’ Verzoekt om toestemming het antwoord in het Engels te sturen, wat ik dezelfde dag geef.

30 mei: E-mail aan de SG om te melden dat documenten nog steeds niet zijn ontvangen.

3 juni: Klacht ingediend bij de Europese Ombudsman.

19 juni: Europese Ombudsman laat weten dat ze de Commissie heeft gevraagd uiterlijk 6 juli te reageren.

6 juli: Europese Ombudsman laat weten dat de Commissie heeft gevraagd om extra tijd, tot 31 juli.

22 juli: Documenten ontvangen van de SG, 114 werkdagen na het indienen van het ‘confirmatief verzoek’.

Lees verder Inklappen

Deze lange wachttijd is niet uniek, zo bleek onlangs ook uit een peiling onder 95 gebruikers van AsktheEU, een website opgezet door transparantieactivisten, waarmee je Europese Wobverzoeken kunt beheren. Op de vraag wat de ‘meest voorkomende problemen’ waren, vinkte bijna 31 procent van de respondenten aan dat ze hun antwoorden kregen met ‘grote vertragingen’.

Jaarlijks publiceren de Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de EU een rapport over hoe ze omgaan met de verordening over toegang tot documenten. Alleen de Raad publiceert cijfers over haar reactiesnelheid. In 2019 reageerde de Raad volgens haar jaarrapport gemiddeld binnen 17 werkdagen op een Wob-verzoek. Volgens een bron bij het secretariaat van de Raad, die informatie verschafte op voorwaarde van anonimiteit, duurde het in 4 procent van de verzoeken langer dan 30 werkdagen. Het afhandelen van een beroep (het ‘confirmatief verzoek’) duurde bij de Raad aanzienlijk langer: gemiddeld 37 werkdagen.

In beroep gaan loont

Ruim een kwart van de respondenten in de AsktheEU-peiling zei verder dat toegang tot informatie was geweigerd om 'ogenschijnlijk onredelijke' gronden.

De ‘Wob-verordening’ geeft EU-instellingen de mogelijkheid om (onderdelen van) documenten geheim te houden, maar alleen als er legitieme zorgen zijn over de gevolgen van openbaarmaking. Als je als burger denkt dat het publiek belang groter is dan die zorgen, kun het eerdere genoemde confirmatief verzoek gebruiken om te vragen om een herziening van het standpunt. Verhoudingsgewijs gebeurt dat niet vaak: de Commissie krijgt jaarlijks rond de 6.000 Wob-verzoeken, en slechts rond de 300 beroepsverzoeken.

Tegelijk blijkt ook dat in beroep gaan loont. Uit cijfers van de Europese Commissie (zie grafiek hierboven) blijkt dat in bijna de helft van de reacties op een ‘confirmatief verzoek’  er meer informatie boven tafel komt dan bij de oorspronkelijke reactie.

Het vergt alleen enorm veel geduld.

Dit artikel is bijgewerkt op 11 augustus 2020, nadat de genoemde bron bij het secretariaat van de Raad eerder verstrekte cijfers corrigeerde.

Peter Teffer
Peter Teffer
Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.
Gevolgd door 496 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren