Europese fraudejager wil 400 miljoen euro terug

    De Europese fraudewaakhond OLAF adviseerde lidstaten vorig jaar om ruim 400 miljoen euro aan frauduleus besteed geld terug te vorderen. Tevergeefs. Nog geen 120 miljoen is daadwerkelijk teruggekeerd naar de EU-begroting. Wat gaat er mis?

    Nationale overheden zijn laks bij het bestrijden van fraude met Europese subsidies, dat blijkt uit het deze week verschenen jaarverslag van het Europese anti-fraudebureau OLAF. Afgelopen jaar kreeg OLAF een record aantal tips binnen van burgers en autoriteiten. Ruim 1200 aanwijzingen van mogelijk misbruik werden er bij OLAF aanhangig gemaakt, maar reden tot feestvreugde was dit niet. Ondanks dat deze vingerwijzingen leidden tot het terug kunnen vorderen van 403 miljoen euro, zit er slechts 117 miljoen euro weer in de kas. VVD-europarlementariër Jan Mulder zit in de begrotingscontrolecommissie van de Europese Unie en beaamt dat het moeilijk is om geld terug te vorderen: ‘Als OLAF wordt getipt dan onderzoekt het de zaak en besluit het daarna of er sprake was van fraude.  Indien dat het geval was, dan wordt de zaak overgedragen aan de betreffende nationale autoriteiten. Zij bepalen vervolgens of er tot vervolging wordt overgegaan. En daar strandt het vaak.’

    Dood einde

    Om dit te illustreren brengt de europarlementariër een recente casus in herinnering. In 2012 stapte de Maltese EU-commissaris John Dalli op nadat hij door OLAF in verband werd gebracht met een omkopingzaak. Een landgenoot van Dalli zou 60 miljoen euro hebben willen opstrijken in ruil voor aanpassing van een wetsvoorstel dat inging tegen de belangen van de tabaksindustrie. Dalli zou daarvan hebben geweten en er zelfs bij betrokken zijn geweest. De Eurocommissaris nam vervolgens ontslag en het antifraudebureau droeg het onderzoeksrapport over aan de Maltese autoriteiten. Zij legden het rapport vervolgens naast zich neer en besloten om Dalli niet te vervolgen. ‘Dit soort gevallen kunnen ronduit frustrerend zijn,' klaagt europarlementariër Mulder. ‘De fraude wordt dan opgespoord, maar bij de rechtbanken lopen de zaken dood.’ Een blik op het jaarverslag wijst bijvoorbeeld uit dat de Slowaakse autoriteiten in nul gevallen gevolg hebben gegeven aan de onderzoeksrapporten van OLAF, terwijl in Duitsland en Nederland respectievelijk 71 procent en 46 procent van de zaken in behandeling zijn genomen. Het stemt Mulder niet tevreden: ‘Nationale autoriteiten geven eenvoudigweg te weinig gehoor aan fraude met Europees geld.’ Collega-europarlementariër Gerben Jan Gerbrandy (D66) sluit zich bij Mulder aan: 'Omdat Europees geld voor nationale overheden vaak voelt als een cadeautje, zullen ze dat cadeautje niet zo snel willen teruggeven. Er gaat een perverse prikkel uit van het systeem.'

    Europese aanklager

    Een probleem, zo vindt ook de Europese Commissie. Daarom pleitte de Commissie vorig jaar voor een Europees Openbaar Ministerie. Deze instantie moet het mandaat krijgen om de jacht op fraudeurs te verbeteren. Bijzonder aan het mandaat is dat de Europese aanklager aan elke lidstaat de verplichting kan opleggen om binnen het eigen juridische systeem een onderzoek te beginnen. Voor SP-europarlementariër Dennis de Jong is dit echter een stap te ver. ‘Volgens de Commissie is een Europese aanklager nodig omdat lidstaten te weinig doen met de onderzoeken van OLAF, maar de vraag die eigenlijk gesteld moet worden, is waarom lidstaten niets doen met deze rapporten?’ Het belangrijkste probleem van OLAF is volgens europarlementariërs de onafhankelijkheid van deze dienst. Enerzijds is deze fraudewaakhond onderdeel van de Europese Commissie en anderzijds doet de dienst onderzoek binnen diezelfde commissie. Ook zijn er klachten dat de rapporten niet van voldoende kwaliteit zijn waardoor nationale autoriteiten er geen gehoor aan zouden kunnen geven. De Jong: ‘Als de Europese Commissie al niet in staat is om de kwaliteit en onafhankelijkheid van het eigen anti-fraudebureau te garanderen, dan houd ik mijn hart vast voor de kwaliteit van een Europees Openbaar Ministerie.’

    Dweilen met de kraan open

    Ook binnen de Nederlandse politiek bestaat er weerstand tegen het voorstel van een Europees Openbaar Ministerie. Verschillende partijen vinden dat justitie een taak moet blijven van de lidstaten. Liever ziet Nederland dat lidstaten verplicht worden om een verantwoording af te leggen over de wijze waarop de EU-gelden die zij hebben ontvangen, in eigen land besteed worden. Op dit moment leggen alleen Denemarken, Nederland en Zweden een dergelijke lidstaatverklaring af. ‘Het is dweilen met de kraan open’, stelt SP-europarlementariër De Jong. ‘Je kan fraude wel gaan vervolgen, maar je kan er in eerste instantie ook voor zorgen dat er minder fraude plaatsvindt. En hoe doe je dat? Door lidstaten te verplichten om precies te verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed.’ Ondanks verzet van Nederland en andere EU-lidstaten is een Europees Openbaar Ministerie dit jaar wel een stapje dichterbij gekomen. Het Europees Parlement sprak in februari zijn steun uit voor het voorstel van de Europese Commissie. De EU-lidstaten moeten echter nog unaniem met het voorstel instemmen voordat het uitgevoerd kan worden. Wat Nederland betreft is dat voorlopig nog niet het geval.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Anne de Blok

    Anne de Blok (1990) is overtuigd dat diepgravende onderzoeksjournalistiek het verschil kan maken. Behept met een gezonde dosi...

    Volg Anne de Blok
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren