Europese eenheidsillusie gaat nieuwe fase in

    Zwitserland verbrak abrupt de koppeling tussen haar munt aan de euro nu de ECB overweegt de geldkraan stevig open te draaien. Een nieuwe fase in de eurocrisis breekt aan.

    Dit wordt geen vrolijk stuk voor propagandisten van een federaal Europa, noch voor mensen die graag een opwekkende column over de euro lezen. Laat ik voorop stellen dat ik een groot voorstander ben van Europese samenwerking. Ook zitten er voordelen aan het hebben van één gemeenschappelijke munt, zeker als die door de markten beschouwd wordt als één der wereldreserve-valuta. Maar de gebeurtenissen van afgelopen week - het de facto afscheid van Zwitserland van de euro- en de komende QE-plannen van de Europese Centrale Bank (ECB) duiden er op, dat de Europese beleidsmakers kiezen voor een 'wanhoopsscenario' om het economisch tij te keren. Beide fenomenen wil ik duiden en ik zal laten zien waarom de plannen van de ECB geen economische groei zullen realiseren, maar op middellange termijn een wissel gaan trekken op de economie van de eurozone als geheel.

    Historisch besluit Zwitserland

    Eerst maar even dat besluit van de Zwitserse centrale bank (SNB) om haar munt los te koppelen van de euro. Een besluit dat de financiële markten totaal verraste en dat inderdaad historisch genoemd mag worden, aangezien het een nieuwe fase inluidt van de eurocrisis. Waarom hadden de Zwitsers er genoeg van? Sinds september 2011 hadden de Zwitsers hun munt gekoppeld aan de euro en wel tegen de vaste koers van 1,20 frank voor één euro. De overweging van de Zwitsers om hun munt op die wijze kunstmatig te verzwakken was simpelweg dat dat de exportpositie van de Zwitserse bedrijven verbeterde. De eurozone is immers één van de belangrijkste handelspartners van het land, naast de VS. De eurozone was natuurlijk ook blij met de steunaankopen van de SNB. Alleen, in de drie jaar dat de Zwitserse centrale bank de euro steunde (onder gelijktijdige uitgifte van nieuwe franken) verdubbelde de balans van de SNB tot ruim vijhonderd miljard CHF.
    Het was niet de bedoeling dat de Zwitserse steun permanent zou zijn
    Het was niet de bedoeling dat die steun permanent zou zijn en al helemaal niet dat deze een dergelijke omvang zou krijgen. Het was de bedoeling dat het ECB-beleid zou leiden tot economisch herstel, waarna de zaken weer zouden normaliseren. Maar dat economisch herstel kwam maar niet, integendeel, de ECB gaat naar verluidt nog eens honderden miljarden euro's extra bijdrukken om de koers van de euro en de rentes op staatsleningen in de eurozone laag te houden. Als de SNB daarin mee zou gaan, dan zou het haar balans opblazen en haar munt op termijn structureel verzwakken, zie onderstaande grafiek.

    Bron: Swiss National Bank Bron: Swiss National Bank

    En dus besloten de Zwitsers: hier doen wij niet aan mee. Ze nemen de pijn van exportdaling en veertig miljard CHF koersverlies en kiezen voor de toekomst, waar ze een eigen monetair beleid kunnen voeren dat recht doet aan de juiste waarde van hun munt. Je kunt de Zwitsers niet verwijten dat ze van geld geen verstand hebben...
    De Zwitsers nemen een exportdaling en een koersverlies van veertig miljard CHF voor lief

    Monetaire maatregelen ECB uitgeput

    Dan de ECB. Volgens eurogroepvoorzitter Dijsselbloem is die politiek onafhankelijk. Op papier klopt dat ook. Maar het gevoerde beleid van de afgelopen jaren pakt toch wel héél erg uit in het voordeel van de zwakkere eurolanden. Onder garantie van de noordelijke landen kan de rente voor de zwakke broeders kunstmatig laag blijven. Maar zelfs dat helpt niet om hun economieën aan te zwengelen en de inflatie aan te jagen tot het door de ECB gewenste niveau van twee procent op jaarbasis. Het is me overigens een raadsel waarom je per se zou moeten streven naar een geldontwaarding van twee procent per jaar, maar dat is een andere discussie.
    De ECB heeft al veel gedaan om de zwakke eurolanden te ondersteunen
    De ECB heeft bovendien de voorbije jaren al heel wat ondernomen om de economieën van de zwakke eurolanden te ondersteunen. Zo werd de depositorente verlaagd tot het historisch lage niveau van 0,05 procent; moeten banken sinds kort betalen om hun kwartjes bij de ECB te mogen stallen; zijn er twee LTRO's (Long Term Refinance Operation) uitgevoerd ter waarde van bijna duizend miljard euro; is er een begin gemaakt met een TLTRO (Targeted Long Term Refinance Operation) van eveneens duizend miljard euro voor de komende vier jaar; en is de ECB in het laatste kwartaal van vorig jaar begonnen met het opkopen van Asset Backed Securities (ABS) en 'covered bonds'. Al deze maatregelen bleken onvoldoende om de economie weer op gang te helpen, het LTRO programma is zelfs afgelopen. Banken hebben zich drie jaar kunnen laven aan spotgoedkoop krediet, maar dat geld is niet ten goede gekomen aan de reële economie van de eurozone maar in opkomende markten belegd, waar meer rendement te halen viel. Daarom wil de ECB met dat TLTRO-programma, dat vier jaar loopt, de banken dwingen dit in de reële economie te stoppen. Maar pas na twee jaar na afloop van dat programma moeten de banken aangeven waar zij hun kwartjes gelaten hebben... Hiernaast overweegt de ECB nu dus een grootscheeps opkoopprogramma, OMT (Outright Monetary Transactions), daarin gesteund door het advies van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie (EHvJ) te Luxemburg, die verklaarde dat dit OMT-programma -onder voorwaarden- binnen het mandaat van de ECB valt. De landen in de periferie namen alvast een voorschot op de verwachte grote vraag naar staatsobligaties en met name Spanje kocht al grootscheeps in, zich verzekerend van een lage rente (1,66%, red.). Het definitieve oordeel van het EHvJ wordt pas over enkele maanden verwacht, maar het ligt in de rede dat het EHvJ het advies van haar advocaat-generaal zal overnemen. Desalniettemin zou het opmerkelijk zijn als de ECB zou besluiten om tot daadwerkelijke implementatie van het OMT over te gaan zolang er nog geen formeel accoord ligt van het EHvJ, temeer daar het Duitse Gerechtshof, dat de kwestie voor een second opinion had neergelegd bij het EHvJ, heeft bedongen om uiteindelijk het laatste woord te hebben. Als Draghi donderdag besluit om tot het massaal opkopen over te gaan loopt hij dus juridisch vér voor de muziek uit, maar dat terzijde.

    Twijfels over de effectiviteit van de ECB-plannen

    Het ergste van alles is natuurlijk dat het plan van Draghi niet gaat helpen om de vastgelopen economieën van de eurozone vlot te trekken. Gevreesd moet worden dat zijn plan alleen maar meer nieuwe bubbels creëert, zoals ook de voormalige hoofdeconoom van de ECB, de Duitser Jürgen Stark opmerkte tegen het Financieele Dagblad afgelopen weekend.
    Voormalig ECB-hoofdeconoom verwijt ECB alleen oog te hebben voor Zuid-Europese belangen
    Stark verweet de ECB alleen maar oog te hebben voor de belangen van de zuidelijke eurolanden. Daarmee logenstrafte hij de woorden van eurogroepvoorzitter Dijsselbloem, die zondag in Buitenhof stelde dat de ECB politiek volstrekt onafhankelijk is. Wat weet Dijsselbloem wat voormalig insider Stark niet weet? Dijsselbloem voegde er nog aan toe dat hij er 'alle vertrouwen' in had dat de ECB er alles aan zal doen om nieuwe zeepbellen te voorkomen. Dat zal best, maar heeft de ECB daar wel grip op? Het zijn immers de banken en beleggers die bepalen hoe zij hun vrij gespeelde liquiditeitsruimte gaan benutten. En gelet op het feit dat de banken druk bezig zijn hun solvabiliteit te versterken, zullen ze kiezen voor bestemmingen die het hoogste rendement opleveren tegen een zo laag mogelijk risico. Het is dus maar zeer de vraag of dat investeringsprojecten in de reële economie zullen zijn. Er is nog een andere reden om vraagtekens te plaatsen bij de monetaire noodzaak om juist nú met een omvangrijk geldverruimingspakket te komen. De liquiditeit van het Europese bankwezen - op Griekenland na - staat helemaal niet onder druk, er is geld zat beschikbaar.
    Er is voldoende geld maar er zijn te weinig investeringsprojecten
    Er is alleen onvoldoende vraag naar nieuw krediet vanuit de echte economie. Wat voor reden zou Draghi - en met hem alle Zuid- en Oost-Europese bestuursleden - dan kunnen hebben om toch staatsobligaties van eurolanden op te kopen? Officieel is het verhaal: om de inflatie aan te jagen. Maar waarom zou je dat willen? De economieën in Zuid-Europa verkeren in een deflatoire toestand vanwege de enorme vraaguitval ten gevolge van de enorme werkloosheid en de dito loondalingen die daar hebben plaatsgevonden. Dat is niet zo leuk voor hun schuldenpositie inderdaad, maar voor de rest? Ook zorgt inflatie voor uitholling van de spaartegoeden en de rendementen die pensioenbeleggers maken. De doelstelling van per se twee procent inflatie is even willekeurig als de notoire drie procentregel uit het Stabiliteitspact. Een pact waaraan overigens vrijwel niemand zich houdt.

    ECB als bad bank?

    Er is dus alle reden om kritisch te kijken naar de plannen van de ECB. Zoals het er nu naar uitziet mag de ECB tot 25 procent van de staatsschuld van elk eurozoneland opkopen naar rato van hun belang in de bank. Zo houdt Duitsland een belang van net geen 18 procent in de ECB en Nederland iets meer dan vier procent. Sommige economen en analisten vrezen dat de ECB een 'bad bank' wordt als zij mogelijk waardeloos papier opkoopt bij zwakke lidstaten. Zij vrezen dat de ECB dan een negatief eigen vermogen krijgt. Maar in een fiat-geldsysteem, waar de ECB zelf aan de geldpers zit, maakt dat niet zoveel uit: men drukt gewoon verse euro's bij om het gat op te vullen, zoals econoom Karl Whelan hier betoogt.
    De geloofwaardigheid van de euro staat op het spel
    Wat natuurlijk wel op het spel staat, is de geloofwaardigheid van de eenheidsmunt euro zelf. Dát is at stake en heeft met het vertrek van de Zwitsers een nieuwe dimensie gekregen. De vraag is: is de euro een betrouwbare munt en valt zij te handhaven? Als er geen monetaire flexibiliteit wordt gecreëerd voor de diverse eurolanden en geen landenspecifiek rentebeleid dan zie ik het somber in voor dat vertrouwen in de euro. Niet de munt zelf is het probleem, maar de (politieke) structuur van de eurozone, die alle deelnemende landen gevangen houdt in een strak keurslijf. De verschillen zijn te groot. Qua instituties, qua economische kracht, qua regelgeving, qua arbeidsethos en dergelijke.

    Cultuurverschillen ook te groot

    Die verschillen heb ik zelf aan den lijve moge ervaren als directeur van een Brits-Nederlandse onderneming op het gebied van mobiele data en automatische voertuiglocatiebepaling, vlak vóór het eurotijdperk. We hadden toen te maken met wisselkoersen. Met name de koers van het Britse pond tegenover de diverse Europese valuta speelde een belangrijke rol, aangezien we alle hardware vanuit Groot-Brittannië betrokken en die in ponden afgerekend moesten worden. Toch speelde die wisselkoers nauwelijks een rol bij onze zakenpartners in de verschillende Europese landen, al hielp het dat in die tijd de koers van het pond niet ongunstig was. Wat wel een grote rol speelde, waren cultuurverschillen. De Britten beschouwden zich nog als het Britse Gemenebest, illustratief tot uitdrukking gebracht door hun stelselmatige aanduiding van Europa als 'the continent'. De Fransen waren behalve uiterst chauvinistisch, evenzeer protectionistisch. Zo konden we de benodigde Franse radiofrequenties alleen krijgen als een Frans industrieel bedrijf de hardware mocht produceren. Nóg groter waren de verschillen tussen de Duitsers en de Latijnse landen. De Duitsers deden hun reputatie van gründlichkeit meer dan eer aan, terwijl de Latijnen (Spanje, Italië, Griekenland) vooral uitblonken in het eindeloos uitstellen van beslissingen (en telkens met betere voorwaarden voor henzelf op de proppen kwamen). Met andere woorden: de verschillen tussen de landen van Europa zijn groot, om over de taalverschillen nog maar te zwijgen. Ook al is het Engels de internationaal gebruikte taal in het zakenleven, het communiceert nu eenmaal een stuk gemakkelijker in je eigen taal, zeker als de gesprekspartner het Engels maar matig beheerst.

    Afgedwongen solidariteit werkt niet

    Er wordt nu getracht om van Europa een economische eenheid te maken. De gedachte daarbij is dat het de Interne Markt vervolmaakt. Op zich klopt dat natuurlijk ook. Maar wat voorstanders van de eenheidsmunt stelselmatig niet onder ogen willen zien is, dat we nog heel ver af zijn van een gelijkgeschakeld speelveld. De verschillen tussen de deelnemende landen zijn enorm. Qua belastingwetgeving, qua sociale verzekeringsstelsels, qua lonen, qua pensioenen, en zo meer. Maar zelfs al waren die verschillen er niet, de grote verschillen in concurrentiekracht tussen de landen hou je toch. Een Griekenland wordt nooit een Duitsland. Nu zult u zeggen: die verschillen bestaan toch ook binnen de landen zelf? De Randstad is welvarender dan Drenthe, Beieren concurrerender dan Berlijn, Milaan steekt met kop en schouders uit boven Napels en hetzelfde geldt voor Catalonië ten opzichte van Andalusië. En ja, dat is allemaal waar. Maar de nodige solidariteit wordt opgebracht, omdat het binnen één land is. De mensen voelen zich Spanjaard, Duitser en Nederlander. Het wordt anders als er ook solidariteit gevraagd wordt voor andere natiestaten. Overigens, die interne welvaartsverschillen roepen intussen ook binnen landen steeds meer wrevel op: Vlaanderen is het beu de Waalse bodemloze put te financieren, hetzelfde geldt voor Beieren, Baden-Württemberg en Hessen in Duitsland en de Catalanen in Spanje.
    De Europese leiders zijn slecht voorbereid op euroreis gegaan
    De Europese politieke leiders zijn aan een slecht voorbereide euroreis begonnen door een eenheidsmunt in te voeren en vervolgens de Unie in een veel te hoog tempo uit te breiden. Nu moet in die uitbreiding een pas op de plaats worden gemaakt - het in juli 2013 toegetreden Kroatië kwam al binnen een jaar na toetreding in de financiële problemen. Je vraagt je af waar ze in Brussel in vredesnaam mee bezig zijn.. Ook past een pauze in de harmonisatie van regelgeving die een enorme impact heeft op de samenlevingen. En er moet een oplossing komen voor het keurslijf dat de euro de landen oplegt. Zoals u weet is een oplossing daarvoor beschikbaar: The Matheo Solution, van Nederlandse makelij nog wel. Gisteren was op FTM het eerste deel van het interview te lezen met de ontwerper ervan. Op het moment dat de zwakke landen zich economisch kunnen herstellen zónder dat dit direct tot massawerkloosheid leidt, ontstaat er ook een veel breder draagvlak voor de hervormingsmaatregelen die sommige landen inderdaad moeten doorvoeren. Het gaat nu allemaal veel te snel en de democratie wordt buitenspel gezet. Zo komt er ongetwijfeld een moment dat de eurozone wordt opgebroken. Niet door een eventuele Grexit (een vertrek van Griekenland uit de eurozone, red.), maar wel als bijvoorbeeld Italië of Spanje er genoeg van krijgen dat hun door Duitsland telkens de hervormingsles gelezen wordt. Er zijn geen tekenen die er op wijzen dat Merkel c.s. van hun route willen afwijken. Dan eindigt de reis ófwel in een permanente transferunie of nog minstens een decennium van lage tot zeer lage groei in de eurozone. Eenheidsideologen zijn met hun illusies een gevaar voor welvaart en democratie.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 230 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren