Lagarde (IMF) en de Oekraïense premier Jatsenjoek.

    De Europese Commissie en de voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne schermen allen met de positieve economische gevolgen die de overeenkomst tot gevolg zal hebben. Het probleem is alleen: ze kunnen het niet onderbouwen, zo blijkt uit onderzoek.

    Voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne schermen graag met de economische voordelen die het akkoord voor de Nederlandse, Europese of Oekraïense economie zullen opleveren. De vraag is waarop deze uitspraken zijn gebaseerd. Het antwoord: eigenlijk nergens op. Er bestaan geen officiële studies die de huidige economische toestand in Oekraïne hebben meegenomen in de berekeningen. Dit blijkt uit documenten die door het Platform Authentieke Journalistiek voor Follow the Money werden achterhaald.

    'Goed voor de handel en de moraal'

    Het gaat economisch allemaal beter worden als het associatieverdrag een feit is. Dat is wat de voorstanders van de overeenkomst met Oekraïne sinds kort bij iedere voorkomende gelegenheid benadrukken. Volgens premier Rutte versterkt het verdrag de handelsbetrekkingen en kan het leiden tot meer welvaart en stabiliteit in Oekraïne. De conservatieve publicist Joshua Livestro is een groot pleitbezorger van de overeenkomst. Met de financiële steun van miljardair George Soros voert hij campagne voor een 'ja' bij het referendum van 6 april. Hij noemt het verdrag maandag in NRC een 'oer-Nederlands verdrag'. 'Goed voor de handel en goed voor de moraal. De koopman en de dominee zijn allebei vertegenwoordigd.' De rechtse Livestro krijgt daarbij steun van de natuurlobbyist Corinne Ellemeet (Groenlinks). Ook zij voert campagne voor een positieve stem bij het referendum en ook zij gooit daarbij de economische voordelen in de strijd. 'Het gaat om Nederlandse en Oekraïense handelsbelangen'. 'Zij profiteren van nieuwe banen en échte investeringen en wij van het rendement,' stelt D66 Kamerlid Kees Verhoeven dinsdag in een vurig pleidooi voor het verdrag in de Volkskrant.

    Het zijn stuk voor stuk uitspraken die niet kunnen worden gestaafd door onderzoek

    Het zijn uitspraken die niet worden gestaafd door deugdelijk onderzoek. Dat wil echter niet zeggen dat er geen studies zijn gedaan naar het associatie-akkoord. Het is standaard gebruik bij het directoraat generaal Handel van de Europese Commissie (DG-Trade), om voorafgaand aan de onderhandelingen over een nieuw handelsverdrag onderzoek te doen naar de mogelijke impact. Dat zijn macro-economische studies die kijken naar zaken als: de gevolgen voor de werkgelegenheid, economische groei en welke sectoren winnen of verliezen. Dergelijke studies zijn van groot belang voor de Commissie. Ze vormen de basis voor de onderhandelings-agenda en worden gebruikt om het publiek te overtuigen van het nut en de noodzaak van een nieuw verdrag.

    'Overweldigend positief'

    Dat gebeurde dus ook in het kader van de onderhandelingen met Oekraïne. De Europese Commissie gaf aan het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys, dat ook een invloedrijke bijdrage leverde aan de bewijsvoering van het vermeende nut van het transatlantische handelsverdrag TTIP, en het Oekraïense onderzoeksbureau CASE de opdracht uit te zoeken wat de economische gevolgen zouden zijn beide partners. Volgens dit rapport dat werd uitgebracht in december 2007, twee maanden voor de onderhandelingen officieel van start gingen, zou het afsluiten van het akkoord 'overweldigend positief' zijn voor de Oekraïense economie. Op de lange termijn zou het bruto binnenlands product (bbp) met met meer dan vijf procent groeien.

    Met dank aan het verdrag. Hoe dieper de integratie met de EU, des te hoger de economisch opbrengst, zo luidde de conclusie. Wel werd gewaarschuwd voor de mogelijke negatieve effecten in het oosten van Oekraïne waar in het bijzonder de kolenmijnen hard getroffen zouden kunnen worden. Dat was 2007. Voor de ontwikkelingen die Oekraïne vanaf november 2013 in een diepe crisis stortten, voor het imploderen van de (handels-)relatie met Rusland, zelfs nog voor het uitbreken van de mondiale financiële crisis. Ook was op het moment dat de studie werd gedaan natuurlijk nog niet bekend wat er in de uiteindelijke verdragstekst zou komen te staan.

     

    "Het is een no-brainer is dat Oekraïne kiest voor een akkoord met de EU"

    Een andere studie, uit 2011 ditmaal, van de Duitse adviesgroep Oekraïne meldt zelfs een groei van bijna 12 procent op de lange termijn voor de Oekraïense economie als het verdrag wordt afgesloten. Deze adviesgroep is sinds 1994 actief om, naar eigen zeggen, 'Oekraïne’s integratie met de wereldeconomie te bevorderen.' De groep wordt gefinancierd door de Duitse overheid en werkt nauw samen met het IMF en de Wereldbank. In het onderzoek wordt een vergelijking gemaakt tussen een akkoord met de Europese Unie en een enigszins vergelijkbaar verdrag met de Euraziatische Unie (een vrijhandelsgebied tussen voormalige Sovjetlanden). Sluit Oekraïne zich aan bij de laatste, dan zal volgens dit onderzoek de economie van het land krimpen met meer dan drie procent. De conclusie van dit onderzoek is dan ook dat het een no-brainer is dat Oekraïne kiest voor een akkoord met de EU.

    Een 'verse analyse' is nodig

    Deze resultaten klinken de Europese Commissie als muziek in de oren. En ondanks het feit dat beide studies dateren van vóór het uitbreken van het conflict in Oekraïne, maakt de commissie nog altijd dankbaar gebruik van de conclusies. Het persbericht dat werd verstuurd op het moment dat het handelsverdrag met Oekraïne in werking trad, op 1 januari 2016, noemt deze groeicijfers opnieuw. De Commissie schrijft in een ander persbericht zelfs dat er nog ‘veel meer’ groei kan worden verwacht als Oekraïne de hervormingen invoert die in de overeenkomst staan. Naar buiten toe lijkt het alsof de Commissie voor het gemak even vergeten is wat er allemaal heeft plaatsgevonden in Oekraïne de afgelopen jaren.

    Maar intern liggen de zaken heel anders. Zoveel blijkt uit documenten van de handelsafdeling van de Europese Commissie die op ons verzoek zijn vrijgegeven. Het resultaat van het WOB-verzoek maakt duidelijk dat de handels-commissie zelf ook weet dat de resultaten van de onderzoeken van Ecorys of de ‘adviesgroep voor Oekraïne’ niet de drastisch gewijzigde realiteit van na 2013 bevatten. Daarom verschijnt er er in de vroege lente van 2014, op 28 maart, een openbare aanbesteding met daarin de vraag om een vervolgonderzoek. In de begeleidende mail schrijft de hoofdeconoom van de handelscommissie dat de Europese Raad in antwoord op de 'ongekende gebeurtenissen in Oekraïne' op 21 maart het politieke gedeelte van het akkoord heeft ondertekend om het nieuwe leiderschap van het land te ondersteunen. De ondertekening van het DCFTA (het handelsgedeelte van het akkoord) zal volgens deze mail snel volgen. Er moet daarom met enige spoed een nieuw onderzoek komen: ‘met een laatste studie uit 2007 is een verse analyse nodig om een actueel en volledig beeld te krijgen van de algehele impact van het verdrag,’ aldus DG-Trade (bron).

    De status quo waarop de eerdere studies hun modellen hebben gebaseerd, ligt in duigen

    Dat er op dat moment een 'verse analyse' nodig is moge duidelijk zijn. In deze periode volgen de ontwikkelingen in Oekraïne zich immers in hoog tempo op. Op 16 maart heeft de Krim zich door middel van een referendum onafhankelijk verklaard van Kiev en in de oostelijke regio’s zijn de eerste protesten tegen het nieuwe bewind uitgebroken, die niet veel later zouden uitmonden in een gewapende opstand. De handel met Rusland en ook de Oekraïense economie storten ondertussen volledig in. Oftewel, de status quo waarop de eerdere studies hun modellen hebben gebaseerd, ligt in duigen.

    Nieuw onderzoek

    Normaal gesproken staan onderzoeksinstituten en denktanks in de rij om dergelijke impactstudies te produceren, maar deze keer blijft het rustig. Europa’s wellicht belangrijkste en meest gerenommeerde denktank, het in Londen gevestigde Center for Economic Policy Research (CEPR), wijst de opdracht zelfs af. Ze wijzen de Commissie er op dat de studie zoals die nu is opgezet niet de vragen kan beantwoorden waar ze naar op zoek is. ‘Hoewel we geloven dat een assessment zeer relevant en belangrijk is, kan deze niet worden uitgevoerd, gezien de economische en geopolitieke instabiliteit.’ (bron). Uit het WOB-document wordt duidelijk dat het onderzoek volgens het CEPR onmogelijk kan worden uitgevoerd zolang deze onzekerheden blijven bestaan.

    ‘Een assessment kan niet worden uitgevoerd gezien de economische en geopolitieke instabiliteit’

    Het Nederlandse Ecorys denkt hier anders over en doet met succes een bod op de tender. Op de vraag waarom Ecorys dit onderzoek wél kon uitvoeren, antwoordt voormalig teamleider Koen Berden: ‘de tender vroeg niets wat wij economisch niet konden en wij hebben in 2007 de eerste impact assessment gedaan. We kennen het land en de spelers en zouden een dergelijke impact assessment economisch goed hebben kunnen uitvoeren.’ Na het ondertekenen van het contract wordt afgesproken in januari 2015 het onderzoek te publiceren.

    Europese commissie stopt onderzoek

    Maar dan besluit DG-trade ineens om het project stop te zetten. Nora Plaisier, teamleider bij Ecorys, kan desgevraagd niet aangeven waarom dit is gebeurd. 'Dat zul je toch echt bij de Commissie moeten vragen', zo luidt haar antwoord. Woordvoerders van de Europese Commissie geven in eerste instantie alleen aan dát het onderzoek is stopgezet en verwijzen voor economische onderbouwing van het associatieverdrag naar de impact assessment van Ecorys uit 2007. Op de vragen waarom het nieuwe onderzoek is stopgezet, wie deze beslissing heeft genomen en nog belangrijker, waarop de verwachtingen van de commissie dan wel zijn gebaseerd blijft de Commissie de antwoorden schuldig. In de laatste mail schrijft de woordvoerder dat de reden dat het zo lang duurt is dat 'de vragen op verschillende sectoren betrekking hebben.' Wat daarmee precies wordt bedoeld wordt niet duidelijk gemaakt. De woordvoerder van de Commissie geeft aan op een later moment meer commentaar te kunnen geven.  

    [Update]

    De EU-woordvoerder laat weten dat de antwoorden lang op zich lieten wachten omdat ‘de vragen op verschillende sectoren betrekking hebben.’ Het uiteindelijke antwoord luidde: 'DG-trade heeft de analyse stopgezet omdat het akkoord door het Europees Parlement werd goedgekeurd voordat de studie was uitgevoerd. Dit maakte het onderzoek procedureel overbodig.’

     

    De komende maanden onderzoeken wij op Follow the Money de achtergronden van het associatieverdrag met Oekraïne, wat het precies inhoudt en wat de mogelijke gevolgen zijn voor zowel de EU, Nederland en met name Oekraïne zelf.Maak dit onderzoek mogelijk en steun de journalisten Bas van Beek, Sophia Beunder, Jilles Mast en Chris de Ploeg!

    >> Maak dit onderzoek mogelijk en doneer

    Over de auteur

    Authentieke Journalistiek

    Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Associatieverdrag Oekraïne

    Waarom is dit akkoord met Oekraïne zo belangrijk? Harde feiten lijken beperkt voorhanden, meningen domineren het debat. Daaro...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid